HOME

Frank en Marianne
November 2008


---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
vr 10/31/2008 10:06

Bericht uit Geldrop

In 1893 vertrok Fridtjof Nansen, de Noorse poolreiziger met zijn schip, de Fram, naar het noorden. De Fram liet hij met opzet boven Siberie in het ijs invriezen. Zo wilde hij aantonen dat het ijs beweegt richting Groenland. Na anderhalf jaar was dat bewezen en liet hij de Fram met het grootste deel van de bemanning in het ijs achter. Nansen liep met een van de bemanningsleden over het ijs, deed onderweg onderzoek en kwam anderhalf jaar later aan op Spitsbergen. Zwartgeblakerd van de zeehondenblubber die ze in hun iglo's stookten om het warm te krijgen, maar gezond en zelfs zwaarder dan toen ze weggingen. Hij schrijft erover in zijn boek, Farthest North, een van onze favoriete reisboeken. Zijn grootste zorg was dat de Fram eerder een haven zou bereiken dan hij. Zijn familie zou doodongerust zijn.

In onze tijd is zo'n verhaal bijna onvoorstelbaar. Met e-mail, (internet-)telefoon en sms is het niet meer zo lastig om ook op lange reizen geregeld in contact te blijven met het thuisfront. Dat zullen wij dan ook zeker doen. We gaan naar het zuiden, naar The uttermost part of the World -een ander favoriet boek van ons over Vuurland van Lucas Bridges- en reizen noordwaarts, niet zover en niet zo lang, en hopelijk ook niet onder zulke barre omstandigheden, maar we hopen net als Nansen gezond, niet mager maar niet zwartgeblakerd terug te komen.

Dank voor al jullie goede wensen, telefoontjes, kaarten en bezoekjes. We zullen jullie op de hoogte houden via e-mails.

Groet, Frank en Marianne PS voor wie de link naar onze route nog niet heeft zie: deze link ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
zo 11/2/2008 19:27

Bericht uit Ushuaia

Ushuaia is heel wat groter geworden sinds dertien jaar geleden. Sylvia, de B&B-mevrouw, zegt dat mensen er illegaal huizen bouwen tegen de berg en dat dat gevaarlijk is want als ze naar beneden komen, nemen ze de rest van de stad mee de straat van Magelhaen in. Veel US-toeristen ook, die waren er toen niet. Hier vertrekken de cruiseschepen naar Antarctica.

Zo het moeilijkste hebben we gehad en het ging allemaal goed. Ernst enMargje verrasten ons door ons te komen uitzwaaien om vier uur zaterdagmoregn op Schiphol. Enige minpuntje was dat we voor de fietsen bij Lufthansa twee keer zo veel moesten betalen als afgesproken, maar daar stond tegenover dat ze wel in Buenos Aires aankwamen. Misschien lag het wel aan het feit dat Frank de Lufthansa-mevrouw bij het inchecken ertoe verleidde om 'priority-lables' aan onze bagage te hangen. Eigenlijk mocht ze dat niet doen ...

In Buenos Aires stond een chauffeur met een kaartje Van ver Berg, en die bracht ons naar het hotel, dat precies zo aangenaam was als we op grond van de informatie op internet gehoopt hadden. We hebben er nog een pilsje gedronken en toen geslapen tot men ons wakker belde en dat is maar gord ook want er was verwarring over de lokale tijd. We dachten allebei dat het een uur vroeger was dan het in werkelijkheid was. Zomertijd natuurlijk. Na het ontbijt werden we weer opgehaald door een chauffeur die ons naar het lokale vliegveld bracht. Hij vroeg nog of we tevreden waren met onze prinses. Ja, natuurlijk. Ze vijzelt de prins wat op, zei de man nog. Dat had hij misschien wel goed gezien op die afstand. We hebben nog nooit zo snal ingecheckt als naar Ushuaia, vijf minuten en in die tijd zijn de fietsen ook nog gewogen ook. Hier hoefden we niets te betalen. De vlucht ging snel en in Ushuaia was het ineens maar drie graden. In BA was het nog 26. Dat is even wennen. Na het opbouwen en oppakken van de fietsen regende het, het sneeuwde zelfs nat en dus gingen we eerst maar koffie drinken. We hebben de tijd tenslotte. Toh met regenbroek aan naar onze B&B gefietst, waar we nu gedoucht en wel zitten bij te komen. Morgen blijven we hier een dag, boodschappen doen en zo, en dinsdag fietsen we naar het Nationale Park Tierra del Feugo. Dan begint het echt.

