---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Wonderen
Het is altijd weer wennen in een ander land, zeker eentje dat je niet kent. De formaliteiten bij de grens kosten nauwelijks tijd, en dat terwijl we gisteren op tv zagen dat ze grenzen strenger bewaakten. Maar kennelijk is Ecuador uit makkelijker dan het land in. Alles bij elkaar kost het nog geen kwartier en dat het nog zolang duurt komt omdat de geldwisselaars van alles willen weten van ons. Bijvoorbeeld wat onze fietsen kosten. En zoals gewoonlijk, je wilt niet dat mensen denken dat het de moeite waar is om de fiets te stelen, vertel ik ze een lager bedrag dan de werkelijkheid. Nou, zegt een van de mannen, hier kost zo een fiets met die onderdelen wel drie keer zoveel. Dat moet ik dus ook afleren hier.
Ipiales in Colombia is net als Tulcan in Ecuador een wat rommelige grensplaats. We zijn er al vroeg, voor elf uur, en omdat het Handbook alleen hotels uit de laagste twee categorieen aan geeft, denken we dat er geen andere zijn. We kiezen er maar een op goed geluk, Hotel Bahamas. Veel stelt het niet voor en het is een poosje geleden dat we zo basic logeerden. In de stad is het even schrikken als het lijkt alsof geen van onze giropasjes geld wil geven, maar uiteindelijk lukt het toch.
Als we alle tassen hebben gestald op de kamer en betaald hebben, gaan we op lege fietsen naar Las Lajas. Niet het skioord van dezelfde naam in Argentini, maar een dorpje in een dal ten oosten van Ipiales, waar een sanctuario is. Alleen in Lourdes zouden meer wonderen gebeurd zijn volgens het Handbook.
Kerk Las Lajas
De afdaling is spectaculair, af en toe 12%, een keer zelfs 15%. In het dorp roept een man dat we met de fietsen niet verder mogen, maar geen nood, we mogen ze bij hem achter in de winkel stallen. Dat doen we dan maar en lopen naar de kerk toe. Die is hoog boven een rivier als een soort brug gebouwd. Het is een gotische kerk met van buiten veel versierselen. Hij is niet echt oud, de wonderen begonnen kennelijk pas begin vorige eeuw. Het altaar van de kerk is tegen de berwand gebouwd. Er zijn honderden, misschien wel duizenden bordjes in de bergwand buiten de kerk en de muren ervan geschroefd of gemetseld warop allerlei families de Virgen de Las Lajas bedanken voor de wonderen. Wij bidden en hopen ook op een wonder, namelijk dat Frank zijn geheugen terugvindt. Op weg naar de kerk kon je bij alle stalletjes plastic flessen kopen en nu wordt duidelijk waarvoor: er is een engel die heilig water geeft. Net als in Lourdes.
Bedankbordjes Voor Wonderen Las Lajas
Het miezert de hele dag al een beetje en het is fris. Voor het eerst sinds lange tijd hebben we een lange fietsbroek aan. Als we de fietsen ophalen moeten we natuurlijk betalen voor het stallen, een dollar. Terug bergop valt niet tegen, we hoeven niet te lopen, behalve een klein stukje in de stad, maar dat is dan ook 20%. Als we later door de stad lopen blijken er toch ook andere en zo te zien betere hotels te zijn, maar ja verkassen terwijl we al betaald hebben is ook zo wat.
Engel Geeft Heilig Water
Escalera
We slapen wel erg lang vannacht. Om zeven uur is het nog te vroeg om op te staan, dat wordt tien voor acht. Na het onbijt in een cafetaria op de plaza fietsen we de stad uit. Wat minder leuk is in Colombia is dat de straten weer calle nummer zoveel, en loodrecht daarop carrera nummer zoveel heten. Niks geen Bolivar of Meira of zo meer. Het is wel makkelijker om de weg te vinden, je weet hoe dicht je in de buurt van je bestemming komt.
De Panamericano hier in Colombia is weer prima. Aan sommige stukken wordt nog gewerkt maar over het algemeen is het wegdek goed. Wat ook heel erg fijn is, vind ik tenminste, is dat er veel minder rotzooi langs de weg ligt dan in de drie landen, en het noorden van Chili, hiervoor. We zien zelfs een man met een kruiwagen lopen die rommel, het beetje dat er nog ligt, opschept. We gaan vandaag voornamelijk omlaag en het wordt steeds warmer. De lange broek en de trui kunnen uit.
Om de zoveel kilometer staan er soldaten langs de weg met geweren, nog net niet in de aanslag, maar toch. Dat hoorden we al van andere fietsers die uit het noorden kwamen. Het is om te zorgen dat er geen aanslagen door de FARC gepleegd worden. Ach, we zjn er snel aan gewend en het geeft wel een veilig gevoel.
Dal Naar El Pedregal
Vroeg, om half een al zijn we in El Pedregal, het laagste punt op deze weg. We hadden gepland om de klim morgen te gaan doen, maar om hier nu een hele middag in een dorp van niks te gaan zitten wachten, is ook zo wat. Maar als we doorrijden, halen we het niet. Dit dilemma lossen we op door maar niet te fietsen, maar een stukje de bus te nemen. Helaas stoppen de grotere bussen, waarvan er in dit land maar weinig zijn, niet, of ze willen ons niet meenemen. Twee vrouwen die vanaf het dak van een huis ons gadeslaan, komen naar beneden en vertellen dat er over een half uurtje een chiwa of een escalera (trap) komt en die willen ons vast wel meenemen. En het is nog goedkoper ook, zeggen ze. Een chiwa is zo een tot bus omgebouwde vrachtwagen die bovenop bagage vervoert, en levende schapen en zakken aardappelen en Joost mag weten waar ze hier in het land nog meer mee rondsjouwen.
Het klopt, na een poosje komt er zo een bus en met enige moeite wordt Franks fiets helemaal bovenop gehesen en de mijne komt achter op de bumper. Wij stappen in een van de zoveel ingangen. Het is een beetje kamikaze wat er daarna gebeurt. Het is een tweebaansweg waar we op zitten maar iedereen doet alsof het driebaans is. Onze chauffeur praat gezellig met de dames naast hem, eet bananachips, telefoneert en haalt intussen allerlei vrachtwagens in. Bovendien hobbelt het zo dat we verbaasd en verrast zullen zijn als alles aankomt. Maar dat doet het en het hele ritje kost bijna niks.
We fietsen Pasto in en staan bij de Plaza te delibreren en op te zoeken waar we naar toe zullen gaan. Er zijn rond de plaza nogal wat hotels, maar een Engelspsrekende jongen, ook ingenieur, zegt dat het hier niet veilig is. We gaan dus naar een beter hotel, eentje dat hij wel veilig vindt. Met wat onderhandelen krijgt Frank 30% van de prijs af, dan is voor zo n hogere prijsklasse wel te verteren. Morgen blijven we hier, de was moet gedaan worden en de kettingen moeten verwisseld worden.
Groeten,
Frank en Marianne
---------------------------------------------
Betlehem
Een drukke rustdag hebben we weer. Eerst gaan we op zoek naar een lavanderia. Dat lukt met de hulp van de man in uniform die bij de ingang van het hotel staat en die ons gisteren naar binnen praatte. Een geuniformeerde insmijter dus, die hebben we lang niet gezien. Het hotel wast ook, zegt hij. Maar dat gaat per stuk en is erg duur, leggen wij uit. Bij de lavanderia aangekomen blijkt het daar ook per kledingstuk te gaan en net zo duur te zijn. We zeuren wat, zeggen dat het nergens zo duur is, en uiteindelijk krijgen we de was gedaan voor ongeveer 10 dollar, vier keer zo duur als in Ecuador.
Dan gaan we op zoek naar een bank om eindelijk de traveller cheques waar we al tien maanden mee rondrijden eens te incasseren. Ook dat gaat moeizaam, de Banco de Colombia zou dat doen, maar ze sturen ons van het ene filiaal naar het andere. Uiteindelijk lukt het niet en gaan we op een drafje terug naar het hotel.Op een drafje? Waarom? Omdat we 100.000 pesos kwijt zijn en nu bedenken dat er gisteren op de kamer toch wel iets geks aan de hand was. Het licht was aan, terwijl we het bijna 100% zeker uitgedaan hadden en mijn stuurtas stond open en die doe ik vrijwel altijd automatisch dicht. Die 100.000 pesos zijn misschien wel in ons dure en volgens zeggen veilige hotel verdwenen. Nu klinkt 100.000 pesos als zijnde veel, maar het is ongeveer 36 euro. Maar goed, weg is weg en het is altijd jammer.
In het hotel blijkt het kluisje op onze kamer niet te werken en stoppen we de rest van ons geld, onze pasjes en onze paspoorten in de kluis bij de receptie.
Dan kunnen we eindelijk aan het werk. De kettingen verwisselen en de fiets schoonmaken. Dat doen we deze keer met vochtig wc-papier in de parkeergarage onder het hotel. Hier hebben ze gelukkig meer licht dan in Loja, waar we moesten uitwijken naar een parkeerterrein in de buurt. Het gaat trouwens verrassend goed met dat vochtige wc-papier, dat we per ongeluk kochten, omdat we dachten dat het antibacteriële handenschoonmaakdoekjes waren.
Als dat klusje geklaard is gaan we weer de stad in, koffie drinken en iets eten, een paar boodschappen doen en dan weer terug naar het hotel. Met 'de Colonel', zo noemen de mensen die we tegenkomen onze man in uniform, gaan we remblokjes kopen. Hij gaat steeds graag met ons mee, dat is vast leuker dan bij de deur staan. Terug in het hotel wacht ons weer een ander klusje: emails versturen. Als we daarmee bezig zijn wordt er op de deur geklopt. Er komt iemand kruiken in ons bed stoppen. Dat is nu ook wat overdreven.
Uiteindelijk eten we maar weer in het hotel, dat is goed, niet extreem duur en we hoeven er de deur niet voor uit. De eigenaren van het hotel zijn Arabieren, het heet niet voor niets Don Saul en de zalen heten er Jerusalem, Betlehem en Nazareth. Het eten heeft ook een Arabisch tintje. Deze keer nemen we geen wijn, dat was gisteren niet zo'n succes. Ze hebben ongeveer drie flessen, geen keuze dus, en alleen witte wijn. Gelukkig is het bier, alle merken die we tot nu toe probeerden, in Colombia goed, eigenlijk beter dan in de drie landen hiervoor.
