HOME

Frank en Marianne
Februari 2009


---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
zo 2/1/2009 16:53

Bericht uit Talca

Cauquenes 30 jan

We eten s avonds soms in de Club Social de laatste tijd. Dat is een club zoals je je een Engelse club voorstelt, althans qua entourage, mahoniehouten lambrizeringen, dikke leren fauteuils, obers met strikjes, insmijters zelfs, maar qua prijs van het eten en drinken geheel anders. Soms zoals in Arauco is er alleen een senorita in schort, maar dan kost het ook nog maar de helft. Vanavond in Cauquenes weer uitstekend gegeten in de Club Social: insmijter, ober met strikje, dikke biefstuk van minstens 400 g de man/vrouw, lekkere lokale wijn, salade met verse basilicum, ... kortom genieten en dat voor de prijs waarvoor je in Nederland net een broodje koopt. Kortom, we genieten weer volop.

San Javier 31 jan De MOP (Ministerio de Obras Publicos) vindt het kennelijk maar niks dat we al meer dan een week geen ripio voor de wielen hadden, en heeft de laatste 18 km voor San Javier van de verder uitstekende ruta 126, de Ruta de Conquistadores, maar opgebroken. Gelukkig hadden we net daarvoor een mote con huesillos genuttigd en heel veel fruit gegeten.

Mote con huesillos is een koude drank, met graan en een pruim erin. Het heeft iets weg van watergruwel, het is uitstekend tegen de dorst en als het heet is goed te eten. Brood wil er niet zo in overdag. We zijn nu eindelijk in de wijnstreek, af en toe zijn er wijngaarden, hier en daar wordt wijn in bulk verkocht. het landschap ziet er erg droog uit. Alles is geel, alleen de bomen (pinos en eucalipti) zijn groen. Zelfs de meters hoog opgeschoten dille die ons een week lang langs de kant van de weg gezelschap hield, is verdwenen. San Javier is niet zo veel, we vinden met moeite een residencial, heel goedkoop, maar het is dan ook meer ein dunkeles Loch, een uitdrukking die we aan een Duitser die we vorige winter op Cuba tegenkwamen ontlenen. Het zou me niets verwonderen als die Olaf, want zo heette die, hier ineens opdook met zijn herenfiets zonder versnellingen.

Talca 1 feb Vandaag doen we een stukje Panamericana, de snelweg die door heel Zuid-Amerika voert. Tot nu toe hebben we dat kunnen vermijden, maar vandaag moeten we er vijf kilometer aan geloven, want anders komen we de Rio Maule niet over. Het is wel een snelweg, maar er liggen toch ook nog paardenmoppen en een man en vrouw steken de weg over, klimmen met enige moeite over de vangrail in het midden. Je zou denken dat zijn jongeren die dat doen, nee, mensen van onze leeftijd of ouder. De weg bestaat uit betonplaten, gebarsten veelal, maar gelukkig is er een brede vluchtstrook en die is van keurig asfalt gemaakt. De vijf kilometer zijn zo om. De weg die ons van Maule naar Talca voert is rustig en er liggen grote dure huizen langs, met muren omheind. Het is hier af en toe heel anders dan in het zuiden: er is meer te krijgen, vooral fruit en groente, maar die rust van toen, die willen we af en toe wel weer terug. Vandaag stoppen we al vroeg, in Talca, een grote stad, maar we vinden er een aangenaam hostal, heel rustig gelegen, bij de rivier maar toch ook dicht bij het centrum. Met wifi!

Groeten, F+M

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
do 2/5/2009 19:51

Bericht uit El Yacal

Hallo Allemaal, Even een klein berichtje van ons, niet vanaf mijn eigen computertje, vandaar dat het wat korter is dan anders. We zitten nu een paar dagen in El Yacal, nog minstens tot en met zondag, want dan zijn we uitgenodigd voor een asado (barbecue) bij Pastor Rein van Bavel. Die woont in onze wintermaanden in Chili, in El Yacal, en Jan, onze buurman in Geldrop stelde ons aan elkaar voor. Hij nodigde ons toen uit langs te komen. Het is erg leuk daar, een heel mooi huis op een schitterende plek, het is er goed uitrusten. En Padre Rein, zoals hij hier heet, is een geweldige verhalenverteller. We vermaken ons prima. Ik zal morgen proberen of er in het dorp ergens wifi (=een draadloze verbinding met internet) is en dan sturen we de andere mail wel. Groeten, Frank en Marianne

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
za 2/7/2009 15:38

Bericht uit El Yacal

Cumpeo, 2 feb

De rode pickup die ons eerder inhaalde, komt ons nu tegemoet en stopt. Of we de weg kwijt zijn, vraagt de man met grote witte cowboyhoed in een mengeling van Spaans en Engels. Nou nee, we gaan naar Cumpeo, zeggen we. Dan gaan we de goeie kant uit, zegt hij. We zitten weer op een ripioweg, maar over 8 km moeten we linksaf en dan is het weer verhard, zegt hij.

We doen nu wel zo stoer dat we het allemaal weten, maar de bordjesminnende Chilenen lieten ons vandaag toch enigszins in de steek. Er staat van alles op de borden, maar niet de plaatsen die op onze kaart staan, en ook niet dezelfde plaatsnamen als de GPS laat zien. Tien km na Talca gingen we op aanraden van iemand rechtsaf, in de hoop het kleine doorsteekje naar Pelarco wel te vinden, maar dat lukte niet. Vandaar dat we 16 km ripio moetsen doen en wat omreden. Maar uiteindelijk bleek het niet zo verkeerd, want toen we bij de kruising met de weg waar we eigenlijk uit zouden moeten komen, bleek die onder handen van de MOP-ers.