Tot zover, groeten Marianne en Frank
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
di 11/11/2008 23:18

Bericht uit Punta Arenas

De rustdag in Rio Grande is om voor we het door hebben. Internetverbinding maken kost moeite, die bij het tankstation werkt niet. in de bar bij Hotel Atlantide wel. Boodschappen doen kost ook moeite we staan een uur in de rij bij de kassa. s Avonds eten we lam, erg lekker, bij dezelfde tent als gisteren.

Zondagmorgen proberen we weg te komen. Ik heb gisteren het hotel in San Sebastian, waar 13 jr geleden geen plek was, gereserveerd. Maar helaas, erg ver komen we niet. Na twee km tegen de wind ingeploeterd te hebben, kapituleren we. Dit is gekkenwerk. We rijden naar het busstation en reserveren de bus naar Punta Arenas voor morgen. We gaan naar het hotel dat we oorspronkelijk in gedachten hadden, maar dat we vrijdag niet konden vinden. Prima hotel, beetje basic, maar wel met wifi en dus proberen we te skypen. Dat lukt met Niels, met mijn vader blijft het eenrichtingsverkeer: wij horen hen wel, zij ons niet, maar ze zien ons wel. Later spreken we Anneke en Mathijs ook nog even.

Maandag op tijd op om ons in het gewoel bij het busstation te mengen. Dat is altijd wat gedoe om met alle spullen in de bus terecht te komen, maar het lukt. De fietse gaan als laatste rechtopstaand op hun achterlicht (als dat er nog geweest was, maar dat is allang eerder gesneuveld in een vliegtuig) en dan gaat de dur dicht. Onderweg zien we flamingos, guanacos en nandu's (een soort lama s en struisvogels). eerder zagen we al een rode vos, sneeuwganzen en een soort kleine roofvogels die ik niet hrkende. Het noorden van Vuurland n het stuk Patagonie waar we met d bus doorheen gaan heeft nauwelijks vegettie. Wel zie ik ergens langs de weg van die plakatene met kleine roze blometjes di we op Ijsland ook zagen.

In Punta Arenas lopen we samen met Tobis, een oostenrijker die we in Rio Grande in het hotele tegenkwmen en die ook met de bus mee was naar een hostal. Dta is vol en verwjst ons naar een Senora dichtbij waar wij wel (tobias niet) een kamer nemen. Het waait ook hier nog steds erg hard. We loen de stad in, herkennen er een en nader van 13 jr gelden, maar veel ook niet.

Dinsdagmorgen verlaten we Senora Silda die dat maar niets vindt, want het waait veel te hard. Wat ze niet weet is dat we nog niet vertrekken uit Punta Arenas maar naar een ander hostal gaan, El conventillo. Daar kunnen we pas om 12 uur terecht. We lopen de stad in op zoek naar een Turismo die ons iets kan vertellen over de overnachtingsmogelijkheden tuseen Punta Arensa en Puerto Natales. Erg veel wijzer worden we niet. Op de plaza raken we met twee Ausraliers verzeild in een demonstratie van ambtenaren die 14,5% meer loon willen. s Middags regent het, wat gunstig is want dan neemt de wind af, maar die tijd brengen we door in een museum, waar allerlei interesssants over de oorspronkelijke bewoners en de ontwikkeling van dit stuk Patagonie te zien is. Morgen waait het, althans volgens de meteorologen van Weather Channel beduidend minder. dan gaan proberen om in vier dagen Puerto Natales te bereiken, per fiets, want daar kwamen we tenslotte voor.

