---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Maandag 1 juni, Chalhuanca
Viva el paro
Vandaag fietsen we verder langs de rivier omhoog. Net als gisteren is het niet echt lastig, nergens komen we boven de 5%-hellingen uit. 'De donde son?', roept een mevrouw die ik bijna niet zag omdat ze kleren aan heeft van dezelfde kleur als de weg. 'De Holanda', roep ik al voorbijfietsend. 'Que bueno', hoor ik haar nog zeggen. Een eindje verder als we koffie drinken komt een man ons een hand geven, 'approveche' zeggen en weer een hand geven als hij verder loopt. Over het algemeen zijn de mensen hier erg aardig.
Het is erg rustig op de weg. Slechts een paar bussen komen ons tegemoet en een paar auto's rijden dezelfde kant uit als wij. Ik herinner me in de krant in Abancay een kop gezien te hebben waar het woord 'paro' en '1 junio' in voorkwam. Als we de bussen wat beter bekijken hebben ze allemaal op de vooruit gekalkt 'Viva el paro'. Het land is opnieuw in staking.
We eindigen op ongeveer 2900 meter hoogte in Chalhuanca. Het weer is nog steeds prima, vrijwel onbewolkt en de temperatuur overdag is ook nog aangenaam. In Santa Rosa zeiden ze dat het hier koud zou zijn. Nu zeggen ze altijd dat het elders koud is: in Cusco zeiden ze dat het koud was in Puno, en in Puno zeiden ze dat het koud was in Cusco.
In Chalhuanca zijn zelfs echte hotels en we kiezen er een die er aangenaam uitziet, met bano privado en tv. Daarop zien we onder andere dat er een vliegtuig van Air France vermist is boven de Atlantische Oceaan. We doen boodschappen, drinken een pilsje en lopen wat door het dorp, dat groter is dan de andere op weg van Abancay naar Nazca. Morgen en overmorgen komen we veel hoger, boven 4000 meter en moeten we kamperen omdat er niet veel dorpen zijn. Daar moeten we op voorbereid zijn, vandaar de boodschappen.
Dinsdag 2 juni, Iscahuaca
Geen banos, maar campo
Na het ontbijt en het kopen van de broodjes verlaten we Chalhuanca. De zon schijnt weer volop, de lucht is blauw, maar echt warm is het nog niet. We stijgen verder langs de rivier, maar wel steiler dan gisteren en eergisteren. Het dal vernauwt zich. Er is duidelijk meer verkeer op de weg dan gisteren, dus de staking is voorbij. Jammer voor ons, maar misschien wel beter voor het land.
Koffie drinken en ook lunchen als we al aan de echte klim met de haarspeldbochten begonnen zijn, is een genot in de zon uit de wind. Wonderlijk toch, dat het overdag zo lekker kan zijn en 's avonds zo koud. Vanmorgen bij het ontbjt in het hotel had ik liefst mijn muts op gehad en handschoenen aan. Het stuk met de haarspeldbochten gaat beduidend langzamer dan ervoor. Om de 50 meter klimmen stoppen we om op adem te komen. Toch gaat het makkelijker dat de eerste keer toen we zo hoog waren, op de Agua Negra. We zijn dus toch wat beter geacclimatiseerd, ook al waren we de laatste paar dagen veel lager.
Vijftig Meter Klimmen En Dan Uitrusten
Het laatste stuk voor de top is lastig maar als we de eerste en laagste col van de drie die we nog voor de boeg hebben tot Nazca, passeren zien we een dorp liggen. Er is zelfs een soort alojamiento, al het erg basis, zo basic hadden we het nog niet eerder, zelfs in Ticatica in Bolivia niet. Een kamer in een lemen bijgebouwtje, lemen vloer, lemen wanden, maar dat materiaal heeft het voordeel dat het de warmte vasthoudt. We drinken eerst maar eens thee en door een misverstand (Frank vroeg ergens of je er kon avondeten, dus ik ging er van uit dat we niet zouden koken) begin ik niet met koken totdat het te laat is. Dus eten we maar weer in een restaurantje, op de gebruikelijke manier, soep en segundo, deze keer vergezeld van mate de coca en geen bier. Daarvan moeten we te erg plassen vannacht en banos geeft het hier niet. Campo, zei de madam van het restaurant lachend toen ik naar banos vroeg. Nou dat hebben ze hier genoeg, campo.
Woensdag 3 juni, Negro Mayo
Nog basicer
Ondanks het feit dat we geen bier dronken moesten we er toch de hele nacht uit, naar de campo dus. Om zeven uur is het enigszins te harden qua kou en staan we op. Na het ontbijt (mate de coca en muffins) bij de mevrouw van het restaurantje van gisteren staan we klaar om te vertrekken, maar eerst moeten er nog een paar vragen van omstanders beantwoord worden. het gebruikelijke tafereel. Als de man die aan de overkant allerlei ongeregeld spul verkoopt hoort dat we uit Holanda komen, passeren alle voetballers van Johan Cruijff tot Ruud Gullit de revue. Dan kunnen we echt weg.
Eerst gaan we weer een stukje omhoog, nou ja stukje, tot 4548 m. Dan dalen we af tot 4200 en gaan we weer omhoog nu tot 4570 m. Dat alles is niet gemakkelijk en ontlokt mij de opmerking, dat ik na mijn 55ste nooit meer tot 4000 meter of meer hoef te fietsen. Na die laatste col denken we dat we alleen nog maar hoeven af te dalen, maar niets is minder waar. We stijgen nog twee keer tot boven de 4500 meter.
Er wordt hier druk aan de weg gewerkt en ook nu, net als aan de Chileense kant van de Paso Agua Negra zijn het meer wegwerkers die van de weg gebruik maken dan anderen. De weg is verder in redelijke staat, verhard maar wel hier en daar geplakt met teer. Op een plek staan wel 50 man met petflessen met vloeibaar teer dat ze in de haarscheuren gieten. We mogen er wel voorbij gelukkig. De laatste club wegwerkers weet te melden dat Negro Mayo, waar volgens de voetballiefhebber van vanmorgen alojamiento zou zijn, nog drie kilometer verder is. Mooi, want kamperen lukt al niet meer: het is te laat en het gaat waarschijnlijk op bijna 4500 meter hoogte erg koud worden. Maar helaas in het dorp is niet veel te vinden. We zeiden vandaag tegen elkaar dat het niet meer basic kon worden dan afgelopen nacht, maar dat kan dus wel. Uiteindelijk bieden ze ons bij een restaurantje een kamer aan met niks, geen bedden, helemaal niets. Wel komt de esposa van de mevrouw later met twee een beetje viezige lamavellen aan. Zo gebeurt het dat Frank zijn 57e levensjaar aanvangt al slapend op een lamahuid. We leggen er onze fietshoezen overheen en daarop de slaapmatjes en de slaapzakken, dat wel.
Basic Alojamiento Isca Huaca
Het eten later stelt niet zo heel veel voor. Ik kwam nog op het lumineuze idee om de mevrouw de zak met groenten te geven waar ik al twee dagen mee rondfiets met de vraag of ze wat ervan bij ons avondeten kon klaarmaken. De rest mocht ze dan houden, was mijn idee. maar meer dan een halve ui en een tomaat (van de zak gevuld met drie uien, vier tomaten, vijf wortels, drie paprika's en twee limoenen) vonden we niet terug op onze borden. Tja, zo gaat dat hier kennelijk. Om zeven uur liggen we in bed, het is te koud om iets anders te doen.
Donderdag 4 juni, Puquio
Meer dalen dan ons lief is
Weer staan we om zeven uur op en het is nog kouder dan gisteren. We zitten dan ook minstens 300 meter hoger. Ontbijt is mate de coca en sandwich con queso, dat was mas facil dan met ei. Enfin we betalen dan ook nauwelijks iets voor dit hele gebeuren. We bedanken de mevrouw en haar esposa en stappen op de fiets en gaan, jawel hoor, weer omhoog tot 4500 meter. Daar begint de hoogvlakte met de laguna's.
Lagunas Op 4400 Meter
Het lijkt wat op Bolivia, erg bijzonder vinden we het niet. de eerste dertig kilometer heuvelt het wat rond de 4400 meter, daarna gaan we dalen. Als we echt een dal ingaan wordt het landschap weer wat interessanter, er groeien arctic lupines, die erg lekker ruiken. er zijn sowieso meer stuiken en bomen. In tegenstelling tot Bolivia is Peru wel bewust met het milieu bezig. Er staan overal grote borden dat je het milieu moet beschermen, geen planten uit mag rukken want dan verdwijnt de bodem en de flora en fauna moet respecteren.
Maar niet alleen het milieu ook de weg moet beschermd worden staat er op de borden. Heel wonderlijk is dat er overal borden staan waarop staat dat je geen stenen op de weg mag leggen, en ook geen andere obstaculos. Wie komt dan op het idee het wel te doen, vraag je je af. Langs de wegen in Peru staan sowieso veel meer borden dan in Bolivia, verkeersborden, borden die afstanden aangeven. Het is duidelijk een meer ontwikkeld en rijker land. Op een van die borden staat dat Puquio nog 31 km is. De man die ons een hand komt geven en een praatje komt maken zegt dat het vrjwel alleen nog maar omlaag is. Dat klopt, we dalen in gloeiende vaart tot maar liefst 3250 meter en vinden daar, hoezee, een hotel met een kamer met bano privado. Als we er ooit aan toe waren dan is het nu wel. Pas als we frisgewassen zijn kan ik Frank echt feliciteren met zijn verjaardag.
Vrijdag 5 juni, net na Vado
Toch nog kamperen
Vanaf Puquio is de weg slecht. We komen het dorp nauwelijks uit. Omhoog tot 3550 meter gaan we in de hoop dat de afdaling beter wegdek met zich meebrengt, maar niets is minder waar. Het is onbegrijpelijk dat op het eerste stuk van de weg honderden wegwerkers bezig zijn om met petflessen met teer alerlei haarscheurtjes aan het vullen zijn, terwijl hier het wegdek in stukjes van 10 bij 10 cm is opgedeeld. Door het weer? Of door de vrachtwagens?