In Cumpeo vinden we een residencial, heel goedkoop, wel keurig schoon. Op maandag (dan ook al) zijn bijna alle restaurants dicht. Uiteindelijk eindigen we bij de discotheek, waar de baas zelf, hij is maar alleen, geweldige biefstukken voor ons bakt, sla, tomaten en brood erbij en wijn natuurlijk. dat kost ook al bijna niets. Nee, toeristisch kun je het hier niet noemen.

El Yacal, 3 feb

Erg vroeg zijn we niet op vandaag. Mijn maag is een beetje van streek. We besluiten dan ook maar niet naar Siete Tazas te fietsen, het park dat zo n 50 km verder de bergen in ligt en alleen via ripio bereikt kan worden, maar naar El Yacal te fietsen. We proberen Padre Rein van Bavel nog te bellen dat we eraan komen, maar dat lukt niet. Dan gaan we maar op goed geluk.

Na Molina rechtsaf en bij het kruispunt Tres Esquinas puffen we even uit in een bushokje en eten wat fruit. Even verderop is een man met zijn zoon aan het werk en ze onderbreken dat voor een praatje. Of we iets nodig hebben, water of brood. Nee zeggen we we hebben alles en bovendien is het toch te warm om iets anders te eten dan fruit. Meteen wordt de zoon erop uit gestuurd en hij komt even later met vier appels terug. We rijden nu midden door de fruitstreek van Chili. Boomgaarden wisselen af met wijngaarden.

Via een ripioweg de bergen in die steeds slechter wordt, komen we in El Yacal en vragen naar het huis van Padre Rein. Rechtdoor en over twee kilometer links, het mooiste huis dat je ziet. Het is inderdaad niet te missen, een schitterend huis boven op een heuvel met een groen grasveld ervoor. Zo groots hadden we het ons niet voorgesteld. We worden hartelijk ontvangen en binnen de korste keren zitten we aan de wijn en wordt Pilar, de hulp, opgetrommeld om voor ons te koken. Tot bij 12 uur zitten we buiten op de veranda. Padre Rein is de oud-pastor van het Sint Anna-ziekenhuis in Geldrop. Sinds hij met pensioen is woont hij de helft van het jaar in Chili. Net voor we weggingen uit Nederland kwam onze buurman Jan met hem langs en nodigde hij ons uit langs te komen. We mogen blijven zo lang we willen.

Huis Rein

El Yacal 4 feb

We slapen uit tot we wakker zijn wat vandaag even duurt. Niet alleen lagen we pas laat in bed, we hadden ook de nodige wijn genuttigd gisteren, dat helpt ook al niet erg vroeg op te zijn. De Padre zou vanmorgen met een andere gringo zijn gaan wandelen maar die kwam niet opdagen. Hij laat ons na het ontbijt de rest van van zijn huis en bijgebouwen zien, onder andere een watertoren waarop een Chileense, een Nederlandse, een Brabantse en de pauselijke vlag wapperen die je al van verre kunt zien.

Daarna lopen we naar het Franciscus-kapelletje, en met een boog over de fundo weer terug.

Franciscus Kapel Franciscus kapel

Alle werkmensen die we onderweg tegenkomen maken een praatje. Het gaat over het water dat eens per week over het grasveld vloeit, over het sproeien van de weg zodat het niet zo stuift. Terug bij het huis drinken we koffie en aansluitend maar weer een glaasje wijn. inmiddels heeft Pilar het eten klaar. We leven hier als God in Frankrijk, zo luxe.

De Padre praat aan een stuk door, vertelt van alles over zijn reizen, de Chilenen, de gringogemeenschap hier, over doopfeesten en bruiloften die hij hier houdt, over preken die in Chili een stuk concreter moeten zijn dan in Nederland, over zijn medidatie, over boeken die hij leest. Hij slaapt s middags altijd even, weten we, dus op een gegeven moment 'stuur' ik hem maar naar bed, anders blijft hij maar doorpraten. Later op de avond rijden we even langs bij bevriende gringos. We worden uitgenodigd voor de asado van zaterdag, dus blijven we nog even.

El Yacal, 5 feb

Weer zijn we niet echt vroeg op. het zal wel ergens goed voor zijn dat we zo lang slapen. Na het ontbijt fietsen we met een boodschappenlijstje naar Curico, 32 km verder. Het is een beetje bewolkt, maar dat lost in de loop van de dag op. We doen boodschappen en keren terug. Net voor we het huis bereiken horen we een reuze knal en even verder ligt er een groot deel van een hele dikke boom in stukken over de weg. Wij kunnen er nog wel langs maar een auto die van de andere kant komt niet meer. We helpen even de dikke stukken uit de weg te ruimen tot de auto er weer door kan. Of en wanneer iemand dit echt komt opruimen weten we niet.

Terras Rein

We maken s avonds een salade en zitten weer tot laat buiten te praten. Het wordt wat frisser, de hoogzomer hebben we gehad, zegt de Padre.

El Yacal 6 feb

Vandaag zijn we wel redelijk op tijd op, de afwas van gisteren moet gedaan zijn voor de Padre terug is van de wandeling en voor Pilar, de huishoudster, komt. Pilar lacht niet veel, maar toen ik gisteren verontschuldigend zei dat we in haar domein aan de slag waren, zei ze lachend: Mejor! (Beter!)