Groeten van Frank en Marianne (het volgende bericht zal pas vanuit Puerto Natales komen, zondag of later)

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
di 11/11/2008 23:18

Bericht uit Punta Natales

Vanaf 12 nov

En pura pampa, zegt de man bij de cafeteria in Villa Tehuelches als ik uitleg waar we overnacht hebben, In de tent, zeg ik, maar dat is niet waar. We hebben de oude Canadese schoolbus opengebroken, die dienst doet als schafthokje van minstens een sudoku-invullende wegwerker.


Toen we vertrokken uit Punta Arenas dinsdagmorgen was het droog, bewolkt en het waaide niet al te hard. gunstig weer dus.

Het hotel Cabeza del Mar was afgebrand, het servi centro dicht en dus reden we door richting Villa Tehuelches, maar haalden dat dus niet. Het waaide en regende inmiddels veel te hard. Om de wegwerkers voor te zijn, er stonden een aantal verbodsborden dat je de bus niet in mocht, staan we vroeg op en fietsen met moeite tegen de wind in naar Villa T. Daar drinken we koffie en kopen er bier en een blikje groente. Meer is er niet te krijgen.

Dan maakt de weg een bocht en hebben de wind iets minder tegen, schuin van achteren zelfs. Dat schiet op richting Rio Penitente, de stopplaats van donderdag, maar helaas, de hosteria gaat morgen pas open. We praten de bewaker om en mogen de tent opzetten in de tuin. Er is een kraantje, dus we redden ons wel weer.

Vrijdag is het gunstig weer, dat wil zeggen dat het regent en dat is gunstig omdat het dan niet zo hard waait. Het is vier graden, maar koud hebben we het vannacht niet gehad in de tent. We breken de tent op, p akken alles enigszins nat in en rijden al voor kwart voor acht de weg op. Om de vijf kilometer staat er hier een zeer aangenaam bushokje, en dat terwijl we nooit een bus zien stoppen, maar ze zijn handig om even de muts af te doen, de handschoenen uit en even zitten.


Het landschap verandert, er zijn weer bomen te zien en in plaats van over een vlakte te fietsen, gaan we heuvel op, heuvel af. We rijden door tot Hotel Rubens, na ongeveer 50 km, dat gelukkig wel open is. We zijn er al om 12 uur, douchen eerst, drinken een pilsje en een glaasje wijn en eten een sandwich om even helemaal bij te komen. Erg veel te eten hadden we niet meer vandaag, elk een half broodje en wat crackers. Het is even wennen aan de temperaturen waarbij je veel meer moet eten dan normaal. We drogen de tent in de zon en hebben daarbij gezelschap van een paar vriendelijke honden.

Zaterdag staan we op tijd op en na een zeer uitvoerig ontbijt fietsen we verder naar Puerto Natales. Het is droog, half bewolkt en dus waait het behoorlijk. Het landschap is veel gevarieerder dan in de buurt van Punta Arenas, vooral omdat er meer bomen zijn, die af en toe de wind wat weghouden. We drinken een kopje thee achter het hek van een complejo turistico, waar we 13jr geleden ook schuilden niet voor de wind maar voor de sneeuw, en dat terwijl het toen, half januari, midden zomer was. Tegen de wind in, kop over kop (voor de niet ingewijden een wielerterm die inhoudt dat je om de beurt de ander uit de wind houdt), bereiken we Puerto Natales, waar het duidelijk minder koud is en minder waait, omdat het enigszins beschut aan een zeearm ligt. We nemen er onze intrek in een aangenaam hostal (met internet en was machine, hetgeen hard nodig is).


Maandag gaan we met een bus een dag naar Torres del Paine, het nationaal park 150 km ten noorden van hier. Maandag is het weer het beste daarvoor, zien we op internet. Morgen boodschappen doen en de stad verkennen.