Sterren op de weg
We willen op tijd weg vandaag en staan vroeg op. Helaas lukt dat niet want betalen in ons hotel gaat weer eens niet met creditcard, terwijl ze ons dat wel verzekerden, en dus gaan we weer met de colonel naar een bank. Uiteindelijk zijn we pas om half tien weg. (We stonden om kwart voor zeven op en normaalgesproken zitten we dan anderhalf uur later op de fiets.)
Het regent als we wegfietsen. Als we goed en wel de stad uit zijn gaan we omhoog, alles bij elkaar tot 2840 meter hoogte. Daar is het koud en trekken we jassen aan voor de afdaling. Het is een mooie afdaling, 2000 meter lang dalen we. Eerst over een mooi wegdek, later wordt het wat minder. Mij valt ieder keer weer op hoe schoon de wegen hier zijn, geen rotzooi op en naast de weg.
Top Na Pasto Op 2840 Meter
Vlak voor de peaje staat ineens een in het wit geklede figuur met een doodskop op de weg. Een eindje verder staan in zwarte jurken geklede figuren die allemaal een zwarte vierpuntige ster met een langere punt naar beneden, in hun handen hebben. No mas estrellas en la ruta, staat er in die sterren als ze op de weg geschilderd zijn. Links van de weg staat een autowrak en rechts een tentje met als opschrift Seguridad de via met daarin nog meer in zwarte jurken met capuchon geklede figuren. Ze doen er hier van alles aan om de automobilisten veiliger te laten rijden. Dat is ook wel nodig ook. Toen we twee dagen geleden in de chiva reden gebruikten de auto's de tweebaansweg als een driebaans-. Gelukkig doen ze dat meestal niet als ze ons inhalen. Colombianen zijn wel een fietsvriendelijk volkje. Veel automobilisten steken hun duim omhoog uit het raam als ze ons inhalen of tegemoetrijden.
Het wordt gaande naar beneden steeds warmer, de jas gaat uit, de trui gaat uit, en uiteindelijk trek ik ook nog mijn fietsshirt uit (er zit nog een hempje onder hoor). De uiendracht, noemt Niels dat. Op 850 meter hoogte bereiken we het laagste punt. Zo laag waren we, sinds Tena, bijna vier weken geleden, niet meer geweest, de Galapagos even buiten beschouwing gelaten. Vanaf hier gaan we weer omhoog tot ongeveer 1500 meter, in hapjes van 100 meter klimmen. Langs de weg, in een loeiende zandstorm eten we een broodje. Het waait hard vandaag. Na nog een flesje cola bereiken we tegen vier uur de top en gaan dalen.
De Afdaling Naar 600 Meter Hoogte
Het landschap dat vanmorgen nog erg aan Ecuador deed denken (veel stukjes landbouwgrond tegen steile hellingen) is inmiddels veel droger en ruiger geworden. De bergen zijn indrukwekkend. Op 1250 meter is een hotel, een soort truckstop. We stoppen er, het is half vijf en zo houden we voor morgen ook nog een stukje afdaling over. De kamer is prima, de douche koud maar dat geeft niet bij deze temperaturen. We drinken bier en eten later in het restaurant naast ons hotel.
Wereldrecords
Een van de jongens die bij ons hotel hoort zegt dat we binnen een kop koffie krijgen als we op het punt staan te vertrekken. Terwijl we die drinken gaat hij op mijn al bepakte fiets rondjes rijden, na enige oefening, en maken zijn vrienden er foto's van met mobiele telefoons. Lang moet het niet duren, denk ik, want ik zie hem dadelijk nog omvallen met alle gevolgen vandien.
Ontbijt In Remolino
We vervolgen de afdaling van gisteren. Na bijna 15 kilometer hebben we een gemiddelde snelheid van 27 km/h op de tellers staan. We zijn dan van 1280 meter afgedaald naar 550 meter. In Remolino drinken we nog maar eens koffie met een broodje kaas (gesmolten kaas is een niet gerezen deegje dat in zijn geheel gebakken wordt) erbij. Koffie is hier erg goed, lekker, niet te sterk, en zelfs voor mij zonder melk maar wel met suiker goed te drinken. Ook de koffie die we onderweg zelf maken smaakt veel beter dan hiervoor. Gaande van Chili, waar ze echt alleen Nescafe hebben, werd het steeds beter.
Vanaf nu krijgen we een relatief vlak stuk, we denken dat dat niet zo lastig zal zijn. In een optimistische bui denkt Frank zelfs dat we morgen Popoyan al kunnen bereiken. Maar dat lukt dus echt niet. We zitten hier in een heat sink. Het is bloedheet en het is pas negen uur. Het wordt dus vast nog erger. Tot twaalf uur gaat het nog. We fietsen over heuvels tussen 550 en 750 meter hoogte tussen twee bergketens in. Om 12 uur wordt het echt erg. We stoppen om de 25 meter klimmen en drinken alle water op dat we bij ons hebben, toch al gauw 4 liter. We hopen almaar op tentjes die koude cola verkopen onderweg, mar het enige dat ze hier verkopen zijn minuten. Handig als je tijd te weinig hebt, maar het helpt niet tegen de dorst.
Mojarras komt maar niet, we zouden er allang moeten zijn. Eindelijk na 56 kilometer zijn we er en drinken bij de eerste mogelijkheid een flesje koude cola. Weer 500 meter verder is het tankstation met hotel waar we stoppen. Het is pas twee uur, maar echt te warm om door te rijden. 46 graden celcius, zo erg hebben we het nog nooit meegemaakt. Een wereldrecord. En dan te bedenken dat ze twee dagen geleden een kruik in ons bed kwamen stoppen.
Scott Napier In Mojarras
Als we tegen het donker buiten op het stoepje een ijskoude watermeloen soldaat zitten te maken, komt er een fietser het terrein oprijden. Het is Scott Napier uit Schotland. Hij vertrok op 22 juni uit Prudhoe Bay in Alaska en hoopt voor 8 november in Ushuaia te zijn. Dan heeft hij het wereldrecord voor deze bekende fietsroute verbeterd. We delen onze meloen met hem en praten een poosje met hem. Dan gaat hij eten en meteen slapen. Morgen om kwart voor zes rijdt hij weer weg en hoopt weer ongeveer 185 km af te leggen voor de dag om is. We wensen hem veel succes en geven hem ons emailadres voor als hij vragen heeft over de rest van zijn route.
We eten wat, lekkerder dan in Ecuador en Peru, drinken er ruim bier bij, en trekken ons terug op onze kamer waar een oude airconditioner de temperatuur tot 27 graden heeft weten terug te brengen. Het ding moet er wel hard voor werken.
Lange schaduwen
We zijn vroeg op en ook vroeg weg, voor de hitte weer toeslaat. Het eerste stuk is makkelijker dan gisteren, we hoeven iedere keer maar kleine stukjes omhoog, zo'n 25 meter en mogen dan weer omlaag. Bovendien is het landschap veel vriendelijker dan gisteren. Er zijn veel meer bomen en zo vroeg op de dag werpen die nog lange schaduwen op de weg. Om negen uur drinken we koffie onder een grote boom. Af en toe passeren er wielrenners, al dan niet in groepjes, meest mannen van middelbare leeftijd, zoals ook het geval op zondag in andere wielrenlanden zoals Frankrijk en Italië.
Na 25 kilometer beginnen we weer te klimmen, niet al te steil en omdat het nu nog niet zo warm is als gisteren, het is maar 39 graden, halen we nu etappes van 50 meter klimmen. Zo bereiken we voor 12 uur El Bordo, op 1000 meter hoogte. Daar drinken we allereerst maar eens en koud colaatje en gaan dan op zoek naar een hotel. Doorrijden en net als gisteren door de hitte overvallen worden heeft geen zin. Buiten het dorp vinden we Hotel Copacabana, duurder dan gisteren en zonder airco, maar het moet het maar zijn voor vandaag. Als we gedoucht hebben (koud gelukkig), eten we een kopje soep, drinken een pilsje en rusten vervolgens uit op de kamer waar de ventilator zijn best doet om ons niet oververhit te laten raken. Dat lukt maar gedeeltelijk.
Kip zonder rijst
Hij is medico, zegt hij, en heeft het vak geleerd in Peru. Nu gaat hij naar boven de bergen in om de planten te vinden die hij nodig heeft, maar mensen gooien van alles brandends uit het raam van hun autos en dan brandt het bos af, moppert hij wat. Ooit hebben ze hem in een ziekenhuis uitgenodigd om te vertellen hoe hij dat deed, astma genezen bijvoorbeeld, maar dat heeft hij niet verteld.
We zitten net na de peaje bij een groepje huizen in de schaduw een kopje koffie te drinken en deze man is een van de vier die langs komt om een praatje te maken. Hij heeft er lol in om ons van alles te vertellen, lacht er geregeld bij, maar helaas verstaan we niet alles. Het is een neger, zoals heel veel mensen die we hier in Colombia tegenkomen, veel meer dan in Ecuador waar die voornamelijk langs de kust wonen.
De huizen zijn hier over het algemeen weer een beetje beter dan in Ecuador, maar als ze van leem zijn, zijn ze slechter. Waren die in Peru en Ecuador uit lemen blokken opgebouwd, hier is het een bamboe staketsel dat dichtgesmeerd is met leem. Wat wel echt opvalt is dat er veel minder rotzooi langs de weg ligt. Rondom de huizen is men druk aan het vegen, elk papiertje of stukje plastic wordt opgeveegd, ook als het een grote parkeerplaats is met kiezels en zand.
We rijden alweer een hele poos op de Panamericana, die af en toe druk is. Er rijden hier veel vrachtwagens rond, hele grote ook. Ook die zijn allemaal mooi gepoetst, dat valt echt op. Nu is er om de zoveel meter ook een lavadero waar altijd wel iemand zijn vrachtwagen staat te poetsen. De kleinere vrachtwagens hebben plastic overkappingen, die allemaal in Medellin gemaakt zijn, dat staat er tenminste op. Alle vrachtwagens en ook de bussen hebben overal ledjes en lampjes in alle kleuren van de regenboog die allemaal met een verschillende frequentie knipperen. Het zijn net rijdende kerstbomen.
