---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
za 1/3/2009 2:11
Bericht uit Hornopiren
Vanaf el Amarillo 31 dec tot Hornopiren, 2 jan 2009
Er zijn nog twee fietsers gearriveerd op de camping maar we spreken ze niet. Ze zijn alleen maar druk met internet. De volgende morgen zijn we vertrokken voor ze wakker
zijn. Na acht kilometer in Puerto Cardenas kopen we broodjes bij een hospedaje. Brood kopen doe je hier als volgt: je klopt aan bij een willekeurig huis en vraagt of ze
brood te koop hebben, meestal hebben ze dat maar als het toch niet het geval is verwijzen ze je naar de buren. Aldus voorzien rijden we door. De weg is redelijk en hoeven
niet ver omhoog. Al gauw zien we wit stof op en langs de weg, as van de vulkaan is dat. Vroeger dan verwacht is er pavimento en dan komt de gemiddelde snelheid eindelijk
weer eens boven de 10 km/h. In El Amarillo houdt de carabiniero ons aan en schrijft onze paspoorten over. Er is niets, ook de door de man van Hotel Yelcho beloofde supermarkt
niet, maar de carabiniero beweert dat je bij de termas wel iets te drinken en te eten kunt krijgen. Eerst eten we een broodje en daarna fietsen we omhoog.
De termas zijn prachtig, warm water in een ouderwets betonnen basin, een camping met weer overdekte plekken om te zitten. en ... de man verkoopt bier! Later kopen we na
enig wachten tot de bezoeker weg is (ze hebben kennelijk geen vergunning) ook nog een fles wijn. we eten en drinken het nieuwe jaar in, althans het moment dat dat in Nederland begint.
Termas Amarillo
De eerste dag van het nieuwe jaar beginnen we met afdalen, dat is makkelijk, en daarna asfalt, wat in principe ook makkelijk is maar vanwege de harde wind tegen en de as die
opgehoopt langs de weg ligt en dus over de weg dwarrelt, toch iets lastiger dan gedacht. Halverwege moeten we toch stoppen in een bushokje om ons laatste broodje te eten. We
drinken er maar het restje witte wijn bij van gisterenavond. Het is tenslotte Nieuwjaar. We kregen gisteren de wijn pas toen het eten allang op was. Daardoor hebben we nu een restje over.
Als we Chaiten binnenrijden wordt de ramp in volle omvang duidelijk. De rivier heeft huizen meegenomen, het water is geel, overal ligt hout op hopen. Sommige huizen zitten tot
aan de dakrand in het as, van straten is niet veel meer te zien. De vulkaan zelf is op afstand goed herkenbaar aan de stoomwolken die er vandaan komen. De stad is een spookstad,
er zijn geen mensen te zien. Een carabiniero op een motor komt op ons af op het moment dat we een foto maken.
As o pweg naar Chaiten
Hij verwijst ons naar Hotel Schilling om te blijven vannacht, maar
daar aangekomen zegt de mevrouw heel eerlijk dat we beter naar de cabanas ernaast kunnen want daar is water. Dat doen we dan maar, en het kost wat het kost, keuze hebben we toch niet.
De huizen aan de Costanera, de boulevard zouden wij zeggen, zien het minst aangetast uit. Het is even zoeken naar de supermarkt die open zou zijn, maar we vinden hem tenslotte.
We kopen wat blikjes bij de pasta die we nog hebben, wijn en bier, en daarmee redden we het tot morgen. De cabana heeft een mooi keukentje erbij, dat is maar goed ook want anders
hadden we niets te eten gekregen op deze nieuwjaarsdag. In een spookstad heb je geen restaurants, althans geen die open zijn.
Chaiten
Het is mooi weer tijdens de overtocht. Weer mochten we bijna niet aan boord. De Chief Steward, zoals hij zichzelf noemde, vond dat we een ticket moesten hebben. Als we dat niet
hadden moesten we maar naar Puerto Montt om er een te kopen. Ha, ha, daar kun je alleen met de boot komen. De drie (!) andere passagiers hebben kennelijk wel een ticket. Frank komt
op het lumineuze idee om te vragen of er in Hornopiren een kantoor is waar we de tickets achteraf kunnen kopen en dat is er. Hij neemt onze paspoorten in en we mogen mee.
Lang hebben we uitzicht op de dampende vulkaan. Er komt alleen stoom uit, zo te zien. Toch hangt er een rare damp in de lucht.
Vulkaan Chaiten
De twee jongens die we bij de termas del Amarillo
ook al troffen vroegen of we er geen last van hadden tijdens het fietsen. Nee, eigelijk niet, maar alles is wel erg stoffig, meer dan anders op een onverharde weg. De overtocht
is mooi, we genieten van het uitzicht, praten wat met de twee jongens waarvan er een in Duitsland werkt en goed Engels spreekt. De enige andere passagier is een motorrijder die
in gloeiende vaart de hele Carretera Austral op en neer heeft gereden. Waar wij een dikke maand over deden deed hij in een paar dagen. Er is meer personeel aan boord dan er passagiers
zijn en ze beginnen dus het dek maar groen te verven. Er staat toch maar een auto op. Aan het einde van de reis is op de plek waar de auto staat na alles mooi groen, ook delen van
onze fietsen en onze tassen. Tja. Het is hetzelfde groen van de Carabinieri merkt de Duitse Chileen nog op.
