HOME

Frank en Marianne
Mei 2009

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Vrijdag 1 mei, La Paz

We worden gewekt door enorm geknal, het lijkt Potosi wel. Het is 1 mei vandaag, de dag van de arbeid, en dus wordt er niet veel gewerkt. Als we na het ontbijt, dat ook Frank weer lust, dus het gaat beter, de stad inlopen komen we bij de traditionele optochten uit. Allerlei groepen arbeiders lopen achter hun vaandel mee in de optocht. Af en toe loopt er iemand die een pijp omhooghoudt waar een enorme knal uitkomt.

Dag Van De Arbeid La Paz

Het zijn voornamelijk vrouwen die meelopen in de optocht, hele groepen met dezelfde bruine omslagdoek, de al dan niet gelaagde rokken aan en bolhoedjes op. Dat zijn de Cholita's, de vrouwen van La Paz. Over hun kleding is van alles interessants te vertellen.

Allereerst de rokken, wijde gerimpelde gevallen. Niet alle cholita's mogen zo'n rok in laagjes aan, dat mag alleen als ze getrouwd zijn en een zekere status bereikt hebben. Als ze niet getrouwd zijn hebben ze bovendien geen vilten hoed, maar een strooien of katoenen hoed op. Hoe ze aan die bolhoeden komen is ook een mooi verhaal. In 1920 was er een Italiaanse importeur die bolhoeden en gleufhoeden importeerde, maar de mannen in La Paz wilden er niet aan. Toen bedacht de Italiaan dat die hoeden goed voor de vruchtbaarhied zouden zijn, maar de mannen wilden ze nog steeds niet. De vrouwen daarentegen wel. Vandaar.

Blik Op La Paz

Groeten,

Frank en Marianne

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Zaterdag 2 mei, Hauatajata

Links van ons schijnt de zon nog op besneeuwde bergtoppen, recht vooruit en rechts is het Titicacameer zichtbaar, het hoogst bevaarbare meer ter wereld. Het heeft me mijn hele leven geintrigeerd, net als Patagonia, en nu zijn we er. We genieten van het uitzicht.

Om half tien vanochtend verlieten we het hotel In La Paz. We gaan niet eerst omlaag naar de San Franciscokerk en dito plein, maar blijven zoveel mogeljk op hoogte. Stijgen moeten we nog genoeg, we moeten het gat waar La Paz in ligt ook weer uit langs dezelfde weg als we kwamen. In hapjes van 50 meter stijgen lukt ons dat en om precies 12 uur zijn we boven op 4100 meter hoogte in El Alto. Het is gelukkig niet zo'n chaos als afgelopen maandag al is het nog steeds uitijken om niet tussen de verschillende micro's vermorzeld te raken. Als we eenmaal buiten de stad zijn, eten we een broodje op een stoepje bij een tankstation. Uit de wind , want behalve dat het bewolkt is en dus koud, waait het ook nog eens.

 

De jongen van het hotel vanmorgen had gelijk, eenmaal boven is het daarna alleen nog maar dalen, heel langzaam. In het begin hebben we wind mee, later wat tegen. In Huarini waar we het beiden genoeg vinden voor vandaag raken we verzeild in een optocht van vrouwen gekleed in cirkelrokken en zwaaiend met een soort rammelaars draaien op de maat van de muziek voor de fanfare uit. Er zijn ook mannen in schitterende kostuums en met maskers voor. daarachter is de muziek, zoals gebruikelijk op z'n Boliviaans niet helemaal zuiver en niet helemaal in de maat. We kijken het met bewondering aan.

Optocht Huarina

Volgens een meisje van de winkel is verderop alojamiento, maar als we daar op de deur kloppen komt er een stem die zegt dat het ocupado is. Dan rijden we maar door, dat ocupado hangt misschien wel met de optocht en het bijbehorende feest samen. Een dorp verder was volgens de jongen van het hotel vanmorgen wel alojamiento, dus dat risico nemen we dan maar, hoewel het dorp er op de kaart veel kleiner uitziet. En ja hoor, zoals gebruikelijk is de beloning na bijna 80 km weer aanwezig. Om half vijf bereiken we Hotel Titikaka, vier sterren maar liefst, waar we dus een dik uur later, gedoucht en wel, in het restaurant van de zonsondergang en een lekker diner genieten, Lago Titicaca is tot nu toe alles wat ik me ervan voorstelde en ook de weg ernaartoe is aangenaam. Wel wat druk, maar de uitzichten op de bergen, groene hellingen met hier en daar bomen doen de kale puna voor La Paz vergeten.

Cordillera Real Met Huarina Vanuit Hotel Titikaka

In het hotel is een replica van een van de boten van Thor Heijerdal te zien. Volgens het South American Handbook is het Titicacameer nog de enige plaats op de wereld waar ze dit soort rieten boten nog kunnen maken. Ik herinner me echter een boek van Tim Severin, die ook in een rieten boot de Pacific overstak, en diens boot was in Vietnam gemaakt, volgens dat boek toen de enige plek waar die vaardigheid nog aanwezig was. Wat is de waarheid? Het zal er wel vanaf hangen waar je bent.

Replica Boot Heijerdal

Na het eten warmen we op bij de open haard en liggen zoals te doen gebruikelijk, vroeg te bed.

Zondag 3 mei, Copacabana

We zijn niet echt vroeg op, het is tenslotte zondag. Op een of andere manier zijn we hier altijd slaperig, dat zal ook wel met de hoogte samenhangen. Om half tien staan we buiten met de fietsen. De zon schijnt volop en het weer ziet er veel beter uit dan gisteren. Door een reeks dorpjes waar we ook weer mannen en vrouwen op hun zondagse best tegenkomen en af en toe een fanfare klinkt, fietsen we langs het meer met nog steeds uitzicht op de Cordellera Real. We moeten nog even over 4000 meter heen voor we bij de veerpont zijn. De mannen in het hotel verzekerden ons dat het veer zou varen, todo el dia!

Veerboot Met Bus

Het is schitterend als we bij de aanlegplaats aankomen. er is niet een veerpont, nee er zijn er wel vijftig. Allemaal dezelfde, een soort platte boot waar net twee auto's of een bus op kunnen, bemand door een man met een stok om de boot van de kant af te duwen, en voorzien van een kleine buitenboordmotor. De man van de boot die wij kiezen is blij met onze klandizie, twee fietsen dat is extra bij die twee auto's. De boten hebben de meest mooie namen, eentje heeft het zelfs gewaagd om zijn boot de Titanic te noemen. De overtocht duurt een minuut of tien, en het is een wonder dat al die boten niet in elkaars vaarwater zitten.

Aan de overkant kopen we fruit en gaan meteen steil omhoog. Bij de eerste stop eten we een broodje en gaan daarna in hapjes van 50 meter naar boven, soms steil, meestal wat geleidelijk aan. Maar we moeten nog over 4260 meter voor we mogen afdalen naar Copacabana dat weer aan het meer ligt, op een schiereiland dat vanaf de westkant het meer insteekt. Er komen ons allemaal met bloemen versierde auto's tegemoet, veel ook trouwens, dus er zal wel een of andere festiviteit plaatsvinden, ook al gezien de vele optochten en mooi aangeklede mensen die we onderweg tegenkwamen.

In Copacabana is het een drukte van belang, veel mensen op straat, sommigen enigszins aangeschoten. Het eerste hotel van onze keuze heeft een kapotte internetverbinding. Daar hebben we niets aan, dus gaan we maar naar het duurste hotel van de stad. We doen steeds luxer, lijkt het Maar we hebben een mooie kamer en het hotel ziet er goed uit.

3 mei is inderdaad een feestdag waarop kleurrijke optochten gehouden worden, meldt het SAH, maar de reden blijft in het duister. Het blijkt het Fiesta de la Invencion de la Santa Cruz te zijn. Het is feest dat de Spanjaarden meebrachten naar Zuid-Amerika en iets van doen heeft met het kruis waar Christus aan stierf. Keizer Constantijn heeft om een of andere reden die mij niet duidelijk is een nieuw kruis opgericht, kennelijk op 3 mei.

Groeten,

Marianne en Frank

-----------------------------------------------------------

Maandag 4 mei, Copacabana

Op de plaza is men nog steeds bezig met het versieren van auto s met bloemen. Kennelijk loopt het feest van gisteren wat uit. De zon schijnt volop en bij de Armada van Bolivia is een ander feest gaande. De fanfare (of harmonie, hoe zou het hier heten) blaast zijn godsbest op zijn Boliviaans. Iedereen doet mee, kan in- of uitvallen al naargelang het uit komt, er is geen dirigent die de maat aangeeft of zegt wanneer er begonnen moet worden. Het is zoals te doen gebruikelijk niet helemaal zuiver en niet helemaal in de maat.

Auto's Versieren Op Plaza Copacabana

Terug in het hotel verwisselt Frank zijn banden. Nieuwe achterband achterop, oude achterband voor en de oude voorband is nu de reserveband. Zijn oude achterband had een richeltje ontwikkelt waardoor de fiets wat resoneerde bij afdalingen. Ik heb andere banden en bij mij speelt dat probleem veel minder.

Er zijn twee Amerikaanse meisjes in het hotel aangekomen en die durven de deur niet uit. Ze bestellen een taxi om water te gaan kopen in het dorp. Verder zitten ze de hele middag in de lobby achter de computer. Dan kun je beter thuis blijven natuurlijk. Het is buiten wel anders dan thuis natuurlijk, viezer en rommeliger vooral, maar gevaarlijk hebben wij het nog niet gevonden. De mensen zijn over het algemeen erg aardig en behulpzaam.

Strand Copacabana

Dinsdag 5 mei,

Weer slapen we niet geweldig. Op een of andere manier slapen we al dagen niet de hele nacht door, eerst een uurtje of zo, dan liggen we uren wakker en daarna slapen we nog een poosje. Het zal de hoogte wel zijn. We zijn nu al een hele maand boven de 3500 meter hoogte, maar nog is het lijf er niet aan gewend. Af en toe, ook midden in de nacht als we helemaal niets doen, slaat het hart op hol en gaan we sneller ademhalen. (Later bij de grens ontmoeten we twee Engelse toeristen die van een Belgische arts in La Paz hebben gehoord dat het wel drie maanden duurt eer je lijf zich echt aan de hoogte heeft aangepast.) Vanmorgen voelen we ons geen van tween echt geweldig maar we stappen toch op de fiets. We moeten voor morgen de grens over, ons visum voor Bolivia is maar 30 dagen geldig.

Het regent eventjes een beetje net als we weggaan. Het is bewolkt, het waait en het is koud. De hele tijd in Bolivia fietsen we met lange broek en trui aan. Het enige dat aan de zon blootstaat als die schijnt-- is het gezicht voor zover niet in de schaduw van het petje.

Bij de grens wisselen we de overgebleven Bolivianos in Soles. De formaliteiten zijn snel achter de rug en voor Peru krijgen we een visum voor negentig dagen.

Een nieuw land is altijd maar weer afwachten. Meteen na de grens valt ons allebei op dat de huizen er wat beter uitzien dan in Bolivia, vooral de ramen zijn veel beter. Verder zien de mensen er niet echt anders uit, al neemt het aantal dames met bolhoedjes vanaf de grens af en neemt het aantal mannen met gleufhoeden of breedgerande hoeden zoals ze die in Chili en Argentinie ook op hebben, toe. Er rijden nog steeds veel micro's rond, sommige met een stuk of tien levende schapen en soms een of twee lama's daartussen op het dak vastgebonden. De meeste beesten houden zich stil mar af en toe is er eentje die verbaasd om zich heen kijkt bij een vaartje van zeventig km per uur.