Boomgaard

Na het ontbijt maken we in de auto een rondje over het fruitbedrijf van de broer van Rein. Op dit moment worden de peren geoogst en maandag gaat de 75m-lange sorteermachine aan de slag. Die zijn ze nu in gereedheid aan het brengen. Wat me vooral opvalt is de ruimte, behalve de boomgaarden, die uiteraard veel plek innemen, is ook de rest van het bedrijf heel ruim opgezet. Ik overvraag de Padre als ik van alles wil weten, hoeveel mensen er werken, hoeveel peren en appels er geoogst worden, etc. Er schuilt een gevaar. Ik wist wel dat de clerus een glaasje lustte, maar dat we dan voor twaalf uur al aan het bier zouden zitten, had ik toch niet gedacht. Daarna drinken we witte wijn met ijs en lunchen we.

peren oogst

Als de Padre gaat slapen, halen we onkruid uit het rozenperk totdat Pancho komt. Pancho is de man van het water die een keer per week het water of Reins grasveld laat vloeien. Met sproeien krijg je het niet zo groen. Het water komt uit een bron op zijn terrein, maar de fundo heeft de nieuwe put geslagen, waarbij uitgehouden is dat Rein een keer per week dat water krijgt. Veel water is er niet op dit moment, zegt Pancho.

El Yacal 7 feb

Vandaag zijn we vroeg op en vergezellen Rein op zijn wandeling over de fundo. We leren er van alles over fruit en bomen. Kiais zijn beschermde bomen, die moeten blijven staan als er een boomgaard wort aangelegd. Er is een stuk met kiwi s, bosbessen en zelfs een experimentje met olijven. De noten- en kersenbomen staan om en om, dat schijnt voor beiden beter te zijn. Ze zijn er niet voor de vruchten, maar voor het hout. De kersen worden niet eens geoogst.

Groeten, M+F

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
ma 2/9/2009 19:06

Bericht uit uit Curico

El Yacal 8 feb

Zat ik toch gisteravond naast een beroemdheid te eten! Sergio Dusaillant, de herontdekker van de Carmenere, althans volgens eigen zeggen. Het schijnt op Internet bevestigd te worden (www.vendimia.cl, in het Spaans). Hij stamt uit een oud Frans wijngeslacht die hier al vier generaties als vinologen werken. Zijn grootvader had 527 verschillende druivenstokken in een verzameling en daaruit schijnt de Carmenere een aantal jaren geleden opgedoken te zijn.

Hij wist me ook nog te vertellen waarom het zo lastig was om die Carmenere terug te krijgen. Het is namelijk de enige druivensoort die zich niet laat enten. Het is een interessante man, die op verzoek van Mats von Finckenstein, de gastheer gisterenavond, nogmaals het verhaal over zijn schipbreuk op de Pacifico vertelde.

Een schitterend verhaal: de kapitein, dertig jaar in dienst, vierde een feestje en vervolgens liep het schip op een rots. Een reddingdsboot was lek, uit de twee andere werd iedereen gered door inboorlingen. Frau Schumacher kon hij nog net in hun boot gooien, zelf viel hij in het water. Later is hij nog terug gegaan naar de boot om de spullen van de passagiers te redden. Schitterende prater, die uitstekend Engels praat. Verder spreken we de hele avond Duits met de Von Finckensteins en hun aanhang

. Frank en Rein

Vanmorgen vergezellen we Rein op een wandeling aan de voet van de berg. Het is nog een beetje fris. Dit stuk is niet zo leuk als over de fundo gisteren waar de uitzichten veel wijdser waren en de variatie groter. Hier staan vrijwel alleen pino radiata, al dan niet goed bijgehouden. s Avonds eten we weer op de veranda en drinken er ter gelegenheid van het komende afscheid bijzonder lekkere wijn bij. Laat dat maar aan de padre over, die weet wel van lekkere wijn. We bedanken hem uitgebreid voor het aangename verblijf, we hebben veel van hem geleerd. Zijn kijk op de wereld is een hele gezonde, in heel veel dingen zijn we het gloeiend met hem eens. Wat ik wel leuk vind is dat hij zich soms over misstanden kan opwinden en er dan ook hard bij kan vloeken. Als hij het niet met iemand eens is kan hij dat ook heel hard zeggen. No! schitterende man, die we in Geldrop ongetwijfeld nog vaak zullen zien.

Marjan en Rein

Maar als wij weer terug zijn gaat hij net weer weg voor zijn halfjaarlijkse verblijf hier. Curico 9 feb Op tijd op vandaag want we moeten de chaos in de keuken weer op orde hebben voor Pilar komt. Dat vind ik tenminste, Rein vindt dat we het ook best voor haar kunnen laten liggen. Daarna pakken we in, drinken nog koffie met Rein en stappen dan op de fiets naar Curico. at is niet ver, ongeveer 30 km. We willen nog wat zaken regelen via internet en inkopen doen voor de oversteek naar Argentinie. Waarschijnlijk komen we de eerstkomende week geen verbinding tegen.

Groeten, Marianne en Frank

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
do 2/12/2009 22:08

Tweede bericht uit Curico

Tweede bericht? Nog of weer in Curico? Hoe dat zit lees je hieronder.