Aan de overkant wacht ons een verrassing. We gaan met de Chief Steward en onze paspoorten naar het kantoortje en hoewel hij erbij zegt dat we met de fiets zijn, betalen we daar
volgens mij niet voor. We zoeken een hostal en gaan douchen, vermoeiend en warm was het, zo n dag niets doen.
Groeten van frank en Marianne
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
za 1/10/2009 16:01
Bericht uit Bariloche (Arg)
Vanaf Hornopiren, 3 jan tot Bariloche (Arg), 10 jan
Op weg hiernaartoe zagen we veel zalmkwekerijen, die zoals de Duitse Chileen vertelde, niet al te ecologisch verantwoord werken. Omdat er in de fjord niet veel stroming is
blijft alle organisch afval, voedselresten en uitscheiding van de zalm, achter op die plek. Als die teveel vervuild is, slepen ze de hele boel gewoon naar een andere plek.
Er is altijd een drijvend huis bij zo n kwekerij, dat dient voornamelijk als huis voor de bewaking die het stelen van de vis moet voorkomen.
Langs de Carretera Austral, althans het noordelijke stuk tussen Chaiten en Coyhaique liggen er veel boomstronken lang de weg en in de weiden. Dat zijn de trieste getuigen van
een andere ecologische ramp. In de jaren tussen 1940 en 1960 woedden er enorme branden, soms tot tien jaar lang, door de pioniers die geen bos maar velden wilden, aangestoken.
Toch viel het op dat er nu veel minder van die boomstronken waren dan ik me herinner van 12 en 13 jaar geleden toen we hier ook waren. Kennelijk zijn ze toch wat aan het opruimen geweest.
Zaterdag na het ontbijt gaan we op zoek naar de lavanderia (wasserij) die er blijkens een groot bord zou moeten zijn. Hij is er wel, maar niet in werking. dan nemen we toch het
risico maar en vragen bij het hotel of ze onze was willen doen. Het is een beetje een risico want toen we hier 12 jaar geleden waren kregen we alles een paar tinten lichter en
ruikend naar gebakken zalm terug. Maar het lijkt mee te vallen. De was hangt buiten (toen regende het en werd alles boven het fornuis in de keuken gedroogd).
We lopen het dorp in en bekijken de kerk, die inmiddels mooi rood geverfd is. Binnen hangen 14 staties door Esquivel geschilderd, en geschonken door de familie van de Nederlandse
pastoor Antonie van Kessel, die de kerk ook bouwde.
Kerk Hornopiren Antonio van Kessel
Daarna drinken we in de zon op een terras, misschien wel de eerste keer deze reis, koffie en eten er Kuchen bij. Dat heet echt zo
hier, op zijn Duits Kuchen.
Hoe oud ik ben en of ik afgevallen ben, wil de Zwitserse fietster die met een Chileen getrouwd is weten. Ja, zeg ik, maar hoeveel weet ik niet. Oud zeker, op de Engelse fietsers na
en misschien de duitser die met zijn twee dochters en schoonzoon fietste na, zijn we zeker de oudsten. Nee, hoe oud, wil ze weten. Nou ja, dan vertel ik het maar. We komen ze tegen op
de weg van Hornopiren naar Contao, een van de laatste stukjes Carretera Austral.
In Contao vragen we waar we kunnen kamperen en iedereen verwijst ons naar het strand. Daar zetten we de tent op, in het zand want in het stukje grasveld krijgen we geen haring in de grond.
Als we net zitten te genieten van onze wortelenstamppot (als jullie je afvragen waarom we dat zo vaak eten, dat is omdat wortelen en uien de enige groenten zijn die verkrijgbaar zijn,
op sla en tomaten na, maar die reizen niet zo goed met ons mee in de fietstassen) met Carmenere dat wel, zie ik de vissers uit het dorp komen controleren of hun bootjes, die achter de
dijk liggen waar wij voor staan, goed vast liggen, vertrouw ik het niet. het waait hard namelijk. En als ik de keien die ik op de haringen legde in het losse zand los zie schieten, vind
ik het mooi geweest.: we moeten verkassen. Dus in razend tempo de tent opgepkat, de tassen weer ingepakt, het eten gered en wij met de hele zooi in de luwtse van een gebouw iets verderop.
Als daar de tent staat eten we het restje stamppot maar koud op. De wijn smaakt evengoed. s nachts regent het ook nog.
Maandagmorgen is het een beetje bewolkt, niet meer zo warm als gisteren. Omdat we in Hornopiren onverwacht wel geld konden pinnen hoeven we niet naar Puerto Montt, een grote stad, die we
bovendien al kennen. Dus kunnen we om de Estuaria Reloncavi heen en daarvandaan naar Bariloche in Argentinie. We steken dus niet over met boot, maar drinken wel koffie en eten er een reuze
sandwich met kaas, waar we verder de hele dag op vooruit kunnen. De weg van Puelche , waar de veerboot richting Puerto Montt aanlegt, langs de estuario is nu wel af. twaalf jaar geleden
standden we in Llaguepe en moesten daarvandaan met een vissersbootje verder (zie De Wereldfietser van 1998). Nu is de weg af en prima. Die militairen kunnen dat wel wegen aanleggen, maar
zodra de MOP ze gaat onderhouden gaat het mis. De CMT (Cuero Militar de trabajo) leggen de wegen aan, de MOP (Ministerio de Obras Publicos) onderhouden ze, althans in Patagonie. Het laatste
stuk naar Rio Puelo is dan ook weer abonimabel slecht.