Als we stoppen om een kopje cocathee te drinken dat helpt tegen de hoogteverschijnselen en dus drinken we dat veel in plaats van koffie-- komt er een man met een zak op zijn rug een praatje maken. Hij geeft ons allebei een hand en vraagt honderduit. Het duurt even eer we hem verstaan. Frank geeft hem een koekje dat hij zonder tanden met enige moeite opeet. Hij vertelt nog even welke plaatsen we tegenkomen en in welke volgorde en vertrekt dan weer na ons allebei opnieuw een hand gegeven te hebben. Vriendelijke lui, die Peruanen concluderen we.

Koren Van Kaf Scheiden In Juli

Ook als we later op de dag gaan eten in een restaurantje komt de kok met jas aan want het is koud hier-- ons een hand geven. We eten eenvoudig maar lekker en gaan dan terug naar ons Hostal, Los Angeles geheten. Een verrassend grote kamer hebben we, en niet duur. de ene dag zitten we in driesterrenhotel, de volgende weer in een plaats als Juli waar we van te voren niet weten wat we er aan treffen, maar meestal pakt het goed uit. Zoals ook nu weer.

Morgen moeten we een eindje verder dan vandaag, maar minder omhoog. En hopelijk slapen we vannacht wel eens gewoon door.

Woensdag 6 mei, Puno

In Peru loopt de tijd een uur achter op Bolivia, dus is er imiddels zeven uur tijdverschil met Nederland. Dat heeft tot gevolg dat we erg vroeg zijn vanmorgen. na een nacht goed doorslapen. Om half acht werpen we nog even een blik in een van de vier kerken van Juli, het enige vermeldenswaard over de stad, die op dinsdag kennelijk allemaal dicht zijn, en rijden dan de stad uit. We hoeven gelukkig niet het hele eind omhoog dat we gisteren daalden.

Een Van de Vier Kerken In Juli

In en buiten de stad komen we mensen tegen met een schaap of een varken aan een touw, of drie van elk soort, of een lama, of een ezel, allemaal op weg naar de veemarkt net buiten de stad. Daar gingen gisteren die schapen op de daken van de micro's ook naar toe natuurlijk. Onderweg zien we net als in Bolivia mensen aardappels rooien, alles met de hand. De graanvelden zijn hier op dit vlakke stuk veel groter dan in Bolivia maar het graan wordt nog steeds met de hand geoogst. We zien mensen met sikkelvormige messen bosjes afsnijden en die in schoven neerzetten. Op andere plekken ligt een zeil op de grond en slaan jongens met dorsvlegels de korrels uit de schoven. Soms zien we bossen graan of quinoa door het land schuiven, daar zit dan een ezel onder die je niet meer ziet. Gisteren zagen we in Juli een jongetje dat de graankorrels met een bord uit een zak schepte en die in de wind liet dwarrelen om het koren van het kaf te scheiden. Peru mag dan een wat modernere indruk maken dan Bolivia, veel gebeurt toch nog op de traditionele manier.

Als we langs de weg een broodje eten komt er een mevrouw langs met een klein meisje. Ze stuurt haar naar ons toe. Heel verlegen steekt ze een hand uit. Die schud ik maar en vraag hoe ze heet. Ze antwoordt iets dat ik wel kon herhalen maar niet op kan schrijven. Dan vraagt ze iets, wat weet ik niet, want ik versta het niet. Wacht, zeg ik, en ik haal een koekje te voorschijn. kennelijk was dat de bedoeling, want blij rent ze naar, Frank zegt haar oma, maar het kan ook best haar moeder zijn. Van achter ons komt ineens een man tevoorschijn. Hij praat honderduit, waarschuwt ons dat we vooral rechts van de weg moeten blijven, want het is gevaarlijk druk. Hij vertelt welke plaatsen we allemaal tegenkomen tot Pomata, maar dat weten we al want daar komen we vandaan. We hoeven niet veel te zeggen, hij ratelt maar door. Hij gaat met de bus naar Puno. Wij ook, zeggen wij, maar dan met de fiets. O, jullie gaan die kant op. Waarom hij dacht dat we de andere kant opgaan, we zitten toch gewoon rechts van de weg, snappen we ook niet. Enfin, zijn busje komt eraan en hij geeft ons een hand en stapt in.

Puno is de eerste grote stad in Peru die we aandoen en maakt een moderne indruk. De restaurants zien er goed uit, beter dan in La Paz zelfs. Het is er ook wat duurder dan in Bolivia. We nemen onze intrek in Hotel Colon Inn, waar ik zonder er echt moeite voor te doen zomaar 15 dollar van de kamerprijs afkrijg. Het is een mooie kamer met als enige nadeel dat er geen direct buitenlicht binnenvalt, maar als we nog een nacht blijven kunnen we morgen naar een andere kamer met raam. Dat doen we dan maar. We willen toch ook de drijvende eilanden bezoeken en van hier tot Cusco, de volgende grote stad die we aandoen, is er niet veel luxe te verwachten. Dan genieten we er hier maar van.

Groeten,

Frank en Marianne

------------------------------------

Donderdag 7 mei, Puno

Vanochtend gaan we op excursie, de toerist uithangen dus. Een bus haalt ons op bij het hotel en zet ons af bij een boot die ons naar de drijvende rieteilanden brengt in de baai van Puno. Weer hebben we geluk met een goede gids, Fredy deze keer. Hij vertelt in duidelijk Spaans, en voor wie het dan nog gemist heeft, in goed Engels nog een keer, hoe ze de eilanden maken. Eerst een laag van uitgestoken blokken wortels met aarde. Daar worden stokken ingestoken die met een touw aan elkaar worden gebonden. Dat touw wordt verzwaard met een steen en aan het einde wordt een soort anker bevestigd. Op die laag worden kruiselings lagen riet gelegd en daarop komen de huizen, de scholen, het ziekenhuis en noem maar op.

Per eiland, waar enkele tientallen mensen wonen, is er een soort burgemeester, die in alle problemen een oplossende rol speelt, ook in relationele problemen. De wetten van Peru gelden natuurlijk, maar er is ook een vorm van autonomie.

Burgemeester Met Mini Eiland

De mensen zijn heel vrolijk gekleurd aangekleed. Ze zijn ook erg aardig. We mogen in de huizen kijken, ze leggen uit hoe ze koken (buiten). Terwijl Fredy van alles uitlegt, ons het uiteinde en de wortels van het riet laat proeven, goed tegen van alles en nog wat, zitten de dames van het eiland waar wij zijn wandkleden te borduren. Later moeten we natuurlijk iets van de artesanalia kopen. Het is maar goed dat ik niet meer geld bij me heb, want ik geef alles uit, terwijl Frank lijdzaam toekijkt. Op een volgend eiland, waar we ook met een rieten boot naar toe hadden kunnen varen, als ik niet alle geld dat ik bij me had uitgegeven had, zijn ook tuinen aangelegd, een groot woord voor kleine klompjes modder met bloemen erop, maar wel heel vrolijk.

Buitenkeuken

Het is even wennen om op zijn eiland te lopen, het is zacht, je zakt erin weg en het schommelt ook wat. De mensen die er wonen lopen op blote voeten. Het is er ook erg schoon, elke zoveel tijd wordt een nieuwe laag riet over de oude heen gelegd en die droogt dan weer heel mooi op. Na vijftien jaar is zo'n eiland op en wordt er weer een nieuw gemaakt. De mensen spreken er aymara of quechua, de twee indianentalen van Peru. Aan de hoofddeksels van de dames kun je zien welke taal ze spreken en ook of ze getrouwd zijn. Fredy laat drie dames opdraven met drie verschillende hoofddeksels op. Erg interessant allemaal, maar het is natuurlijk ook een beetje vreemd, je gaat toch net als in een dierentuin mensen kijken. Maar goed ze leven er ook van, naast het vissen dat ze doen. Er waren nauwelijks mannen op het eiland, wel jongens en de burgemeester, maar de rest was vissen op het meer.

Freddy Met Drie dames Met Hoeden

's Middags koop ik nog een alpacatrui van een mevrouw in de stad. Het is zulk mooi spul en niet duur, maar straks kunnen we het allemaal niet meekrijgen natuurlijk. De rest van de middag gaat voorbij met het regelen van allerlei zaken. Lang leve het internet, je moet er niet aan denken dat je dat allemaal per post moet regelen. Dat duurt veel te lang.

Meneer En Mevrouw In Rieten Boot

Welkom op ons eiland

Zo maken ze drijvende Rieteilanden

 

Vrijdag 8 mei, Juliaca

Ben ik toch eergisteren een major event ofwel een belangrijke gebeurtenis vergeten te vermelden. Ik kom er pas achter als we vanmorgen twee Franse fietsers tegenkomen met wie we een half uurtje staan te praten. De eerste fietsers sinds maanden trouwens. De laatste die we fietsend tegenkwamen was een Canadees bij El Leoncito, tussen Uspallate en Barreal in Argentinie. Dat moet eind februari geweest zijn.

Enfin, wat ik vergat te vertellen is dat we eergisteren onze EERSTE lekke band hadden. We zaten heerlijk in het zonnetje cocathee te drinken en te kijken naar vijf wegwerkers die gezamenlijk een schop, een kruiwagen, twee zakken en een emmer hadden om een hoop zand over een afstand van 300 meter te vervoeren. Dat is niet erg efficient dus, want er kan er maar een zand opscheppen. Wij keken naar de werkende man, de rest keek naar ons. Toen we weg wilden rijden, slingerde Frank heel erg. Ik snapte er niets van, zo ontwend waren we de lekke banden al. Enfin, de band eruit gehaald (het was de voorband, de oude versleten achterband dus) en wat bleek? Het was een slijtgat. Bij het verwisselen van de banden voor en achter is de binnenband dubbel terechtgekomen of zo. De mannen hielden accuut op met werken en gingen nu met zijn vijven kijken wat wij deden. In tien minuten lag de nieuwe binnenband erop en konder we verder.

Dat ben ik vergeten te melden en ik kwam er pas achter toen het Franse meisje vol ongeloof zei; one flat tyre only??? Ja echt, maar een, en die had nog niet eens gehoeven ook. De Fransen zijn in Vancouver gestart en hebben nog twee maanden, Ze vliegen vanuit Bolivia terug naar huis maar willen nog even een rondje door en om Bolivia heen maken. Onder andere willen ze het stuk fietsen dat wij oversloegen en per jeep deden. Ze zijn dan ook minstens twintig jaar jonger dan wij. Ze hebben maar een beperkt budget, want toen ik suggereerde om hun rustdag in Puno te houden en naar de drijvende eilanden te gaan, keken ze bedenkelijk bij de prijs ervan. Maar zo duur was het niet, iets van 8 euro of zo. Maar goed wij hebben makkelijk praten, 20 jaar geleden hadden we ook niet zo gemakkelijk van hotel naar hotel gefietst als we nu doen.

Ook in Juliaca, het einddoel van vandaag komen we weer uit bij een aangenaam hotel. Het was een korte, niet lastige etappe vandaag: een klim Puno uit tot net boven 4000 meter, de rest zo vlak als een polder. Morgen is het nog druk op de weg, vertelden de Fransen, darna wordt het beter. En Cusco was erg leuk vertelden ze. Maar het allerleukste van hun reis tot nu toe was Colombia. Enjoy your two months in Colombia, was het laatste dat ze ons vertelden.