Bloeiende Bomen Onderweg
We gaan wat omhoog en weer omlaag en beginnen dan aan de echte klim. We moeten tot 1800 meter tot Rosas vandaag. In hapjes van 80 meter doen we dat en tussendoor drinken we cola en lunchen we. Tegen twee uur zijn we in Rosas maar veel stelt dat niet voor. Er is een hotel, El viajero geheten, maar boven het restaurant met dezelfde naam zien we alleen een ingestort dak. We rijden maar door, eerst flink omlaag en daarna uiteraard weer flink omhoog. Onderweg vragen we hoever El Timbio nog is, maar de antwoorden zijn van dien aard dat ik mezelf beloof nooit meer iets te vragen en zeker niks meer te geloven wat ze me vertellen onderweg. Al met al komen we pas na vijven aan in El Timbio dat er ook niet al te veelbelovend uitziet qua hotels en zo. Toch vinden we er een, heel simpel, niets doet het, alleen een heel slap pitje met licht. En gelukkig de wc, sinds de grens Peru-Ecuador doen de wc's het altijd weer. We doen het er maar mee, morgen halen we Popoyan al vroeg en dan beloven we onzelf weer een beter hotel. Op aanraden van de hotelmadam eten we bij het chicken centro, weer kip natuurlijk, maar deze keer met aardappels en geen rijst. Bij de bakker tegenover het hotel drinken we nog een kopje koffie en eten een stukje kwarktaart. En dan moe naar bed, we fietsten vandaag van half acht tot na vijven, bijna 68 km en meer dan 2000 meter bergop. Dat voelen we in de benen.
Chiva Onderweg
Juan Valdez
We zijn nog maar net onderweg of er komt een fietser van de overkant van de weg aanzetten. Het is Andrew Bass, een Amerikaan van Vancouver onderweg naar Ushuaia en daarna ziet hij wel verder. Hij heeft net het eerste jaar van zijn trip en de eerste 10.000 km volgemaakt. Zoals gebruikelijk staan we weer een half uur langs de weg te praten in de zon. Het is mooi weer en we hoeven niet zo ver vandaag.
Popayan blijkt een aangename stad te zijn. Het is er niet zo druk met auto's, de huizen zien er mooi witgekalkt uit, althans in het centro historico. In 1983 was hier een aardbeving en daarna hebben ze alles opnieuw opgebouwd. De stad ligt op 1730 meter hoogte. De Spanjaarden die grote haciendas hadden in de Cauca, de hete vallei waar we een paar dagen geleden doorheen fietsten, verkozen deze plek om te wonen boven de Cauca. Begrijpelijk, maar toch vinden we het er warm. Nadat we (koud) gedoucht hebben lopen we de stad in, eten er wat en drinken er een kopje Juan Valdez-koffie, die zoals alle koffie hier lekker is. De Informacion Turistica is niet open, straks nog maar eens kijken hoe we van hier naar San Augustin met de bus komen. Dat is een lastige weg, soms ook gevaarlijk en omdat we toch al te weinig tijd hebben om alles te fietsen tot Caracas, willen we dit stuk met de bus doen.
Plaza Popayan Vanuit Ons Hotel
Later is de Informacion wel open en krijgen we de informatie die we zoeken. We lopen naar het busstation en kopen kaartjes voor morgen. 11 uur vertrekken we en de reis duurt 6 uur. Het is 165 km volgens mij tot san Augustin, dus reken maar uit hoelang we daarover zouden fietsen. (Meestal is een busuur een dag fietsen hier in Zuid-Amerika.)
Groeten,
Frank en Marianne
Militair kamp
Te vroeg zijn we bij de bus en staan er te wachten met wat andere mensen. Lieten ze ons gisteren een plaatsje kiezen op een plattegrond van een grote bus, vandaag rijdt er zo'n klein microbusje voor. De chauffeur vindt dat de fietsen er niet in kunnen. In de bagageruimte is geen plek. Ik ga naar de oficina en er komt iemand mee die ons beveelt de wielen eruit te halen, ook de achterwielen. Hij zet vervolgens de fietsen met smerige kettingen en al op de achterbank. kennelijk komt de bus niet vol. Behalve wij, de fietsen, twee families en een paar losse mannen reist er minstens een haan mee. Als de bus stilstaat begint hij luid te kukelekuen.
De rit is enerverend. het eerste stuk is verhard, zo'n 30 km, maar daarna begint het stenige stuk waar Sven en Doroo ons voor waarschuwden. Harder dan 10 km/h komt de bus niet vooruit. Nu snappen we waarom het zes uur moet duren voor een afstand van 125 km. We gaan steeds hoger en het gaat regenen. De ramen beslaan zodat er niet veel van het landschap te zien is. Voor we echt op de paramo komen is er een groepje huizen en komt er iemand aardbeien met slagrooom verkopen. Het idee, in zo'n hobbelende bus, bij het zien ervan word ik al misselijk, maar de rest van de mensen doet er zich te goed aan. Voor de huizen zijn, net als eigenlijk al vanaf Quito, bloemen en planten te zien. Vanaf Quito zagen we ook kwekerijen. Het ziet er meteen wat vriendelijker en minder armoedig uit. Colombianen op het platteland zijn soms toch nog wel arm. In de steden zoals Popayan en Pasto kan het er wel redelijk uitzien.
Vanuit de bus zie ik af en toe dahlia's langs de weg, in het wild, en een vreemd soort schimmels en mossen. Het is hier erg vochtig altijd, dat is wel duidelijk. We passeren op een gegeven moment een klein militair kampje. Drie tanks staan langs de weg, een paar tentjes op een vlak stukje bij een groepje huizen. Hier stoppen we even voor een kopje koffie. Dan dalen we verder tot we bij Isnos op de verharde weg uitkomen.
Hoe Sven en Doroo dit stuk gedaan hebben, weet ik niet. Er was 50 km lang geen vlak plekje om te kamperen. Bij de afslag naar San Augustin stopt de bus. Het is al vijf uur geweest en Frank moppert dat hij niet die 5 km en 400 meter omhoog gaat fietsen, maar dat hoeft ook niet. De bus rijdt door naar Pitalito, wij worden opgehaald met een SUV door Jorge, de baas van de turismo, die ons in San Augustin bij de Oficina de Turismo afzet. Inmiddels is het donker en hebben we niet meer zo'n zin om op zoek te gaan naar het casa de ciclistas, buiten het dorp, maar nemen onze intrek in Hospedaje El jardin, ons aangeraden door genoemde Jorge. We eten later in El Fogon, waar ze op een gegeven moment met vijf man alleen met ons eten bezig zijn. Het smaakt prima.
Idolen en vlinders
We zijn, na een wandeling van 3 kilometer, al vroeg, als eersten, bij het Parque Archeologico. Daar is het meeste te zien van de beschaving van de San Augustin-people, zoals het South American Handbook hen noemt. Men weet niet hoe dit volk zichzelf noemde, vandaar dat het maar naar de daar later gestichte plaats genoemd is. Als we nog maar net bij de eerste meseta aangekomen zijn, komt er een gids naar ons toe. Je kunt voor wat geld meer een gids mee krijgen en dan kun je pas alle details van de beelden die hier gevonden zijn, waarderen. Hij begint een hele uitleg.
De beelden die hier te zien zijn, zijn allemaal onder de grond gevonden. De San Augustin-beschaving die hier van 2500 v Chr tot de Spanjaarden kwamen leefden, 80 generaties lang, de langst bestaande beschaving (ter wereld of hier in Zuid-Amerika, dat is me niet duidelijk), begroeven hun idolen liever dan dat ze in handen van hun vijanden zouden vallen. Zo begroeven ze ook mensen levend, dat liever dan als slaaf van de overwinnaar weggevoerd worden. Als een leider stierf werd die met drie levende maagden begraven, als het een vrouwelijke leider was met drie manneliijke maagden. Het was een van de weinige beschavingen waar man en vrouw echt gelijk waren, vertelt onze zelfbenoemde gids. Dat is ook terug te zien in de beelden, evenveel van mannen als van vrouwen. Vrouwen konden ook alle functies vervullen, leider, muzikant, sjamaan, alles gelijkelijk verdeeld.
Idool In San Augustin
Idolen In Graf San Augustin
De San Augustin-people vereerden het leven, dat blijkt uit de vele afbeeldingen van falussen en eierstokken (Eierstcken noemt hij ze in het Duits, omdat hij denkt dat wij het woord ovaria in het Spaans niet kennen). Ze vereerden de dood als begin van een nieuw leven. Er zijn ook dwarsverbanden met andere beschavingen die niet helemaal verklaarbaar zijn. Zo worden er tijgers en gorilla's afgebeeld, die alleen in Azie en Afrika voorkomen, en werden de schedels van de belangrijke mensen ook hier, net als bij de Egyptenaren in mallen gedrongen. Dat deden ze bij de Moche in Chiclayo in Peru ook, zeg ik, maar daarin is hij niet echt genteresseerd. De man vertelt dat ze dat deden om te zorgen dat er meer dwarsverbindingen tussen de neuronen zouden komen waardoor die leiders meer hersencapacteit zouden hebben. (misschien kunnen we zo Franks geheugen ook weer terug krijgen, :-)
Vlinder In Beeldenbos San Augustin
Al met al een interessant verhaal dat hij vertelt, maar we hebben niet zoveel tijd om met hem de hele ronde te maken en bij elk beeld uitleg te krijgen over alle details. We bedanken hem en lopen zelf een rondje. In het beeldenbos hebben we eigenlijk meer oog voor de verschillende vlinders dan voor de beelden zelf. Het is hier weer echt oerwoud, heel interessant, maar vanwege het vocht en de hitte toch niet mijn favoriete plek om te zijn.
Met het busje gaan we terug naar het dorp, halen onze spullen op en fietsen 's middags nog een eindje richting Bogota. We hebben nog minder dan zeven weken te gaan en nog heel wat afstand af te leggen. De weg is eigenlijk voor het eerst sinds Peru rustig. Dit is dan ook niet meer de Panamericana. Er rijden zoals overal in Colombia wat brommers met oranje hesjes met het nummer op. Hier hebben bestuurder en passagier een helm op. In Popayan reden brommertaxis rond, met losse helmen voor de passagiers. Toch zie je ook hier af en toe meer dan twee man/vrouw op een brommer en dan hebben er maar twee een helm op.
Taarten Bij De Bakker in San Augustin
In Pitalito zoeken we een hotel. Morgen gaan we weer verder naar het noorden en naar beneden de hitte in.
Heilige koeien
Een heidens lawaai bereikt ons vanaf een huis waar we langs rijden. Er staan een heleboel mensen, mannen voornamelijk zie ik in de gauwigheid, op een klein plekje op het erf bij het huis. Ze gillen hun Gods best. We zitten net midden in een afdaling, maar in flits zie ik waar het om gaat. Een hanengevecht en het lawaai komt niet van de hanen maar van het aanmoedigende publiek. In diezelfde flits denk ik zelfs de haan uit de bus van twee dagen geleden te herkennen, maar zeker ben ik daar niet van.