In Rio Puelo vinden we een schitterend hospedaje waar de mevrouw broodjes bakt en we dat hele proces prima kunnen volgen. Ze vindt het prachtig dat ik er foto s van maak.
We eten er ook,
zalm uit de oven. De hele dag fietsten we weer langs zalmkwekerijen. Haar man, die koster is in de moderne houten kerk die hij ons later trots laat zien, maakt plaats voor los caballitos
(de paardjes) zoals hij onze fietsen noemt. Onbegrijpelijk dat we daarop helemaal van Ushuaia komen, vindt hij.
Dinsdagavond zijn we in Ralun en hebben we echt de hele Carrtera Austral gehad, van Villa O Higgins tot hier, waar het begin gepland was. De meeste boeken zeggen dat de CA in Puerto Montt
begint, wij vinden van niet. Het enige stuk dat we dit jaar niet fietsten, vanwege de vulkaanuitbarsting, reden we wel 12 jaar geleden, dus met recht kunnen we zeggen dat we hem gehad hebben.
... en we hebben het ermee gehad ook. Vandaag viel weer niet mee, lage gemiddelde snelheid vanwege de losse gravel, het wasbord, het verkeer (vooral de bussen reden dicht langs ons), en de
korte maar steile hellingen. Maar hier begint de pavimento weer, dus dat probleem is over. Het gekke is dat de benen en de longen dat allemaal wel aankunnen, zonder problemen zelfs, maar
de armen doen pijn.
We logeren vanavond in een cabana, dat heeft het voordeel dat er veel ruimte is. Ze zijn meestal op 4 tot 6 personen afgestemd, en bovendien kunnen we er onze voorraad opeten. Dat moet weer
voor we naar Argentinie gaan want bij de grens moet je alle verse etenswaren inleveren. Gelukkig verkoopt de minisupermarkt hier wel bier en wijn, zij het geen Carmenere.
Plotseling schuift de volgende morgen de vulkaan Osorno in beeld als we een hoek om gaan. Het gaat zo snel dat de adem stokt, we rijden dan ook op asfalt.
Vulkaan Osorno
Het weer is prima, zonnig met
slechts een paar wolken. In Ensenada kopen we nog een paar noodzakelijke dingen voor de komend dagen en slaan dan af naar Petrohue. Op de kaart is de weg verhard, maar dat bljkt slechts
het plan te zijn.Bij de Salto de Petrohue, waar we meer mensen tegelijk zien dan de afgelopen drie weken in totaal, stoppen de wegwerkaamheden weliswaar, maar daarna is de weg onverhard,
maar gelukkig niet meer zo druk. In Petrohue is een CONAF-camping op het strand. Daar blijven we vannacht.
Kamperen Mount Tronador
Donderdag staan we op tijd bij de boot die ons over het Lago de Todos Santos moet brengen, maar het is wat gedoe eer we er zijn. Niemand weet wat het kost als je niet vanuit Puerto Montt
of Puerto Varas komt met de bus. Uiteindelijk checken ze ons en de fietsen in, en zien we wel in Peulla. Een retourtje Peulla kost 22000 pesos,dus daarop baseren we onze begroting, maar
als we in Peulla aankomen blijken we 300000 pesos te moeten betalen, hetzelfde dat de mensen met de bus en de boten vanuit Puerto Montt betalen. We zijn het er niet mee eens, maar het
systeem laat niets anders toe kennelijk. Ten einde raad, we zijn hier nu toch al betalen we maar en gebruiken niet de bus maar fietsen tot de volgende politiepost, waar we mogen kamperen.
Vrijdagmorgen staan we op om vijf uur. Het is nog donker. De Carabinieros zijn nog niet op natuurlijk. We moeten nog twaalf kilometer tot de volgende boot die om 11 uur gaat. De pas op,
de eerste 8 km vallen niet mee. Maar omlaag gaat snel. Bij de gendarmeria worden we door de gendarme op slippers en in trainingspak geholpen, als later de bus aankomt heeft hij zijn uniform
aan. Dat is het leuke van deze grensovergangen per fiets, ze hebben altijd tijd zat voor je, vertellen een hele hoop wetenswaardigs. Als de boot aankomt staan er twee fietsen op, van
Amerikanen die in Bariloche 80 dollar betaalden voor de overtocht. Later komen er nog drie Franse fietsers aan uit Peulla en die betalen 50 dollar voor de laatste twee boten. Morgen
toch maar eens naar het kantoor en kijken of we geen geld terug kunnen krijgen, al zal dat heel lastig zijn.
Vulkaan Osorna Vanaf Lago Todos Santos
In Puert Blest eten we wat en wachten met vele anderen op de boot die ons naar Puerto Panuales gaat brengen, bij Llao Llao en vandaaruit fietsen we naar Bariloche, waar we maar weer
verblijven in het hosteria dat we nog kennen van 13 en 15 jaar geleden. Het is er nog gelukkig. De stad is erg veel groter en drukker geworden. het stuk fietsen hier naar toe was erg
druk, veel verkeer, dat hard en vlak langs ons heen rijdt. Zondag maar op tijd op en voor de drukte de stad uit.