In Juliaca, een grote stad, rijden net als in de andere Peruaanse plaatsen die we tot nu toe aandeden, behalve veel micro's (busjes die mensen vervoeren) ook veel al dan niet gemotoriseerde riksja's rond. Twee mensen kunnen voorop een bankje in een bakfiets, of achter in een gesloten cabine van een driewielerbromfiets plaatsnemen. Ze zijn geweldig mooi versierd en geschilderd en rijden kriskras door alle verkeer heen. Vooral als je bedenkt dat de bakfietsen alleen een terugtraprem hebben, is het verbazingwekkend dat er geen ongelukken gebeuren. Althans niet dat wij zien.

Fietstaxis In Juliaca

Zaterdag 9 mei, Pucara

We worstelen ons door het verkeer in Juliaca heen, langs de markt die op zaterdagmorgen 9 uur al volop aan de gang is. Ze zijn hier niet zo laat met opstaan als in Chili en Argentinie, maar dat komt ook doordat ze hier in het oosten de tijd van Lima, de hoofdstad, hebben. Lima ligt een heel eind naar het westen. Het is hier om half zes 's avonds al donker.

Als we eenmaal goed en wel buiten de stad zijn, wordt het veel minder druk en fietsen we onder een stralend zonnetje en tamelijk vlak (van 3827 naar 3890 m hoogte) 64 km naar Pucara. Daar is een hospedaje, een interessante kerk en een museum dat we bezoeken. De Pucara-cultuur die zich voornamelijk uit in ceramica heb ik het idee, kende zijn bloeiperiode van even voor Christus tot 400 jaar erna. Pucara staat bekend om de keramische stieren. Er staan er een paar op de plaza en Frank (!) koopt er twee in miniatuur. Het museum is niet zo heel bijzonder, veel beelden, potten en scherven. Buiten zitten bedelaars, maar die zijn weg als de bus met toeristen vertrokken is. De mevrouw van het hospedaje kookt later wat voor ons en morgen kunnen we nog ontbijt krijgen ook.

Keramische Koeien In Pucara

Zondag 10 mei, Santa Rosa

De zon schijnt en de lucht is helemaal blauw als we tegen half negen wegrijden. Dat ziet er goed uit. De weg is na Pucara prima, niet meer zo'n patchwork als vanaf Juliaca tot Pucara. Het is gelukkig ook een stuk rustiger. Op rechts zien we inmiddels weer bergen met sneeuw, links en voor ons zijn heuvels, groene heuvels. Het ziet er hier wat vriendelijker uit dan de altiplano in Bolivia. Er zijn wat mensen op en langs de weg aan het werk: koeien uitlaten, schapen hoeden, jerrycans met benzine met de brommer wegbrengen. Ze zwaaien allemaal vriendelijk.

Santa Rosa, het eindpunt van vandaag, ligt een stukje van de weg af en er is alojamiento verzekert een jongen bij een winkeltje ons. We komen uit bij Hospedaje Santa Maria, erg basic, geen douche, maar acceptabel. We wassen ons wat bij een kraantje en lopen dan de berg op tot bij een soort kapelletje dat ook al met 3 mei te maken heeft. Het weer is inmiddels erg veel slechter geworden, donkere wolken pakken zich samen boven de pas die we morgen over moeten.

We eten bij Restaurant Alexander. Alexander zelf bedient neem ik aan. De omloopsnelheid is hoog, dat is altijd een goed teken. Er komen veel mensen die standaard hun avondmaaltijd eten kennelijk, want ze hoeven niets te bestellen, gaan zitten en krijgen dan vanzelf soep, en daarna de segundo, de tweede gang, mate de coca toe. Wij bestellen iets anders, en dat levert gelijk vertraging op in de keuken. Alexander roept geregeld iets in de trant van, waar blijft dat eten voor die extranjeros nou. De mensen die de standaardmaaltijd krijgen lijden er niet onder: een mevouw alleen die haar bolhoedje vanwege de regen in pastic verpakte, een vader met twee zoontjes, wat lui die hun auto voor de deur parkeren, en nog wat ongeregeld binnenlopende figuren. Op een gegeven moment is het eten kennelijk op, want Alexander haalt het bord binnen, en doet de deur dicht. Net daarvoor heeft hij al twee mensen weggestuurd. Ons eten komt er gelukkig nog wel aan, niet slecht en al helemaal niet duur. Morgenochtend kunnen we om zeven uur alweer terecht voor het ontbijt, meldt Alexander nog desgevraagd. Als we teruglopen naar het Hostal regent het gelukkig niet meer. Hopelijk is het morgen droog en helder, ik wil het uitzicht vanaf de pas wel zien natuurlijk.

Maandag 11 mei, Sicuani

Het is droog en helder als we opstaan en naar Alexander lopen voor het ontbijt. Tegen half negen rijden we het dorp uit. de weg naar de pas op. Het is voorlopig nog niet steil en na 20 km, als we aan de koffie toe zijn, hebben we pas 100 van de 350 meter geklommen. Het laatste stuk tot de pas is wat steiler dus, maar niet onoverkomelijk en voor 12 uur zijn we boven op de pas La Raya, 4338 meter hoogte meldt het bord, de GPS zegt 4360 meter. In elk geval is het geen plek om even te lunchen, veel te veel kermis naar onze zin. Heel veel artesanalia, maar erger nog veel toeristen, alle bussen stoppen hier.

Na al die kraampjes met artesanalia zit een oude mevrouw op een hoopje stenen met naast haar een meisje dat een lammetje melk geeft uit een frisdrankflesje. De oude mevrouw wenkt ons steeds en gebaart daarbij dat we een foto moeten maken. Nou nee, we weten wat er dan gebeurt, dan moet je betalen. En ik verdenk het meisje ervan het lammetje bij zijn moeder weggehaald te hebben, allleen om er een fotomoment van te maken. Daar doen we dus niet aan mee. dat laten we aan de echte toeristen over. Sommigen geven de oude dame inderdaad geld, al dan niet na het maken van een foto.

Alpacas Bij Pas La Raija

We rijden door en stoppen 100 meter onder de top om te lunchen. Dan komt ook net de trein voorbij, voorafgegaan door zo n wonderlijk karretje, dat waarschijnlijk tot functie heeft om de lama's en alpaca's van de rails te jagen. Na de lunch verandert het landschap drastisch. In plaats van altiplano, geelgroene heuvels, zonder veel andere begroeiing dan af en toe een veldje met graan, quinoa of iets anders onduidelijks, lijkt het nu ineens op Zwitserland, alleen de huizen zijn anders. Veel meer bomen, struiken, groen gras dat door mannen in zakken verzameld wordt en kennelijk elders verkocht wordt. De weg daalt, aangenaam langzaam, maar toch snel genoeg om net voor de bui in Sicuani (3500 meter hoogte) te arriveren. Het is alweer helemaal betrokken vanmiddag en het was ook helemaal niet zo warm vandaag. Tijdens de afdaling moesten we zelfs de jassen aan.

Alpacas Na La Raija

Na de pas verandert het lanschap van altiplno in bergen en zijn we heel duidelijk in Incaland aangekomen. Op alle schuurtjes en gebouwen is een karakteristieke tekening te zien van kennelijk een Inca. Cusco is de hoofdstad van het oude incarijk, en we zijn de grens tussen de provincies Cusco en Puno gepasseerd.

La Raija 4360m

In Sicuani vinden we een aangenaam hostal, met als enige nadeel, waar ze ook niets aan kunnen doen, dat de elektriciteit het niet doet, en dus de elektrische douche ook niet, ten gevolge van een aardbeving ergens in de buurt. We rusten dan eerst maar eens uit, douchen als er weer elektriciteit is en gaan dan, tamelijk vroeg maar we hebben honger, eten in het aanbevolen Italiaanse restaurant hier. Niet onterecht dat het aanbevolen is, het is lekker. Zoals te doen gebruikelijk liggen we weer vroeg in bed. Nog twee dagen eer we in Cusco zijn.

Dinsdag 12 mei, Urcos

We vervolgen onze weg door de vallei langs de Rio Vilcanota, omlaag voornamelijk. Vandaag is het niet lastig, wel ver. het uitzicht blijft zoals gisteren, veel groene bergen, velden met mais en graan, en bomen en struiken met gele bloemen. Geen lama's of alpaca's meer. Het ziet er veel aangenamer uit als er bomen en struiken te zien zijn, en niet alleen gras zoals op de altiplano. We passeren af en toe een dorpje, zien geen trein vandaag, want die rijdt niet op dinsdag.

In een van die dorpjes, Cusipata, ontwaren we ineens een fiets op zijn kop aan de overkant van de weg. Ernaast staat een jongen in een shimano-shirt die gebaart of we willen stoppen. Natuurlijk doen we dat, zoveel fietsers komen we hier nu ook weer niet tegen. Zijn ketting blijkt met schakelen vast te zijn gaan zitten tussen het kettingblad en het frame. Met vereende krachten krijgen we de ketting los en de fiets kan weer gebruikt worden. Het is een Brazillaanse fietser die vanuit Puerto Maldonado omhoog fietste naar Cusco, vanuit Sicuani naar Arequipa fietst en dan met de bus en vliegtuig weer terug gaat naar Rio de Janeiro, waar hij in de buurt woont. Hij spreekt Spaans (en Portugees natuurlijk) maar geen Engels.

Braziliaanse Fietser Met Pech

In Urcos is het even zoeken tot we een geschikte kamer gevonden hebben, maar beter als de eerste wordt het niet, en dus gaan we terug. Het Handbook heeft gelijk, er zijn een aantal very basic hostals, geen van allen met bano privado. Uiteindelijk hebben we niet het slechtste gekozen, lijkt me. Het is hier een stuk warmer dan gisteren. We fietsten vandaag voor het eerst sinds een maand in korte broek en zonder trui. Ook de hoeveelheid zuurstof is duidelijk toegenomen, We stoppen niet meer vanwege ademtekort maar vanwege de pijn in de billen.

We eten weer vroeg, net als gisteren, en zijn om zeven uur terug in het hostal. Wat zou ik nu moeten doen als ik geen computer bij me had, verzucht Frank. Lezen misschien? Maar mijn boek is uit. Ik ben hard toe aan een book exchange in Cusco.

Woensdag 13 mei, Cusco

We zitten duidelijk niet meer op de altiplano maar in de bergen. De weg klimt even Urcos uit, maar daalt dan weer behoorlijk. Gisterenavond regende het dat het goot, maar vanmorgen, zoals eigenlijk elke morgen sinds we in Peru zijn, is het half-bewolkt. Het is hier duidelijk veel warmer dan bij het Titicacameer. Het laatste stuk door de buitenwijken van Cusco gaan we nog stevig omhoog, zo'n 200 meter in totaal, en dat in de drukte van de micro's, taxi's, vrachtwagens, bussen en af en toe een gewone auto, en allemaal toeteren ze. Eindelijk zijn we in het centro historico en dan begint het klauteren pas echt. Smalle straatjes met keien, zo'n 20 tot 25 % omhoog, en er rijden nog gewoon auto s rond ook. Het eerste hotel van onze keuze is vol, het tweede heeft maar plaats voor een nacht, maar verwijst ons naar de overkant. Daar checken we in, mooie grote kamer, wel aan de dure kant, maar ach het motto geldt nog steeds. Inmiddels heb ik een lekke band opgelopen van het klauteren over de keien, dus erg veel verder willen we ook niet. De fietsen staan voor de deur van de kamer.