In Lucanas drinken we een kopje cocathee. Er is wel een aangenaam uitziend hostal, maar het is nog erg vroeg en dus rijden we door. 100 meter hoger is er weer een hostal, maar weer is het te vroeg. We lunchen een stukje verder en fietsen door. Alles wat we vandaag ohoog gaan hoeven we morgen niet. Maar een eindje verder is er zo'n aangenaam veldje om te kamperen, en daar moeten we het vandaag toch van hebben, dat we stoppen, al is het pas twee uur. De tent staat snel en goed en we beginnen met thee drinken.
Kamperen Na Vado Opweg Naar 4200m
Al snel komt de mevrouw aan wie ik toestemmng vroeg om hier te kamperen, met haar breiwerk bij ons zitten. We praten bijna een uur het haar, over hoe het leven is in Peru, waar wij vandaan komen, hoe duur alles is bij ons en hier, en ga zo maar door. Ze vraagt op een geveven moment om een propina (fooi), waarvoor is onduidelijk, maar we geven haar maar iets. Dan vraagt ze hoe laat het is en als het bijna vier uur blijkt te zjn, vertrekt ze met haar twee varkens, een big, drie geiten, een stuk of tien schapen, twee ezels en een hond. We zien haar nog een poos over de weg naar beneden vertrekken. Wij koken wat, soep, noodles en pasta en na nog wat kopjes thee liggen we om half zeven, als het al pikkedonker is, in bed.
Mevrouw Van De Geiten Varkens Schapen Ezels
Zaterdag 6 juni, Nazca
3700 meter afdalen?
Als je om helf zeven in bed ligt, en weliswaar niet de hele tijd slaapt, moet het toch mogelijk zijn om weer om half zeven op te staan, en ja hoor dat lukt. We ontbijten wat, zover de voorraad strekt, drinken thee en pakken de boel in.Om even na acht uur zijn we zover dat we aan de klim kunnen beginnen. We moeten nog steeds omhoog, de laatste col van volgens de kaart meer dan 4300 meter over, voor we aan de afdaling naar Nazca kunnen beginnen. In hapjes van 50 meter gaat dat tot we bij de peaje aankomen, Daar is een restaurant waar we maar weer eens een kopje cocathee nuttigen. Er vlakbij is een vicunareservaat. Vicunas zijn net als guanacos de wilde varianten van llamas en alpacas. Sierlijke beesten zijn het, en net als koeien schrikken ze meer van fietsers dan van auto's.
Vicunas Bij Galeras
We gaan nog een hele poos omhoog, maar net na twaalf uur, zoals gepland en gehoopt bereiken we de top waar we onze laatste broodjes met kaas en pindakaas opeten. Dan kunnen we beginnen aan de ultieme afdaling, van bjna 4200 meter hoogte naar 600 meter, de hoogte van Nazca. Helaas is het genot beperkt. Vanaf Puquio is de weg al erg slecht, veel gaten en vooral veel kapot asfalt. Het schiet minder hard op dan we zouden willen. maar het kan altjd nog erger.
Na 1400 meter dalen is er een wegversperring. De politeman die er staat zegt dat het wel een uur kan duren. De reden is dat ze verderop explosieven gebruiken om de weg te verbreden. Het is half vier we moeten nog bijna 50 km dalen naar Nazca en gezien de toestand van de weg gaan we dat niet halen voor het donker.
Frank komt op het lumineuze idee om de jongens met de 4x4-pickup te vragen of we mee kunnen rijden. Jammer van de 3500-meter lange afdaling, maar goed, in het donker fietsen is ook niet alles hier. Ze vinden het goed en et vereende krachten binden we de fietsen vast, knikkeren alle tassen achterin en beginnen aan de rest van de afdaling zodra de politieman dat goed vindt. Het was geen lolletje geweest als we dat hadden moeten fietsen want tot 25 km voor Nazca is de weg abominabel slecht. We hadden het ook zonder het oponthoud voor de explosies waarschijnlijk niet gehaald vor het donker. Nu zijn we net voor het donker bij het hotel van onze keuze, dat alles heeft wat we zouden willen, en meer, want wat veel discolawaai blijkt, als we na het eten rust willen, maar dat dus niet krijgen.
Groeten, Frank en Marianne
----------------------------------------------------
Zondag7 juni, Nazca
Cambio de cadenas
's Morgens zijn de fietsen weer aan de beurt. Ik leg mijn nieuwe achterband er op. In de afdalingen begon ik een klein hobbeltje te merken ten gevolge van een minuscuul klein scheurtje in de wang van de band. Deze nieuwe band moet het maar tot het einde volhouden, we zijn tenslotte al over de helft. Als de fietsen weer schoon zijn en de andere kettingen erop liggen, gaan we wat eten in de stad. Het is lekker weer, zonnig en een graad of 25, schat ik. 's Avonds eten we parillada, dat is lang geleden. Het is lekker, maar tot nu toe heeft niets de mooi versierde hertenbiefstuk in Bariloche kunnen evenaren.
Maandag 8 juni, Nazca
Lijnen vanuit de lucht
Het is een beetje bewolkt als we opstaan. Hopelijk trekt dat nog weg voor we gaan vliegen. We ontbijten en nemen voor de zekerheid maar thee in plaats van koffie. Ze zeggen dat je erg luchtziek kunt worden in zo'n klein vliegtuigje. We zullen zien.
Instappen Vliegtuig
Nou, dat weet ik dan nu zeker, je wordt er ziek van. Ik heb een paar foto s gemaakt en daarna alleen nog maar naar de horizon gekeken. Maar voor ik echt ziek werd wel de lijnen die over grote afstanden de woestijn in lopen gezien en allerlei sporen die er al tientallen jaren zijn en niet verwijnen. De figuren, zoals de aap, de hond, de walvis, de astronaut, de kolibri, de flamingo etc, vergden meestal teveel inspanning. Maar Frank heeft het allemaal goed kunnen zien en heeft er foto s van gemaakt.
Astronaut Of Owl Man
De lijnen op de grond zijn gemaakt door de rode stenen die de Woestijn van Nasca bedekken weg te halen of ze juist op te stapelen. Daardoor werd de lichtere ondergrond zichtbaar of werd een donkerder streep zichtbaar. Er zijn twee soorten lijnen dus. Het zijn of kleine, 10 tot 30 cm diepe geulen in de grond of dunnere donkere strepen. De donkere komen voornamelijk op de heuvels voor, de lichtere op de vlakten. Maar een raadsel blijft hoe figuren van 50 tot 270 meter doorsnede gemaakt werden. Je kunt ze alleen goed zien van de lucht (als je niet ziek wordt tenminste).
Ze dateren van 200 voor tot 400 na Christus en zijn gemaakt door de Nazca's. Door het droge windstille klimaat konden ze zo lang behouden blijven. De temperatuur is het hele jaar door zo'n 25 graden Celcius. Het gebied waar de honderden lijnen en zeventig figuren te zien zijn is 500 vierkante kilometer groot, en ligt tussen Nazca en Palpa. De figuren bij Palpa zijn ouder dan die bij Nazca.
Maria Reiche, een Duitse archeologe heeft er het grootste deel van haar leven aan gewijd uit te zoeken hoe en waarom de figuren gemaakt zijn. Ze dacht dat de figuren en de lijnen verwezen naar de plekken waar hemellichamen opkwamen, maar voor die hypothese is volgens latere onderzoekers niet voldoende bewijs. In ieder geval kunnen niet alle lijnen zo verklaard worden. Ze bestudeerde de lijnen voor een groot deel vanaf ladders. In het begin dachten de mensen van Nazca en Palpa dat ze een heks was, omdat ze in haar eentje met een bezem door de woestijn liep. In 1998 stierf ze, 95 jaar oud. Ze heeft samen met haar zus Renate een platform bekostigd waarvandaan je drie figuren kunt zien. Daar komen we morgen langs op weg naar Palpa. een stukje verder is een museum dat aan haar gewijd is.
Er zijn een heleboel onderzoekers die zich met de oorsprong en de zin van de figuren en lijnen hebben beziggehouden. De meeste ideeen komen neer op religieuze verklaringen die met water en vruchtbaarheid te maken hebben. De figuren zouden zijn gemaakt zodat de goden vanuit de hemel ze konden zien, ze zouden interpreteren als een soort verering en daarom voor water zouden zorgen. De lijnen zouden ook wegen kunnen zijn naar plekken waar de goden die voor het water zorgen vereerd werden, de figuren stellen vruchtbaarheissymbolen voor. In zo'n droge streek als hier is dat niet zo'n gekke verklaring. Er is ook een theorie die beweert dat de Nazca's heteluchtbalonnen hadden. Er zijn afbeeldingen gevonden van dergelijke contrapties op keramische voorwerpen uit die tijd. Een Amerikaanse onderzoeker heeft met de technologie uit die tijd een heteluchtballon geconstrueerd en die heeft gevlogen, een soort gevlogen tenminste.
Maar alle geleerden zijn het erover eens dat een afdoende verklaring hoe de figuren gemaakt zijn en waarom, anno 2009 nog niet bestaat. Frank opperde iets met spiegeltjes en zonlicht. Zo zou je rechte lijnen kunnen maken, maar daarmee verklaar je de ronde figuren niet. Omdat dezelfde afbeeldingen ook op keramiek voorkomen, zou je kunnen bedenken dat ze groot uitgevoerd zijn door ze op een soort ruitjespapier te tekenen en die sectoren vergroot uit te voeren. Die hypothese vind ik niet een twee, drie terug,net zo min als de spiegeltjestheorie.
De Nazca's bouwden, als enigen van de kustbewoners, ook die voor en na hen deden dat niet, een ingenieus systeem van aquaducten en ondergrondse waterkanalen. Sommige van die hydraulische bouwwerken zijn nog steeds in gebruik. Het regent hier nooit en toch is de vallei waarin Nazca ligt groen. Enfin genoeg mysterieus om van Nazca een toeristische trekpleister te maken.