Groeten,
Frank en Marianne
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
di 1/13/2009 21:20
Bericht uit San martin de los Andes
Vanaf Bariloche, 10 jan tot 12 jan, San martin de los Andes
Bariloche is een grote plaats, met stoplichten. Ze hebben de aanblik ervan helemaal verpest door er een grote flat te bouwen, doodzonde. Er zijn veel toeristen en de restaurants
hebben insmijters, geen uitsmijters. We laten ons door een van deze mensen ompraten en eten in restaurant Jola, op aanraden van de ober ciervo (hert). Dat is erg lekker en het
gerecht ziet er prachtig uit, met bessen en kersen nog aan de tak, en een oranje bloem.
Plaza San Martin endoza
Zondagmorgen willen we op tijd weg, dan is het nog niet zo druk hopen we. Rond negen uur rijden we de stad uit, sinds lange tijd krijgen we vandaag de hele dag pavimento.
Dat die cabillitos nog zo hard konden wisten ze zelf ook niet meer, denk ik, en dat ik zo hard durf was ik ook vergeten. We rijden over een glooiende weg om het meer heen.
Na 19 km zien we de drie Franse fietsers van de boot weer. Tegen drie uur rijden we na 82 (!) km Villa Angostura binnen, een soort Valkenburg, erg toeristisch dus.
We eindigen op de camping die hutje-mutje vol staat.
Maandagmorgen rijden we de weg op die naar Chili voert. De Ruta de siete Lagos die naar San Martin de los Andes voert is na 10 km rechtsaf, helaas houdt daar de pavimento
weer op. Toch valt het mee, alles is te fietsen, niet al te steil, en niet al te veel stenen, althans in het begin. Later als ze de weg aan het voorbereiden zijn om te
asfalteren wordt het verschrikkelijk zanderig wat met het vele verkeer dus betekent dat het erg stoffig is. Als we na vier uur zandhappen bij de camping bij Lago Pichi
Traful aankomen zien we eruit als mijnwerkers. gelukkig is ook hier een douche. De weg moet prachtig zijn, maar veel hebben we er niet van gezien helaas, voornamelijk
stofwolken en heel af en toe als er twee minuten geen auto langs kwam iets van het uitzicht. Gelukkig wordt het morgen na zes kilometer weer verhard, hopelijk is het dan ook nog mooi.
Met veel geblaf en geschreeuw komen er twee gaucho s en vijf honden voorbij die proberen de koeien naar de overkant van de rivier te sturen, maar dat lukt niet. Ik verdenk ze
ervan dat dit het entertainment van de camping is. Later rijden de gaucho s met de honden in een enorme stofwolk over de camping, en bij onze tent staat een schaap wat verloren
en eenzaam te kijken. Een heel andere camping dan gisteren, dat wel.
schaap Pichi Traful
Argentijnen zijn net als de Chilenen trouwens ook langslapers. Wij staan laat op vinden we, normaal 7h15 nu 7h45, maar als we om 9h15 wegrijden is nog lang niet iedereen wakker.
Eenmaal weer op de weg, komen we een Oostenrijkse fietser tegen metwie we even staan te praten. Er zijn weer veel fietsers op deze route, maar dit keer veel Argentijnen, met
nylon fietstasjes, en allerlei spul daarbovenop gebonden.
Eenmaal bij de pavimento is het stofhappen voorbij en hebben we eindelijk uitzicht. Mooi is het inderdaad, veel grootser en weidser dan Chili, en voor Argentinie staan hier
veel bomen. Het fietsen gaat lekker zo. We komen op een voorlopig hoogtepunt van deze reis, 1182 meter, net 62 meter hoger dan de col net na Cerro Catillo op de Carretera Austral.
Er splitst zich een arroyo (beek) in tweeen. Dat geeft hem de naam, Arroyo Partido. De ene helft van het water gaat naar de Pacifo, de andere helft naar de Atlantico. De
Argentijnen maken er meteen een Mirador (uitkijkpunt) van.
Arroyo Partido
Vroeg, om drie uur al, rijden San martin de los Andes binnen, een duur toeristenoord. We rijden naar de jeugdherberg een beetje buiten het centrum, maar die is vol.
Frank loopt vervolgens zomaar een oprit op waar alleen een bordje met MARIA erop te zien is, niks hospedaje of hosteria of zo, en laat ze daar nu een geweldig appartement hebben,
ruimte zat, en nog te betalen ook. Die mazzel hebben we dan weer. Hoeven we niet tussen de echte toeristen in het centrum te zitten, al moeten we er wel naar toe om geld te pinnen
en boodschappen te doen. We drinken er een cerveza artesanal (ambachtelijk biertje) in een wifi-cafe.
Groeten, F+M
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
za 1/17/2009 22:54
Bericht uit Pucon (Ch)
Vanaf Junin de los Andes, 14 jan tot Pucon (Chili) 17 jan
Het was natuurlijk 13 jan, gisteren en niet 12 jan. We raken af en toe de tel kwijt hier. Aan de overkant van de rivier klinkt getrommel, hier op de camping in
Junin lijkt het rustig te zijn en te blijven. Het was vandaag een makkelijk dagje, 44 km, slechts 200 meter omhoog, en dan weer 100 omlaag, met wind in
de rug tot 15 km voor we hier waren. Junin is een veel minder sjieke plaats dan San Martin. We zijn er al vroeg en hebben tijd om het het zand van de kettingen te
schrobben. Ook morgen hebben we nog een voornamelijk verharde route, al wordt het de dag erna ploeteren volgens de Argentijnen hier, want dan zijn we de grens
over en in Chili is het niet zo geweldig allemaal. Het zal wel een typisch geval van nabuurijver zijn, over de grens is het altijd slechter.