Het eerste stuk na Pitalito rijden we door landschap dat erg Zwitsers of Sloveens aan doet. Veel groene grazige weiden op heuvels met koeien, meestal koeien die op de onze lijken, maar toch ook af en toe van die heilige koeien met een dikke bobbel op hun rug. Er zijn ook veel fincas campestres, van die boerderijen waar ze voor toeristen, voornamelijk Colombiaanse toeristen, vertier beiden. Al met al ziet het er hier welvarend uit.
We dalen van 1300 meter tot 900 meter, het schiet lekker op. Na anderhalf uur, onze normale moment voor de koffie, hebben we er al 30 km opzitten. Maar dat blijft natuurlijk niet zo. Het wordt warmer, we gaan omhoog en het wordt droger en dorrer. Toch is het niet lastig vandaag, eigenlijk is het een van de meest aangename en makkelijke etappes sinds Peru.
In Garzon, na bijna 74 kilometer zoeken we een hotel. Casablanca wordt het. Het is er druk, niet goedkoop, maar ze hebben er wifi, ook altijd een pre om er te blijven. We douchen, koud wat geen probleem is bij deze temperaturen, en laten ons het bier weer goed smaken.
Guerrilla
'Nee hoor', zegt de man met wie zitten te praten terwijl zijn moeder een comida voor ons prepareert, 'het is hier helemaal niet gevaarlijk. Die verhalen over de guerrilla, ach, wat zal ik ervan zeggen. Hier in de campo maken ze wegen voor de mensen. Zij hebben de machines ervoor. Er zijn genoeg wegen hier waarvan de regering niet eens weet dat ze er zijn. En ze richten fabrieken, zoals hier in de buurt een rijstfabriek, op waar de lokale bevolking werkt.' Zo slecht is het allemaal niet kennelijk.
Het is zaterdagavond en net als vorige week zaterdag zijn we weer bij een hotel bij een tankstation geindigd. Alleen komt er deze keer geen wereldrecordbrekende andere fietser langs.
Het is duidelijk dat we in een wielrenland zijn, elk lokaal maximum wordt op de weg met letters PM aangegeven. De rit van vandaag was vergelijkbaar met die van gisteren, we fietsen evenveel meters omhoog, evenveel omlaag, iets meer kilometers in totaal, en komen ook, net nadat we Garzon verlaten hebben een aangenaam hotel met zwembad tegen, gisteren na Pitalito ook al. Maar aan het einde van de middag zie je ze niet, als je eraan toe bent. Ach, zo slecht is het hier nu ook weer niet, wel warm. We drinken ons suf, bier, water, koffie, thee.
Rio Magdalena
Casablanca
We zijn op tijd op, maken en kopje thee en vertrekken voor half acht al, voor de hitte toeslaat. Zo denken de groepjes zondagsrenners er ook over want we komen ze deze zondag al vroeg tegen. Als we om negen uur koffie drinken passeren verschillende groepen wielrenners, met nummers op en begeleid door motoren met bijrijders die reservewielen in hun handen hebben. Maar een echte wedstrijd lijkt het niet, zo hard gaan ze niet, en de groepjes hebben niet de neiging achter elkaar te gaan jagen.
Vroeg, om 10 uur al, zijn we in Neiva. Doorfietsen heeft niet zoveel zin, de volgende plaats is te ver, en het lijkt weer erg warm te worden. We begeven ons naar Hotel Casablanca, van dezelfde eigenaresse als het hotel met dezelfde naam in Garzon. Daar hebben we een kamer met airco waar het prima vol te houden is.
Groeten,
Frank en Marianne
----------------------------------------------------
Drinken
Bloedheet was het gisteren n Neiva. Veel meer dan een klein rondje door de stad hebben we niet gelopen, maar erg veel missen we daar ook weer niet aan, want Neiva is geen interessante stad. We zijn dan ook erg vroeg op vandaag, want het zal wel weer zo warm worden. We rijden om kwart over zeven de stad uit. Het meeste verkeer komt de stad in dus aan onze kant van de weg is het rustig. De weg is prima, mooi, nieuw asfalt en een brede vluchtstrook. We gaan een keer omhoog tot wel 520 meter en verder voornamelijk omlaag. Veel drinken is het motto voor vandaag en dan doen we vanzelf. Onderweg moeten we duur water kopen bij een tankstation, want er is nergens een gewone winkel. Het is 43 graden, de lucht is strakblauw en wind moeten we zelf maken door te fietsen.
Tegen twee uur hebben we er 90 km opzitten en zijn we in Natagaima. Dat is niet zo'n grote plaats als we dachten. Er zijn een paar hospedajes in het dorp, maar hopend op een tankstation met hotel zoals zaterdag rijden we het dorp uit. Het tankstation is er wel, het hotel maar ook een eindje ervoor. El Rincon Colonial. Veel stelt het niet voor, maar alles is er, zelfs twee ventilatoren.
'Awesome', zegt de man aan het tafeltje naast ons, als we later in een restaurant zitten en ons bord met eten gebracht wordt. Hj vroeg zich af wat er hier gegeten kon worden en kennelijk bevalt ons bord hem wel. Het is een Amerikaanse Colombiaan, op familiebezoek hier, en die moeten altijd laten horen dat ze goed Engels spreken. Vaak zijn het dat soort lui die uit zichzelf met ons een gesprek beginnen. Hij waarschuwt ons voor Venezuela als hij hoort dat we daar naar toe gaan.
Na het eten lopen we nog even naar de Plaza. In en voor de kerk is het een drukte van belang. De dorpsgek staat er in een klein sportbroekje waar hij al zijn bezittingen in gepropt heeft zo te zien, te oreren. De mensen slaan er niet al te veel acht op, maar hij leidt wel de aandacht af van wat er in de kerk gebeurt. Wij komen er niet achter waarom het zo druk is. We lopen terug naar het hotel waar we allebei zo dicht mogelijk op een van de ventilatoren gaan zitten. Het is nog altijd 38 graden en veel zal het niet afkoelen vannacht.
Ondermaats
Het onweert vannacht en het regent nog als we net na zeven uur wegfietsen. Toch is het nog steeds warm, zij het wat minder dan gisteren. Van de regen en het gespetter dat vrachtwagens veroorzaken wordt je erg vies blijkt al gauw. De regen houdt op een gegeven moment op, maar het blijft zo vochtig dat het water op onze lijven maar niet verdampt. We koelen dus ook nu nauwelijks af.
Vandaag is het nog makkelijker dan gisteren. We gaan echt nauwelijks meer omhoog. We fietsen nog steeds door de brede vallei van de Rio Magdalena. Er wordt rijst verbouwd, er zijn koeien links en rechts op de droge stukken, Brahmans geheten. We passeren een paar dorpjes, kopen in een ervan een fles sap, bij een ander een meloen en een mango. Veel meer eten we onderweg niet, het is te warm. Het enige enerverende onderweg is onze vierde lekke band. Dat zul je altijd zien, al het regent en de weg is nat krijg je een lekke band.
In Girardot gaan we naar een hotel met airco en zwembad hebben we onszelf beloofd, dus dat doen we. We zijn er al tegen twee uur, na 85 km gefietst te hebben. Het hotel is aangenaam en we hebben het zwembad voor ons alleen. Later blijkt dat de service voor de prijs die ze vragen toch wat ondermaats is. Tja, het zij zo. Over twee weken weet je dat niet meer, zegt Frank.
Ciclovia
Het regent bijna de hele nacht. De dame bij de receptie vertelt dat ze er erg blij mee zijn. Het heeft hier drie maanden niet geregend. Daarom keek ze zo vreemd toen we gisteren vertelden dat we onderweg regen hadden gehad. In de regen fietsen we weg, de stad uit en al gauw dient zich een heus fietspad aan. Geweldig, al moeten we, net als op de ciclovia bij Copiapo in Chili bij elke zijweg omlaag en weer omlaag. Lang duurt het niet helaas, het houdt op een gegeven moment op, het fietspad.
Ciclovia Bij Girardot
De weg is prima, van tweebaans wordt die vierbaans met een brede vluchtstrook. Dan geeft het niet als er toch wat verkeer is. Maar ook dat blijft niet zo. Als we na Melgar omhoog gaan, is die weer tweebaans en druk. Net voor we aan de klim beginnen drinken we koffie op het terrein van een tankstation. De man die er benzine tapt, komt een praatje maken. Als we de banos willen gebruiken, kan dat. Een vriendelijke man, in tegenstelling tot de bakker waar ik net broodjes kocht. Die putte zich niet uit met hulpvaardigheid.
Ik vraag of die broodjes, en ik wijs iets aan, pan de sal is. Sinds Peru is het brood standaard zoet, en als je dat niet wilt, vraag je om pan de sal. Dat is het niet, blijkt, en vervolgens komt er een andere klant die kennelijk voorrang heeft. Uiteindelijk als ik weer aan de beurt ben, wijs ik broodjes aan, maar krijg vervolgens ongeveer dezelfde broodjes maar dan geplet en gedeukt. Het verhaal van alle naar het zuiden fietsende mensen die we tegenkwamen, dat de mensen in Colombia zo aardig zijn, klopt wat ons betreft niet zo. Een duim opsteken uit het raam als ze ons inhalen, is het enige dat ze in de landen hiervoor niet deden. En vaak als we zwaaien naar mensen onderweg, kijken ze ons heel vreemd aan.
Volgens de benzineman is de klim niet echt lastig. Er wordt wel aan de weg gewerkt, die wordt op heel veel plekken vierbaans gemaakt, terwijl dat eigenlijk niet nodig is. Deze regering, die van Uribe, is al twee jaar erg veel wegen aan het verbeteren, om de toeristen ter wille te zijn, zegt hij. Voor we weggaan vraagt hij of we een evaluatieformulier willen invullen. Dat doen we natuurlijk.
Op 700 meter hoogte lunchen we en daarna wordt de klim wat minder steil. Af en toe is de weg weer vierbaans, af en toe smal en tweebaans. Uitkijken dus, want er is nogal wat verkeer. Tegen half vijf zijn we bij de afslag naar Fusa, zoals de plaats de helft van de tijd op de borden heet. Voor we in het dorp zijn moet er nog een power bar aan te pas komen om niet trillend van de honger van de fiets te vallen.