Nazca Vallei Vanuit Vliegtuig
Dat blijkt ook als we 's middags in de stad Sven en Dorothee (de Duitse fietsers die we eerder in San Juan in Argentina, en Potosi tegenkwamen) met haar vader en moeder geloof ik, tegenkomen, Ze zijn naar Trujillo gefietst en reizen nu gevieren per bus door Peru, de toeristische trekpleisters af kennelijk.
Hotel Allegria Met Cerro Blanco
Dinsdag 9 juni, Palpa
Opnieuw de Panamericana
We verlaten het aangename hotel Alegria in Nazca en fietsen over de Panamericana verder naar het noorden. Vanuit Cusco gingen we een eindje terug, naar het zuiden, maar nu gaan we weer op weg naar het meest noordelijk punt op het zuidelijk halfrond. De weg is aanvankelijk redelijk rustig, maar wordt gaande de dag drukker. Bij het platform stoppen we en klimmen omhoog. Je ziet inderdaad twee figuren heel duidelijk, en eigenlijk beter dan vanuit het vliegtuig, daar heeft de man in het hotel die we erover spraken gelijk in. Beneden zijn wat artesanaliaverkopers en met een ervan praten we een poosje. Hij vertelt hoe hij de stenen maakt met de Nazca-figuren erop. We drinken koffie op de parkeerplaats bij de toren en ondertussen komt er een bus met Nederlanders aan. Twee van hen zetten ons op de foto, zonder te vragen of wij dat goed vinden. Stuitend. Wij vragen altijd aan de Peruanen of ze dat goed vinden.
Vijf kilometer verder is het huis waar Maria Reiche lange tijd woonde. Het is nu een museum en uiteraard gaan we dat bekijken. De jongen die de kiosk bemant, haalt ons met fietsen en al binnen de poort en vertelt enthousiast van alles over Maria. Ze heeft in Cusco, waar ze haar verblijf in Peru aanving als gouvernante van de kinderen van de Duitse consul, een van haar vingers verloren door een wond die niet goed verzorgd is. Nu hebben de mono en los manos, twee van de twaalf meest bekende Nazca-figuren ook maar vier vingers aan een hand.
Mirdor En Manos vanuit Vliegtuig
Maria interpreteerde dat als een teken dat Nazca haar plek was. In een boekje over de mystiek van Nazca, zegt de auteur dat Maria ooit beweerde dat ze in een vorig leven een Inca-prinses was. Eerlijk gezegd geloof ik niet dat ze dat serieus gemeend heeft. Ze had wiskunde, natuurkunde en geologie gestudeerd in Dresden en wat we hier van haar werk zien, veel tekeningen en berekeningen, geeft een beeld van een rationeel persoon, niet van iemand die in reincarnatie gelooft.
Museum Maria Reiche Met Maria Zelf
In haar werk/woonkamer, die deel uit maakt van het museum, is te zien hoe eenvoudig ze leefde en hoe begaan ze was met haar werk. Een typemachine, een tekentafel en een bed, dat is alles wat er aan meubels is. Pas toen ze door de regering erkend werd als beschermster van de nazca-lijnen, woonde ze een deel van de tijd in het Nazca Lines Hotel. Ze ligt in de tuin van haar huis begraven en gisteren was het elf jaar geleden dat ze overleed. Er staan verse bloemen gerangschikt in de vorm van twee van de Nazca-figuren, de spin en de aap.
Arbol Vanaf Mirador
De jongen van het museum geeft ons een kaartje mee van een vriend die in Palpa een hospedaje heeft. We komen er uiteindelijk ook terecht, een hospedaje campestre, eenvoudig en heel erg rustig, een stuk van de Panamericana af.
Hostal Campestre Palpa
Vogel Bij Hostal Campestre Palpa
Woensdag 10 juni, Ica
Opnieuw woestijn
Als we Palpa verlaten gaan we eerst omhoog, weg van de rivier en de groene oase. De woestijn krijgt weer grip op ons, maar zo erg droog en heet als in Chili is het hier niet. We gaan zo'n 300 meter omhoog, en dalen daarna erg langzaam. Af en toe staan er hutjes langs de weg gemaakt van rieten matten. Het regent hier dus echt nooit. Veel mensen zien we niet, wel is er redelijk wat verkeer op de Panamericana, waaronder een groot aantal vrachtwagens die oorspronkelijk uit Nederland komen, gezien de belettering voorop.
Als we na het laatste zeer oninteressante stuk tegen half vijf, na bijna 100 km, in Ica aankomen en stoppen bij een kruising, vertelt een agent desgevraagd dat het hotel dat we uitgezocht hadden nog vier kilometer verderop is. We vragen of er geen dichterbij is. Hij verwijst ons eerst naar Hotel Bolivar, maar als Frank vraagt of dat een goed hotel is, zegt hij dat er ook andere zijn, maar die zijn duurder. Uiteindelijk komen we uit in Hotel Sol de Ica, een prima keuze lijkt het.
Het was het laatste stuk hiernaartoe bewolkt en vochtig en ik ben helemaal afgekoeld. Ik wil alleen nog maar onder een warme douche en het maakt me niet uit wat dat kost, maar het duurt even eer die warme douche het doet en ik kan bijkomen.
Ica is in 2007 ook getroffen door de aardbeving die Pisco verwoest heeft en dat is aan sommige gebouwen nog te zien. Ook de weg waarlangs we de stad binnenkwamen bood vrjwel alleen uitzicht op puin. Toch is de Plaza, die misschien helemaal nieuw is, wel aardig. Het is druk op straat, zoals eigenlijk altijd in plaatsen van enige omvang. We vinden een aardig restaurant en eten er lekker. Nu we weer laag genoeg zijn, kan ik ook weer echt een hele maaltijd op. Gek genoeg lukt dat niet als we boven de 3000 meter zijn.
Groeten,
Frank en Marianne
---------------------------------------
Donderdag 11 juni, Paracas
Opnieuw de Pacifico
Na het geweldige ontbijt in Hotel Sol de Ica rijden we de stad uit. Het meeste verkeer komt de stad in gelukkig. De Panamericana heeft hier een beter wegdek dan voor Ica en ook de vluchtstrook is prima. Dat is maar goed ook want er is redelijk wat vrachtverkeer en natuurlijk zijn er ontelbare bussen. Je vraagt je elke keer af waar al die mensen toch naar toe willen en waarom.
We rijden door een groen stuk land dat door de mensen aan de woestijn ontfutseld is. Het water voor de irrigatie komt uit de grond, maar er mogen geen nieuwe putten meer geslagen worden blijkt uit de borden. Er zijn wijngaarden, maar ook fruit- en olijfboomgaarden. Het is een heel gek gezicht, die afwisseling tussen het frisse groen en het gele zand van de duinen.
Panamericana Door Woestijn Voor Paracas
Het waait flink, net als gisteren, en tegen maar met onze extra voorraad rode bloedlichaampjes geholpen door het feit dat de weg met een half procent daalt, schiet het goed op. De afslag naar Paracas bereiken we nog voor de lunch. Op aanraden van de man van het restaurant gisteren gaan we naar Paracas en niet naar Pisco. Daar is alles verwoest door de aarbeving vertelde hij en dat is geen leuke plek om te verblijven.
Het hotel in Paracas dat we uitzochten staat er gelukkig nog wel, al is de trap ernaar toe doormidden gescheurd. Het is een ouderwets hotel en je betaalt voor de locatie niet voor de kwaliteit van de badkamer, zegt Frank. Het ziet er wel aangenaam uit, met zwembad en een grote tuin erachter. Morgenochtend kunnen we ook nog naar de Islas Banestes op excursie vertelt het meisje van de receptie. Dat zijn de poor men's Galapagos. Ons plan is echter om naar de echte Galapagos te gaan. We zullen zien.
Vrijdag 12 juni, Lima
Opnieuw de bus in
Als we in fietskleren klaar staan om naar Pisco te fietsen, vertelt de man van de receptie dat dat geen zin heeft. De bussen naar Lima stoppen daar niet meer sinds de aarbeving. We moeten hier opstappen. We lopen naar het andere einde van het dorp om een kaartje te regelen. We kunnen hier niet voor de fietsen betalen maar als de man hoort dat we uit Holanda komen, dat klinkt kennelijk betrouwbaar, mogen we dat ook in Lima betalen. De bus gaat pas om half drie, dus verpozen we ons maar aan de rand van het zwembad in ons hotel en eten er pizza.
Als we na drie uur uiteindelijk in de bus zitten die noordwaarts rijdt, zijn we blij dat we dit stuk niet fietsen. Van Pisco is inderdaad niet veel over, een triest gezicht. Na Pisco is de weg druk, het uitzicht saai. Omdat we zo laat vertrekken bereiken we Lima pas als het donker is en missen we het zicht op de sloppenwijken. We kijken maar naar twee films die in de bus vertoond worden.
Het busstation in Lima is nieuw, groot en goed verlicht. We wachten tot het laatst met de bagage ophalen en alleen onze tien rode tassen er nog liggen en de fietsen uit de bus gehaald zijn. We zijn op een andere plek aangekomen dan we dachten en lopen --zonder licht fiets ik niet in een grote stad-- naar het hotel dat we uitzochten. Dat is een heel eind, maar na een uur bereiken we het, stoep op, stoep af gaand tussen de drukte door. Het is een prima hotel, propvol allerlei artesanalia. Inmiddels is het negen uur en net voor het restaurant dat men ons wees dichtgaat, eten en drinken we daar nog wat. Tot zover is onze indruk van Lima gunstig. Net als Santiago en Buenos Aires zijn er brede straten, is er veel verkeer en zijn er veel mensen op straat. maar het is er redelijk schoon en overzichtelijk. Er zijn ook veel moderne gebouwen en winkels. We zullen er de komende dagen meer van zien.