Donderdag begint wat frisjes, maar de voorspelde bewolking blijft uit. Zo is het fietsen bedoeld: een mooie verharde weg, weinig verkeer, langzaam bergop,
een lekker windje tegen, mooi wisselend uitzicht op vulkaan Lanin. Na 19 km komen we weer twee Zwitserse fietsers tegen. We wisselen wat gegevens uit.,
zoals te doen gebruikelijk als je soortgenoten tegenkomt. We lunchen wat laat in een bushokje want inmiddels waait het. Tien kilometer verder houdt de pavimento op,
en alsof dat nog niet genoeg is, is er ook nog zo n schraapmachine de weg aan het verbeteren, nou ja verbeteren. De laatste vijf kilometer lopen we, er
is een laag van zo'n 10 cm zand en gravel, dus valt er niet niet te fietsen. Bij het informatiepunt kunnnen we kamperen gelukkig, en ze hebben koud bier,
uit de beek weliswaar, maar als wij ons eigen bier eerst hadden moeten koelen, had het even geduurd eer we van onze dorst af waren. Hopelijk is het hier
vannacht inderdaad rustig, gisteren leek dat zo, maar zaten er toch lui de halve nacht te praten en dom te lachen. Dat is erg gebruikelijk hier, laat op
blijven en laat opstaan.
We zitten hier in het Argentijnse parque nacional dat aan de araucania gewijd is, een boom. Ook in Chili, als we de grens over zijn, is er een parque nacional
de araucanias. Bijzondere bomen. Overal staat dat je de zaden niet mee mag nemen.
Vandaag was de dag van de lijken op de weg: eerst een vos, later ontelbare lijkjes waar we hard aan het ontelbaar zijn daarvan meewerkten, sprinkhanen namelijk,
gelukkig geen vliegende zoals ooit in Australie die de zon bijna verduisterden, maar ze sprongen toch tot op mijn petje, en later nog een dood marmotachtig beest.
Frank zag ook nog vier condors, ik heb ze gemist.
De hele nacht waait het, een teken dat het weer verandert. Wij staan nog op in de zon aan de Argentijnse kant, maar in Chili hangen de wolken al tegen de Lanin aan.
We bereiken een nieuw hoogste punt, Paso Tromen zoals de Argentijnen hem noemen en paso Hamal Huimal zoals de Chilenen hem noemen, 1208 m hoogte. Bij de grens moeten
we alles door de rontgenmachine doen, kijken of we niets bestiaals bij ons hebben. De vier gekookte eieren worden door de SAG-mevrouw kapotgetikt om te kijken of ze echt
wel gekookt zijn. Alsof je op zo n weg met vier ongekookte eieren zou gaan fietsen!
De Argentijnen en ook de Zwitsers gisteren hadden ons gewaarschuwd voor de weg en na het eerste stuk denken we ten onrechte want dat valt mee. Maar als we eenmaal aan de
afdaling beginnen, krijgen ze helaas gelijk, zoveel losse stenen heb ik nog nooit bij elkaar gezien. Het schiet niet op, en tot overmaat van ramp is er nauwelijks
uitzicht, regent het en is het koud. We hebben zelfs de jassen aan! Gelukkig is er aan het einde van de rit van maar 41,4 km waar we bijna 5,5 uur over deden (bergaf!)
een hospedaje met warme douche.
Nog een beloning is het avondeten, kost niks en smaakt prima. Vreemd eigenlijk want over 35 km zit je midden in een toeristisch gebied waar waarschijnlijk niets te betalen is.
Het weer op zaterdagmorgen klopt met de weersvoorspelling, zon en wolken. Het is nog fris als we vertrekken voor een kleine makkelijke etappe, alles verhard en
voornamelijk bergaf tot Pucon. Pucon is een erg toeristische plaats en als we er eenmaal zijn in de drukte blijkt er morgen een thriatlon georganiseerd te zijn.
Geen kamer te krijgen natuurlijk. We eindigen bij Hospedaje Monica op een kleine kamer, zonder wifi, maar morgen verkassen we naar Donde Eligio, waar dat wel is.
Er zijn grote verschillen tussen Chili en Argentinie. Allereerst het landschap dat in Chili veel kleinschaliger is, de bergen zijn dicht bij elkaar, er is veel
meer begroeiing. In Argentinie zijn brede dalen, verre uitzichten, veel minder begroeiing. Vandaag zagen we langs de weg weer amancay, een geel en oranje bloem
die we vanaf Pertrohue heel veel langs de weg gezien hebben.
Amancay
De huizen in Chili zijn kleiner, minder goed onderhouden, de winkels minder gevarieerd. En toch bevalt
Chili ons beter, het verkeer is er minder, men rijdt minder hard, maakt minder lawaai s nachts en is over het algemeen vriendelijker. De Argentijnen zijn wat
arroganter en afstandelijker. maar juist de variatie is weer aardig.
Lanin vanaf de grens
Ik lijk inmiddels, als ik onder douche vandaan kom en naar buiten ga, wel op wijlen Wim Duisenberg, qua kapsel. Qua kleur ook steeds meer trouwens. s Morgens
als ik uit bed kom lijk ik op Josie Dew, dus het wordt tijd voor de kapper. Als ik daarvan terug ben (kosten 2,5 euro) heb ik een Dick-en-Els-kapsel volgens
Frank. maar ik kan er weer even tegen. Frank heeft het maar makkelijk, die laat zich gewoon door mij knippen (kosten 0 euro, resultaat ook zoiets.)