Dan bereiken we hotel Catama, met warme douche, want inmiddels zitten we op ongeveer 1700 meter hoogte en is het weer fris geworden. Met trui en jas aan, want het regent, gaan we aan de overkant eten in een restaurant dat er dicht uitziet, alle stoelen staan op tafels, maar ons toch prima eten serveert. Morgen gaan we door naar Bogota, waar we uitgenodigd zijn voor een etentje ter gelegenheid van de verjaardag van Doro. Maar eerst moeten we nog uitzoeken waar zij logeren en een hotel in de buurt vinden.
Lasagna
Eerst gaan we weer 200 meter omlaag, helaas. dat wil zeggen dat we er minstens 1400 moeten klimmen vandaag. Dat gaat allemaal wel lukken, ondanks de regen die af en toe uit de hemel valt. Hoe hoger we komen, hou dikker de grijze wolken die tegen de bergen aangeplakt zijn. We doen zelfs weer eens de regenjassen aan. Vanaf 2800 meter hoogte dalen we Bogota in.
Pas Voor Bogota
Dat is een grote vieze stad en we fietsen er wel drie uur doorheen voor we om half zes bij het centrum zijn. In het hotel aangekomen zien we in de emails dat het casa de ciclista waar Doro en Sven zijn, in het noorden van de stad ligt, maar met een taxi wel te bereiken is. We douchen snel en springen in een taxi die vervolgens een uur lang vast zit in het spitsuurverkeer. Het ritje is dan ook beduidend duurder dan we dachten, deels ook al omdat we het systeem van taximeters hier niet begrepen.
Maar ach, alles is snel weer vergeten als we later bij de lasagna en een goed glas wijn onze respectievelijke belevenissen sinds Banos doornemen. We hebben de verkeerde weg genomen vanuit Girardot. We hadden over La Mesa moeten gaan, dat was veel rustiger geweest, vertelt later ook Claudio, de eigenaar van het casa de ciclista, zelf ook een fervent fietser. Maar over die weg hadden we geen informatie en de kaart gaf aan dat die onverhard was.
We halen allerlei verhalen op over plekken waar we geweest. Leuke lui zijn het en als Sven en Doro morgen niet vertrekken (hangt van het weer af) fietsen we vanaf zaterdag een paar dagen samen naar het noorden. Zij gaan naar Cartagena waar ze de boot naar Panama nemen op 12 oktober. Wij slaan op een gegeven moment rechtsaf naar Venezuela.
Verjaardag Doro
--------------------------------------------
Goud
Vandaag brengen we de dag door in Bogota, een grote drukke stad. Er wonen bijna acht miljoen mensen. Gisteren toen we de stad binnenreden waren we er niet van onder de indruk, vandaag wordt dat beeld een beetje bijgesteld. Het historisch centrum is wel mooi, mooier dan dat van Lima en Quito eigenlijk. Wel is het overal erg druk en is de lucht vervuild. De particuliere auto's mogen maar op sommige dagen rijden, afhankelijk van het laatste cijfer van hun nummerbord. Maar taxi's en bussen rijden er volop, waarbij vooral de bussen erg vieze dampen uitstoten. Er lopen mensen met mondkapjes voor rond. Bovendien is het erg duur voor Zuid-Amerikaanse begrippen, vergelijkbaar met en soms duurder dan in Nederland. We blijven er dan ook alleen vandaag. Morgen fietsen we met Doro en Sven verder.
We gaan eerst op zoek naar een betere kaart van Bogota om morgen het punt waar we afgesproken hebben te kunnen bereiken. De man van de Turismo legt ons uit hoe we het beste kunnen fietsen. Op de kaart lijkt het eenvoudig, hopelijk is het in het echt ook zo. Daarna gaan we naar het Museum Botero. Fernando Botero , een Colombiaanse schilder/beeldhouwer, doneerde 170 werken aan het museum. Het zijn over het algemeen schilderijen van dikke mensen en dieren met een onmiskenbare eigen stijl. Ook hangen er in het museum veel werken van andere bekende schilders, Picasso, Dali, Renoir, Monet en ga zo maar door. de enige Nederlanders die we vinden zijn Kees van Dongen en Willem de Kooning.
MonaLisa Volgens Botero
Daarna is het Museum del Oro aan de beurt. Daar is de grootste collectie goud van Zuid-Amerika bijeengebracht. Er is veel uitleg hoe het goud bewerkt werd, in laminaatvorm, of gegoten met de verloren-wasmethode. Inmiddels herkennen veel van de vormen van de ornamenten, je vindt ze in vergelijkbare vormen ook bij de Moche, bijvoorbeeld in het museum van El Senor de Sipan dat we bij Chiclayo in Peru bekeken. Gouden ornamenten dienden om de macht van de heersers te onderstrepen of als offer voor de goden. Ook werden er allerlei kosmologische betekenissen aan gegeven.
Nieuw, althans voor ons, was een uitleg over de vlaktes tussen rivieren in het noorden van Colombia. Daar is 2000 jaar geleden een ingenieus systeem van kanalen aangelegd dat elk jaar acht maanden lang overstroomde. Door de speciale vorm van de kanalen en de stukken land ertussen werd er zoveel mogelijk sediment afgezet waardoor het een uiterst vruchtbaar gebied was. Nu zou men het zo niet kunnen bedenken, was de boodschap. Toen wel, en nu dreigt het door klimaatveranderingen en erosie teniet gedaan te worden. Het is niet de eerste keer dat we iets over een beschaving hier horen die een hoog technologisch niveau bereikte dat nu onhaalbaar lijkt. De link met het goud is dat ook daar de leiders met gouden ornamenten hun macht lieten blijken. We komen niet in dat stuk van Colombia, dus het is wel interessant om het hier te zien. Het hele museum is erg mooi, een mooi gebouw, mooie uitstallingen, goede uitleg, in goed Engels.
Bogota maakt een veel wereldser en rijkere indruk dan bijvoorbeeld Lima en Quito, en zeker dan La Paz. Er zijn ook grote heel moderne winkelcentra, veel flats en mooie, zij het afgesloten en bewaakte woonwijken. Wel vreemd is dan dat we hier, zoals al de tijd al dat we in Colombia zijn, veel mensen slecht gekleed en vies op straat zien liggen slapen.
Zout
Ruim voor de afgesproken tijd zijn we bij het Home Center. We leggen de 11,3 kilometer af in 40 minuten, en dat terwijl de taxi er donderdagavond bijna een uur over deed. De weg vinden is eenvoudig en het is nog niet erg druk gelukkig. Het fietspad is vanwege de obras niet te vinden helaas. Bij de bouwmarkt verkopen ze reuze muffins waarvan we er maar een eten om de tijd te doden, en ook omdat het ontbijt in het hotel niet zo erg op fietsers berekend was. Met Claudio, Sven en Doro fietsen we vervolgens nog 12 kilometer door de stad, dit keer wel voornamelijk over een fietspad. Bij de Rio Bogota gaan we eindelijk de stad uit. Claudio fietst nog mee tot de afslag naar Cota waar we afscheid van hem nemen.
Claudio Doro Sven MIV Bij vertrek Uit Bogota
Met zijn vieren fietsen we door. Auto's houden meer rekening met vier fietsers dan met twee, blijkt al gauw. Cota, maar zeker Chia, de volgende plaats, zijn aardige stadjes. Veel bloemen, mooie gebouwen. In Chia drinken we koffie op de Plaza. 'Is it OK if I sit with you and smoke a cigaret', vraagt een man in het Engels. 'Smoking, no', zegt Doro resoluut.
Poort In Chia
De man komt toch bij ons zitten en blijft Engels praten. Als hij hoort waar we vandaan komen heeft hij een hele theorie over Duitsers, dat zijn harde mensen die in koud klimaat leven en daarom geneigd zijn tot het doden van andere mensen, kijk maar naar de WO2. We hebben geen zin in een dergelijk gesprek en pakken de fietsen en gaan weg. Vreemde man, en wat denkt hij daarmee te bereiken.
Het is nog 20 kilometer tot Zipaquira waar we om twee uur aankomen. De hele weg was redelijk vlak vandaag en het is inderdaad zoals Claudio zei, mooier qua landschap dan aan de andere kant van Bogota. We zoeken er een hotel, douchen, eten wat brood met kaas en gaan dan naar het Mervilla Numero Uno de Colombia, el Catedral de Sal. Er is hier een enorme zoutmijn waar al bijna tweehonderd jaar zout gewonnen wordt.
De mijnwerkers hebben ergens in de jaren vijftig van de vorige eeuw een van de kamers waar ze het zout uitgehaald hadden als een soort kerk ingericht, om de heer te danken voor het feit dat ze hier veilig konden werken. Dat is een toeristische attractie geworden. Toen die catedral niet meer veilig was, is van 1992 tot 1995 een nieuwe gebouwd, puur en alleen als toeistische attractie. We lopen er mee met een groep Colombianen met een gids die erg snel Spaans spreekt. We begrijpen dan ook niet alles.
Zoutkathedraal In Zipaquira
Ooit kwamen de mensen die hier woonden erachter dat het water dat uit de berg kwam als het geregend had, zout was. Als je dat kookte bleef er zout achter en dat werd als ruilmiddel en later als geld gebruikt. Daar komt het woord salaris vandaan. Later ging men met explosieven en mijngangen de boel exploiteren. De brokken steen werden uit de mijn gehaald en daar werd buiten de mijn het zout uit gewonnen.
Waterspiegelin Zoutmijn Zipaquira
Maar wat wel leuk is, is dat ze uiteindelijk weer terugkeren naar de oude methode, zij het dat ze niet wachten tot het regenwater uit de berg komt, maar er zoet water inspuiten, het zoute water eruit halen en dan laten verdampen, zodat het zout achterblijft. Er is in drie lagen zout gewonnen. We lopen een poos door de donkere gangen, waar de 14 staties van de kruisweg te zien zijn, de catedral zelf, en een waterspiegel, erg spectaculair. Maar duidelijk opgezet als toeristische attractie. Het is dan ook niet goedkoop.
Terug in het hotel, drinken we bier. Het was dan wel niet lastig het fietsen vandaag, dorst krijg je er toch van. Of zou dat door al dat zout komen?
Video
We blijven vandaag door een groen stuk Colombia fietsen op ongeveer dezelfde hoogte als Bogota. Een hobbel zit er in de route, waar we hoger dan 3000 meter uitkomen, 3090 m om precies te zijn. Omdat het de laatste 3000-er is in Zuid-Amerika van Sven en Doro is er een fotosessie bovenop. Eerts worden wij, we komen na hen op de top aan, op de foto en video gezet. Dan rijden zij terug en maakt Frank foto's en een video van hen. We drinken koffie en denderen dan omlaag.