Zaterdag 13 juni, Lima
Chaski's en quipu's
Halverwege de ochtend verlaten we het hotel en lopen de stad in. Op de grote wegen is veel verkeer, vooral veel bussen en busjes. Uit de deur van zo'n busje hangt iemand die continu de af te leggen route declameert in de hoop mensen de bus in te lokken. Moet er iemand uit- of instappen dan moet eerst de omroeper eruit en de bus rijdt meestal alweer voor die er weer in is. Ze zijn meesters in het in een rijdende bus springen en in een beweging de deur dicht te doen (als dat nog kan tenminste). Dit systeem hanteerden ze in Bolivia ook. Het heeft tot gevolg dat op de plekken waar veel bussen samen- of langskomen het een geschreeuw van jewelste is. Voeg daarbij de mensen met de mobiele telefoons, die hier niet net als in Cusco gifgroene linten om hebben, maar hard 'llamadas' roepen, en je hebt een beeld van het geluid dat in de stad te horen is.
Er is sowieso altijd veel lawaai, verkeer, mensen die hard roepen en schreeuwen, harde muziek. Het is daarom verbazingwekkend om te zien hoe er overal honden liggen te slapen, soms midden op de stoep, Je moet uitkijken om niet op ze te trappen. Als de zon schijnt en het lekker warm is, zoals in Nazca, is het nog enigzins voor te stellen, maar ook hier in Lima liggen overal honden te slapen. Lima ligt aan de Pacifico en daar is het deze tijd van het jaar fris, altijd bewolkt en nevelig.
We gaan op zoek naar het postkantoor, om twee redenen. We willen weer van de hoeveelheid spullen af die we in de loop van de tijd gekocht hebben en die teveel plek in de fietstassen innemen. De tweede reden is dat er een museum bij is waar het systeem van de chaski en de quipu (de Inca-boodschappers en de gekleurde touwtjes die de informatie bevatten) uitgelegd zou worden. Maar dat laatste valt tegen. Er staat wel een echte chaski, maar de uitleg hoe de quipu's werken, ontbreekt. Gelukkig brengt internet later enigszins uitkomst.
Chaski In Postmuseum
Het is een tientallig stelsel waarmee, voor zover men weet, alleen numerieke informatie doorgegeven kan worden. Quipus kunnen vier soorten knopen bevatten, enkelvoudige, meervoudige (waarbij extra lussen gelegd worden voor de knoop gemaakt wordt), knopen in de vorm van een '8' , en die laatste met een extra lus. Elke groep knopen stelt een getal voor. De positie op het koord stelt de tientallen voor, 40 is dan een verzameling van 4 enkelvoudige knopen op de tientallenpositie. De getallen 2 tot 9 worden voorgesteld door een enkelvoudige knoop met 1 tot 8 extra lussen, op de positie waar de eenheden voorkomen. Het getal 1 wordt weergeven door een '8'-knoop, en een nul wordt weergeven door het afwezig zijn van een knoop op de overeenkomstige positie. Waar die vierde soort knoop voor staat is me niet duidelijk. Omdat duidelijk is waar de eenheden zich bevinden, is ook duidelijk waar een getal eindigt en dus kan een koord meerdere getallen bevatten.
Hostal Posadadel ParqueLima
Dit systeem hebben antropologen kunnen ontcijferen omdat quipu's op een systematische wijze optellingen van getallen bevatten. (Het lijkt wat op de foutencorrectie in digitale informatie (cd bijvoorbeeld), waar ook rekenkundige berekeningen gebruikt worden om ontbrekende bits (door een kras of zo) terug te rekenen.) Sommige van die getallen geven geen hoeveelheden aan maar zijn nummers waarmee personen, plaatsen of dingen gelabeld zijn. Men heeft niet kunnen ontdekken of er met de quipu ook andere informatie dan numerieke informatie doorgegeven werd. De kleur en de relatieve positie van de verschillende subkoorden zou ook nog informatie kunnen bevatten. Dat is nog echte stringtheorie. Gek genoeg bevinden de grootste collecties quipu's zich niet in Peru maar in Berlijn en Munchen
Plaza De Armas Lima
Eigenlijk is het gek dat de Inca's geen geschreven taal achtergelaten hebben. Of dat is omdat die echt niet bestaan heeft, of omdat de Spanjaarden systematisch alles vernietigd hebben of de Inca alles succesvol verborgen hebben, is niet duidelijk. Er zijn wel allerlei tekens die bijvoorbeeld in textiel werden ingeweefd, en er schijnt een verband te bestaan met de quipus, maar duidelijk is dat niet.
Slapende Honden Op Brug In Lima
------------------------------------------------------------------
Zondag 14 juni, Lima
Kijk bloemen
Het is wat druilerig en mistig en erg rustig op straat op zondagmorgen als we naar Miraflores lopen, het deel van Lima waar de meeste hotels en flatgebouwen zijn, en dus de meeste buitenlanders verblijven. Wel wordt er gewerkt, de gemeentewerkers, sproeien, vegen en schrobben de stoep zelfs met zeep dat het een lieve lust is. Het is hier dan ook erg schoon op straat. Overal in de stad staan grote borden met foto's die het contrast laten zien tusen hoe het was en hoe het geworden is,niet alleen door schoonmaakacties, ook door allerlei verbeteringen aan de wegen, het opknappen van de parken. En de burgemeester van het stadsdeel waar dat gebeurt wordt met naam en toenaam genoemd, alsof hij het werk ook zelf gedaan heeft.
Hoe lang we al in Peru zijn? Of we het niet koud vinden in Lima? Hoe lang we nog blijven in Peru? Of we het leuk vinden in Peru? Het gebruikelijke riedeltje met vragen vuurt een oude man op ons af. Hij loopt met een jongetje op de boulevard langs de Pacifico, net voorbij het posh winkelcentrum dat ons niet zo kon bekoren. Als we een heel gesprek beginnen, beleefd antwoord gevend op alle vragen, komt al gauw de aap uit de mouw, of beter gezegd de koopwaar uit de zakken van de jongen. Hij heeft het downsyndroom, zegt de oude man, en of we niet iets van hem willen kopen. Ach voor deze ene keer dan maar wel en ik geef hem ruim geld voor twee echte Peruaanse poppetjes. Zegt hij. Ze hadden dezelfde poppetjes ook in Bolivia en daar waren ze ook echt Boliviaans. Ach ja. je kunt niet iedereen die koopwaar aanbiedt met een zielig verhaal, of iedereen die bedelt, wat hier toch ook geregeld voorkomt, een helpende hand toesteken, maar soms is er iets waardoor je dat wel doet.
Net zoals je niet aan alle insmijters bij de restaurants gehoor kunt geven, maar als je wilt eten, ga je toch bij een ervan naar binnen. Het is lastig om al die mensen die iets van je willen te negeren. De woorden die ik het meeste bezig op een dag als vandaag zijn dan ook 'No, gracias'.
Baai In De Mist Voor Lima
We kopen nog een paar dingen op de artesanaliamarkt in Miraflores, die beter gesorteerd is en betere kwaliteit biedt dan de winkels gisteren in de binnenstad van Lima. In Miraflores is ook meer geld, denk ik. Die spullen kunnen we morgen nog in die doos stoppen die we gaan versturen. We ritselen een doos bij een supermarkt en lopen dan het hele eind, toch al gauw weer 5 km, terug naar ons hotel. Je kunt natuurlijk ook een bus of een taxi nemen, maar we vinden het altijd interessant om het gewone leven op straat gade te slaan, dus lopen we veel.
Maandag 15 juni, Lima
Het postkantoor
Met een keurig ingepakte en dichtgepakte doos staan we op het postkantoor de eerste keer voor het loket 'Encomiendas', maar nadat de doos samen met de zak die er later omheen gaat en de formulieren die erop geplakt worden, gewogen is, moet die open. Zelfs de door het meisje in de winkel in Miraflores zo zorgvuldig ingepakte bekers moeten uit hun papier. Pas als alle plastic zakjes open zijn geweest en hun inhoud in orde is bevonden, krijgen we de hele boel ongeorganiseerd terug en gaan we samen met het meisje van een van de winkeltjes voor het postkantoor de boel opnieuw inpakken. In de pasaje van het postkantoor zijn een groot aantal hokjes met dames die behalve van het verkopen van ansichtkaarten leven van het inpakken van pakketten. Als de doos dichtgeplakt is doen Frank en het meisje er een zak omheen en naait het meisje die dicht. Ondertussen vul ik de benodigde formulieren (in zevenvoud!) in en schrijf het adres op de zak. Dan weer terug naar het loket, de boel inleveren, en daar moet ik op elk van de zeven formulieren een vingerafdruk in inkt achterlaten. Dan met een deel van de formulieren en een kopie van mijn paspoort naar een ander loket om te betalen. Een klein anderhalf uur later is alles geregeld. We betalen het meisje dat de boel dichtnaaide 5 soles, ze vroeg er 4 (ongeveer 1 euro), het versturen van het pakket kost een veelvoud natuurlijk. maar we hebben weer wat ruimte in onze fietsstassen en daar was het tenslotte allemaal om begonnen. Die overdreven controle hangt samen met de strijd tegen narcotica natuurlijk en omdat de VS hier meer invloed hebben is de controle hier veel strenger dan in Bolivia, denken we.
Hal Voor Postkantoor
's Middags gaan we op zoek naar een busmaatschappij die ons naar het noorden de stad uit wil vervoeren. Cruz del Sur, waarmee we kwamen, stopt niet waar wij willen. Het is nog niet gemakkelijk om een maatschappij te vinden die dat wel doet. In het hotel verwijst men ons naar plekken ver van waar we nu zitten. We gaan eerst maar eens naar andere maatschappijen dichterbij en een ervan verwijst ons een eindje verderop. Z-buses gaat vanaf zes uur 's morgens elke twintig minuten naar Huacho en ze kunnen de fietsen meenemen, als we ervoor betalen natuurlijk. Het is niet belachelijk ver van het hotel en we lopen de weg die we morgen deels zullen fietsen, deels zullen lopen terug naar het hotel. De dag is alweer om eer we er erg in hebben.
Inpakken Postpakket
Dinsdag 16 juni, Huacho
Luchtaanval
'Snel', gebaart de man als we bij het loket staan van de Z-buses. In no time zitten de fietsen en de tassen onder in de bus waar plek zat is, en wij in de bus die ook al niet vol is en meteen wegrijdt. Dat is nog eens aankomen en dat was niet eens gepland. Anderhalve slechte film en 150 kilometer verder, waarvan 50 door Lima en buitenwijken, staan we op het busstation van Huacho met alle tassen en de fietsen.