Groeten van Marianne en Frank

(volgende bericht of maandagavond na het bezoek aan Torres del Paine of pas uit Clafate, ergens volgend weekend)

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
ma 11/17/2008 23:32

Bericht uit Punta Natales

Vanaf 16 nov

Zondag is een rustdag. Na een laat ontbijt en wat gelummel lopen we naar de haven ... en wat zien we bij de pier ... j e gelloft het niet: De fram uit Narvik. Het is weliswar niet die van Nansen, maar een modern passagiersschip, maar toch. Toeval bestaat niet.

... en er kwamen 120 patriotten, uitgeput door de strijd die ze in Rancagua gevoerd hadden, met aan het hoofd Bernardo O'Higgins, aan op het landgoed van Santa Rita waar dona Paula Jaraquemada, de eigenaresse, ze verstopte in een bodega. In die nacht van 2 oktober 1814 verscgool de vrijheid xzch op het landgoed Santa Rita, in dezelfde bodega waar vandaag de dag de beste driuven rijpen die body, bouquet, geur en smaak geven aan de wijn die u nu in handen heeft.

En dat staat dan op de goedkoopste wijn die hier te krijgen is en die uitstekend smaakt. Het leven is goed hier, we genieten volop. Bernardo O' Higgins is een vrijheidsstrijder, wiens standbeeld in geen enkele plaats van enige importantie ontbreekt, en als dat al zo mocht zijn, is er minstens een straat naar hem genoemd. Zo ook hier in Puerto Natales, waar het vandaag zo goed weer is dat iedereeen ineens met een ijsje over straat loopt. Wij niet, wij dronken dus Santa Rita bij de zondagse lunch op deze rustdag.

Zes jaar geleden lag ik op een Argentijnse hoogvlakte een hele nacht door een spleetje van de tent naar buiten te gluren, want daar zou hij te zien zijn. De mensen in het dorp 75 km eerder vonden dat we het niet moesten doen, daar kamperen, maar keuze hadden we toen ook niet echt. Toen zag ik hem niet ... maar vandaag, midden op de dag, wat al niet kan eigenlijk, zagen we hem wel vanuit het busje waarmee we naar Torres del Paine uitstapten ... een PUMA, normal een nachtdier. Althans Frank zag hem, riep een pum, en de chauffeur reed achteruit en toen zagen wij hem ook. Frank kreeg hem nog goed in beeld ook. Het was geweldig, het PN, elke peso die het kostte waard.


We zagen hele kuddes guanacos, nandus, zagen de uitgestorven mylodon, althans zijn standbeeld en een stukje namaakhaar (dit ter info voor de Bruce Chatwin lezers).


We zagen de ijsbergen in het Lago Grey, maar konden er niet bij om een eeuwenoud stukje ijs voor de whisky te hebben, Veel gezien, dus ook veel in de auto gezeten en dat blijkt net zo vermoeiend als fietsen. Het weer wqs geweldig vandaag, onbewolkt en warm, broekspijpen opgestroopt, jas en trui uit. Niet te vergelijken met vorige week.


Mylodon

Morgen fietsen we een deel van de weg die we vandaag met de auto deden en gaan naar Cerro Castillo, daar de grens over en over de ruta 40, deels onverhrd naar El Calafate, waar we einde van de week hopen aan te komen. Dan horen jullie meer.

Maar of dat lukt ... we horen net van de Hostalmevrouw dat er nog steeds gestaakt wordt en dat we het land niet uit kunnen. Ook de douane staakt. We zien wel weer, oplossingen moet je zoeken als de problemen zich echt voordoen, niet van te voren, dan heb je het er veel te druk mee.

Groeten, Frank en Marianne

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
za 11/22/2008 11:44

bericht uit El Calafate

Vanaf 18 nov

Vandaag ontmoeten we een tweetal andere fietsers: een Amerikaanse die al zes jaar onderweg is en al 150.000 km gefietst heeft en een Canadees met Nederlandse ouders, die tweeenhalf jaar onderweg is en 48.000 km aflegde. met beiden staan we een poosje te praten. Het weer is goed, droog, bewolkt, maar met weinig wnd. de weg is grotendeels verhard. In Cerro Castillo eindigen we in een (te duur) hosteria, maar het is er aangenaam vertoeven. De komende dagen zullen we moeten kamperen, want tot Calafate is er niet veel. Maar met de goede raad van vooral de Amerikaanse (over ondergrondse shelters als de wind te hard is) komen we er wel.