Groeten,

Frank en Marianne

--------------------------------------

Donderdag 14 mei, Cusco

Het eerste klusje vandaag is de lekke band plakken. Het blijkt een glasscherf te zijn die zich in de straten van Cusco mijn band heeft binnengedrongen. Als dat gebeurd is, gaan we de stad in, eerst maar weer eens zorgen dat we genoeg lokale pecunia hebben. Cusco is een erg toeristische plaats en die kosten altijd meer dan gemiddeld geld.

Plaza Cusco

Op de terugweg van de bank geraken we bij het reisbureautje van senor Eduardo verzeild,dat vlak naast de oficina de tourismo ligt. Hij kan ons veel meer vertellen over de verschillende mogelijkheden voor een trip naar Macchu Picchu en de andere archeologische Inca-sites dan de officiele Oficina de turismo. Hij neemt er de tijd voor, ook om ons over de toestand in Peru bij te praten. Dat verheldert een heleboel. In Peru zijn bijvoorbeeld geen vakbonden, en dus zijn er geen stakingen mogelijk als machtsmiddel tegen de regering. De huidige president, Alan Garcia, heeft een dubbele nationaliteit (US en Peru), net als de vorige (Fujimoro, Japans en Peru). Beiden privatiseerden veel staatsbedrijven en werden er vooral zelf beter van. Zodra mensen protesteren, vertelt senor Eduardo, krijgen ze het predikaat Sendero Luminoso (Lichtend Pad, een guerillabeweging) opgeplakt en worden ze uitgeschakeld. De buitenlandse bedrijven, die de voormalige Peruaanse bedrijven in handen hebben, hoeven geen belasting te betalen. Zo corrupt als ik weet niet wat, die regeringen en al sinds 1985. Dat kan ook niet zomaar veranderen, En bovendien is Peru zeer onder de invloed van de VS, die hebben het hier werkelijk voor het zeggen. Ze hebben nu zelfs een militaire basis in het oerwoud hier vlakbij.

Hij noemt een voorbeeld: Peruaans gas per fles kost hier $ 11,60, in Bolivia $ 4,- en in Ecuador $ 2,-. Dat verschil komt omdat in Ecuador en Bolivia de regeringen nog wel grip hebben op de bedrijven en prijzen en in Peru niet. Senor Eduardo neemt ruim de tijd voor ons, we zitten er bijna een uur te praten. Intussen hebben we wel een excursie geboekt voor morgen. We gaan de plaatsen in de Valla Sagrada van de Inca's bezoeken, Pisac, Ollantaytambo en Chinchero. Om kwart voor negen moeten we ons melden bij het kantoor. Terloops vraagt hij nog even waar we logeren en wat we daarvoor betalen. Veel te veel natuurlijk.

We vragen nog even hoe het zit met de excursies naar Macchu Picchu (Mapi in zijn jargon). Ook de spoorwegen zijn verkocht, aan Engeland, en vanwege het monopolie is het allemaal erg duur. We denken er nog even over. We kunnen een deel met de fiets doen, bijvoorbeeld, maar er blijft een stukje treinreis over, dat ook dan relatief gezien erg duur is.

In de loop van de middag zien we bij diverse andere reisbureaus aanbiedingen voor een trip naar Mapi, 2 dagen, 1 nacht, die goedkoper zijn dan de treinreis. Wij terug naar senor Eduardo, vragen hoe dat zit. Ja, zegt hij, terwijl hij een map opent. je kunt ook op een andere manier. Een stuk met de bus, dan afdalen per fiets, weer een stuk met de bus, overnachten in Santa Elena, dan een trekking van 8 uur, via de termas naar een ander dorp, daar overnachten, weer een trekking van 5 uur, overnachten in Aguas Calientas en de volgende morgen vroeg omhoog naar Mapi, waar dan ruim tijd is om alles te bezichtigen. Als je vanuit Cusco gaat met de trein, heb je veel minder tijd. En dan terug naar Cusco. En dat alles voor een prijs minder dan de treinreis. Bovendien steun je zo de Peruaanse bevolking en niet die Engelsen met hun monopolie. Senor Eduardo heeft ook een hostal in Cusco, veel goedkoper dan waar we nu zitten, en daar kunnen de fietsen en de spullen die we niet nodig hebben op de trip naar Mapi veilig bewaard blijven.

De keuze is niet moeilijk, we hebben de tijd, en het lijkt een leukere trip dan met de trein. dat regelen we dus. Zondagmorgen vertrekken, woensdagavond terug. Zaterdag verkassen we van ons huidige hotel naar het andere waar we de fietsen en de spullen kunnen achterlaten. Tevreden over onze beslissingen gaan we via een pizzeria, waar we door er te eten een goed doel steunen, terug naar ons hotel, dat tot onze schande ook in buitenlandse (Zwitserse) handen is.

 

Vrijdag 15 mei, Cusco

Vandaag zijn wij de hele dag onderdeel van de Grupo Walter, equipo Walter maakt een jongetje, een van onze medereizigers in de bus ervan. Walter is onze gids en senor Orestes bestuurt de bus. We gaan naar de Valle Sagrada (de heilige vallei). Die heet zo omdat het lanschap er uitzonderlijk mooi is en ook omdat er tempels van de Inca's zijn. De vallei ligt veel lager dan Cusco, het is er veel warmer en het microklimaat zorgt ervoor dat het erg vruchtbaar is. Duizenden soorten aardappels groeien hier, en de mais is de grootste ter wereld. Zelfs de Amerikanen met al hun genetische kennis krijgen de mais niet zo groot als hier. De Andino's, ook voor de tijd van de Inca's, waren meester in het domesticeren van beesten (lama en alpaca bijvoorbeeld en gewassen (aardappels en mais).

De eerste stop is bij een markt met artesanalia, natuurlijk. Het is allemaal prachtig en niet duur, maar we kunnen niet aan het kopen blijven natuurlijk. Dan gaan we naar de eerste archeologische site, in Pisac, een religieuze tempel van de Inca's. Een kilometer lopen vanaf de parkeerplaats van de bus, erg veel omhoog, maar dat gaat ons goed af. Wij zijn hier dan ook veel lager dan in Cusco.

Artesanali amarkt En Kerk Chinchero

Het is interessant te zien hoe de stenen waarmee de Inca's bouwden in en op elkaar passen. Ze bewerkten het graniet met hamers van hematiet, een heel hard erts. De stenen wogen tonnen en werden vanuit de groeve 7 km verder op een andere berg eerst omlaag en dan weer omhoog gesjouwd, met behulp van rollende palen en leren lamariemen. Walter vertelt ook hoe ze de rivier overstaken. Er werd een driehoekige omleiding gemaakt in de rivier, bij lage waterstand. Dan werd de hoofdtak afgesloten, de stenen werden door de droge rivierbedding gesjord tot het eiland, en daarna werd de aftakking drooggelegd. De mensen werkten toen niet van 9 tot 5, ze leefden met de seizoenen, droog en nat. Alleen in het droge seizoen waren er genoeg mensen om dit soort sjorpartijen uit te voeren, in de natte tijd waren ze op het land aan het werk.

Onderweg naar de volgende site, lunchen we eerst, veel groenten, biologisch gekweekt, We zien huizen waar een lange paal bij staat waar een mandje (dat duidt erop dat er brood verkocht wordt) of een stuk rood en blauw plastic in elkaar gedraaid zoals de Chinees in Nederland wortels ter versiering op de borden zet (dat duidt erop dat er chicha te koop is, maisbier). Bij weer andere huizen staat een bordje 'Internet', daar hadden ze ook wel eens iets passends met een paal voor kunnen verzinnen.


Ollantaytambo

Ollantaytambo, de plaats waar Incakoning Ollantay begraven is, is een winderige aangelegenheid. Weer gaan we omhoog, maar 244 treden, zegt Walter. Hij zegt er iedere keer lachend bij, denk je maar in dat boven de discotheek is. In de berg tegenover de tempel van de zon, is het profiel van een Incakoning te zien, met kroon op zijn hoofd. Op 21 juni komt de zon precies daar achter de berg vandaan. De Inca's wisten veel van astronomie (uit de stand van de sterren wisten ze bijvoorbeeld wanneer het ging regenen) en ook op die plek zijn de Pleiaden te zien. De nobelen en de astronomen woonden op andere plekken dan het gewone volk, wasten zich ook op andere plekken voor ze de tempel van de zon mochten betreden.

De bouwwijze van de Inca's is aardbevingbestendig. Niet alleen zorgden ze dat de op elkaar gestapelde stenen concaaf en convex waren en dus zonder cement stevig met elkaar verankerd waren, ook bouwden ze de muren trapeziumvormig naar binnen, zodat er geen instortingsgevaar was. In Cusco zie je veel gebouwen, ook die uit de koloniale tijd, die op de fundamenten van de Incagebouwen opgetrokken zijn. De bouwwijze van de Inca's heeft de eeuwen goed doorstaan.

tempel Pisac

Na nog weer een uurtje in de bus, bereiken we de laatste plek van de excursie van vandaag, een kerk uit de koloniale tijd. Veel goud en veel religieuze beelden en schilderijen, wat mij betreft de minst interessante plek van de drie. Ook hier weer veel mensen die artesanalia verkopen.

Met donker zijn we terug in Cusco, tevreden over wat we gezien en gehoord hebben. Tot nu toe zijn we erg tevreden over dit soort excursies, goed georgniseerd, een kundige gids en niet duur, althans niet voor onze begrippen. Als extranjero betaal je wel meer toegang tot de sites dan de Peruanen zelf, terecht vind ik.

Valle Sagrada

Zaterdag 16 mei, Cusco

Eerst verkassen we maar eens naar het andere hostal, waar het ook aangenaam vertoeven is. Er is een zonnige binnenplaats en we krijgen meteen een kopje cocathee aangeboden. Ook hier lijkt het, net als in Los Apus, niet druk. (Los Apus betekent trouwens de de toppen van de heilige bergen rondom Cusco leerden we gisteren.)

Morgenochtend worden we hier vroeg opgehaald met een bus voor onze trip naar Mapi. Ook alweer een van de plekken waar ik altijd gehoopt heb ooit nog te komen. Wat een reis, wat een genieten! Over vier dagen berichten we hoe het was.

Groeten, Marianne en Frank

------------------------------------

Zondag 17 mei, Cusco

Gisterenavond belde Senor Eduardo. Er was iets waardoor de treinen dinsdag en woensdag niet zouden rijden. Onze trip kon wel door gaan, maar dan moesten we heel veel verder met de bus terug. Of we konden pas maandag beginnen en donderdag terugkomen, dan gaan de treinen wel. Nu ben ik niet zo'n geweldige fan van bussen die door de bergen rijden en Frank zag het ook wat minder zitten, dus gaan we pas maandag. We hebben de tijd tenslotte.

'Me llamo Pablo Picasso Junior', zegt de jongen die zondag naast ons komt zitten op de trappen voor de cathedraal op de Plaza de Armas. Hij verkoopt kleine geschilderde taferelen van de stad, zoals zovelen hier. Om de 100 meter moet je beleefd doch vriendelijk iemand die iets te koop aanbiedt, afwijzen. Het vriendje van Pablo komt erbij zitten. Hij poetst schoenen en wil met alle geweld het kunststof randje aan mijn schoenen poetsen met schoenpoets. Om te laten zien hoe goed hij dat kan, -hij is kampioen van Zuid-Amerika, zegt hij--, poetst hij de schoenen van Pablo. Het zijn leuke jongens die er wel plezier in hebben met ons te praten. Nu hebben we gisteren ook al een Pablo Picasso junior ontmoet, dus ik probeer hem zich te laten voorstellen als Vincent van Gogh Junior, maar de 'g' is voor hem moeilijk uit te spreken. Na een half uurtje gaan ze weer, hun geluk elders beproeven.