Het is hier zonnig en er is niet zo veel smog als in Lima. Na drie dagen merk je pas hoe vies je van zo'n grote stad wordt. We fietsen naar het centrum en zoeken een hotel uit. Als we na het douchen en een hapje eten door de stad lopen, word ik aangevallen door een insect, welk soort het is weet ik niet, maar wel een soort met een hele grote angel die Frank later uit mijn hals haalt. Snel terug naar het hotel, het was geen wesp, geloof ik, maar het doet wel verrekte pijn. De angel was ook erg groot en de plek in mijn hals ook (een rode vlek van een paar mm doorsnede en een dikke witte plek van 1 cm doorsnee). Voor alle zekerheid neem ik een antihistaminepil en smeer er iets verzachtends op. Na een tijdje gaat het weer en lopen we opnieuw de stad in, een eindje langs de boulevard, langs de plaza, maar heel erg bijzonder is het allemaal niet. Morgen gaan we weer fietsen, na vijf dagen. Fijn.
Groeten, Frank en Marianne
---------------------------
Woensdag 17 juni, Barranca
Langs de Pacifico
Ik voel met een kalkoen vandaag. Ik maak nog net niet het bijbehorende geluid, maar veel scheelt het niet. De steek van het insect van gisteren is erg dik opgezwollen, er hangt een soort bult onder mijn kin en bij elke hobbel waar ik overheen fiets, wiebelt die net als het lelletje van een kakelende kalkoen. Waarschijnlijk kan Frank mij overmorgen aan het circus verhuren als de vrouw met de drie borsten (nou vooruit borstjes dan) want die bult zakt vast naar beneden door het gehobbel.
We fietsen laat weg uit Huacho, maar dat geeft niet want het is niet ver en niet moeilijk vandaag. Slechts 51 km en voornamelijk vlak. We blijven op de Panamericana vandaag en die is netjes qua asfalt en hoewel die niet meer vierbaans is zoals voor Huacho, is er wel een mooie brede vluchtstrook. Voor het grootste deel van de etappe rijden we tussen groene velden door, mais, suikkerriet, wortel, pompoenen, pepertjes van alles groeit er en het ziet er allemaal even fris en gezond uit. Als de mens er het water maar naar toe leidt. De paar stukken waar dat niet gebeurt zijn dor en droog, er is alleen zand en er groeit helemaal niets.
In Barranca, een rommelige plaats, is er tot onze verbazing een beter hotel dan gisteren en nog goedkoper ook. We beginnen dan maar weer eens met lunchen, nu we nog zo laag zitten, nog steeds ongeveer op zeeniveau, kunnen we nog vooruit eten.
Chaki In Chasquitambo
Donderdag 18 juni, Chasquitambo
Twee cena's
Veel heb ik niet geslapen vannacht, door de rottige insectensteek. Toch zijn we iets eerder weg dan gisteren. Het weer is niet geweldig, het heeft geregend en de straten zijn nat. Na 10 km zijn we bij de Panamericana, die hier niet meer zo goed is als voor Barranca, en al gauw dient de afslag naar Huaraz zich aan. Die weg is prima qua asfalt, stijgt in het begin nauwelijks, en voert door een groene vallei, Als we wat hoger komen en de zon door de wolken heen komt, ligt er overal mais te drogen, gele, oranje en zwarte mais, afgewisseld met rode, groene en donkerrode pepertjes. Het is een kleurrijk gezicht. die enorme oppervlakken.
Drogende Mais En Pepertjes
Op ongeveer 800 meter hoogte, nadat we 62 km gefietst hebben, is Chasquitambo. Wat een Chasqui is weten we al, een tambo is een rustplek voor chasquis. Ook voor ons is het de rustplek vandaag en tot ons geluk is er een hospedaje, met bano privado al is het water koud. Mijn bult en bijbehorende jeuk en pijn zijn nog niet echt minder geworden, dus ik vind het wel goed zo.
We eten later in een restaurant langs de weg en verbazen de mevrouw die het serveert om gewoon nog een bord te vragen als we het op hebben.
Vrijdag 19 juni, Cajacay
Konvooien
We zijn vroeg op want makkelijk zal het niet zijn vandaag. Ik krijg voor we vertrekken nog drie rijpe paltas (avocados) van de mevrouw van het hospedaje. We kopen bananen, brood, bier en water in het dorp en dan zijn we op weg omhoog. Het is nog net geen acht uur.
Het eerste stuk bljven we langs de rivier, dus gaat het niet erg steil omhoog. De vrachtwagens die ons inhalen rijden hier vaak in konvooi, voorafgegaan door een pick-up met een bord waarop staat uit hoeveel unidades het konvooi bestaat. Soms is dat maar een. We passeren een aantal dorpjes, de mensen groeten ons vriendelijk, ook als ze eerst gringo's roepen. Zelfs twee kleine kinderen van nauwelijks drie jaar roepen gezamenlijk: gringo's. Na 500 meter klimmen drinken we koffie, na 1000 meter drinken we een anderhalve literfles cola leeg in no time. De man van het restaurantje zegt dat er in Cajacay een hospedaje is en dat dat nog 19 km is. Dat klinkt goed. Weer 200 meter hoger lunchen we, brood met palta en peper en zout. lekker is dat. Nu klimmen we nog 600 meter. eerst nog steeds in etappes van 100 meter, later is 80 meter voldoende. Al met al eindigen we tegen vier uur in Cajacay, 1800 meter hoger dan vanmorgen.
Bij de ingang van het dorp vragen we naar het hospedaje. Er zijn er twee, vertelt de man. Frank wil weten welke de best is. Hostal Cesar, dus daar gaan we naar toe. Of dat echt zo is, of dat de man dat zegt omdat het familie van hem is of zo, weet je nooit hier, maar het is prima. Mooier en schoner dan gisteren, met zelfs warm water, handdoeken en zeep.
We lopen gewassen en wel het dorp in, drinken ergens een pilsje en hopen dat het restaurant bij de plaza, dat eerst dicht was later open gaat, Dat is het geval gelukkig en we eten er prima, soep en spaghetti, te de manzanilla toe. Speciaal voor ons wordt de dvd van het feest in het dorp opgezet. Zes dagen feest in mei, waar zo te zien flink wat bier gedronken wordt. Ook stierengevechten horen tot de feestelijkheden. De muziek is het gebruikelijke riedeltje dat alle harmoniekes vanaf dat we Bolivia in kwamen tot vervelends toe spelen. Niet in de maat en niet zuiver.
Zaterdag 20 juni, Conochoca
Weer naar 4100 meter hoogte
Vandaag zijn we snel klaar met inpakken en ontbijten. Om half acht staan we buiten, kopen nog een paar broodjes en water en rijden dan omlaag het dorp uit. Dat is zo ongeveer het enige stuk dat we omlaag gaan vandaag. De weg volgt eerst nog een heel eind de rivier en stijgt dus niet al te veel. We rijden etappes van 100 meter omhoog, zolang het gaat qua adem is de afspraak. Tot de koffie, die we na 11 km en bijna 500 meter stijgen drinken gaat dat goed. daarna komt een lastig stuk met gemiddeld 8% stijging. Het weer is overigens prima, heldere blauwe luchten en een lekker zonnetje, maar omdat we hoog zitten en het waait is het toch ook een beetje frisjes en houden we de truien aan.
Net als gisteren zijn er weer konvooien van vrachtauto's en veel bussen. Er wordt ook druk aan de weg gewerkt, zaterdag of niet. Ze maken een nieuw geultje langs de weg waardoor het water weg kan. Het is hier redelijk groen en er komt flink wat water van de berg af.
Laatste Stuk Klim Naar Paso Forteleza
Er loopt een man met een baal groen naar beneden. Hij spreekt ons aan en vraagt waar we vandaan komen, waar we naar toe gaan, enfin de gebruikelijke vragen. We hebben nog een stuk met 8% voor de boeg daarna wordt het gemakkelijker. vertelt hij. Dat klopt gelukkig. Het is drie uur lopen tot de top, dus hij denkt dat wij dat in een uur kunnen. Mooi niet hoor, zoveel harder ga je niet op de fiets en de mensen lopen hier best hard de berg op. Uiteindelijk valt het ons toch best mee. Net voor de top schuiven langzaam de besneeuwde bergtoppen weer in zicht. Die hebben we gemist twee weken lang. Als we bij de top zijn op 4100 meter hebben we nog geen etappes van 50 meter hoeven klimmen. Kennelijk zijn de rode bloedlichaampjes die we opgebouwd hebben na twee weken op een laag niveau verblijven nog niet helemaal verdwenen. Waar we in Potosi op deze hoogte geregeld buitem adem waren van een klein stukje lopen, merken we nu niets van de hoogte.
Paso Fortaleza Voor Conococha 4108m
Er is alojamiento, in Conococha een paar km na de top en ongeveer even hoog, maar veel stelt het niet voor, maar goed er is een bed, er is zelfs een wc, we hoeven niet de campo op vannacht, dat scheelt. Vreemd is dat we bijna net zoveel betalen als gisteren en toen was het 100 keer beter. Enfin, he vriest hier vast hard vannacht en dan zijn we blij dat we in onze eigen slaapzakken binnen liggen.
Zolang de zon schijnt zitten we op een bankje voor een eettentje met een glaasje bier. Dat is prima vol te houden. Zodra de zon achter de bergen verdwijnt, gaan we binnen eten, wel wat vroeg maar ja, wat willen we. Daarna, het is zes uur, gaan we naar onze kamer. Weer vroeg naar bed, misschien even nog wat lezen, en hopelijk schijnt morgenochtend vroeg de zon. Morgen gaan we naar Chiquian, niet zo heel ver hiervandaan, maar we weten eigenlijk niet hoever we nog omhoog moeten. We zien wel. Er is een heus hotel in Chiquian, in ieder geval.