Woensdagavond komen we tot Tapi Ake, dat niet veel meer is dan een service station. We drinken er een lier perensap en de man van het winkeltje vertelt ons dat we tussen de bomen aan de overkant van de rivier kunnen kamperen. Dat doen we en al snelkomen er nog twee fietsers van de andere kant aan, Jenny an Chris uit Vancouver. We drinken thee met ze en eten samen bij de tent. Leuke enthousiaste lui, die ons van alles kunnen vertellen over de route die nog komt. 65 km onverharde weg tot we weer op de verharde weg uit komen.

Die 65 km blijken niet echt gemakkelijk de volgende morgen, maar te doen. Nothing you cant handle, zei Jef de Ned. Canadees gisteren en dat klopt. Om vier uur zijn we bij de volgende kruising maar een plek om te kamperen op de bouwplaats, de enige plek met gebouwen waar je uit de wind kan staan, is niet te vinden. We drinken eerst thee bij de beheerder van het wegwerkerskamp maar Frank krijgt later van de jongens die aan een nieuw groot gebouw werken gedaan dat we binnen mogen overnachten. dat geluk hebben we dan weer.

De volgende dag fietsen we tegen de wind in, de hele dag en bijna honderd km lang. Het weer is wat minder dan de twee dagen hiervooor. Vooralkouder en dus blijven lange broek en jas aan. Eenmaal in Calafate dat we tegen vijven bereiken door om de vier km van kop af te gaan en om de drie a vier shifts te pauzeren, rijden we naar het centrum maar al gauw wer terug, want het is er overal druk. Vreemd eigenlijk, honderdan kilometers is er helemaal niets en dan ineens zit je midden n een moderne drukke stad. Veel toeristen hier. We kiezen op goed geluk een hostel, en als we de fietsen opbergen zien we de fietsen van Eric en Carla staan. Dat is toevallig, niet gepland komen we op dezelfde plek uit. We ontmoeten ze later en drinken en eten later samen heel gezellig. Morgen gaan we gevieren met een auto naar de Perioto Moreno-gletsjer. we fietsten er 13 jr gelden naar toe, wilden dat nu niet weer doen, maar het is wel de moeite waard en met een auto goed te doen.

Onze volgende stop zal zijn El Chalten waar we hopelijk dinsdagavond aankomen.

Groet, Frank en Marianne

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
di 11/25/2008 18:56

bericht uit El Chalten

Vanaf 22 nov

De uitstap naar Perito Moreno is prachtig. Het weer is niet echt geweldig, het miezert wat en het waait maar de gletsjer is even indrukwekkend als toen. Eric en vooral Carla zijn er erg van onder de indruk. We eten een broodje bij de camping, die nu geen camping meer is, waar we destjds twee keer kampeerden. De weg naar de gletsjer is nu helemaal verhard, toen niet, en we krijgen steeds meer respect voor onszelf, dat we dat toen allemaal fietsten. s Avonds eten we weer gezelllg gevieren.

Zondag op tijd op. Na het ontbijt kopen we nog broodjes bij de supermarkt en rijden dan met zijn vieren tot de kruising. Daar scheiden onze wegen, Wij nemen de ruta 40 al norte, Carla en Eric al sur. Maar eerst worden we nog geinterviewd over onze reis. Eric maakt namelijk een documentaire over hun reis in Patagonie. Hij sjouwt een professionele HD-camera en een statief mee op de fiets. Leuk idee maar wel veel sjouwen lijkt me.



Vanaf de kruising hebben we wind opzij, maar het valt mee. De uitzichten zijn prachtig. Dit stuk weg is leuker omdat er meer heuvels zijn en we min of meer de rivier de Leona volgen. Af en toe zijn de besneeuwde bergen boven een erg blauw Lago Argentino. de weg is bijna helemaal verhard alleen het laatste stuk niet. We stoppen vandaag bij Luz Divina, het goddelijk licht, een kleine parador waar je mag kamperen. We drinken en eten er maar, het ijn zulke aardige mensen en veel klandizie hebben ze niet zo te zien.