Groeten,
F+M
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
di 1/20/2009 21:52
Bericht uit Melipeunco
Pucon 18 jan
Een rustdag betekent altijd veel regelen en zo. Ik moet de BTW-aangifte voor het vierde kwartaal nog doen, we moeten foto's sorteren en doortsturen,
emails beantwoorden, kleren (laten) wassen, de fiets nakijken. Toch vinden we ook nog tijd om even naar de finish van de internationale (halve) triathlon
die hier gehouden is, te kijken. Het is warm, de zon schijnt volop, maar er staat ook een redelijke wind dus het is niet te warm voor de deelnemers.
De aankomst van de snelsten hebben we gemist, de achterblijvers doen er toch nog 6 uur over en dat is toch een behoorlijke inspanning (onze werkelijke
fietstijd per dag schommelt zo rond de 5-6 uur).
s Avonds eten we in een restaurant waar ze een performing kok hebben. Hij loopt met een groot mes rond, snijdt daar af en toe een plastic zak met vlees mee
open, kijkt door zijn raam het restaurant in, en als niemand oplet hakt hij met het reuzemes in zijn hakblok, opdat wij gaan kijken. Erg veel zien we hem
niet koken, dat zal de keukenploeg op afstand wel doen.
We drinken vanavond weer een Carmenere. Ik zoek maar eens even op hoe het zit. Het is een lid van de cabernet-familie, in 1994 herontdekt in de valle central
dicht bij de Aconcagua, de hoogste berg van de Andes. Op het einde van de 19e eeuw werden de wijnmakers in Bordeaux gedwongen het kweken ervan op te geven
vanwege de slechte klimaatsomstandigheden en een schimmel. Chili is nu het land dat er de blits mee maakt, al zei de ober in Lago Yelcho dat ze in Argentinie
ook mooie carmenere zouden hebben. We hebben hem niet gevonden.
Hotel Trailanqui, 19 jan
In Chili maken ze als volgt foto s. De meereizenden stellen zich in gelid op voor de te fotograferen bijzonderheid -de vulkaan, de waterval, de oude boom, wat ook.
Niet alleen staan ze ervoor, de verduisteren het te fotograferen object helemaal. dan vragen ze een willekeurige voorbijganger om de foto te maken, of als er
geen willekeurige voorbijganger is, stellen ze de zelfontspanner in. Ze glimlachen niet, maar kijken strak de lens in. Zulke foto s maken wij vanmorgen ook.
Wij, Frank en ik, staan samen met de baas en de bazin van ons hostal in Pucon de Vulkaan Villarica te verduisteren en een willekeurige voorbijganer die
nog nog nooit een fototoestel in handen had, zo te zien, drukt af. Hij staat op 1 km afstand dus te herkennen zijn we niet denk ik. ook over de pasgeknipte
kapsels kan geen informatie onttrokken worden aan deze foto.
We rijden over de verharde weg naar Villarica, het ene hotel na het andere passerend. In Villarica is een grote supermarkt waar we boodschappen doen en
koffie drinken. In zo n supermarkt is altijd erg veel personeel, ze pakken alles voor je in, als je vergeten bent iets af te wegen doen ze dat voor je.
Buiten staat iemand op de auto s te passen en we vragen hem op onze fietsen te letten en drinken binnen koffie met een muffin.
Na Villarica slaan we rechtsaf , een ripioweg in. eerst is het rustig, maar al gauw komt er van beide kanten verkeer, en hoe het kan weet ik niet,
maar altijd passeren de auto s elkaar op de hoogte waar wij zijn, hoe weinig het er ook zijn (het zal volgens Frank wel iets te maken hebben met de
wet van behoud van maximale ellende :-). De weg is tot Pedregoso te doen, daarna wordt het ploeteren. We lopen de stukken waar de helling 8% of meer is,
er is te veel losse steenslag om te kunnen blijven fietsen.
Ploeteren Op Ripio
Een nieuwe vulkaan schuift in beeld, de Llaime. Het ploeteren duurt tot na zessen als we bij een resort aankomen. Daar willen we eigenlijk nooit iets mee
te maken hebben, maar nu moet het. Een kampeerplek, want die bieden ze ook, kost anderhalf keer zoveel als de luxe kamer die we gisteren hadden in Pucon,
een toeristisch oord. Met enig praten weten we het tot een keer te beperken. Maar het is er wel rustig s nachts.
Vulkaan Villarica
Wij voor Vulkaan Villarica
Melipeuco, 20 jan
We zijn laat vandaag, dat komt omdat eerst alles moet drogen. Na tien uur rijden we weg met het vooruitzicht vandaag alleen verharde weg voor de wielen te
hebben. dat klopt de eerste zes kilometer, dan is er onverwacht toch ripio in Los Laureles. Gelukkig niet lang, maar ook later voor en na Los Hortensias
is een stuk van een paar kilometer ripio. Na Cunco is de weg breed, de vluchtstrook ook, en er is weinig verkeer. Met de vulkaan Llaime in beeld, waar we
morgen omheen fietsen het Nationale park in, rijden we met de wind in de rug op het grote blad omhoog (!). Om kwart over drie zijn we in Melipeuco waar we
vanwege de hitte, het is 38 graden, een pension induiken. De tent zou erg warm zijn. Ze blijken er nog internet te hebben ook.