Los Quenes, 10 feb

Er zitten mensen in de struiken langs de weg. Dat is al bijna twee weken zo. Met volle emmers komen ze er weer uit. Het is bramentijd!

Ze verkopen de bramen aan de fruitverwerkende bedrijven die we hier volop langs de weg zien. Bramen zijn hier door de Spanjarden geintroduceerd, het is geen inheemse struik. Ook frambozen worden geplukt en verkocht, maar die groeien op keurig aangelegde percelen.

Vanuit Curico hebben we 30 km lang een keurige verharde secundaire weg. Dan begint de ripio, maar ondanks het feit dat de MOP de eerste 7 km onder handen heeft, is dat stuk goed. Het is gesproeid, dus het stuift niet zo, en bovendien is het wegdek vlak zonder al te veel stenen. Maar daarna komen we de schraapmachines weer tegen en moeten we ons door een laag van zo n 15 cm suelo (zand met stenen) worstelen. Het laatste stuk naar Los Quenes is weer goed, Als ze leem op de weg doen, er water bij doen en er met een walsje overheen gaan, kunnen ze het wel die MOP-ers, als ze maar willen. Het is de eerste keer dat we een walsje zien.

Kamperen Pichuante

Al vroeg, om twee uur, zijn we in Los Quenes op de camping. Het is bijna drie weken geleden dat we de tent opgezet hebben, realiseren we ons. Hopelijk is het een rustige camping. We zitten hier weer op bijna 700 meter, tussen de bergen. Pichuante

11 febVeinte (20)? Vraagt de bakkersvrouw wat ongelovig. Ja echt, die hebben we wel nodig voor de drie dagen die het gaat duren eer we weer in de bewoonde, nou ja tamelijk bewoonde wereld zullen komen. De zak met 20 broodjes weegt bijna net zo veel als het bier en de wijn die we later nog kopen.

De Chileense reisgids heeft het over een uitstekende weg vanaf Los Quenes naar de Paso Vergara naar Argentinie, en hoewel dat bijna noot klopt, vandaag wel. De weg is gestabiliseerd met leem. je mag hier 70 km/h, roept Frank me toe als ik niet hard genoeg opschiet. Meteen is duidelijk waarom de weg zo goed is, er rijden veel vrachtwagens leeg omhoog en gevuld met stenen weer omlaag.

Los Quenes Rio Teno

Al gauw zijn we bij het monument van de cementerio Bio Bio. Langzaam gaan we omhoog, daar had Mats gelijk in, lastig is het niet. Het wordt wel warm, maar het waait ook hard en deze keer hebben we de wind in de rug. maar dat feest duurt niet lang. Zodra de vrachtwagens linksaf slaan naar de mijn, wordt de weg slechter

. Zonsondergang Pichuante

We drinken te weinig en ik word er draaierig van. Onder elke boom stoppen we even om te drinken. Zes kilometer na de afslag naar de mijn is de douanepost en daar wacht ons een teleurstelling. De weg naar Argentinie is dicht, we kunnen wel omhoog naar de pas, of naar de Banos San Pedro, maar als we niet verder kunnen heeft dat geen zin.

Rio Teno

Maar we mogen hier ook kamperen, zegt de carabiniero, er is een ducha ambiente. Dat doen we dan maar. En zoals altijd heeft elk nadeel ook zijn voordeel, want nu kunnen we gewoon alle bier opdrinken in plaats van elke dag een zielig blikje. Als we morgen afdalen over dezelfde weg zijn we zo weer in de bewoonde wereld. En we bereiken een nieuw hoogste punt van deze reis: 1500 meter.

Curico 12 feb De carbinieri zijn blij met de 10 broodjes die ik ze geef de volgende morgen als we drinkwater komen halen. Als we vandaag toch weer terug gaan naar de bewoonde wereld hebben we die niet nodig. Voor we wegrijden daalt er nog een helicopter die vier mannen ophaalt en ze ergens in de bergen waar ze gaan werken weer afzet. De helicopter komt terug en haalt 15 25-liter-vaten met water op. Het stuift behoorlijk en omdat we ons net ingesmeerd hebben zijn we meteen al weer vies. We rijden de eerste zes kilometer tot de afslag naar de mijn en vandaar wordt de weg weer goed en gaat de gemiddelde snelheid omhoog. Helemaal als we voorbij Los Quenes op het verharde stuk komen. Zo zijn we om half vijf alweer terug in het hotel waar we maandag ook waren.

Het kostte twee dagen om van 200 meter hoogte naar 1500 meter te gaan, maar slechts een dag om weer terug te komen. Vanaf hier gaan we terug naar het zuiden, en vanaf de hoogte van Talca over een andere pas, die volgens iedereen die we er over aanspreken wel open is, naar Argentinie. Het alternatief zou zijn via Santiago en Los Andes naar Mendoza, maar dat is ons veel te druk. Het rustige gravelweggetje gisteren met de schitterende uitzichten is ons erg goed bevallen.

Groeten Marianne en Frank

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
do 2/19/2009 17:25

Bericht uit Malargue (Arg)

El Colorado, Lago Colbun, 13 feb

Chilenen zijn te lui om te fietsen, zegt de fietser uit Santiago die samen met zijn broer uit Molina een rondje van 140 km door de uitlopers van de Andes fietst. We komen ze tegen op weg van Curico naar de Paso Pehuenche die hopelijk wel open is. We merken op dat zij de eerste Chilleense fietsers zijn die we tegenkomen onderweg.