Zondag 21 juni, Chiquian
Pista
We slapen allebei niet veel, het zal toch de hoogte wel zijn. Vanmorgen hebben we ook meer problemen met ademhalen dan gisteren. We gooien er maar weer eens twee koppen mate de coca tegenaan in de hoop dat het beter zal gaan vandaag. Om kwart voor negen rijden we de weg op naar Chiquian, die eerst ongeveer 100 meter omlaag gaat en dan weer gestaag gaat klimmen, tot 4266 m aan toe. Daar merken we het wel, die ijle lucht.
Afdaling Naar Chiquian
Tot onze verrassing en grote spijt is de afslag naar Chiquian niet verhard, terwijl de kaart dat wel aangeeft. Ook de twee Franse fietsers wezen ons dit rondje op de kaart en zeiden dat het verhard was. Helaas niet dus. We dalen wel en flink ook, maar de losse stenen, de gravel en het losse zand maken dat we niet echt opschieten. Toch zijn we kwart over twaalf, na twee uur en drie kwartier fietsen in Chiquian. Het Gran Hotel Huayshuash heeft een kamer, maar de warme douche, die we gisteren zo gemist hebben, laat het deels afweten. Er is maar warm water voor een persoon.
Chiquian
Hoe we morgen weer uit dit gat (Chiquian ligt op 3500 meter hoogte in een diep dal) omhoog komen, weten we nog niet. De kaart is niet duidelijk, de GPS meldt al helemaal niets over dit gebied en de twee Fransen hebben ons veel te optimitisch voorgelicht. Straks maar eens het dorp in, op zoek naar informatie.
De kaart is oud, zegt Freddy Valdez, de eigenaar van het hotel. Hij tekent voor ons wat we volgens hem het beste kunnen doen. En dat is: morgenochtend heel vroeg terug de berg op met de bus, een dorp verder dan Conocotcha uitstappen, daarvandaan naar het park met de 12-meter hoge bloemen fietsen en weer terug en overnachten in Catac, 7 km verder op de weg naar Huaraz. Wat wij van plan waren kan niet, je zou dan sowieso terug de berg op moeten tot bij de afslag bij de verharde weg. En daarvandaan zouden we we 80 km lang geen dorp van betekenis tegenkomen tot Catac en bovendien over een pas van 4800 meter moeten fietsen, onverhard. En nu is Frank verkouden, dus dat lijkt ons geen goed plan. Dus morgen heel vroeg op. Of we na Catac de rest van het plan van Freddy nog uitvoeren (naar Chavin de ruines bekijken en weer terug naar de weg naar Huaraz) of naar Huaraz fietsen, weten we nog niet. dat zien we nog wel.
Cordillera Blanca
Maandag 22 juni, Catac
Puya Raimondi
Om vier uur fietsen we door de straten van Chiquian en tot onze grote verbazing zijn er al redelijk wat mensen op straat. Op weg naar een van de bussen die vanaf de Plaza vertrekken, net als wij, maar ook aan het werk zoals de straatveger op de Plaza. De fietsen en al onze tassen verwijnen op het dak van de bus en wij erin. Echt koud is het hier niet. In het pikkedonker rijdt de bus de berg op die wij gisteren afkwamen. Ik ben blij dat we er niet weer op hoeven, de bus doet er bijna drie kwartier over. Eenmaal op de verharde weg pikken we links en rechts nog wat mensen uit het donker op en ik dacht dat de bus vol was.
MV Voor Pastoruri
Om half zeven als het gelukkig al licht is stappen wij uit, als enigen, de rest gaat naar Huaraz. In Pachacoto lijkt alles nog dicht, ook het restaurant dat 24 horas servicio biedt blijkens een bord, maar als ik twee vrouwen zie lopen ga ik vragen of we ergens mate de coca kunnen krijgen en dat kan. We lopen met het oude mevrouwtje naar haar huis dat een restaurant blijkt te zijn. Ik vraag ook maar of ze brood met kaas heeft, dat hebben we weliswaar zelf maar ik vind dat we de middenstand die het hier niet makkelijk heeft, moeten helpen. Dat heeft ze niet meteen maar na wat heen en weer gedraaf komt ze met crackers en een klein bolletje kaas aanzetten. Meer is er niet. De mate de coca smaakt wonderlijk, naar houtvuur, maar we krijgen het er wel warm van en dat was de bedoeling.
Steenslagweg Naar Puya Raimondi
Als de zon op de weg schijnt gaan we fietsen, de berg op. We vertrekken op 3800 meter op de puna en fietsen over een steenslagweg met dikke stenen tergend langzaam omhoog. Koud hebben we het al gauw niet meer. Het uitzicht op de besneeuwde bergtoppen is geweldig, de lucht is strakblauw zo vroeg s morgens. later komen er meestal wat wolken. Om negen uur stoppen we om water te koken voor thee en voor de koffie later vandaag. De hele handel, brandertje, benzinefles, pannetjes, theezakjes, thermoskan, bekers, broodjes, kaas, en wat al niet meer ligt uitgestald langs de weg, maar er komt hier toch nauwelijks iemand langs. We eten er twee broodjes met kaas bij. dan fietsen we weer verder omhoog om uiteindelijk weer op 4200 meter uit te komen bij de ingang van het park.
Ontbijten En Koffiewater Koken Langs De Weg
Net als gisteren merken we nu de hoogte weer wel, Frank helemaal met zijn hoestbuien. We betalen de entree van het park en rijden dan door tot we de Puya Raimondi zien. Wonderlijke planten die heel hoge bloemen krijgen. Ze worden honderd jaar oud en kunnen dan bloemen van zo n twaalf meter hoog hebben. Eerst drinken we koffie achter een heuveltje uit de wind. De fietsen staan langs de weg en op een gegeven moment horen we een klappend geluid, geen banden gelukkig, maar een cowboy die met een zweep een troep koeien om de fietsen heen stuurt. Later komt er nog een kudde schapen langs ook met een man te paard en een vrouw er lopend naast. Tot mijn verbazing loopt er ook nog een leeg paard mee, maar vrouwen rijden hier kennelijk geen paard. We lopen naar de puya toe om ze van dichtbij te bekijken. Enorme planten zijn het. ze schijnen alleen hier in Peru te groeien.
Frank En Puya Riamondi
Jonge Puya Riamondi Zonder Bloem
Tegen half een keren we om en dalen de berg af. Dat gaat een stuk sneller. In Pachacoto eten we nog maar eens twee broodjes met kaas en fietsen dan door naar Catac, waar we een grote kamer met wel vijf bedden vinden voor nauwelijks geld (5 euro), het is er schoon, maar er is weer geen warm water helaas. Frisgewassen gaan we het dorp verkennen, op zoek naar bier.
Dinsdag 23 juni, Huaraz
Met zijn vieren op een kamer?
Van Catac naar Huaraz is maar 36 km en nog bergaf ook. De weg is wel erg slecht, veel gaten in het wegdek, en de auto's,bussen en vrachtwagens rijden soms op de verkeerde weghelft om ze te vermijden. Goed uitkijken dus.
Voor 12 uur zijn we in Huaraz, dat in eerste instantie een rommelige indruk maakt. De stad is in 1970 compleet verwoest door een aardbeving en sindsdien opnieuw opgebouwd, en natuurlijk is nog niet alles af, niets in Peru is af, dat zal die rommelige indruk tot gevolg hebben. We gaan opzoek naar een kamer en in de Albergue Churup, onze eerste keuze, ziet het er aardig uit, maar de kamer is nog niet klaar. Even wachten denken we. Na een half uur gaan we vragen of de kamer klaar is, maar nee inchecken is pas mogelijk om 13h00. Uitchecken moet om 11h00 en in de tusentijd worden de kamers schoongemaakt. Na eindeloos wachten en vragen krijgen we te horen dat de kamer klaar is maar dat het bed nog opgemaakt moet worden. dat gebeurt later. Vooropig willen we toch niet slapen, alleen douchen, dus vooruit maar. Wij met spullen twee trappen op en wat schetst onze verbazing: de kamer ligt vol met troep, onopgeruimd en niet ingepakt van iemand die nog niet uitgecheckt heeft. En daar wilden ze onze spullen bij hebben, niet dat daar nog plaats voor is. Stel je voor wij zijn aan het douchen terwijl die andere personen ook nog op die kamer kunnen komen. Mooi niet,dat doen we niet. Er zijn twee andere kamers vrij, maar om een of andere reden kunnen we die niet krijgen. We gaan weg, dit vinden we geen service, ook niet naar degene wiens spullen daar liggen. Je laat toch geen wildvreemden daar bij op de kamer!
Enfin, nu zitten we in veel beter, ook wel duurder hotel, maar ja ... we kunnen toch nergens meer van ons geld genieten dan hier.
Groeten,
Frank en Marianne
----------------------------------------------------
Vervolg dinsdag 23 juni, Huaraz
Pierlala en de Linux-pinguin
We zitten te eten in Bistro de los Andes op de Plaza met mes en vork. Dat klinkt misschien vreemd, maar we hebben er vijf dagen naar uitgekeken. Hier in Peru krijg je alleen een vork om mee te eten, behalve als je ook soep eet dan krijg je er een lepel erbij. Voor die soep heb je de vork soms ook nodig trouwens. Maar goed vandaag eten we weer met mes en vork. Buiten klinken knallen, het lijken kanonschoten. Het lijkt Potosi wel, zeggen we tegen elkaar. Maar dan. Er passeren achter elkaar een paard met vleugels, een koe, een lama, een Linux-pinguin, een man in overall, een Donald Duck met een koksmuts op, een pink panter, een ziekenwagen, een pierlala, een esculaap, een tent met een indiaan ervoor ... en misschien vergeet ik nog wel iets ook. Ze zijn gemaakt van draad waar papier overheen gespannen is en zijn bevestigd op een platform van houten palen. Stevige dingen zijn het want de personen die ze dragen dansen, net als de mensen eromheen. Sommigen zijn in klederdracht, anderen hebben gewone kleren aan. Er is muziek bij, uiteraard, en uit de esculaap komt vuurwerk, spetterend vuurwerk. En wij zitten eerste rang op de eerste verdieping (dat heet hier segunda pisa) aan de Plaza en kunnen het geheel goed gadeslaan. Zulke dingen heb je bij ons niet. De serveerster legt uit dat het de anniversario van het insituto mayor is. Elk jaar is er zo'n optocht en wij hebben het geluk dit weer mee te maken.