Vanochtend was er op de Plaza de Armas een feest waar allerlei groepen mooi verklede mensen dansten op de muziek, die weliswaar per groep een beetje verschilt, maar toch opvallend veel lijkt op datgene wat de harmoniekes in Bolivia ook al ten gehore brachten. Het klinkt hier wel wat beter. We kregen een lintje opgespeld met de kleuren van Cusco, en moesten daarna natuurlijk ervoor betalen.

Dansfeest Plaza Cusco

Zondag is een dag voor de families hier. We lopen een heel eind door de stad, een eindje weg van de Plaza waar de meeste toeristen zich ophouden. Bekijken ondertuseen een aantal van de vele kerken die hier zijn. van buiten want ze zijn allemaal dicht op zondag. Overal op straat wordt eten, snoep en frisdrank verkocht en hele families lopen er rond, sommigen op hun zondags, anderen zien er uit zoals altijd. Veel winkels zijn open, de restaurants allemaal. Je kunt hier uitstekend eten hebben we gemerkt de laatste paar dagen. Ook zijn er heel veel vegetarische restaurants en biologisch verantwoorde. We komen zo weer aardig op gewicht en dat was ook wel nodig.

Zondag In Cusco Voor Iglesia SanP edro

Op straat lopen vrouwen met fluorescerend groene hesjes aan, of met linten van dezelfde kleur. Ze maken op die manier duidelijk wat ze te bieden hebben: telefoongesprekken op een mobieltje voor een halve sole per gesprek. De sole is hier de munteenheid en is ongeveer een kwart euro. Handig, zo hoef je zelf geen mobiel te hebben, je loopt de straat op en schiet zo'n gifgroene dame aan.

Op de daken van de huizen, ook op ons vorige en ons huidige hostal, staan vaak twee van die keramische koeien zoals ze die in Pucara verkochten, met ertussen in een kruis waaraan soms nog want mandjes of zo hangen. Het bijgeloof wil dat dit de vruchtbaarheid van de familie ten goede komt. Misschien helpt het wel. In ieder geval zijn ze hier weer wat meer familiegeorienteerd als bijvoorbeeld in de armere streken van Chili. In Yacal vertelde Rein, zijn er heel veel vrouwen met kinderen waarvan de vader onbekend is, die dus alleen voor de kinderen moeten zorgen. Hier zie je families lopen over straat en bekommeren de vaders zich net zo veel om de kinderen dan de moeders. Dat levert toch een veel vrolijker beeld op.

Maandag 18 mei, Santa Maria

De komende vier dagen zijn we onderdeel van de Grupo Leo. Leo komt ons ophalen in het hotel en als we bij het busje zijn met 12 fietsen op het dak, blijkt het gezelschap heel wat jonger te zijn dan wij. Ineens voel je je dan oud. Veel mensen van rond de twintig, zeven Nederlanders (met ons erbij), twee Deense meisjes van 19 en 20, een Engelsman, een Duitser en een Australier. Dat ze allemaal veel jonger zijn dan wij blijkt meteen bij de eerste activiteit, fietsen, voornamelijk afdalen van 4000 meter naar 1200 meter. Ze durven veel harder te dalen dan ik. Frank kan dat ook beter, maar wacht af en toe op mij, dus wij zijn de laatsten.

Het is erg wennen aan een andere fiets, een mountainbike, zonder bagage. Vooral het stuk over gravel ga ik duidelijk langzamer dan de rest, voornamelijk omdat ik denk dat ik mijn banden lek rijd, maar dat valt op zo n mountainbike met dikke banden erg mee. Af en toe moeten we door stroompjes die over de weg lopen. Omdat de fiets geen spatborden heeft word je dan kleddernat. We vertrokken op 4000 meter waar het koud was, we dus bijna alle kleren aan hadden die we bij ons hebben en die zijn dus nu allemaal nat. Tot overmaat van ramp regent het ook nog af en toe.

Fietsen Vanaf 4000 tot 1200 meter

We lunchen ergens halverwege uit een zakje. In de loop van de middag stoppen we nog bij een Ruine waar Leo vast wat vertelt over de Incas. Tegen half vijf zijn we in Santa Maria, op 1200 meter, in de jungle waar het beduidend warmer is. We logeren in een very basic hostal, maar wij, oudjes, krijgen een eigen kamer, met een douche die nog warm is ook. De twee Deense meisjes krijgen overigens ook een eigen kamer. Het eten is ook eenvoudig maar het smaakt prima. Hopelijk droogt alles vannacht. Maar dat valt tegen, het regent enorm hard bijna de hele avond.

Dinsdag 19 mei, Santa Teresa

We staan om half zes op. De tweede dag is de mooiste, zegt Leo, daar moeten we dus van genieten. Na het ontbijt zijn we om half zeven op weg. Het is droog, gelukkig, maar bewolkt en benauwd. Het eerst stukje over de weg brengt de man van het hostal ons met de vrachtwagen. Daarna slaan we een smal pad in en door allerlei hoge begroeiing, waar ik niet bovenuit kom, maar de muggen wel in groten getale voorkomen (en mij dus steken!) lopen we verder. Leo en Nathan, zijn leerlinggids denk ik, halen af en toe fruit van bomen en laten ons van alles proeven: de vruchten van de cacaoboom, waar de zaden waar ze chocola van maken in zitten, papayas, passievruchten en een soort vrucht waarvan ik de naam kwijt ben. Die laatste eten we niet. Ze breken ze open en smeren onze gezichten in met het oranje spul dat eruit komt. Dat helpt als insectenwerend middel, zeggen ze. Dat klopt ook wel want op mijn hoofd ben ik niet gestoken. Als echte indianen met oorlogskleuren op lopen we de berg op, de Inca Jungle trail volgend. We zijn niet de enigen, er zijn zo'n tien groepen op stap zien we later op de dag.

Grupo Leo

Om negen uur stoppen we bij een tentje, een hutje eigelijk, dat tegen de berg aangeplakt is. Overal vind je hier dit soort gelegenheden die, heel slim, water en frisdrank verkopen, en veel snacks, chocolade en zo. Bijna iedereen koopt er van alles, wij alleen af en toe wat te drinken. Bij dit tentje hebben ze beesten, een aapje, een knaagdier, Purico geheten, die op een soort standaard zit en staande op zijn achterpoten uit een frisdrankflesje drinkt. Aan de standaard hangt dan een afgeknipte fles met een bordje 'tips for purico'. Een eindje verder is nog een ander knaagdier aan een touw, die loopt kennelijk weg, en er lopen nog een klein poesje en een kleine Nel rond (die laatste is een jonge golden retriever). We vermaken ons een poosje met de beesten en lopen dan weer verder.

Purico

Leo vertelt van alles over wat er hier groeit. De mensen verbouwen coca, koffie, bananen en allerlei andere soorten fruit. Niet in nette boomgaarden zoals bij ons, maar alles groeit door elkaar in de jungle. En als je er langs loopt pluk je een mandarijn en eet die op. Het kost hier allemaal niks kennelijk. We stijgen flink en het lopen is niet echt gemakkelijk. Diepe afgronden links van ons, steile stukken met grote treden als er trappen zijn. Toch gaat het ons omhoog beter af dan omlaag. Weer een eind verder stoppen we onder een afdak waar Leo iets gaat vertellen over de Inca's. een beetje verwarrend is het af en toe wel, hij springt van de hak op de tak heb ik het idee, maar hij doet zijn best. Tegen 12 uur komen we in een dorp waar we zullen lunchen. Er zijn meer groepen dan alleen de onze, dus het duurt even, maar de rust is ook welkom. De lunch is weer eenvoudig maar voedzaam. Je vraagt je af hoe twee mensen dat voor elkaar krijgen om in een onmogelijk keukentje op een houtvuur voor zo'n vijftig mensen, we zijn hier toch met vier groepen, een maaltijd te bereiden. Het is natuurlijk een bron van inkomsten voor ze, dat toerisme in deze vorm, maar als je kijkt wat wij betalen voor deze hele trip (165 dollar, en daar krijg je gebruik van de fiets, vervoer naar het startpunt, entree Machu Picchu, trein en bus terug, drie ontbijten, drie lunches en drie avondmaaltijden, drie overnachtingen en twee gidsen voor) dan kan het nooit veel zijn dat ze verdienen. Maar toch, ze doen het vol overgave, alles is schoon en het eten is niet slecht.

Na de lunch gaan we naar de rivier, de Vilcanota, die we al een hele tijd, zij het hoog erboven, volgen. Twee van de drie Nederlandse jongens en Nathan gaan met kleren en al te water en gooien elkaar nat met groen dat in de rivier drijft. De rest houdt het bij schoenen en sokken uit en de voeten in het water. Aldus opgefrist lopen we terug naar de plek waar we lunchten en hijsen de rugzakken weer op de rug en gaan verder. Ik had een rugzak bij me, Frank niet en dus kochten we er een in Cusco, maar dat is geen succes natuurlijk. Op een of andere manier zijn mijn spullen daarin verzeild geraakt en draag ik die. Maar het ding is veel te slap en is lastig te dragen, ondanks de contraptie met een extra riem om de buik die ik erbij maakte. Ik ben blij als we aan het einde van de middag bij de termas aankomen.

Net ervoor moeten we de rivier oversteken en dat kan op twee manieren: in een bakje aan een kabel of via de brug. Iedereen wil in het bakje en hoewel het niet gevaarlijk is, of in ieder geval niet lijkt, opteren wij toch voor de brug. We zien de anderen twee voor twee vertrekken en lopen dan via de brug naar de termas. Dat blijkt een heel ontwikkeld toeristisch complex te zijn. We betalen tien soles (ongeveer tweeenhalve euro) en gaan relaxen in de termas, die niet heel erg warm zijn. het is inmiddels donker en voor drie soles kunnen we met een busje opgehaald worden en hoeven we niet te lopen naar Santa Teresa. Dat doen we dus, we hebben allemaal genoeg gelopen vandaag. het hospedaje is eenvoudiger dan gisteren, we hebben weer een kamer voor ons tweeen maar veel eenvoudiger en kleiner dan gisteren. We eten later in een restaurant verderop.

Slang Onderweg

Santa Teresa blijkt heel wat meer voor te stellen dan Santa Maria. Er is zelfs een disco waar de meute (op ons na) na het eten naar toe verdwijnt. We hadden net zo goed mee kunnen gaan, want we slapen toch niet voor ze terug zijn en slapen. Het hospedaje is erg gehorig en de sleutel werkt niet, dus Frank moet het bed uit om ze binnen te laten. Gelukkig hoeven we morgen niet zo vroeg op, 8 uur pas.

Woensdag 20 mei, Aguas Calientes

Vandaag zijn er twee opties: de weg vervolgen via Hyrdo Elektrica naar Aguas Clalientes of met de bus naar Hydro Elektrica, lopen naar Aguas Calientes, daar de rugzak achterlaten in het hospedaje, en omhoog een berg op waarvandaan je Machu Picchu kunt zien liggen. De laatste optie kost wat extra geld, maar dat is niet de reden dat we die niet kiezen. De berg op gaat namelijk deels via ladders en hoewel omhoog geen probleem is, heeft vooral Frank, maar ik ook, zij het wat minder, moeite met afdalen als je zo de afgrond in kunt kijken. Wij, de Deense meisjes (wel vanwege het extra geld) en de Engelsman gaan met Nathan lopen, de rest gaat met Leo klimmen. Het eerste stuk lopen we langs de rivier, af en toe over de weg, af en toe over kleine paadjes.