De weg is goed, het uitzicht mooi. Op een gegeven moment zien we een groot meer liggen en bij elke mirador die aangegeven is, stoppen we even. Bij een ervan staat een familie uit Bogota, die ons op hun video wil zetten en ons gedurende die sessie geregeld van popcorn voorziet. Ze vertellen dat er op de weg na Simijaca wel een hotel zal zijn. Maar dat blijkt, bij navraag in een restaurant langs de weg, niet zo te zijn. We drinken daar wat, geven een bedelaar ook een glaasje maracuia en rijden dan door naar Chiqui, dat we bereiken tegen half vijf terwijl de lucht steeds donkerder wordt. Het is even zoeken tot we een hotel gevonden hebben dat ons allemaal aanstaat. Het eerste vinden we een dunkeles Loch, het tweede vinden wij prima, maar Sven en Doro te duur. Terwijl wij er buiten wachten, gaan zij op zoek naar en ander. Dat vinden ze wel, maar ze denken dat het niet onze standaard is. Na wat heen en weer gepraat overtuigen we de madam van het hotel er toch van hen voor een lagere prijs dan wij binnen te laten. Uiteindelijk hebben we pas om zes uur gedoucht en slaat de honger genadeloos toe. Het was niet zo warm vandaag en dat maakt altijd hongeriger dan normaal. Het is weer even zoeken tot we een plek vinden met eten dat ons aanstaat, maar gelukkig is er keuze op zondagavond. Vaak gaat hier, net als in Chili, na de almuerzo alles dicht.
Twee tenten
Het weer is schitterend als we de stad uitrijden, gisteren aan het einde van de dag was het bewolkt en fris, maar nu is de lucht strakblauw en de temperatuur om acht uur al prima. We hebben vandaag ook een kleinere en minder drukke weg dan de dagen hiervoor, prima fietsen dus. Het landschap lijkt aanvankelijk meer op Belgie en Luxemburg dan op Colombia, maar als we eenmaal 600 meter gedaald zijn wordt het droger en verschijnen de eucalipti weer.
Na 30 km stoppen we om ergens een zoete arepa te eten. Arepas zijn maismeelkoeken, gebakken in olie in de pan, een specialitiet van Colombia. Je krijgt ze hier altijd bij de eieren bij het ontbijt, maar we vinden er niet veel aan. Hier in deze streek zijn ze gevuld met verse kaas en iets zoets en wel te verteren. Je moet alles van de streek geprobeerd hebben, vindt Sven, en dat ondanks het feit dat we vanmorgen bij de bakker uitstekend ontbeten hebben.
Arepas Bakken In Sutamarchan
Weer een stukje verder hebben ze de beroemde salamiachtige worst, ook al een specialitiet van deze streek, en ook daar zetten we de fietsen aan de kant en gaan proeven. Sven en Doro eten een portie worst met aardappels, maar wij vinden het daar te vroeg voor. het is half elf. Wel kopen we een pond worst voor het avondeten.
We gaan vandaag namelijk naar Villa de Leiva en daar is een plek om te kamperen, waar je de keuken mag gebruiken. Dat gaan we dus doen, de tent moet ook weer eens aan de lucht komen. Het is nog een poosje fietsen maar net na twaalf uur zijn we in de stad. De camping, bij een hostal, ligt een eindje buiten het dorp, hoger, dus het wordt klauteren over een onverhard weggetje. Plano was het vertelde men ons in de stad. Niet dus. Maar het is een mooie plek, de tenten staan snel en wij onder de koude douche. We moeten nog even terug naar de stad om boodschappen te doen.
Groeten,
Franken Marianne
-----------------------------------------
Dinsdag 22 september, Santana
Onweer
Het regent 's nachts, niet hard, maar op afstand onweert het behoorlijk. Het duurt even voor de rest van het hostel stil is, ze hebben niet door dat wij in de tent liggen en proberen te slapen, maar als Sven gaat vragen of ze wat stiller wilen zijn, is dat geen probleem.
Na het ontbijt en het inpakken rijden we Villa de Leiva uit via een heel mooi weggetje, vrijwel zonder verkeer, maar wel verhard. Weer lijkt het op Belgi en Luxemburg, maar we zitten hier wel een heel eind hoger. Met einge moeite bereiken we de 2500 meter weer. In Arcabuco komen we op een grotere weg, maar ook die is relatief rustig. Door een mooie gorge, quebrada heet dat hier, dalen we een stukje, gaan weer omhoog en dalen dan een flink eind. Het wordt steeds warmer. In Moniquira kopen we wat fruit en vlak erna lunchen we. Het is wel gezellig met zijn vieren op een groot picknickzeil. Brood met eieren, kaas, mango en bananen verdwijnen als sneeuw voor de zon. Het lijkt wel of we meer eten dan wanneer we met zijn tween zijn. Misschien is dat ook wel nodig, want we gaan sneller en verder per dag. Je moet je wat aanpassen aan de jeugd.
Het blijft redelijk rustig, mooi qua uitzicht, we gaan flink wat op en neer, dus we zijn blij als we tegen vier uur, na 85 km, een mooi hotel bij een tankstation zien. Mooie kamers, goeie douche en niet duur. Na het douchen drinken we een pilsje in de hangmatten en begint het weer geweldig te onweren, nu heel dichtbij. De regen valt met bakken uit de hemel. Later eten we in het restaurant en valt de stroom geregeld uit. Het is dan even pikkedonker. Vroeg, om zeven uur al, trekken we ons terug op onze kamers. Morgen hebben we nog zo'n etappe voor de boeg.
De volgende streekspecialiteit
Vroeg op en na een klein ontbijtje zijn we ook vroeg weg. Dat ontbijt doen we nog een keer over in een bakkerij na een uur fietsen. Het is weer schitterend vandaag, groene valleien, een weg die af en toe rustig is en af en toe veel vrachtwagens herbergt, strakblauwe lucht en een beetje wind af en toe. Omdat we met zijn vieren zijn, houden de vrachtwagens redelijk rekening met ons.
Vertrek Uit Hotel Santana
We dalen steeds verder en het wordt warm, steeds warmer. Toch gaan we ook af en en toe omhoog, maar niet zulke lange stukken en niet zo steil als in Ecuador. We stoppen ergens voor een sapje. Ze hebben hier de meest schitterende vruchten die we allemaal proberen. Deze keer drinken we guanabana con leche. Dat zullen we missen als we thuis zijn. Als we bijna in San Gil zijn is er de volgende streekspecialiteit om te proberen.
Lunch Onderweg
We leggen an bij een stalletje onderweg en vragen ernaar. 'Cuatro?', vraagt de man. 'Nee, eentje met zijn vieren', zeggen we, want er zit brandy in en we hebben nog even te gaan. 'Is het koud', vraagt Sven, want we hebben het nog steeds warm. 'No, no', zegt de man lachend. Hij doet brandy, chocoladepoeder en honing in een bekertje en loopt dan weg, de wei in.
Het Is net Chocomel
Hij komt terug met een geit aan een touw, die op een stand voor het kraampje wordt geposteerd. Dan wordt het bekertje verder gevuld met verse geitenmelk, die natuurlijk de temperatuur van de geit heeft en dus warm is. We proeven het allemaal. Het smaakt naar chocolademelk, natuurlijk. Zo heel bijzonder is het nu ook weer niet, maar in het kader van het proeven van de streekspecialiteiten, moesten we het toch proberen.
Vers Van De Geit
Zeven kilometer verder is San Gil, waar we steil omhoog in een straatje een hostel hebben uitgezocht. Maar dat blijkt vol, dus we worden naar een collega verwezen, dichtbij en omlaag gelukkig. We ontmoeten er een aantal mensen die we ook al in Villa de Leiva zagen. Na de douche, en aire libre, doen we boodschappen, koken ons eigen eten in de keuken en drinken er eerst bier, en later wijn bij. Dat is dan wel weer het voordeel van een toeristische plaats, ze hebben er wijn, echte en geen palmwijn zoals we in Garzon te drinken kregen. helemaal niet lekker was dat.
Mercado
Vandaag is mijn verjaardag en na Franks felicitatie, voor het ontbijt krijg ik een taartje met een brandende lucifer erop, die ik snel moet uitblazen. Heel attent van Sven en Doro. Na het ontbijt is er nog een cadeautje: een compilatie van de video's en foto's die Sven onderweg maakte. Het is heel leuk om jezelf fietsend te zien.
We hebben de video die Sven en Doro gemaakt hebben op youtube gezet. Als je op onderstaande link klikt krijg je hem te zien:
http://www.youtube.com/watch?v=72JohiRgMs4
Na het ontbijt gaan we eerst naar het andere hostel om te internetten. Ik krijg veel felicitaties. Daarna gaan we naar de mercado waar we groenten en fruit kopen en een jugo natural drinken op mijn gezondheid. We doen de rest van de boodschappen, eten een broodje bij een bakkerij en gaan dan siesta houden in het hostel. Het is veel te warm om iet anders te doen en we moeten uitrusten vandaag op onze vrije dag.
Proost Met Jugo Naturel
Later eten we weer uitgebreid in ons hostel. Dat is leuker dan ergens gaan eten, want zo krijgen we meer groenten te eten en dat vinden we allemaal lekker. En aardappels in plaats van frieten en rijst, wat ik trouwens altijd al een rare combinatie vind. We drinken er een goed gals wijn bij, uit Argentinie, deze keer. Dan gaan we op tijd naar bed, want vanwege de hitte willen we morgen ook op tijd starten.
Mangoboom
Voor de eigenaar van het hostel in de keuken in de weer gaat met de ontbijten voor de andere gasten, hebben wij onze yoghurt met musli en thee al op en de keuken weer opgeruimd. Dus als hij er is, en de deur van de garage waar onze fietsen staan, open kan, vullen we eerst de waterflessen en rijden dan de stad uit.
Elke dag kopen we een vijf-literzak water, de laatste tijd, en die gaat schoon op tijdens een dag fietsen. Nog afgezien van de jugos naturales en andere dranken die we onderweg nuttigen. En als we ergens aankomen hebben we nog dorst, maar dat lossen we meestal op met bier.
We gaan omhoog, langs een rivier, en het is af en toe redelijk druk op de smalle weg. Om de honderd meter stoppen we, al zijn Doro en Sven dat wat minder gewend. In dat opzicht passen ze zich aan ons aan, in andere opzichten wij weer aan hen. Het gaat heel prima zo.