Een heel eind later, als we echt toe zijn aan de hosteria die de gids ons belooft, komen we nog twee Argentijnen tegen die van de pas afkomen en die ons niet alleen van informatie voorzien, maar ons ook hun kaart cadeau doen. De hosteria is er niet en ook het hotel waarvan twee mannen langs de weg zeker weten dat het er is, zeven km verder, ook de borden geven dat idee, is er ook niet. Uiteindelijk eindigen we op een camping 4 km van de weg af over een ripioweggetje waar we na 107 km (!) pas om half acht aankomen.

La Mina, 14 feb

Vandaag maken we het ons niet te moeilijk, na de zware dag van gisteren. We gaan over de verharde weg tot de Adouana in La Mina. Toch is ook dat niet makkelijk, we stijgen redelijk en het is warm. Weliswaar steekt elke dag zo om 12 uur de wind op en hebben we hem mee, uiteindelijk zijn we toch niet zo vroeg in La Mina. De tent staat onder een dak van druiven waarin een schapenvacht hangt, de bijbehorende kop ligt op de grond. Er scharrelen kippen met kale kuikentjes rond, vijf kleine katjes, drie honden, waarvan een heel jonge die natuurlijk niet bij mij weg te slaan is, drie ganzen en een eend, een hele rare eend (pato raro).

Toen we langs de rivier de Maule op zoek waren naar een kampeerplek en die maar niet vonden, kwam ik Olivia tegen. Ze had net met haar neefje (?) gezwommen in de rivier en wees op een huis. Dat is mijn huis, kom mee je kunt bij ons kamperen. Het is helemaal haar huis niet als we er aankomen, maar dat van haar moeder, maar goed. We zetten er de tent op, duiken de rivier in, en krijgen zelfs stoelen en een tafel aangereikt. Dat is luxe, net als het toilet dat buiten is en dat we mogen gebruiken.

kamperen bij Olivia

Het neefje wil later carabiniero worden, vertelt hij desgevraagd. Het is wat onduidelijk hoe de familieverhoudingen liggen, de moeder van de jongen is niet in beeld, de vader nog minder. Hij wordt door Olivia s moeder opgevoed. Dat is overigens allemaal niet ongewoon in Chili, ook Padre Rein vertelde dit soort verhalen, over vaders die niet bekend waren, over moeders die voor een heleboel kinderen de kost moeten verdienen.

Laguna Maule 15 feb (bij de carabinieros)

We zijn tegen half negen bij de douane, kopen nog wat bier in bij de nabijgelegen kiosk, en beginnen dan aan de ripioweg naar boven. La Mina ligt op 900 m, we moeten naar 2550 m hoogte. Er wordt druk aan de weg gewerkt, ook op zondag. Bij een van de kampementen van de wegwerkers drinken we onze eigen koffie op een bankje in de schaduw.

Na de lunch langs de rivier komen we op de Cuesta de los Condores, het steile stuk, twee mannen tegen, op slippers met alleen drie 2l-flessen waar water in kan. We maken een praatje. Het is nog klimmen tot daar, wijzen ze, bij het witte zand, daarna gaat het omlaag. We maken een foto, of eigenlijk twee, een met hun toestel, een met het onze, un recuerdo.

We lopen verder omhoog, dit stuk is te steil en te stenig om te fietsen met onze hoeveelheid kilo s aan boord. Na de cuesta dalen we niet natuurlijk, maar blijven stijgen, alleen niet meer zo steil.

Vandaag staat de tent weer bij de Carabinieros achter hun gebouwtje. Er schijnt verderop wel een soort camping te zijn, maar wij slapen liever goed dan we op een camping door gewauwel tot midden in de nacht wakker gehouden worden. Als we net bijna bloot bij het ijskoude stroompje ons aan het wassen zijn, komt een carbiniero kjken of we iets nodig hebben. Dat hebben we niet, we hebben alles bij ons, zelfs bier en wijn. Het is koud op 2150 m hoogte en we koken en eten in de tent. Langs de rio Pehuenche,

kamperen carbinieros

16 feb

Echt vroeg zijn we niet vandaag, het is koud en het duurt even eer de zon tot bij ons reikt. We stijgen verder langs de Laguna Maule, een schitterend meer met mooie uitzichten. De weg is niet zo lastig, we stijgen tot 2300 m, dalen dan weer tot het meer op 2150 m, en gaan dan door tot de pas op 2550 m hoogte. Daar is de grens ook en er staan allerlei gedenktekens om de encuentro Chileno-Argentino die er elk jaar plaats vindt te co-memoreren.

Laguna del Maule

We maken er een paar foto s, jammer genoeg staat er geen bordje met hoogte. Aan de Argentijnse kant is de weg beter, dat voorspelden de Argentijnse fietsers al. Er wordt druk aan de weg gewerkt, al vraag je je af waarom. Aan de Chilleense kant van de pas was nogal wat verkeer van mensen die een uitstapje maakten naar het Laguna, hier is er niets.

lunch op 2400m

Het werkverkeer verbetert de weg zodat het werkverkeer er beter overheen kan, want ander verkeer is er nauweijks. Als ze hem voor ons aan het verbeteren zijn, zijn ze te laat, en we komen hier hoogstwaarschijnlijk niet meer terug. Na 20 km afdalen vinden we het genoeg voor vandaag en klauteren met enige moeite van de talud af tot we op een zanderig stukje bij de rivier de tent kunnen opzetten. Zaten we gisteren tussen de gedroogde paardekeutels, vandaag zitten we tussen de opgedroogde koeienflaters. Ach, erg kritisch kun je hier niet zijn. De koeien blijven op een afstand staan kijken wat we allemaal doen.