Dranktentje Onderweg

Adios mama y los mamalitos, zegt een man die zo'n frisdrankkraampje beheert, als we opstappen. Tja, ze zouden mijn dochters kunnen zijn, die twee meisjes, als ze niet zo groot en blond zouden zijn. We zijn al vroeg, voor 12 uur in Hydro Electrika, waar we lunchen. Het zelfde soort eten als de andere dagen: soep, rijst met aardappelen, een stukje vlees en deze keer geen schijfje komkommer en tomaat, maar wortelen in een sausje. Na de lunch vervolgen we onze weg over de spoorlijn. In Nederland mag je niet over de spoorlijn lopen, hier wel, ook als die nog in gebruik is. Het stuk dat we nu lopen is dat weliswaar niet meer echt, maar er rijden toch van die kleine gele wagentjes rond die soms ook vermoeide toeristen meenemen. Er lopen ook porters rond, mannen die de bagage van ervoorbetalende toeristen meenemen. Ze rennen meer dan ze lopen, met 25 kg op hun rug.

Lopen Langs Spoorlijn

Vroeger was de spoorlijn van Cusco naar Machu Picchu een lus, nu kun je alleen nog op en neer naar Aguas Calientes. De lus via Hydro Elektrica naar Santa Teresa en Santa Maria is tien jaar geleden verwoest door een aardverschuiving, zagen we gisteren al. Het stuk vanaf Hydro Elektrica ligt er nog wel en daarover lopen we nu naar Aguas Calientes. Dit is wat mij betreft het minst leuke en lastigste stuk van de trip. De stenen van het spoorbed rollen onder mijn voeten vandaag (ik heb er meer last van dan de rest, waarschijnlijk omdat ik kleinere voeten heb) en stappend van de ene spoorbiels op de andere is ook niet makkelijk want ze liggen op onregelmatige afstanden van elkaar. Bovendien kijk je zo de hele tijd naar je voeten en niet naar wat er om je heen te zien is. Dodelijk vermoeiend is het. Ik kom dan ook als laatste helemaal geradbraakt aan in Aguas Calientes, waar gelukkig wel een hele hete douche op ons wacht. We hebben de rest van de middag 'vrij'.

Enigszins opgeknapt lopen we het dorp in, een zeer toeristische aangelegenheid, het ene hotel na het andere, de restaurants en souvenirwinkeltjes rijgen zich aaneen. We eten om half acht in een mexicaans restaurantje, iets gevarieerder dan de dagen ervoor. Omdat we morgen om vier uur op moeten, geen disco vanavond. Om half vijf de trap op naar Machu Picchu, bijna 400 meter omhoog, om om zes uur boven te zijn, als een van de eersten. Om zeven uur krijgen we een rondleiding van een andere gids (Leo moet nog een jaar doorleren voor hij dat mag doen). Of ... er gaat een bus om half zes, dan ben je er ook om zes uur. Kost wel 14 dollar, maar we kiezen toch daarvoor. Onderscheid met de jeugd moet er zijn tenslotte.

Donderdag 21 mei, Machu Picchu en Cusco

Om half zes staan we met een zakje waarin ons ontbijt zit bij de bus. De bussen, het zijn er heel veel, zien er allemaal hetzelfde uit met de bekende foto van Machu Picchu erop. Om zes uur zijn we boven, waar we de drie Nederlandse jongens op een muurtje tegenkomen, de rest is al naar binnen. 'Wij wachten hier tot onze vriend Jaap zijn kaartje gevonden heeft', zegt Hendrik. Leo had het nog zo gezegd, verlies je kaartje niet want je moet 43 dollar betalen.

Mach Picchu is een Incastad, een van de laatste die gebouwd is, althans de ruines daarvan. Hiram Bingham, een historicus van de Yale University, ondekte die op 24 juli 1911, nadat hij een lokale boer die verteld had dat er ruines waren betaald had om hem erheen te brengen. De boer had geen zin en stuurde zijn zoon. Je vraagt je af wat dat ontdekken waard is, als de lokale boeren wel al wisten dat er ruines waren. Maar goed Bingham staat bekend als de ontdekker van Machu Picchu.

Frank En Machu Picchu

De tijd erna zijn er opgravingen geweest en alle artefacten mochten van de Peruaanse regering twee jaar naar Yale om onderzocht te worden, en zouden dan terugkomen naar Peru. Daar zijn ze nog steeds niet. Ricardo, onze gids vanmorgen, vertelt het met spijt maar ook spot in zijn stem. Zo zijn er wel meer wat droevig stemmende verhalen. Machu Picchu was een aantal jaren geleden bijna verkocht geweest bijvoorbeeld. En een Peruaans biermerk had toestemming om er een reclamespot op te nemen, waarbij een omvallende camera een van de heiligdommen beschadigde. Maar het toppunt is toch het verhaal uit 1978, toen de toenmalig militaire Peruaanse president opdracht gaf om de obelisk op de Plaza Major tijdelijk te verwijderen. Dat was de enige plaats waar een helicopter met zijn buitenlandse gasten kon landen namelijk. Die obelisk brak toen af en raakte onherstelbaar beschadigd. Aan de manier waarop hij het verteld kun je duidelijk merken dat het Ricardo pijn doet, maar hij verbergt het achter een wat spottende manier van vertellen.

Lamas Aan Het Werk In Machu Picchu

Van 1940 tot 1980 is men bezig geweest om de begroeiing weg te halen en de ruines zichtbaar te maken zoals ze nu zijn. Nu 'werken' er zestien lama's om het gras kort te houden. De stad heeft een aantal delen. De landbouwterassen waar het voedsel voor de ongeveer 500 mensen die er woonden verbouwd werd, de sector van de tempels (die van de Zon en die van de Condor), het koninklijk verblijf, waar de Inca af en toe twee weken verbleef, de Jongensschool, de maagdenverblijven, het astronomisch observatorium, de plaza major, de opslagplaatsen voor het voedsel, de wateraanvoer vanaf een bron tweeenhalve kilometer verder aan de andere kant van een berg. Het is allemaal even indrukwekkend en vernuftig gebouwd.

Machu Picchu Overzicht

Na tweenehalf uur is Ricardo uitverteld en lopen wij een deel van het pas af waarover de laatse Inca vluchtte voor de Spanjaarden. (Eigenlijk is er maar een Inca (de koning) en moet het hele volk niet Inca s maar Quetcha s heten, hebben we geleerd de afgelopen dagen.)

De paden werden daarna verwoest opdat de Spanjaarden de stad niet zouden vinden en in die opzet zijn ze geslaagd. Ergens in de jungle moet er een laatste stad zijn die de Inca gebouwd hebben daarna, maar men is er nog steeds naar op zoek. Die laatste stad moet de stadvan de serpiente (slang) zijn. Cusco is de stad van de condor, het hemelse deel van de drie-eenheid in de Incageschiedenis, Machu Piccha is de stad van de puma, het aardse deel, en de serpiente vertegenwoordigt dan de onderwereld. Er is wel een andere stad gevonden, in een canyon, niet per weg bereikbaar, waarvoor je te voet 3000 meter moet afdalen en ook weer moet klimmen. Dat is alleen voor de heel avontuurlijken, zegt Ricardo. Dat is het hier duidelijk niet. Als onze tour afgelopen is, om half tien ongeveer, beginnen de bussen met Amerikanen en Japanners binnen te komen. Ik ben blij dat we hier vroeg waren, toen waren we er ook niet alleen maar het was beduidend rustiger dan nu.

Lunch In Aguas Calientes

Terug naar beneden gaan we ook weer met de bus, In het dorp eten en drinken we wat en om twee uur gaat de trein naar Ollantaytambo waar we met een bus opgepikt worden. Moe maar tevreden over deze trip zijn we om zeven uur in ons hotel waar we met een kusje van het jongste meisje (ze zal drie zijn) verwelkomd worden. Al onze spullen zijn er nog en we krijgen dezelfde kamer. na het eten vallen we meteen in een diepe slaap.

Groeten, Frank en Marianne

 

Twee correcties op het vorige bericht: Cusco is de stad van de puma, en Machu Picchu is de stad van de condot, niet andersom. En het beest heet Purico.

Groeten, Frank en Marianne

----------------------------------------

Vrijdag 22 mei, Cusco

De dag gaat voorbij met uitrusten, kleren uit laten wassen, eten en drinken. 's Avonds pakken we alles in in de hoop morgen te kunnen vertrekken, maar in de loop van de avond krijg ik geweldige keelpijn.

Zaterdag 23 mei, Cusco

Tja, we komen hier op deze manier nooit weg. De keelpijn is van dien aard dat ik niet goed kan ademhalen als we bergop moeten. Hopelijk is het morgen beter. Het is misschien ook beter om op zondag te vertrekken, dat is het verkeer iets minder druk. Hopen we.

Ik drink maar veel cocathee, dat schijnt goed te zijn tegen van alles en nog wat. Voor dat jullie nu denken dat wij verslaafd aan de coca terugkomen: de waarheid over cocabladeren. Cocaine, waar je wel degelijk verslaafd aan kunt raken, is maar een van de twaalf alkaloiden die in de gedroogde cocabladeren voorkomen. (Aan verse bladeren heb je niets.) De cocaine moet met behulp van veel chemicalien uit de bladeren gehaald worden en is pas verslavend als het gemengd wordt met andere chemicalien.

Cocabladeren spelen van oudsher een rol als een soort geld of ruilmiddel. Ooit was de waarde ervan groter dan goud of zilver. De boeren van de altiplano en de bergen ruilden ze voor fruit en vis met de laaglanders.

Cocaplanten worden hier overal verbouwd. Als de bladeren gedroogd zijn, vormen ze de basis voor mate de coca. Je gooit een paar bladeren in een kopje, giet er heet water op, en na een paar minuten heb je een lichtgeel drankje. Het wordt ook in theezakjes verkocht. In plaats van er thee van te maken kun je ook op de bladeren kauwen, of zoals ik af en toe doe op aanraden van Niels, er even op kauwen en ze dan in je wang stoppen en er af en toe aan zuigen.

De alkaloiden die uit de gedroogde bladeren komen, helpen tegen hoogteziekte. De Inca's (althans de nobelen) en ook lokale mensen nu, gebruikten en gebruiken het als middel tegen de honger, dorst en vermoeidheid. Je kunt de hele dag op het land werken zonder eten, drinken of moe te worden. Maar behalve dat is het ook goed tegen verkoudhied, hoofdpijn, misselijkheid, rugpijn, reuma en ik weet niet wat Ricardo en ook anderen nog meer zeiden. En niet verslavend dus.

In de negentiende eeuw werd coca en de verdovende functie ervan bekend in de westerse wereld. Er werd zelfs een soort wijn van gemaakt. Coca speelde ook een belangrijke rol in de productie van coca cola. Maar in het begin van de twintigste eeuw, toen de verslavende werking duidelijk werd, verboden veel regeringen het. Ook in coca cola komt het vanaf ongeveer 1930 niet meer voor. Coca cola wordt nu gemaakt op basis van cocabladeren waar de cocaine uitgehaald is. Er is n bedrijf in de VS dat dat mag doen, dat decocainiseren. De cocaine die daarbij vrijkomt wordt legaal gebruikt voor mediche doeleinden. Dat bedrijf importeerde (legaal) 204 ton cocabladeren uit Bolivia in 1996.