Er lopen zes lammetjes rond een van de huizen van Estancia Santa Margarita. De moeders hebben hen verlaten, zegt Sandra, die ze met de fles opvoedt. Ze blijven kleiner dan hun soortgenoten die wel bij hun moeder opgroeien. Sandras zoon heeft ons weliswaar een plek gewezen waar we kunnen kamperen, maar als de patron er is, kunnen zij het niet beslissen en dus heeft ze de partron opgeroepen per radio. Hij is er zo. We lopen nar de plek waar ze de koeien uitladen en Martin, el patron zegt dat de plek die el chico ons wees prima is. Mooi, staan we weer uit de wind, min of meer althans en genieten van we zelf meebracht bier, rijst met prei en tonijn en wijn. De zon schijnt, de wind was minder erg dan gedacht vandaag, we fietsten toch on 45 km pal naar het westen, maar het ging. . De lammetjs komen nog even langs en wij gaan naar bed. Morgen, dinsdag rijden we door naar El Chalten, hoe vroeger hoe beter, want dan is er mnder wind,


Fitzroy

Vroeg op en vroeg weg en inderdaad de eerste 30 km halen we een gmeiddelse van 17 km/h, maar na de koffie die we bij Rio Barrancas drinken, waait het stevig en gaan we bovendien flink omhoog. Het tempo zakt tot 6 km/h. El Chalten is een echt bergbeklimmersdorp dat we al voor 12 uur bereiken. De hostel heeft een kamer voor ons. We zij ook wel aan douche. Eerst lopen we het dorp in, uitzoeken hoe we verder moeten en of we de paarden, die een deel van het traject van de komende dagen onze bagage zulen dragen, ook vanuit Argentinie kunnen bespreken. We hebben een tel.no. om te bellen. We gaan namelijk moregn naar het Lago Desierto, steken dat over per boot, lopen dan 5 km tot de Arg, grens en dan nog 5 tot waar de boot naar Villa O Higgins vertrekt. Voor dat laatste stuk willen we Chileense paarden huren.

Groeten, Frank en Marianne

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
zo 11/30/2008 14:12

bericht uit Villa O Higgins

Vanaf 26 nov

In 1965 steken Chileense carabinieros de grens over en hijsen de Chileense vlag bij het Lago Desierto. Dat vond de Argentijnse gendarmeria maar niks en er ontstaond een strijd waarbij de Chileense commandant gedood werd. Die is nu een held van het land van de twintigste eeuw maar hij heeft er natuurlijk niets meer aan. Die strijd was er de oorzaak van dat Chili meer aanweigheid wilde in dat gebied en toen werd Vila O Higgins gesticht. Er staat een monument langs de weg naar het Lago Desierto in Argentinie met de mededeling dat het eigenlijk van de gekke is dat twee buren zo met elkar omgaan en dat dat niet meer mag voorkomen. Sinds kort is het zelfs zo dat je hier weer de grens over mag, gelukig voor ons want, anders kun je, en dat was het hele idee, niet in Villa O Higgins, waar de camino austral eindigt, beginnen. 13jr geleden konden we niet de hele camino austral fietsen, dus zouden we teruggaan en nu is het bijna zover.

Woensdag was het een mooie route. We konden niet vroeg weg want de paardenman zou pas om negen uur bereikbaar zijn. Maar toen dat geregeld was, zaterdag om 12 uur haalt hij ons op, gingen we op weg. Het waait hard het eerst stuk, we bekijken een waterval, krijgen nog een stuk harde tegenwind, maar zijn dan langzamerhand zover in de bergen en tussen de bomen dat het mee valt. De weg wordt ook steeds beter, steeds minder losse sten, en de uitzichten op gletsjers en besneeuwde bergen steeds mooier. We eindigen bij de zuidpunt van het Lago Desierto, kamperen er en kopen een kaartje voor de boot van morgen.