Llaima Vanaf Pension
Nog iets vover de verschillen tussen Chili en Argentinie: de Chilenen zijn gek op bordjes, plaatsnaambordjes en andere. Bij elke brug hoe onooglijk ook
staat een bordje met naam. meestal heet de brug naar het stroompje dat eronderdoor gaat, mar als het geen naam heeft verzinnen ze er een. Op het stuk
langs de Estuaria Reloncavi, van Contao tot Ralun, hebben alle heiligen, en ook sommigen van wie ik niet wist dat zijn heilig verklaard zijn, een eigen
brug, een houten geval meestal, waar niet al te zwaar verkeer overheen mag. En toen ze op waren, de heiligen, kwam er een brug die heette: Puente sin nombre
(brug zonder naam). Daarna kwamen we bij het Lago de todos Santos, zie eerder in de berichtgeving.
Niet alleen naamgevend zijn de Chilenen gek op bordjes, ook om gevaar aan te geven oen ze dat. Peligro (gevaar) op 300m, 200m, 100m en soms nog 50 m.
En als ze een diep gat graven om de een nieuw stuk weg te maken, staat er excavacion profunda. In Argentinie merk je pas dat het een diep gat is, als je
er onder in ligt. Het enige dat ze in Argentine wel goed aangeven zijn de wateronderdoorgangen onder de wegen, droog of niet, daar staan rechthoekige bordjes
met diagonale rode en witte strepen. De Amerikaanse fietster die we in Puerto Natales tegenkwamen, zie eerder, noemde dat underground shelters, waar je kon
slapen als het hard waaide. Ze dacht echt dat die voor fietsers en andere rondtrekkenden bedoeld waren. Inmiddels is het een gevleugelde uitspraak, door Tobias,
de Oostenrijker die we aan het begin van de reis ontmoetten geinitieerd, om als een van ons onzin uitkraamt over underground shelters te beginnen. Dan ben je pas echt afgekoppeld.
Groeten,F+M
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
wo 1/28/2009 22:40
Bericht uit Concepcion
Canete 26 jan
Het Chileense meisje vindt het maar niks dat de man die ons van informatie voorziet in het Fort Tucapel mij de op de rewe laat
klimmen en Frank opdracht geeft er een foto van te maken. Vrouwen mogen erop, zegt de man, deze is niet sacrado. Ze vindt het
trouwens uberhaupt niks dat die rewe, een soort totempaal van de mapuche, hier in dit Spaanse fort, of wat daarvan over is, staat.
75% van de bevolking van Canete is van mapuche-afkomst en die vinden het allemaal niks dat het fort hersteld is. Pedro de Valdavia
bouwde het fort in 1553 maar het werd bijna meteen door de Mapuche vernield. Pedro zelf werd een eind verderop, de man wijst in de
verte, door de Mapuche vermoord, heel bloederig het hart en de ingewanden eruit gesneden, onthoofd en zo. het fort werd vier jaar
later door ene Mendoza weer opgebouwd. Het moet trouwens voor de Mapuche een rare tijd geweest zijn toen de conquistadores hier het gebied
veroverden. Ze komen je land binnen, eisen meteen alles voor zich op, bouwen forten, schieten iedereen overhoop.
Later bekijken ook nog het Mapuche-museum, een eind buiten het dorp. We rijden er op pasgepoetste fietsen naar toe, gesmeerde
schone kettingen erop, dat rijdt weer prettig. In het museum krijgen we een beetje een beeld van de mapuchecultuur, maar heel
erg duidelijk is de uitleg niet. Maar we hebben het nu eindelijk gezien. twaalf jaar geleden stonden we voor een gesloten deur op
kerstmorgen.
Arauco 27 jan
Plaza Arauco
Ich bin jetzt noch etwas zu fett, zegt de Zwitserse fietser terwijl hij op zijn buik klopt en komt buurten in het bushokje waar
wij een broodje eten. Hij wilde in Punta Arenas beginnen te fietsen, vond het te hard waaien, gaf zijn tent weg en stuurde zijn
slaapzak en matje naar huis, en vloog naar Puerto Montt waar hij opnieuw startte. Vandaar dat hij nu alleen met zijn achtertassen
voorop (!) de fiets rondrijdt. Dan is het gewicht beter verdeeld, hijzelf, nog te vet, oefent druk uit op het achterwiel, de bagage
op het voorwiel. Het is een wonderlijke jongen, die maar blijft praten en nauwelijks luistert. Hij heeft een kaart van heel Zuid-Amerika
bij zich, kent geen enkele plaatsnaam uit zijn hoofd, weet alleen dat hij langs de kust wil fietsen en hoopt over vijf weken in Lima te zijn.
Als hij ons later bergop inhaalt in een enorm groot verzet geloof ik wel dat hij 140 tot 160 km op een dag fietst. Zo heb je er veel van dat
soort fietsers, die alleen op pad zijn, en kilometers willen maken om er later over te kunnen vertellen.
We rijden vandaag verder door dan gepland. In plaats van in Curanilhue komen we in Auroco uit, aan de Pacifico. De weg voerde ons over
heuvels door bossen, maar was erg druk, veel vrachtauto s met bomen erop, Het schiet altijd erg op, als het druk is. Er is niets dat
uitnodigt om te stoppen. Bovendien waaide het hard en hadden we wind mee.