De regeringen van Peru, Bolivia en Venezuela verdedigen en bevorderen het traditionele gebruik van coca sinds 2007. In Colombia daarentegen ontmoedigen ze het, ongetwijfeld onder druk van de VS. In 1961 nam de VN een wet aan om de verspreiding en het kweken van cocaplanten uit te roeien op basis van een discutabel onderzoek. Die wet is nog steeds van kracht. Eerder, in de zestiende eeuw probeerde de katholieke kerk ook al de cocaoogst te verbieden; het zou het winnen van de indiaanse zieltjes voor het ware geloof bemoeilijken. Saillant detail is dat de Spaanse landeigenaren het gebruik juist bevorderden omdat de arbeiders die cocabladeren kauwden zo hard konden werken zonder eten of rust. De kerk hief het verbod op nadat Koning Philip II het bevorderlijk voor de inheemse bevolking noemde, maar hief er wel 10% belasting op. Omdat mensen die het geregeld kauwen zulke goede gebitten hebben, wordt er nu in Peru, Bolivia en Venezuela, naast de thee in zakjes, nu ook tandpasta van gemaakt.

Coca speelde ook een rol in het communicatiesysteem van de Inca's. Zogenaamde Chaski's, boodschappers, legden per dag 50 kilometer lopend en rennend af om een boodschap door te geven aan de volgende. Dat konden ze alleen volhouden vanwege de coca. Op die manier kon een boodschap in drie dagen van Cusco naar Machu Picchu gebracht worden en in twaalf dagen van Cusco naar Quito. Cusco was de hoofdstad van het incarijk. De domme Spanjaarden, die het systeem afschaften omdat ze dachten met hun paarden sneller te zijn, kwamen bedrogen uit. De chaski's waren vier keer zo snel als de paarden. De boodschappen werden doorgegeven via een systeem van gekleurde draden met knopen erin, een decimaal getalsysteem. De Inca's hadden geen schrift zoals wij dat kennen. De Spanjaarden hebben dat allemaal verwoest, net zoals ze in Cusco alle Incagebouwen verwoestten en op de fundamenten nieuwe koloniale gebouwen bouwden. Maar die bleken niet aardbevingbestendig, de fundamenten wel.

We bezoeken het Incamuseum die middag. Er is veel te zien, ook over de culturen die er waren voor de Inca's, maar de uitleg laat wat te wensen over. Soms staat er iets in het Engels bij, meestal wel in het Spaans, maar als ik iets wil weten, bijvoorbeeld over die gekleurde touwtjes met knopen erin, dan staat daar weer helemaal niets bij. Ook de Inca's uit de zeventiende en achttiende eeuw staan er wel, op schilderijen, maar hoe die mensen leefden (onderdrukt door de Spanjaarden of niet?) staat er dan weer niet bij.

Zondag 24 mei, Cusco

Weer zijn we niet weg. Mijn hoofd zit weer helemaal vol. Het is kennelijk toch een allergische reactie op iets, want ik nies me suf. Hopelijk helpen de pillen die ik in San Juan kocht, en waar het de vorige keer mee overging, nu ook weer.

Straatje In Cusco

Maandag 25 mei, Cusco

Het gaat weliswaar iets beter maar nog niet zodanig dat we vandaag al gaan fietsen. In plaats daarvan lopen we door steile straatjes omhoog naar Saqsaywaman (niet te verwarren met SexyWoman, zei de olijke gids van onze excursie naar de Valla Sagrada, Walter). Het zijn de resten van een Incabouwwerk ongeveer 200 meter boven de stad. De resten, want die lelijke Spanjaarden gebruikten de stenen om er hun kerken mee te bouwen.

Saqsaywaman

Aanvankelijk dacht men dat het een fort was, maar toen er graven van priesters gevonden werden, werd dat idee bijgesteld tot een tempel. Het is de tempel van de zon. Hier wordt vanaf 24 juni negen dagen lang Inti Rayna gevierd, het feest van de terugkeer van de zon. (Inti is zon.) De Inca's vereerden Vader Zon (Inti Papa) en moeder aarde (Pacha Mama). Het is indrukwekkende verzameling resten van muren, sommige 360 meter lang. De stenen, sommige wegen 130 ton, passen precies op elkaar. Het weer is prima vandaag en we brengen er langzaam rondlopend een paar uur zoek.

Frank Op Trap In Saqsaywaman

Er zijn natuurlijk ook weer de nodige toeristische attracties, verkopers van van alles en nog wat. Wat me eigenlijk het meest tegen de borst stuit, zijn de, weliswaar prachtig aangeklede, vrouwen die met een heel jong lammetje, dat ongetwijfeld veel te vroeg bij zijn moeder is weggehaald, op hun arm rondlopen. De bedoeling is dat je ze fotografeert en ervoor betaalt natuurlijk. Vaak worden ze vergezeld door een dochtertje in dezelfde outfit. In de stad zie je ze ook wel lopen met een alpaca aan een touw achter hun aan.

We hopen morgen weer op de fiets te stappen en verder te gaan richting Nazca. Daar wachten de nooit opgehelderde lijnen in het landschap die van alles en nog wat voorstellen op ons bezoek. Ook dat is weer een van de dingen die me al jaren intrigeren. Maar daarover later meer.

Groeten,

Frank en Marianne

-------------------------------

Dinsdag 26 mei, Anta

Makkelijk dagje als begin

Cusco uitkomen is niet makkelijk. Door de stad moeten we door allerlei wat kleinere straatjes met kinderhoofdjes steil omhoog tot we bij de weg komen die we al twee keer met de bus gedaan hebben. Een klein oud mevrouwtje die net voor me de weg oversteekt, vraagt of ik niet moe ben. 'No', zeg ik, en meteen geeft ze me een zet van achteren. Ik schrik me rot, dat had ik niet verwacht, en de hele buurt lacht. Een eindje verder staat een man langs de kant die de hele tijd maar blijft roepen: 'Very good, very good.'

Als we eenmaal boven zijn, is het verder een makkie, alleen nog maar afdalen. De zon schijnt volop en we drinken eerst maar eens koffie in de berm. Het is altijd zoeken naar een plaatsje zonder al te veel afval. Een stuk verder is een Adventure Park dat we ook al twee keer passeerden met de bus. Nu hebben we de tijd om even te kijken hoe een meisje vanaf een kruispunt van draden die vanuit de nabijgelegen bergtoppen gespannen zijn, bungy jumpt, gillend en wel.

Bungy jumpen

Om 12 uur zijn we in Anta.Om niet te veel te hoeven fietsen vandaag, stoppen we hier, al na 25 km weliswaar, maar na twee weken niet fietsen en mijn verkoudheid, moeten we niet te wild beginnen, vinden we. We vinden er een goedkoop maar verder wel schoon hospedaje, Santa Rosa. Het contrast met Cusco kan niet groter zijn en toch zitten we maar op 25 km afstand ervan. Het dorp is wat rommelig, zoals de dorpen hier meestal zijn. Veel verkeer op straat, fiets- en brommertaxi's, veel kraampjes met van alles onduidelijks te eten en vooral veel mensen op straat, tenminste voor het eten. Erna is het vreemd rustig. Het hospedaje kost 1/6 van dat in Cusco, en het eten is helemaal belachelijk goedkoop. we betalen 6 soles (ong. anderhalve euro) voor twee soep en twee borden met rijst, patat, sla en tomaat en een stukje vlees. Het meeste geld geven we vandaag uit aan bier.

Vertrek vanuit Hostal Chaqillchaka

Woensdag 27 mei, Limatambo

El pais en paro

Vandaag is het land en paro. Er is een grote staking, hoe die georganiseerd is zonder vakbonden, weten we niet. Gisteren waarschuwden ze ons in Cusco al voor het feit dat alle wegen vanwege de staking geblokkeerd zouden zijn, maar de madam van ons hospedaje in Anta weet te melden dat de blokkade aan de andere kant van het dorp, richting Cusco, is en dat wij dus gewoon door kunnen fietsen. Mooi, en bovendien extra mooi omdat het betekent dat er weinig verkeer op de weg zal zijn.

Net na acht uur zijn we op weg. Het is bewolkt. Het eerste stuk gaan we omhoog, al zegt iedereen hier dat het llano (vlak) is. In een auto merk je ook nauwelijks dat je omhoog gaat natuurlijk, maar de fietsers op de weg weten het wel. Ze kunnen ons feilloos vertellen waar het steiler wordt en hoever de top nog is. Een jongen op een volgeveerde mountainbike rijdt een eind met ons mee. De staking is omdat de regering het drinkwaterbedrijf wil privatiseren, vertelt hij, en dat betekent dat het water dus duurder zal worden. Ik ben benieuwd of het helpt en ik ben ook benieuwd hoe de staking georganiseerd is, maar daar kom ik niet achter.

Vanaf de top, de Abra Huillque op 3744 meter hoogte, gaan we spectaculair dalen, het dal van de Apurimac in. Via talloos veel bochten gaan we snel omlaag, heerlijk vooral ook omdat er nauwelijks verkeer is. Alleen af en toe een bus uit Lima en een paar vrachtwagens. De wegwerkers hebben kans gezien om vandaag op veel plaatsen de weg te gaan repareren. Kennelijk staken zij niet mee. De man met het bordje 'sigue' en 'pare' steekt het met de sigue-kant verschrikt voor als we er allang voorbij zijn. Gaandeweg wordt het steeds warmer, zo laag zijn we ook eigenlijk sinds San Pedro de Atacama begin april, ook niet meer geweest op de fiets. (Tijdens de trekking naar Mapi waren we wel lager.) De begroeiing wordt steeds tropischer: agaves, cacti, palmbomen en van bovenaf zag ik knalrode plekken die bij nadere beschouwing grote kerststerstruiken bleken te zijn.

Afdaling Naar Limatambo

Net voor Limatambo is er een Incaruine, Tarahuasi, genaamd. Het is een tempelplatform met 28 hoge nissen in de muren. Op de muren groeien oranje mossen. De stenen zijn ook anders dan de tempels in Cusco en Mapi, veel zachter lijkt het, want er schilfert ook hier en daar wat af. We zijn de enige bezoekers, en een loketje waar je de $3,35 entree zou moeten betalen, hebben we niet gezien. Binnen de muren staan wat uit leem opgetrokken gebouwen, die aan het vervallen zijn. Weer een bewijs dat de Incabouwstijl veel degelijker is dan alles wat erna kwam.

Incamuur Met Oranje Schimmel

In Limatambo op 2650 meter hoogte stoppen we vandaag. Na enig zoeken vinden we een kamer die ons wat lijkt. We zien in het bijbehorende restaurant dat Barcelona de Champions League wint. Daarna lopen we wat door het dorp, dat heel aardig is. Er is de laatste paar jaar veel aan gedaan, een gepavimenteerde wandelroute, een gemeentelijk zwembad dat volloopt als we er langslopen. Een affiche in ons hospedaje heeft het over 'Limatambo tropical, un nuevo destino turistico'. Er is ook een groot weeshuis waar veel vrijwilligers uit Europa komen werken. We lopen erlangs en zien de kinderen in de klas zitten. De vrijwilligers staken kennelijk niet. Overal elders waren de kinderen de hele dag op straat te vinden.