Tegen acht uur komt er een man te paard met een stel honden en honderden geiten de berg afzetten. De geiten blijven rond het hutje aan de overkant van de rivier staan. Wij eten en drinken bijna alles op dat we aan boord hebben en liggen als het donker is in bed.

Paso Puenche 2550m

Bardas Blancas, 17 feb

Ook op 1800 m hoogte is het nog fris als we opstaan, 2 graden slechts, maar hier komt de zon er eerder bij. De dalen in Argentinie zijn veel breder, zoals alles hier groter is dan in Chili. Na het onbijt, we eten keurig de helft van het brood op, zodat we nog iets over hebben voor de lunch, klauteren we weer omhoog en dalen over de nog steeds uitstekende weg verder.

kamperen op 1800m

Een verschil tussen Chili en Argentinie is ook de manier waarop aan de weg gewerkt wordt. In Chili zijn er veel mensen bij betrokken, niet dat ze allemaal werken, ze zijn er. In Argentinie zijn er bijna net zo veel mensen als machines, en die machines zijn veel nieuwer en moderner. De wegen in Argentinie worden uiteindelijk dan ook beter dan in Chili. Maar hier letten ze niet zo goed op als in Chili. Op een punt moeten we de man die de grijper bedient door fluiten en bellen erop attent maken dat we willen passeren. In Chili hebben ze dan tig man die het verkeer regelen.

op weg naar Bardas Blancas

In Las Loicas is de Argentijnse douane. Na de formaliteiten drinken we er cola, iets anders is niet te krijgen. De weg verder omlaag het dal in is slecht, erg slecht. Je vraagt je af waarom ze hem daarboven zo mooi maken. Voor wie of wat? Na 15km is er eindelijk pavimento en schiet het op naar de ruta 40.

Een bekend stuk althans dat zou het moeten zijn, maar we herkennen het niet van 15 jaar geleden. Bij het restaurant mogen we de tent opzetten en we beginnen er maar weer met het drinken van bier. Het was weer erg warm vandaag. Later eten we een dikke biefstuk met patat en sla, we zijn weer in Argentinie!

Malargue, 18 feb

We zitten hier maar 400 meter lager dan gisteren, toen het koud was, en nu is het warm, erg warm. In de tent valt het niet mee om te slapen. Om acht uur zijn we bij het restaurant en krijgen er een karig Argentijns ontbijtje, koffie met twee geroosterde boterhammen met dulce de leche, iets heel zoets. De winkel heeft ook al geen brood en het onze is op.

Enfin, volgens de kaart is het 65 km pavimento, deels weliswaar deteriorado, maar toch. Groot is de desilusie las er helemaal geen pavimento te zien is, alleen een laag van van zo n 10cm zand en gravel waarover het lastig fietsen is. De moed zakt ons in de schoenen. we gaan bovendien eindeloos lang omhoog, tot bijna 2000 meter weer. Als er een vrachtwagen met zand stopt horen we dat we nog 3 km omhoog moeten, dan nog drie km tot de echte pavimento. Dat klopt gelukkig. een eindje verder op de stoep van een salon de te (stel je er niet te veel van voor, het klinkt beter dan het is) waar je al drie peso moet betalen om het terrein op te mogen, wat we dus niet doen, koken we noodles bij gebrek aan brood voor de lunch.

Malargue is een groene oase in het droge berglandschap, meer een vallei eigenlijk. De stad met 18.100 inwoners ligt op ongeveer 1400 meter hoogte, in Chili zou je dan midden in de bergen zitten, hier niet. We zoeken en vinden een aangenaam hotel waar we morgen aan de fietsen kunnen werken. De kettingen zijn hoognodig aan een beurt toe, en wijzelf ook trouwens. We staan allebei en kwartier onder de douche en er stroomt modderwater in het putje weg. Het bier smaakt daarna uitstekend.

Groeten, Frank en Marianne

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
za 2/21/2009 15:43

Bericht uit Mendoza

Malargue, 19 feb

De morgen is gevuld met het schoonmaken van de fietsen en het wisselen van de kettingen. s Middags wil het meisje van het buskantoor in de stad ons alsmaar midden in de nacht naar Mendoza laten reizen, maar dat wilen wij niet. Dus gaan we naar de terminal en ontdekken dat we ook om elf uur kunnen gaan, maar dan moeten we overstappen in San Rafael. Helaas is het kantoor tot vier uur dicht, dus moeten we nog een keer terug. Zo is de dag alweer om voor we er erg in hebben.

Deze week is de warmste van deze zomer lezen we in de krant. We zijn er kennelijk al erg aan gewend, want zo erg veel last hebben we er niet van. Het regent hier ook niet s zomers, hoewel het al twee dagen aan het einde van de middag bewolkt is en zelfs dreigt te gaan onweren. Sinds Talca zien we overal kanalen waardoor het water van de rivieren geleid wordt en waarmee de wijn- en boomgaarden geirrigeerd worden. Een mooi systeem dat deels nog uit de 15e eeuw stamt en door de indianen is aangelegd. Via zo n zelfde systeem krijgt Padre Rein ook een keer per week het water toebedeeld voor zijn grasveld, de rest van de week gaat het water naar de fundo.