Woensdag 24 juni, Huaraz
Lambiekske
Vandaag is het een rustdag, we zijn allebei moe. heel veel meer dan de was ophalen, een paar boodschappen doen en lunchen doen we niet vandaag. Ik begon de laatste weken wat op Tante Sidonia te lijken, qua kapsel dan, niet qua lengte. De kapper in San Pedro de Atacama had het haar in mijn nek te lang gelaten, dat moest niet kort bij dames, zei die. Maar dat had tot gevolg dat het als een grote krul onder mijn petje vandaan kwam. En als ik dat petje afzette, was het al helemaal geen gezicht. Dus ik ging ook maar weer naar de kapper en zie er nu net niet uit als een Lambiekske.
Donderdag 25 juni, Huaraz
Punthoofden
Er was storm en onweer voorspeld voor vandaag, maar 's morgens schijnt, zoals altijd hier, de zon. We gaan de stad in, kopen een paar ansichtkaarten en schrijven die op een terrasje in de zon met een kopje capuccino. net vakantie eigenlijk. Bij het postkantoor blijkt dat we een vals briefje van 20 hebben teruggekregen bij de supermarkt gisteren. Iedereen die geld int, kijkt eerst of het vals is of niet. We laten ons door het meisje dat ons bedient op het terrras uitleggen hoe je kunt zien dat het geld vals is. Dan blijkt dat ik nog een vals briefje van 20 in mijn portemonnee heb.
's Middag gaan we naar het archeologisch museum en leren er van een zeer duidelijke Spaans pratende gids een heleboel over de beschavingen voor de Inca's. Bijvoorbeeld over de Moche in de buurt van Trujillo, waar we nog komen, en de Chavin-beschaving hier vlakbij. Die dateert van ongeveer tweeduizend jaar voor Christus en is de bakermat van alle beschavingen daarna. De Chavin kenden al de drie-eenheidverering (de condor voor het hemelse, de puma voor het aardse en de slang voor het onderaardse), die we ook bij de Inca's in Cusco tegenkwamen. Het museum bevat de gebruikelijke hoeveelheid keramiek en de grootste verzameling monolythen in Peru, maar wat het meest indruk maakt zijn de mummies. Die hebben puntvormige hoofden, dat waren mensen uit de hogere klasse. Hoofden van babies werden in een houten vorm gedwongen voor de schedels volgroeid waren om ze die vorm te geven.
Als we terug zijn in het hotel, barst de beloofde onweersbui los. Dikke regendruppels en gerommel in de bergen, waar het hagelt en sneeuwt horen we later, maar lang duurt het niet. Wel blijft het daarna helemaal grijs en donker. Iedereen vindt het heel ongebruikelijk, het hoort hier na mei niet meer te regenen tot oktober/november. Hoewel het op het zuidelijk halfrond, waar we nu nog steeds zijn, winter is, noemen ze het hier toch zomer, de Andes-zomer.
Vrijdag 26 juni, Huaraz
Guido
Vandaag ontmoeten we Guido van Es, een Geldroppenaar die hier een bureautje heeft dat duurzaam toerisme promoot. Tussen twee reizen in heeft hij vandaag even tijd voor ons. Ik ben erg onder de indruk van het professionalisme waarmee hij de boel heeft opgezet. Hij heeft het kennelijk allemaal zelf gemaakt, de website, het drukwerk, de teksten (in uitstekend Engels, en dat is heel bijzonder in Peru) en het ziet er allemaal erg professioneel uit, (zie www.respons.org ). We lunchen met hem bij Cafe California, een gringo hangout. Hij voorziet ons van allerlei informatie, over de grote staking die eraan komt op 7, 8 en 9 juli, over de ongeregeldheden in de jungle (waar de regering land onteigend van de inheemse bevolking die daar natuurlijk tegen is). Jammer dat hij niet meer tijd heeft, het is een interessant project dat hij heeft opgezet en we hadden er graag nog meer over gehoord.
Na de lunch gaan we een tour voor morgen boeken, naar Chavin. Volgens Freddy van het Hotel in Chiquian moesten we daar per fiets naar toe, maar een onverlichte tunnel op 4550 meter hoogte waar bovendien een stroompje doorheen voert, lokte ons niet zo. Nu gaan we morgen met een busje naar de wieg van alle latere beschavingen. Zondag is het weer beter belooft het internet, dan gaan we weer fietsen, richting Trujillo.
Zaterdag 27 juni, Huaraz
De bakermat
Frank gaat alleen naar Chavin, ik heb diarree en zie een bustocht over over een slingerweg naar 4550 hoogte en weer naar beneden tot 3100 meter, en dat ook weer terug, niet zo zitten. Gelukkig had ik net gisteren mijn boeken weer geruild, dus lees ik een heel boek uit vandaag.
Excursie naar Chavin, de bakermat van de Zuid Amerikaanse beschavingen (1500 – 500 AD)
Afdaling Naar Chavin
Marianne heeft buikloop en ziet af van de excursie. Ik vertrek daarom alleen vanaf het hotel om kwart voor negen, want gister werd ons verteld om 9 uur bij de agency Chavin Tours aanwezig te zijn. De bus zal half 10 vertrekken, maar wij zijn gewend altijd op tijd te zijn. Ik ben blijkbaar de enige die bij de agency wordt opgehaald want als er een minibusje arriveert ( inderdaad op tijd) zit deze al half vol met mensen die bij hun hotel zijn opgehaald. We halen nog enkele klanten op bij de concurrent van Chavin Tours op (zo gaat dat hier) en vertrekken naar een volgende ophaalplaats waar we een half uur wachten op nog drie klanten (er zijn er altijd die de tijd nemen, afspraak of geen afspraak). Eindelijk om 10 uur vertrekken we (ik ben nog steeds niet onthaast, merk ik), eerst richting Catac waar we enkele dagen geleden verbleven en vanaf Catac nemen we de afslag naar Chavin, dat dan nog 72 km verder ligt.
We zijn met 12 mensen, exclusief de gids en de chauffeur. De gids legt gedurende de rit in goed verstaanbaar Spaans uit wat we vandaag gaan doen en geeft uitleg bij de verschillende dorpen die we op weg naar Catac allemaal passeren. In Ticapampa is een mijn onlangs gesloten die veel toxisch afval heeft opgeleverd dat nu langs de hoofdweg en de rio Santa is opgeslagen. Op onze afdaling vanaf Catac naar Huaraz viel ons dat al op, witte poeder als grote bergen zand, ik vroeg me toen al af waar dat vandaan kwam. De gids vertelt dat als het regent het afval nog steeds wegspoelt de rio Santa in, en de truchas (forellen) worden daar niet beter van. Ik bedenk dat Marianne misschien wel een vergiftigde trucha heeft gegeten en er nu last van heeft.
Na de afslag bij Catac klimmen we tot 4000 meter waar Laguna Querococho ligt (op 3980 m). We maken daar een korte stop van 20 min om foto's te maken, spectaculaire beelden, dat wel.
Laguna Querococha
Vervolgens klimmen we verder omhoog tot de tunnel, die op 4516 m ligt (Huaraz ligt op 3086 m, dus een behoorlijke klim als je dit zou fietsen). Nu werd ons eerder verteld dat de tunnel gevaarlijk was voor fietsers, want er is geen licht, het is onverhard en er stroomt water doorheen. Tot mijn verbazing is de weg door de tunnel wel verhard, niet langer dan 500 meter, met het einde van de tunnel in zicht en met in het midden kattenogen. Als fietser loop je hier geen enkel gevaar. De tunnel blijkt al zes jaar verhard te zijn! Aan de andere kant van de tunnel word je begroet door een metershoog Christus-beeld, je vraagt je af waarom ze daar zoveel moeite voor gedaan hebben.
Uitzicht Vanaf Tunnel Ingang
De gids stelt voor eerst naar het nieuwe Chavin-museum te gaan voordat we gaan lunchen. Daarna gaan we naar de Chavin Site, het oude religieuze en politieke centrum van Zuid Amerika. Om 1 uur komen we bij het museum in Chavin aan, drie uur na ons vertrek uit Huaraz. Het museum is een jaar oud en gesponsored door Japan, waarom wordt niet duidelijk (behalve dat wij weten dat Fujimoro, de afgezette president van Peru, een Japanner was). Het museum is gratis, maar is ook nog niet half gevuld met Chavin-opgravingen, het meeste ligt nog in Lima. Een van mijn medereizigers is een Japanner (de rest is Peruaans) en hij verstaat een beetje Spaans en spreekt nog slechter Engels. Ik vertel hem dat Japan het museum betaald heeft, en dan valt mij ook op dat veel van de teksten met uitleg in het museum in het Spaans en in het Japans staat. Hij maakt daar natuurlijk fotos van en ook van de Japanse vlag die buiten wappert. (Wij maakten in Puna mee dat Japanners in ons hotel fotos maakten van alles wat ze aan eten voorgeschoteld kregen.) Er liggen interessante artefacten in het museum , elk met een eigen verhaal. Veel daarvan herken ik van wat onze gids in het museum in Huaraz ons vertelde, maar daar lagen toch meer replicas.
Plaqutte Chavin
In het oude Chavin konden de hoogste religieuzen bijv oorbeeld dichter bij de goden komen door hallucinerende middelen te nemen, namelijk extracten van de cactus San Pedro. Het proces van die spirituele veranderingen staat weergegeven in de verschillende gebeeldhouwde hoofden die in de muren van het Chavin centrum stonden 'ingemetseld', van gewoon mensenhoofd tot een schepsel van hogere orde met grote ogen en neus. Overigens kan je dit nu nog steeds, hallucinerende middelen tot je nemen, onder begeleiding van een zogenaamde Shaman (dit vertelde Jeff al , de Franse Mauritaniër die we op onze Uyuni-trip ontmoet hebben), je kan er zelfs geholpen worden aan, in West Europese ogen, ongeneeslijke ziektes zoals verschillende vormen van kanker, maar er zitten wel grote risicos aan (je kan er aan dood gaan).