Het landschap is prachtig, mooi groen, het regent hier niet voor niets af en toe behoorlijk. Gisterenavond ook weer. Boven op de top houden we koffiepauze en dalen dan een klein stukje naar Torota, een dorp met een bakkerij waar we ons karig ontbijtje aanvullen met broodjes met ham, kaas en ananas, en een zoet bladerdeeg ding met papayajm. Dat nemen wij weer van hen over, dat aanleggen bij bakkerijen en er iets nuttigen in plaats van broodjes te kopen en die zelf met jam te smeren.
Arepas De Chocolo
De rest van de afdaling is een flits voorbij. Ik ga soms harder dan ik durf om ze niet in de afdaling ook nog te moeten laten wachten. Gelukkig zijn de wegen in Colombia over het algemeen erg goed, niet alleen qua wegdek, ook de bochten liggen goed, je vliegt er niet uit. Maar hoe Sven hier met een hand aan het stuur en in de andere de camera ons met een geweldige vaart kan inhalen ...
Afdaling Naar Pescadero
Onder bij de rivier aangekomen blijkt er in Pescadero niets te zijn dat op een hospedaje lijkt. Bij navragen is er ook geen op de weg omhoog, ook geen camping of zo. We gaan dan maar naar de rivier en zetten er de tenten op onder een afdak bij een gebouw dat er ongebruikt uitziet. We zitten een poosje in de rivier die wat zanderig is en erg snel stroomt. Zwemmen is er niet bij, maar afkoelen doen we zo wel.
We koken later pasta en het hele dorp, nou ja het hele is wat veel gezegd, maar toch wel een man of tien van de dertig die er wonen, komt langs om te kijken wat we daar doen. Ze gebruiken de mangoboom als alibi. De buurman is voor alle zekerheid zijn hek maar aan het verstevigen, je weet nooit of die malle gringos niet je terrein opkomen. Ondanks de hitte, we zitten hier op 600 meter hoogte, gaan we als het donker is naar bed. Wat moet je anders? En morgen staan we gewoon nog vroeger op dan vandaag.
Aire condicianado
De nacht wordt wat verstoord door mangos die uit de boom op het golfplaten afdak boven onze tenten valllen. Om twintig voor zeven al rijden we de weg op. Weer gaan we omhoog langs een rivier, maar niet zo ver als gisteren. Toch was deze klim te veel om gisteren erbij te nemen, zeker in de hitte. Vanmorgen gaat het beter.
Na een paar kilometer staan er meisjes langs de weg met een of ander soort vruchten die we niet kennen. Dat moeten we uitproberen. Ze heten zapotos, hebben een harde schil, oranje vruchtvlees en zes harde pitten. Veel eetbaars is er niet aan, maar ze smaken wel. Weer een eindje verder is een kraampje waar we een arepa de chocolo nuttigen om ons karige ontbijt aan te vullen. Deze is beter dan die we eerder deze week aten. We krijgen er weer een ander soort vruchten, kleine groene bolletjes met ook een harde pit erin.
Sven Met Zapotos
(En natuurlijk zijn er op weg naar deze top minstens twee mooie campings, waarvan eentje met piscina natural. Dat weten ze kennelijk in Pescadero niet.)
Aldus versterkt halen de we top, waar we wat drinken. Het is net tien uur, we zitten hier op bijna 1300 meter hoogte. We hebben het gehaald voor de grote hitte toeslaat. Dat gebeurt wel op de afdaling naar Bucaramanga, waar onze wegen zullen scheiden. Sven en Doro gaan door naar het noorden, echt de hitte in, en zijn klaar met de Andes.
Maar ze hebben verder op weg naar Alaska nog wel wat te overwinnen. Wij slaan af naar het oosten en hebben nog wat Andestoppen voor de boeg. De stad is groot, heet, druk en stoffig. Als we voor een laatste broodje ten afscheid bij een bakkerij aanleggen, vegen we behalve zweet ook flink wat zwarte troep van onze gezichten. Sven en Doro gaan terug naar de weg en wij fietsen naar een hotel in een wat vriendelijker wijk van de stad, met aire condicianado, want dat was het eerste dat Frank vanmorgen zei, dat hij dat graag wilde vandaag.
Groeten,
Frank en Marianne
----------------------------------------------------------------
Wassen en schilderen
'Wir fahren nach Berlin', was de slogan van de Duitsers tijdens het vorige wereldkampioenschap voetballen. Vandaag is het ook onze slogan. We worden uitgeleide gedaan door de baas van het hotel, die er maar niet over uitgepraat komt hoe ver we gefietst hebben. Hij kan nog niet van huis naar het hotel fietsen of hij is moe, zegt hij.
Het is al goed warm als we om acht uur de stad uitfietsen. Na 150 meter klimmen is er een wasplaats voor auto's waar we stoppen. In Colombia zijn ze erg op hun vrachtwagens gesteld. Er zijn langs elke weg wel plaatsen waar autos gewassen worden. ook hier is het een drukte van belang. We staan er wat te praten met wat mensen.
We halen Berlin namelijk niet in een dag: het is 70 kilometer, dat is nog wel te doen, maar meer dan 2400 meter omhoog en dat is wat veel van het goede. We willen proberen in ieder geval een stuk met een auto te doen. Gisteren hebben we gekeken of er een bus gaat, maar de bussen naar Pamplona en Cucuta vertrekken vanaf de andere kant van de stad en rijden 's nachts. Dat willen wij niet.
Enfin, de mannen bij de wasplaats raden ons aan om hier maar te wachten tot er een truck ons mee wil nemen. Er stoppen er genoeg, maar als we gaan vragen waar ze naar toe gaan, rijden ze de andere kant op, terug naar Bucaramanga. Dan stopt er een klein vrachtwagentje dat wel de goede kant uitgaat. De twee jongens erin willen ons wel meenemen maar de auto moet eerst gewassen worden. Dat duurt een uur, zeggen ze. Ze gaan met een taxi naar de stad en wij praten met de mannen die hier op zondagmorgen in groten getale staan te kijken, of ze werken, ze poetsen of schilderen de autos. Behalve wassen worden ook de velgen en zelfs de banden geschilderd in kleuren die bij de rest van de auto passen. Het merk van de banden wordt mooi wit gemaakt, er worden cirkels in groen of rood, al naar gelang de kleur van de auto op de banden geschilderd.
De Pas Geschilderde banden Van 'Onze'Auto'
'Onze auto' is petrolkleurig en als de wasbeurt klaar is worden de banden geschilderd, twee banden voor zijn van Goodyear, de banden achter van Michelin. De letters worden half in wit, half in petrolkleur geschilderd. We staan wat te praten met de man die het gebeuren hier runt. Hij wil zijn Engels oefenen kennelijk. 'I am a businessman', zegt hij. De jongens, die inmiddels terug zijn uit de stad, zijn zijn vrienden en het is veilig als ze ons meenemen. Ik vraag hem hoe vaak dit was- en schilderproces plaatsvindt. Om de twintig dagen zegt hij. Hij leeft er kennelijk goed van want hij is als een van de weinige mensen hier keurig gekleed.
Al met al staan we er bijna drie uur in de blakende zon voor de auto aanstalten maakt te vertrekken. Dan hijsen we met man en macht de fietsen erin, maken ze met riemen vast aan de zijkant van de auto en gaan zelf tegen de achterkant zitten.
De Fietsen In 'Onze' Auto Naar Berlin
De drie jongens, er is er een bijgekomen, gaan voor in de cabine en we nemen ook nog een van de jongens waar we mee staan te praten mee achterin, kennelijk, want die stapt niet uit als de auto gaat rijden. Wat jongetjes op kleine fietsjes proberen achter de auto te hangen om mee omhoog getrokken te worden. Dat is nog niet zo gemakkelijk en het lijkt me erg gevaarlijk. Lang duurt het ook niet.
De rit naar boven is enerverend. De weg is smal en bochtig, steil ook en het wegdek is niet geweldig. We worden heen en weer geslingerd, de fietsen schuiven wat heen en weer. Bovendien wordt het al gauw ook fris. Truien en later jassen doen we aan als de auto heel even stopt bij de peaje of anderszins. Rijdend kun je niks uit de tassen pakken. Na bijna anderhalf uur en 63 kilometer stoppen we ergens. Eerst hebben we het niet door, maar later blijkt het al Berlin te zijn. We zijn goed geradbraakt, ik heb blauwe billen en we hebben het koud. Dus gaan we nu niet afdalen. We weten van andere fietsers dat er hier en hotel moet zijn, zelfs een met warme douche, dus dat gaan we zoeken. Het kost bijna niets maar is dan ook very basic. Maar zo basic als in Peru is het niet: we krijgen een handdoek met zijn tweeen, twee zeepjes, een hele rol pleepapier en de wc en de douche zijn schoon. De douche is niet warm, maar we wassen ons toch maar. Erg schoon word je niet in de bak van zo'n truck. Waarom ze die zo goed en zo vaak wassen en er vervolgens een stoffige hobbelige weg mee oprijden, zodat alles toch weer onderstoft is ons onduidelijk.
Berlin is een niet zo grote plaats maar er vindt veel negotie plaats. We zijn hier op 3300 meter hoogte. Er worden voornamelijk lenteuitjes verbouwd zo te zien, en elke auto die langskomt neemt wel een dikke bos mee. We lopen later door het dorp, bekijken de eenvoudige kerk, en proberen wat met de jongen te praten die achter in onze vrachtwagen meereed, maar hij praat wat onduidelijk en is erg lastig te verstaan voor ons.
Terug in het hotel, slaat de schrik ons om het hart. Onze kamer heeft een hangslot dat iemand van het hotel openmaakt als we terug zijn. Voor alle zekerheid hingen we er een klein cijferslotje van onszelf aan, nadat we eerst tien keer geprobeerd hebben of dat werkt met de combinatie die we erin geprogrammeerd hebben. Maar als we terug zijn, werkt het niet meer natuurlijk. Gelukkig staan onze fietsen buiten de kamer en heb ik een sterke schroevendraaier in mijn zadeltasje. (Alle andere gereedschap zit in Franks fietstas in de kamer.) Daarmee verbuigen we het slotje simpel zodat het open gaat. Als het toch zo makkelijk opengaat heeft het geen zin om het te gebruiken en is het niet zo erg dat het nu niet meer werkt.