Het is warm, erg warm. Naast het fornuis zit een oude man. Zijn vrouw zit aan de andere kant. En wij zitten achter een dampend bord spaghetti bereid door Ricardos broer, en daar zijn we dan echt aan toe, vrijdagavond.

Donderdagmorgen regent het, we zien niet veel tijdens de overtocht over het Lago Desierto. We zijn de enigen die aan de overkant blijven. De rest van de toeristen loopt er een half uurtje rond en vaart weer mee terug. Wij gaan naar de gendarmeria en laten ons paspoort heel degelijk en secuur stempelen. De jongen neemt er de tijd voor, hij heeft dan ook niet veel te doen. We beginnen aan een barre tocht. Het regent af en toe een beetje, maar vooral de weg of wat daar voor door moet gaan, meer dan een klein bospaadje


is het niet, maakt het lastig. We gaan omhoog, zo steil dat lopen met de fiets niet meer kan en we de hele afstand drie keer afleggen, eerst samen een fiets omhoog duwen, dan teruglopen en de andere fiets ophalen. Zo sjouwen we de hele middag door tot we, het is bijna acht uur, gewoon niet meer kunnen. Midden in het bos, vochtig en wel en met muggen op de koop toe zetten we de tent op. Als we stoppen komen er ineens twee wandelaars langs en wie schetst onze verbazing als een van die twee Tobias blijkt te zijn, de Oostenrijker die we in Rio Grande en later in Cerro Castillo tegenkwamen. Na een snelle maaltijd vallen we in een diepe slaap.

Vrijdagmorgen de rest van het gezeul en getrek. Soms moeten we over stroompjes en brengen eerst tas voor tas over en h alen dan de fietsen op. dan leggen we de afstand wel negen keer af.


Over omgevallen boomstammen, door diepe modderplassen, maar we komen boven, vies en wel. Bij de grens eten we een broodje en zien dat de Chileense weg een heel stuk beter is. En hier hadden we die paarden voor besteld... Het lijkt ineens overdreven. We lopen door, het is nog geen twee uur. Om drie uur staan we ineens voor een hindernis die we nog niet eerder meemaakten, een wildstromend rivier met een halve brug erover. Terwijl we staan te delibreren, komen er vier Argentijnse wandelaars aan die ons moed inspreken. We halen het wel, het is nog drie uur lopen. Maar eerst moeten we nog die rivier over. Weer tas voor tas half door het wter half over boomstammen en met de fiets helemaal door het water bereiken we na een uur worstelen de overkant. Onze voeten zijn ijsklompen.


Maar dan kunnen we ineens een heel stuk fietsen zelfs. Het laatst stuk omlaag is weer te steil en dat lopen we. Net na de vier Argentijnen bereiken we de douane en krijgen onze Chilleense stempel. Nog 1 km tot de boerderij van de paardenman, Ricardo. Daar kunnen we kamperen en worden we hartelijk ontvangen met een kopje thee en later dus een bord dampende spaghetti. Daar waren we wel aan toe. net als aan de warme douche. Maar het is gelukt, in anderhalve dag en zonder paarden!

Zaterdag hebben we een rustdag. We nemen er ons gemak van. De boot vertrekt pas om half zes, maar als wij keurig op tijd daar staan, moeten we nog een uur wachten op een groep Duitsers die verdwaald was. Tja. Na drie uur komen we in villa O Higgins aan, en een man met een vrachtautotje brengt ons de laatste acht km naar het dorp. Het is te donker om te fietsen. Hij zet ons af bij zijn eigen hospedaje natuurlijk, en daar verblijven we nu. Samen met Tobias, Edgar (een Spanjaard) en Sara (een Australisch meisje) eten we in het enige restaurant dat dan nog open is. We liggen pas om 12 uur in bed.

Groeten van Frank en Marianne (we hopen zo tegen volgens weekend in Cochrane te zijn en daarvan daan een volgens bericht te kunnen sturen0