Hoofd In Muur Met Gids
Mensenhoofd Chavin
Na de lunch bezoeken we het Chavin Centrum. Wat we me het meest opvalt zijn de vele onderaardse gangen die hier aangelegd zijn. Tot nu toe hebben we dat niet gezien in andere centra, als Machu Picchu en Ollantaytambo. Wel wordt duidelijk dat ze hier al de kunst van het aardbevingsbestendig bouwen onder de knie hadden, net als de Inca's dat 2000 jaar laten hadden. En natuurlijk werd de overgang van regentijd naar droogtetijd aan de hand van de sterren en de zonnestand gevolgd, toen ook al, voor alle verklaringen die we hier al over gehoord hebben in Cusco, Nazca en MachuPicchu.
Onderaardse Gallerij
Dan hebben we hier ook nog de yin-yan van Zuid-Amerika, ofwel wit/zwart (er is een zwarte en een witte trap naar de hoogste tempel) , man/vrouw, goed/kwaad, en de drie-eenheid condor/puma/slang die hemel/aarde/ondergrondse symboliseert, die we bij de Inca's ook tegenkomen. Het getal '7' blijkt hier ook een belangrijke rol te spelen, in het ontwerp van de ronde en vierkante plaza's, maar helemaal duidelijk wordt me dat niet, temeer omdat het getal 49 (dat is 7 maal 7) in de afmetingen terugkomen terwijl de Chavinezen (?) nog niet aan rekenen deden zoals de oude Grieken dat deden.
Witzwarte Trap
Tempelingang Met Witzwarte Trap
In de loop van de middag krijgt onze gids steeds meer haast om op tijd uit Chavin weg te komen (we zaten achter op schema en werden op de hielen gezeten door volgende, grotere groepen toeristen, gelukkig waren wij maar met twaalf). Uiteindelijk vertrekken we om half 5 en komen 2 uur en 3 kwartier later aan in Huaraz. Dan zijn we bijna 6 uur in de auto onderweg geweest voor iets meer dan 2 uur bezoek aan de archeologische plek Chavin, opzich wel weer interessant om met eigen ogen te zien. Maar er volgen er nog meer, daarover berichten we later wel.
Als ik om half acht in ons hotel arriveer is Marianne weer wat hersteld, na een zevenkruidenthee van het huis, waarschijnlijk geprepareerd door de locale Shaman -madam in het hotel.
Zondag 28 juni, Caraz
Sneeuw en palmen
Hoe oud we zijn, wil de oudere man weten die bij het hotel rondloopt, waarschijnlijk de vader van de eigenaresse schatten we. We moeten wel benen van staal hebben, vindt hij als hij hoort hoever we al gefiest hebben en wat we nog van plan zijn. Dat klopt ook wel een beetje, mijn beenspieren zijn nog nooit zo hard geweest. Dan wil hij weten of we kinderen hebben, en als hij het antwoord hoort, vraagt hij verbaasd aan wie we ons fortuin dan nalaten. Aan niemand, zeg ik, dat geven we uit bij hotels als dit. Dat vindt hij toch ook wel een goed idee, geloof ik. Normaal vragen mensen altijd wie ons op onze oude dag moet verzorgen als ze horen dat we geen kinderen hebben, maar deze reactie is weer eens wat anders.
We rijden de stad uit langs een minder rommelige en slechte weg dan die waarover we de stad inkwamen. De hele dag rijden we door een mooie groene vallei, met op rechts de besneeuwde bergtoppen van de Cordillera Blanca. Af en toe steken we de rivier, de Rio Santa over. We drinken koffie ergens langs de weg en lunchen later op de plaza van een klein dorpje. een schitterend gezicht zijn de besneeuwde bergtoppen achter de palmbomen van de plaza. Wonderlijk.
Pambomen En Sneeuwbergen
In Caraz gaan we naar Hostal Los Pinos, een mooi ouderwets hostal, waar we een prima kamer hebben, groot genoeg en met warme douche. Frank probeert een nieuwe kaart van Peru die Martin opstuurde te downloaden. de GPS had te weinig informatie over de route die we nu volgen, maar de verbinding is niet geweldig dus het duurt even.
Groeten,-------------------------
Maandag 29 juni, Yuramarca
Canyon del pato
Na het ontbijt kopen we broodjes en een flink stuk kaas en fietsen de stad uit, richting Canyon del Pato (De Eendenkloof). We gaan vandaag voornamelijk omlaag, van bijna 2300 meter waar Caraz ligt, tot 1300 meter, althans dat is de informatie die we hebben. De kaart geeft niet veel informatie, de GPS ook niet, en in Huaraz werden we ook niet veel wijzer. We zien wel. Vamos a ver.
Het eerste stuk uit de stad is de weg goed en dalen we snel, dan komt er een onverhard stuk, heel stoffig en stenig, maar gelukkig komt daarna weer wel asfalt. Na een kilometer of twintig naderen we de canyon en drinken we eerst maar eens koffie nu er nog plek is langs de weg. Er stopt een auto met Amerikanen die vol bewondering onze avonturen aanhoren. Ze vragen netjes of ze een foto van ons mogen maken. Dat mag, als ze hem maar niet publiceren, zeg ik.
Tunnel Canyon Del Pato
Dan komt het stuk met de tunnels dat erg spectaculair is. De derde tunnel is erg lang en ik raak volkomen gesedorinteerd. Als er verkeer van de andere kant komt kunnen we geen kant op. Voor de volgende tunnel staat een pickup met een man van de elektriciteitsmaatschappij erin. Hij waarschuwt ons dat er vaak chauffeurs zijn die veel te hard rijden en raadt ons aan een lampje op ons hoofd te doen. Dat doen we dan maar. Franks voorlicht op de fiets doet het ook nog, het mijne niet meer, maar ik heb wel een duidelijker knipperend achterlicht. Dus hij voorop, ik achter en zo rijden we door de volgende 32 tunnels. Als er verkeer van de andere kant komt, horen we dat gelukkig op tijd en kunnen we stoppen voor we de tunnel ingaan. De reflectoren op de tassen werken wel, maar nog veel beter is het Groene Hart van Nederland zichtbaar, een sleutelhanger in fluorescerend groen die we beiden aan onze achtertas hebben hangen. Omdat die wiebelt op de stenige weg, valt dat extra op. Dankzij Nancy van wie we ze kregen.
Na de 35 tunnels komen we bij de elektriciteitscentrale net voor Huallanca. Daar eten we een broodje kaas in een reepje schaduw dat een groot betonnen bord ons biedt. In Huallanca kopen we water, het is erg warm inmiddels, de zon schijnt de hele dag volop. Volgens de mevrouw van de winkel is er in Yuracmarca ook een hospedaje, dus fietsen we door. Het is te vroeg om te stoppen en anders halen we het niet in drie dagen naar de Panamericana.
Voor we in Yuracmarca zijn, moeten we nog twee keer omhoog en uiteindelijk eindigen we op 1400 meter hoogte. Er is inderdaad een hospedaje, maar veel stelt het weer niet voor. Gelukkig kan de deur op slot, is er een wc en zelfs een douche de una sorte, en is er een restaurant in het dorp waar we eerst maar eens een grote fles bier drinken. Dan douchen en omkleden. We eten 's avonds ook in dat restaurant, kip met rijst en aardappel, het gebruikelijke in dit soort plaatsen.
Dinsdag 30 juni, 49 km van Yuramarca, 6 km voor Chuquicara Nog meer tunnels
Om 10 voor 8 staan we klaar om te vertrekken. Het zal niet makkelijk zijn vandaag weten we. We kopen brood, mandarijnen, bananen, uien en wortelen aan boord en zien wel waar we uitkomen. We gaan een klein stukje omhoog en dalen daarna vrij snel tot we bij de rivier, de rio Santa, zijn. We hopen dat de weg daarna wat afvlakt en beter wordt, want erg snel gaat het niet. Dat valt tegen, het blijft erg stenig. De gemiddelde snelheid komt nauwelijks boven de 7 km/h. Koffie drinken is er niet bij vandaag, we konden vanmorgen geen water koken en stoppen om de brander uit te halen kost te veel tijd. We blijven doorfietsen. We dachten dat we gisteren alle vijfendertig tunnels gehad hadden, dat was ook zo, die van de Canyon del Pato, maar er komen we nog een stel. Dus weer de zonnebril af, de koplamp op, het knipperend achterlicht aan en dan gaan we weer op hoop van zegen dat er ons geen verkeer tegemoet of achterop komt. Dat laatste gebeurt dus wel. gelukkig in een tunnel die wat breder is dan de andere en dus kunnen we ons aan de zijkant opstellen zodat de auto kan passeren. 'Gringo's 'wordt ons weer toegeroepen. Peruanen zul je hier op de fiets niet tegenkomen inderdaad.
Tunnels Tussen Yuracmarca En Chuquicara
Een eindje verder lunchen we onder een van de weinige bomen langs de weg. Het is hier weer erg droog, woestijnachtig zelfs. Een stukje verder is een soort spookdorp, El Mirador, waar bijna niemand woont. We zien er een hond en een eindje buiten het dorp een winkel waar we cola en water kopen. Weer een stukje verder zien drie bepakte fietsen staan bij een restaurant. Ze zijn van een Amerikaanse en twee Brazilianen die hier lunchen. Ze vertellen dat het nog 18 km is tot de brug en dat zij 12 km van af hier kampeerden langs de rivier. Wij hopen tot de brug over de rio Santa te komen, maar halen dat niet. Uiteindelijk slaan we om half vijf onze tent op op de plek waar zij ook kampeerden. Na het eten, met wijn die Frank al vanaf Lima mee sjouwt, en afwassen, drinken we in het licht van de halve maan de rest van de wijn op. We zitten inmiddels zo laag, ongeveer 600 meter, dat we niet meer vanwege de kou de tent en de slaapzak in vluchten.
Eindelijk Weer Andere Fietsers
----------------------------