In heel Zuid Amerika heeft elk dorp of stad een plaza , een plein meestal in het midden van de plaats, voorzien van bomen en dus schaduw
en bankjes. Daar komt iedereen op af. Ze verhuren er trapauto s en trapfietsjes voor kinderen, verkopen er ijsjes en suikerspinnen,
en hier in deze streek kun je er ook tafelvoetbal spelen. Op die plaza s zitten we vaak met een pilsje uit de supermarkt een poos te
kijken naar hetgeen zich daar afspeelt. Zo ook hier in Arauco.
Plaza Arauco
Concepcion 28 jan
Houten wielen, die niet perfect rond zijn, met eropgespijkerd stukken oude autobanden, waardoor ze nog minder perfect rond zijn,
dat hebben de handkarren hier waarmee mensen langs de weg lopen. Erop ligt hout, niet zo mooi gestapeld als op de vrachtwagens die
naar de cellulosefabriek rijden. In een bocht staat een nog wonderlijk rijdend geval. Het lijkt wat op de trapauto s op de plaza van
gisteren. Later haalt het geval ons bergop in, getrokken door een pick-up. Weer wat later zien we het geval bergaf rijden, de man erop
kan kennelijk wel een beetje sturen door of links of rechts te remmen door een staaf tegen de wielen te duwen. Het is onbegrijpelijk dat
ze met zo n geval deze weg op durven. Wij vinden het al geen prettige weg, in tegendeel, maar in zo n geval val je nog minder op. Maar misschien
is het voor die mensen wel hun bron van inkomsten, dat onregelmatige hout dat de fabriek niet wil hebben.
Enfin, over die drukke weg bereiken vroeg in de middag, het schiet alweer hard op vanwege de drukte en de wind die we nog steeds mee hebben,
Concepcion, de derde stad van Chili. Zo n grote stad hebben we nog niet meegemaakt, zo groot als Eindhoven, maar het oogt veel groter. Gelukkig
leidt een keurige cyclovia ons zonder kleerscheuren de stad in. We kopen er een nieuwe Chilleense reisgids, van het centro, dus die van Sur
hebben we helemaal gehad morgen.
Groeten,
Frank en Marianne
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
vr 1/30/2009 23:35
Bericht uit Cauquenes
Coelemu 29 jan
Groene broeken en oranje shirts, dat hebben de gemeentewerkers in Coelemu aan. Ze zijn met velen, ze halen vuilnis op, legen
de prullebakken op de plaza, en sproeien de niet van plavuizen voorziene delen van de plaza en de stoepen van het dorp. Dat
laatste is hard nodig. inmiddels zitten we in een warm stuk Chili, de zuidelijke bomen (alerces en allerlei soorten beuken) hebben
plaatsgemaakt voor eucalipti en palmbomen.
Brug naar Concepcion
We zitten weer op de plaza met een pilsje, de enige pub/cafe was dicht dus kopen we koud
bier bij de bakker en slaan alle activiteiten op de plaza gade. Naast de gemeentewerkers aan het werk, zijn dat tafeltennissers,
tafelvoetbalspelers, kinderen die verkoeling zoeken in de fontein, kinderen die op de trampoline springen en een niet in groen en
oranje gehulde man die de prullebakken op de plaza oranje schildert.
Vanmorgen verlieten we Concepcion over de snelweg, een van de twee die naar het noorden voert. We kozen op aanraden van de vvv-madam die
langs de kust via Tome, en dat blijkt niet slecht: alleen het eerste stuk is druk, tot Tome is het vierbaans en redelijk rustig en vanaf
Tome tot Rafael tweebaans en rustig. Daarna hebben we een spiksplinternieuwe weg voor de wielen voor de afdaling. Wel af en toe omhoog, maar niet al te lastig.
Cauquenes 30 jan
Op weg naa rCauquenes
Voor ik iets over de dag van vandaag vertel, moet ik eerst even een klein succesje melden. Een week of drie geleden staken we tussen Chili
en Argentinie drie meren over, een bedrijf had daar het monopoly over en ze lieten ons de volle mep betalen. Alsof we ook gebruik maakten
van bussen, en bagagevervoer. In Bariloche bleek een ander tarief te bestaan, voor fietsers, 80 ipv 230 dollar. In het kantoor daar konden
ze niets voor ons doen, omdat we in Chili betaald hadden, maar we kregen het emailadres van een soort baas daar. we stuurden emails, eerst
in het Engels en toen dat niet begrepen werd in het Spaans, en het eindresultaat is dat we het verschil, 460 160 = 300 dollar vandaag terugkregen.
Hoera, het heeft dus toch zin te protesteren tegen onrechtmatige zaken.
Maar nu terug naar vandaag. Als we het dorp Coelemu verlaten, zijn de groen met oranje mannen alweer druk aan het sproeien. Dat belooft van alles
voor wat betreft de temperaturen. We dalen eerst een stukje naar de rivier, gaan daarna omhoog en blijven de hele dag klimmen en dalen, wel op een verharde weg.
In Cauquenes voelen de kleren die we willen aantrekken na het douchen net alsof ze rechtstreeks onder het strijkijzer vandaan komen. heet dus.
Ik wilde de hele dag niet weten hoe heet, maar Frank meldde op een gegeven moment dat het 40 graden was. We dronken veel, meer dan anders, ook als
we hier aankomen drinken we drie pilsjes achter elkaar. Toch is het veel minder vervelend warm dan het in Nederland kan zijn met 30 graden: er is
meer wind, het is minder vochtig en s nachts koelt het meer af. Toch best vol te houden dus.
Groeten,
F+M
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------