Regen en kou
Onze kamer heeft geen raam en dus worden we pas wakker als de wekker afloopt. Na een kopje thee en een broodje staan we om kwart voor acht buiten in de miezerregen onze spullen op de fiets te pakken. Het is lang geleden dat we met lange broeken, truien en jassen aan fietsten. Het is fris, de dampwolken komen uit onze monden. En twee dagen geleden wisten we ons geen raad van de hitte.
Koude En Miezerige Afdaling Naar Pamplona
We gaan eerst een eind omhoog, tot 3440 meter, over een erg slechte weg, het vervolg van de weg die we gisteren met de vrachtauto deden. We merken het wel dat de lucht weer wat ijler is hier. Gelukkig, voor we aan een afdaling beginnen rijden we Departemento Santander Norte binnen, en daar hebben ze kennelijk wel geld om wegen te onderhouden. Hier gaan we ook een eind omlaag. Een eind later moeten we weer omhoog, veel verder dan we denken. Er moet nog een broodje aan te pas komen om ons weer op bijna 3200 meter hoogte te brengen. In de afdaling zien we Pamplona al liggen, een veel grotere stad dan we verwachten. Zonder moeite vinden we het hotel dat we uitgezocht hadden en staan nog net voor twee uur onder, helaas weer, een koude douche.
Pamplona
Wisselen
'In Venezuela zijn ladrones, in Colombia niet', zegt de man in werkkleding die net op de fiets aankomt. Hij kent Venezuela goed, zegt hij, en de automobilisten rijden er anders dan in Colombia. Ze houden niet zoveel rekening met fietsers. Dat alles wisten we al. Hij vertelt verder nog wat de mooie steden zijn, Merida en Trujillo bijvoorbeeld, en Caracas moeten we toch ook niet helemaal overslaan. Dat laatste waren we wel van plan, maar misschien dat we vanuit een plaats vlakbij het vliegveld met de metro, die erg efficint is, wel naar de stad kunnen gaan. Maar alles hangt af van het tijdstip dat we daar zijn. We hebben nog wat te gaan.
Vandaag is het makkelijk en we halen het hoogste gemiddelde van de hele reis, 22,2 km/h. We gaan dan ook vrijwel alleen maar omlaag. Vooral in het begin, net na Pamplona, gaat het steil omlaag en is de weg slecht. daar is het oppassen geblazen. Later wordt de weg beter.
Fruitstalletje Onderweg
Rechts van ons is de bergwand, waar af en toe een rotsblok vanaf gedonderd is dat de rechterweghelft deels blokkeert, links in het ravijn waar af en toe stukjes van de linkerweghelft in gevallen zijn. Op die stukken mogen de autos slechts een voor een passeren, zeggen de borden. Verder is weg goed en kunnen we dalen zoals we willen en dat is soms met snelheden van meer dan 50 km/h. Deze weg is minder druk dan het laatste stuk van de weg naar Bucaramanga.
We drinken koffie op 1000 meter hoogte in de schaduw van een boom. 10 km voor Cucuta drinken we nog een sapje tegen de enorme dorst in deze hitte. Toch valt het qua hitte mee want het waait knoeperhard, maar ook dat maakt dorstig. Als we de stad binnenrijden geven de borden 35 graden aan, dat hebben we wel erger meegemaakt.
Afdaling Naar Cucuta
In Cucuta staan we al snel voor het hotel, het is nog geen een uur, dat we uitzochten. Na de koude douche gaan we de stad in. We hebben vandaag een boel werk te verrichten. In Venezuela heb je namelijk, net als op Cuba een wonderlijke economie. Als je geld tapt uit en ATM is het leven bijna tweenhalf keer zo duur als wanneer je dollars wisselt op straat. En dat laatste levert dan prijzen op vergelijkbaar met Europa en niet met de rest van Zuid-Amerika. Dat doet dus niemand, geld pinnen. Dat wisten we niet, anders hadden we uit Ecuador wel voldoende dollars meegenomen.
Nu gaat het als volgt: we wisselen dollar traveler cheques (die in Euros lusten ze niet) bij de bank in Colombiaanse pesos, tappen flink wat geld uit de ATM en gaan op zoek naar het Casa de Cambio dat ons de meeste dollars geeft voor die miljoenen pesos. Die actie moeten we morgenochtend nog een keer uitvoeren en dan zullen we de pesos ook deels in bolivares wisselen. Die koers is hier ook niet zo slecht blijkt. Al met al kost dat bijna de hele middag.
Ik heb wel een kopie van mijn paspoort, dat hebben ze bij de bank nodig, maar ook de pagina met de inkomststempel moet gekopieerd ingeleverd worden. En een kopieerapparaat hebben ze natuurlijk niet op de bank, daarvoor moet je naar een van de vele winkels die hier copias aanbieden. Heb je die kopie eenmaal dan sta je weer achteraan in de rij tussen alle gepensioneerden die aan het einde van de maand hun pensioen cash komen ophalen. Is het gewissel eenmaal achter de rug, dan moeten we nog op zoek naar remblokjes. Ik ben aan het laatste paar toe, die kochten we in Bariloche en zijn niet van het hele duurzame soort. Ook de 'Shimano'-blokjes die we nu kopen, vier voor ongeveer een euro (!), zijn vast niet zo duurzaam, maar hopelijk halen we er Caracas mee. Daar hebben we nog precies vier weken voor. Maar omdat de kaart van Venezuela erg onbetrouwbaar is, hebben we geen idee hoever het nog is.
Wat de prijsvraag, of beter gezegd de uitslag daarvan betreft, kunnen we jullie vast vertellen dat we de laagste 5 van de in totaal 26 inzendingen al gepasseerd zijn. De laagste zelfs al met meer dan 1000 km! We vertellen natuurlijk niet hoe ver we nu al zijn. We houden de spanning er wel in natuurlijk.
Morgen verliezen we minstens een uur, misschien wel anderhalf (het is niet duidelijk, in de boekjes staat dat Venezuela een uur voorloopt op Colombia, maar die gekke Chavez heeft er nog een half uur bijgedaan een poosje geleden) en komen we behalve in afstand ook in tijd weer wat dichter bij jullie. We fietsen nu nog voornamelijk naar het oosten, en een beetje naar het noorden, namelijk.
Groeten,
Frank en Marianne
------------------------------------------------
Onverwacht
We zijn vroeg op, maar ook de hele stad is al actief. Eerst gaan we nog geld tappen en wisselen. De man van het wisselkantoortje steekt zijn duim omhoog als we er aankomen. We zijn kennelijk goeie klanten. Ik ga ook nog even naar een ander hotel om onze vliegtickets uit te printen. Het South American Handbook doet namelijk wat moeilijk over het binnenkomen van Venezuela. Je hebt een visum of een toeristenkaart nodig.
Een visum hebben we als Nederlanders niet nodig vinden we op internet, maar hoe dat met die toeristenkaart zit, waarvoor je twee pasfotos nodig hebt die identiek moeten zijn aan die in je paspoort, weten we niet. Bovendien moet je een verklaring van je baas hebben en kunnen laten zien dat je het land weer gaat verlaten. Wat een gedoe allemaal. Maar volgens de fietsers die Venezuela bnnenkwamen en die we volgen via internet (Ariel en de twee Brazilianen en Jeff Kruijs) is het erg gemakkelijk en kost het minder tijd dan de andere grenzen. We zullen zien.
Het is al goed heet als we tegen tien uur eindelijk de stad uitrijden. Meteen gaan we omhoog en behalve de helling overwinnen, moeten we ook de harde wind trotseren. Voor we tien kilometer gefietst hebben, zitten we al aan een tafel een 1,5-literfles Postobon (de plaatselijke frisdrank) soldaat te maken. Dat is vanwege de dorst, maar ook om de laatste pesos op te maken. De weg is druk. Er rijden ook veel auto's uit Venezuela, soms zijn dat grote Amerikaanse sleen van een hele tijd geleden. Het lijkt Cuba wel.
Bij de grens valt het erg mee met alle formaliteiten. Hoewel de Colombiaanse madam wat onvriendelijk doet tegen mij, krijg ik toch een stempel en mag het land uit. Venezuela in is geen probleem. We vullen een kaartje in, vertellen daarop dat we van plan zijn 1000 dollar uit te geven, en mogen zonder gedoe, zonder ticket of gele-koortsinenting te laten zien, zonder inlevering van twee pasfoto's het land in.
We drinken eerst ergens een beker sap, maar dat is niet zo goed als in Colombia of de landen hiervoor. Een soort ranja is het. Daarna gaan we San Antonio uit. Het is nog te vroeg om te stoppen. Het tijdverschil met Colombia is maar een half uur. Gekke man toch die Chavez, als het anderhalf uur was geweest had ik het nog gesnapt want dat levert meer avondlicht op. San Christobal ligt op 830 meter hoogte en 40 km verder. Misschien halen we dat nog wel.
Wat opvalt is dat er hier veel minder mensen met indiaanse trekken zijn. Bijna iedereen lijkt van Europese komaf. Er wordt langs de weg geen frisdrank verkocht maar olie, overal kraampjes waar de vele blikken en flessen olie uitgestald staan. Artesanalia hebben ze ook althans volgens de borden, maar ben je er, dan verkopen ze alleen levensgrote pluchen beesten.
Meteen gaan we omhoog op een drukke weg zonder vluchtstrook. Het wegdek is ook aanmerkelijk slechter dan in Colombia. Al met al wordt het een moeizame klim, steil en niet aangenaam. Het einge lichtpuntje,of beter gezegd de enige twee lichtpuntjes, zijn de twee flesjes ijskoud water die we van iemand langs de weg krijgen.
We zijn blij als we eindelijk boven zijn en dat is, geheel onverwacht, op 1440 meter hoogte. Van de andere stukken die we fietsten, tot Bucaramanga hadden we altijd hoogteprofielen door andere fietsers met GPS opgenomen en op internet gezet, maar van dit stuk vinden we ze niet. We nemen het zelf op en zullen het later op internet zetten.
We gaan wat op en neer, na de col, en bereiken laat in de middag Capacho waar we het genoeg vinden voor vandaag. Er is een eenvoudig hotel, basic kamer en douche, en ongevraagd krijgen we zomaar 25% korting. Het hele dorp zit zonder stroom, dus is het wat lastig om later terug te lopen en een restaurant te zoeken. We eindigen in een pizzeria en eten er de beste pizza sinds Argentinië, drinken er lekker bier bij en krijgen hier ook al ongevraagd korting. Zouden ze denken dat we heel arm zijn?