Mendoza, 20 feb

Bij het ontbijt zien we op de televisie, die hier vrijwel altijd overal aanstaat, dat de vulkaan in Chaiten weer opnieuw uitgebarsten is. De regering heeft 150 mensen moeten evacueren en de provincie Chubut (in Argentinie) stuurt drinkwater naar het gebied. Vandaar dat het zo uitgebreid op de Argentijnse tv te zien is. Waarschijnlijk heeft de regering in Chili dan toch gelijk dat het te gevaarlijk is om de stad op dezelfde plaats weer op te bouwen.

Reizen met de bus en fiets is enerverend. We moeten 12 tassen, twee ingepakte fietsen en twee losse voorwielen niet alleen in de gaten houden maar ook zien dat alles geladen wordt en we voor elk stuk bagage een bonnetje krijgen en dat in de drukte van een busstation. In Malargue valt het mee, in San Rafael is het al veel drukker en in Mendoza is het een chaos van jewelste.

Maar het lukt allemaal en tegen half acht staan we met rijklare en beladen fietsen bij de terminal in Mendoza en fietsen naar het centrum. Tot twee keer toe worden we gewaarschuwd voor ladrones (boeven). Vooral in de buurt van het busstation schijnt het gevaarlijk te zijn. Mendoza is dan ook een echt grote stad, zo druk hebben we het nog niet meegemaakt. Bij Hotel Palace midden in de stad vinden we een kamer, een mooi wat ouderwets hotel, waar de fietsen een eigen kamer krijgen toebedeeld. Zaterdag zijn we nog hier om inkopen te doen, Zondagmorgen, als het wat rustiger is op de weg, fietsen we de stad uit naar het noorden. Via Uspallata rijden we tot Rodeo en daarvandaan steken we via de paso Agua Negra (4768 meter hoog) weer over naar Chili.

Groeten, Frank en Marianne

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
di 2/24/2009 15:46

Bericht uit Uspallata

Mendoza 21 feb

We brengen nog een dag door in Mendoza om wat dingen te kopen die we nodig hebben. Ondanks het feit dat de straten hier net als overal in steden in Zuid Amerika in loodrecht op elkaar, in een grid georganiseerd, raak ik hier elke keer de orientatie kwijt. Je zult noooit een goede postduif worden, zegt Frank, maar dat kun je eigenlijk ook niet verwachten van een echte Vinck. Ik laat hem de richting maar bepalen en loop achter hem aan.

Later op de dag lopen we naar het minder toeristische stuk van de stad en drinken een pilsje in de mercado. Dat is een overdekt terrein met allemaal locales, waar van alles vers verkocht wordt. Ook op straat komen we veel kraampjes tegen die de meest uiteenlopende dingen verkopen. Er is er een waar je Maria-plaatjes, paprikapoeder en pincetten kunt kopen.

Er lopen veel mensen op straat die dingen verkopen, opblaasbeesten, kwakende eendjes en allerlei andere onduidelijke prullaria. Maar niemand doet goede zaken, ook in de restaurants is het niet druk, en zelfs gewone winkels hebben insmijters, lui die je de winkel in proberen te praten.

Villavicenzio 22 feb

De ontbijtober in het hotel vraagt of zijn broer, de dikke van de receptie, ook op die fiets kan rijden. De fiets houdt het wel zeg ik, maar of de broer kan fietsen weet ik niet. We zijn met veel publiek de fietsen aan het oppakken in het hotel. Twintig km verder na een stuk door de stad en een droog vlak stuk komen we een restaurant annex camping voor socios (leden) tegen. eerst willen de mensen ons niet binnen laten, later komt de man niet uitgepraat en uitgevraagd en krijgen we elk nog een sinaasappel cadeau. We drinken er Talca Cola en nemen wat over is mee. Een 2l-fles krijgen we ook in deze droogte niet in een keer op.

Een eind verder stoppen we onder een boom. Onder elke boom hier zit een familie met een asado (barbecue). Onder deze boom zijn een paar jongens die ons een slok wijn uit een plastic container aanbieden waar een groot blok ijs in drijft, wel lekker maar niet goed voor het vervolg van de route. We moeten nog een eind omhoog.

Ik maak me de hele dag zorgen of we wel genoeg water hebben, het is warm, de omgeving is kurkdroog er is geen stroompje, rivier of wat dan ook te zien. Maar hoe dom kun je zijn. We gaan vandaag tot de termas Villavicenzio, en het water dat ik al twee dagen dronk in Mendoza heet Villavicenzio.

Na 49 km zijn we bij de guardia parque. Een geweldige plek met bomen en een een grasveld en we mogen er kamperen. En nog mooier de guardia parque komt later met twaalf (!) halve liter flessen mineraalwater aanzetten. We hebben ook nog zes blikjes bier en een fles wijn, dus we komen niet om van de dorst. Als we gedoucht en wel, ook dat bood de guardia aan, aan het bier zitten komt een schilder en zijn vrouw die ook schilderes is een praatje maken. Hij heeft het almaar over van Gogh als hij hoort dat we uit Nederland komen. We moeten ook hier uitkijken voor ladrones, zeggen ze. Er is wel de hele dag verkeer op deze weg, maar gevaarlijk lijkt het ons toch ook weer niet. We zitten hier op 1650 m hoogte, het wordt fris en het laatste restje wijn drinken we in de tent op.