Tarahuasi Incamuur Met Lemen Huis

We eten 's avonds in het restaurant bij ons hospedaje. Het is er een komen en gaan van klanten en dan speelt het volgende tafereel zich af. Klant: Hay cena? Ober: Si. En vervolgens roept hij naar de keuken. Una sopa (of dos, tres, alnaargelang er klanten bijgekomen zijn), die dan binnen een minuut op tafel staat. Is de soep bijna op, dan roept de jongen: Una, dos of tres segundos, die dan ook weer binnen en minuut op tafel staan en alles dampend heet. Zo houdt een ober en een paar man/vrouw in de keuken het eten van gemiddeld 15 mensen bij, die allemaal niet langer dan een kwartier binnen zijn. Wij zitten er wat langer, ook al omdat we als enigen er bier bij drinken. Na de segundo krijgen we vandaag nog een toetje ook en daarna nog een kop mate. Maar deze cena is dan ook een halve sole duurder dan gisteren, Maar je kunt niet kiezen, je krijgt wat er is en dat was vandaag (en alle andere keren trouwens ook) sopa de fideos (vermicellisoep oftewel soep met pasta), rijst met een gekookte aardappel, een stuk wortel, drie erwtjes en een stuk stoofvlees. En het smaakt prima, beter dan de standaard maaltjes in Chili.

Tempelplatform Tarahuasi

Donderdag 28 mei, Curahuasi

Muggen bij de brug

We zijn tegen half acht de eersten in het restaurant, maar opteren niet voor het standaard desayuno (rijst met een gekookte aardappel, tomaat en kip), en vragen om mate de coca en pan con queso, maar de mevrouw in de keuken vindt kennelijk pan y pollo wat makkelijker, want ze vraagt of we dat willen.

Weer zijn we om acht uur zover dat we willen vertrekken, maar het is wat lastig om ergens brood voor onderweg op de kop te tikken. Uiteindelijk kopen we het maar van de voorraad in ons hospedaje. We dalen een eind verder, de quebrada van de Apurimac in, tot de brug over die rivier die op 1860 meter hoogte ligt.

Brug Over Apurimac

We stoppen er even voor een foto en worden meteen op tig plekken gestoken door dezelfde heel kleine mugjes die ons ook op de trektocht naar Mapi parten speelden. Is de jeuk van die bulten net over, steken ze gewoon weer opnieuw. We smeren ons in met gel, dat helpt wel tegen de muggen, maar heeft als nadeel dat alle rondvliegend zand zich nestelt op benen en armen. Hopelijk vinden we een hostal met douche vanavond. Vanaf de brug gaan we omhoog, om de 50 hoogte meters even stoppend om op adem te komen maar niet zo lang dat de muggen de kans krijgen. Op een brug drinken we koffie, net zoals we dat op de Camino Austral ook vaak deden. Op een volgende brug komen we drie fietsers tegen, de eersten sinds we drie weken geleden bij Puno de twee fransen tegenkwamen. het zijn een Engelsman en een Nederlander en een Spaanssprekende Zuid_amerikaan vanwie we niet hoorden uit welk land hij komt. We staan een half uurtje met ze te praten, zoals te doen gebruikelijk informatie uitwisselend over de respectievelijke routes die we nog voor de kiezen hebben. Zij komen van de top waar ze afgelopen nacht kampeerden. Wij gaan tot Curahuasi, hopen daar een hospedaje te vinden en gaan dan morgen verder omhoog, de top over en dalen naar Abancay.

Canyon Apimurac 1900m

Bij een watervalletje lunchen we en rijden dan weer in hapjes van 50 meter verder tot Curahuasi waar Frank eerst het aangenaam uitziend hospedaje voorbijrijdt. Op mijn aanraden gaan we terug en vinden er een prima kamer, met bano privado en zeer warme douche, die helpt om van dat muggenspul af te komen. Het eten later, geserveerd door het nog geen tienjarige nichtje van de bazin van het hospedaje is prima. daar moeten we morgen 1300 meter op kunen klimmen.

Vrijdag 29 mei, Abancay

Chicha aan de rand van de akker

Vandaag zijn we erg vroeg. Om kwart voor acht beginnen we an de klim, na een prima ontbijt. Eerst dalen we een stukje en dan gaat het alleen nog maar omhoog, voorlopig althans. Net nadat we koffie gedronken hebben, en weer onze eerste etappe van 50 meter stijgen achter de rug hebben, worden we geroepen en gefloten door een groepje mannen dat aan de rand van een akker zit. We gaan kijken wat ze bedoelen. Ze zijn aan het schaften en drinken chicha, dat ze ons ook aanbieden. Chicha is een maisdrank, soms gegist en dan zit er alcohol in, soms niet. We vragen hoe het zit met deze chicha. Met alcohol in ons lijf halen we die 1300 meter klimmen niet. Nee hoor, geen alcohol, todo natural. We drinken allebei een finke beker. Het is wat zurig, maar niet onaardig van smaak en het helpt goed tegen de dorst. We bedanken ze uitgebreid en na het beantwoorden van de gebruikelijke vragen vervolgen we onze weg en gaan de mannen weer aan het werk. Ze rooien droge maisplanten waar de kolven al vanaf zijn, veevoer waarschijnlijk.

Chicha Aan De Rand Van De Akker

Tien kilometer voor de top komen we alweer fietsers tegen, twee Amerikanen deze keer. Ze komen uit Nasca en weten ons te vertellen dat het stuk van Abancay naar Nasca schitterend is. Je kunt overal kamperen en er is water. Mooi, dat weten we dan ook weer. Tot nu ging iederen die we tegenkwamen van Abancay over een onverharde weg naar Huancayo, maar wij willen naar Nasca.

We lunchen en klimmen dan verder naar de top die op precies 4000 meter ligt. We zijn er om klokslag drie uur, zo'n beetje de tijd die we gehoopt hadden. We hebben 34,5 km gefietst met een gemiddelde snelheid van 7,5 km/h en een gemiddelde stijging van 5%. Met jas aan gaan we dalen want het is hier niet echt warm. Net na de top komen we twee Zwitserse fietsers tegen waar we natuurlijk ook een poosje mee staan te praten. Al met al betekent dat dat we het laatste stuk dalen als de zon al achter de bergen verdwenen is en het dus koud is. De afdaling is wel erg mooi, spectaculairder nog als die naar Limatambo twee dagen geleden, veel haarspelden, veel bomen. We moeten af en toe stoppen om te proberen de afgestorven handen en voeten weer tot leven te brengen. Zo koud is het niet eigenlijk, maar de overgang is zo groot, van klimmen en je inspannen naar dalen en eigenlijk alleen nog maar remmen. De enige spieren die je gebruikt zijn die van je handen en juist die worden het koudst. We hebben er geen gevoel meer in wat het remmen erg lastig maakt.

Tegen vijf uur naderen we Abancay, waar het eerste hotel onze fietsen niet kwijt kan of wil, het tweede ons niet aanstaat en het derde drie verschillende prijzen biedt. We kiezen de middelste prijs, natuurlijk. Morgen blijven we hier een dag, want we willen toch wat meer te weten komen over de weg naar Nasca dan ze ons in Cusco konden vertellen. Vandaag was ook een heftige dag, met in totaal 1500 meter stijgen, dus die rust hebben we wel verdiend vinden we zelf.

Groeten,

Frank en Marianne

------------------------------------

Zaterdag 30 mei, Abancay

Lavanderia Rosita

Eigenlijk zijn ze dicht op zaterdag, het gebouw waar zich wat gemeentelijke diensten bevinden en waar we vermoeden dat zich ook de turismo bevindt, maar de man bij de deur begeleidt ons naar een collega verderop en gezamelijk beantwoorden ze onze vragen. We krijgen er een mooi kaartje bij van de route voor zover die zich in de provincie Apurimac bevindt tenminste. Op 70 km in Santa Rosa is alojamiento, een stukje verder is zelfs een echt hotel gerund door Italianen, en dan weer 50 km verder in Chalhuanca zijn hotels. Winkeltjes om eten te kopen en restaurants zijn er in alle plaatsjes die op de kaart voorkomen. Mooi, dat weten we dan ook weer.

Veel meer dan het bezoeken van de turismo, de was wegbrengen en eten en drinken doen we weer niet vandaag. We drinken koffie ergens. Koffie krijg je hier in vloeibare geextraheerde vorm: er staat een flesje op tafel, je vraagt er warm water of melk bij en daar doe je dat extract bij.

We eten 's avonds bij de pizzeria tegenover het hotel, goeie pizza maar de huiswijn die het SAH speciaal aanbeveelt kan ons niet zo bekoren. We zouden de was nog kunnen ophalen na acht uur, zei Rosita van lavanderia Rosita vanmorgen, klop maar op de deur. Maar helaas er hangt buiten een groot hangslot op de deur.

Zondag 31 mei, Santa Rosa

Atletische trucha

Gelukkig doet Rosita, zei het nog in nachtpon, vanmorgen om acht uur wel de deur open en krijgen we onze spullen gewassen terug. Stel je voor dat je vandaag hier hadden moeten blijven omdat we de was niet terug kregen!

We rijden de stad uit, nog steeds gaan we flink omlaag. De weg is niet erg druk gelukkig. Of dat komt omdat het zondag is weten we niet. We dalen weer veel verder dan we zouden willen, tot 1780 meter hoogte, en dat wil zeggen dat er weer muggen zijn. Snel smeren we ons in, maar toch nog net te laat. Met een paar verse muggenbulten erbij fietsen we omhoog. We laten de afslag naar Ayacucho rechts liggen. De meeste fietsers gaan wel die kant uit, het moet er ook erg mooi zijn, maar wij blijven op de weg nummer 26 naar Nazca, die voorlopig de rivier volgt en dus niet al te steil klimt.

Het weer is prima vandaag, nagenoeg onbewolkt en omdat we zo laag zitten is het korte-broekenweer. We verbranden inmiddels niet meer maar voor alle zekerheid smeren we nog wel de randjes van de oren in. Die doen altijd het meeste zeer als ze verbranden.

We drinken koffie en lunchen gewoon ergens op het randje van de weg. Vrachtwagenchauffeurs en buschauffeurs toeteren en zwaaien naar ons. Ik moet het thuis, denk ik, gaan afleren om naar elke bus en elke vrachtwagen te zwaaien, je weet niet wat ze daar van denken in Nederland. In de plaatsjes die we passeren wordt af en toe 'gringo' naar ons geroepen. Als we langzaam genoeg gaan, zeg ik 'No soy gringa, soy de Holanda', maar meestal is dat verspilde moeite.

Vandaag zijn er agressievere honden dan hiervoor, ze blijven blaffen en achter ons aanrennen. eentje brengt me zelfs behoorlijk uit evenwicht door zich achter in een van mijn tassen vast te bijten en zich mee te laten sleuren.

Om half drie zijn we in Santa Rosa en hoewel de mevrouw van het restaurantje waar we cola drinken zegt dat het hotel van de italianen 'muy cerca' is, checken we dat even bij een autobestuurder. Het blijkt nog 25 km verder te zijn, te ver dus. We blijven hier en vinden een eenvoudige maar schone kamer in een van de drie hospedajes die het dorp, dat nauwelijks wat voorstelt, telt. Er is een koude douche, maar dat geeft niet op deze hoogte. We zijn tot 2300 meter gestegen. 's Avonds eten we bij de madam van het restaurant, trucha, iets anders heeft ze niet, maar erg atletische trucha, die heeft hier hard tegen de stroom op moeten zwemmen want er zit nauwelijks vlees aan.

Frank In Winkel Bij Hospedaje Santa Rosa