Kamperen Guardi Parque Villavicencio

Uspallata 23 feb

Om negen uur zeggen we de guardia parque goedendag en gaan beginnen aan de 365 bochten omhoog. Tot aan het hotel dat sinds 1978 niet meer in gebruik is, is de weg nog verhard. Toch is het niet lastig qua wegdek en ook de stijging valt mee, 5% gemiddeld, zodat we bijna alles kunnen blijven fietsen. Wel rusten we uit na elke 50 meter klimmen, ook al omdat ik geweldige keelpijn heb. Op 2600 meter kijken we omlaag uit op al die caracoles (haarspeldbochten), een indrukwekkend gezicht. Maar dan zijn we er nog niet. De haarspeldbochten mogen dan op zijn, met gewone bochten gaat het verder omhoog. We telden er ook nog geen 365.

mirador de 365 caracoles

Cruz de Paramillo

De weg gaat verder omhoog en hoewel iedereen ons verzekerde dat het 17 km klimmen zou zijn, worden het er 25 en eindigen we bij het Cruz de Parmillo op maar liefst 2963 m hoogte. Een nieuw hoogste punt van deze reis. Het is een een heel oude weg die we volgen, in de 16e eeuw aangelegd. De Libertador San Martin is er overgekomen in 1813 en daarom heet het via sanmartianus. Het is inmiddels vier uur geweest en we willen, ook al in verband met mijn opkomende verkoudheid, Uspallata bereiken, Daar komen we pas om half zeven aan en na de douche duik ik het bed in om er niet meer uit te komen. Frank gaat in zijn eentje eten en morgen blijven we hier in ieder geval nog.

Groeten, Frank en Marianne

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

vrijdag 27-2-2009 21:58

bericht en beelden uit Barreal

Uspallata 24 en 25 feb

In verband met mijn verkoudheid blijven we hier weer twee dagen. Een paardenmiddel uit de farmacia en veel rust moet het probleem maar oplossen. Veel is er niet te doen in het dorp dat eigenlijk alleen maar een kruispunt van wegen is. Er zijn wel allerlei excursies te doen naar plekken waar we al langsgekomen zijn of nog langskomen. We brengen de tijd door met wat zaken regelen via internet (omdat de wifi-antenne in ons hotel roto (kapot) is, gaan we daarvoor naar Gran Hotel Uspallata dat een eind buiten het dorp ligt), koffie drinken, eten en rusten. Zuidkant PN El Leoncito, 26 feb

Zo, zegt Frank tevreden, de tent staat minstens 53 km van de eerstvolgende tent vandaan dus we zullen vannacht niet uit de slaap worden gehouden door kletsende Argentijnen. Niet dat we op een campng staan, nee hoor. we vertrokken vanmorgen tegen tien uur uit Uspallata, 12 km verhard maar bergop, toen nog een eindje onverhard. Zeven jaar geleden kampeerden we op deze weg bij een diffunta correa en dat zijn we nu weer van plan. Van Uspallata naar Barreal zijn 112 km, teveel voor een dag.

Het is droog, kurkdroog en daarom hebben we 9 liter water extra bij ons, wat overigens wel betekent dat we meer gewicht mee hebben en dus langzamer omhoog gaan. maar ook sneller omlaag. We bereiken de fabelachtige snelheid van 18 km/h omlaag op een onverharde weg.

 

Frank op weg naar Elleoncito

Bij de grens tussen de provincies Mendoza en San Juan, de zuidgrens van het park El Leoncito zien we een eindje van de weg een paar bomen, een bijzonderheid want die zagen we al 40 km niet meer. We rijden een zijweg in, dan een pad in, maar voor we er zijn komt er een auto aan, helemaal uit het niets. De man achter het stuur vraagt wat we van plan zijn. We leggen uit dat we bij de bomen willen kamperen en dat vindt hij verder goed. Even kijken wat voor vlees hij in de kuip heeft, nattuurlijk, maar twee van die grijze plukken kunnen natuurlijk geen kwaad. Hij is de beheerder van de estancia Yanguatuel die 20.000 ha beslaat in de provincies Mendoza, San Juan maar ook in Chili.

Voor we bij de bomen zijn, zien we drie rheas lopen, net als de treiles op het gazon bij Rein zijn ze met zijn drieen, de vader, de zoon en de heilige geest. Rheas zijn struisvogelachtige vogels. We zetten de tent op. Dit is vast veel rustiger dan 7 jaar geleden. van toen weten we dat er s nachts veel vrachtverkeer over deze, overdag rustige weg, is.

Barreal 27 feb

We slapen prima vanaf het moment dat het donker is, 9 uur ongeveer, tot het licht wordt, 7 uur en nog een uurtje extra omdat het koud is op 2200 meter hoogte. Vannacht liep er iets rond de tent, maar we waren beiden te lui om te gaan kijken wat. Vast een puma, want daar is het park voor opgericht, maar Frank denkt dat het iets op twee poten was. Een rhea dus.

 

Ontbijt op 2200m

Na 15km dalen zien we ineens een fietser op ons afkomen. Nu dachten we dat gisteren ook al, maar toen bleek het een schraapmachine te zijn. Nu niet, nu is het Peter, Pedro zoals hij zich hier laat noemen, uit Calgary. Hij is de eerste fietser die we onderweg tegenkomen sinds de twee Argentijnen van wie we de kaart van de provincie Mendoza kregen twee weken geleden, voor we de Paso Pehuenche opgingen. Zoals gebruikelijk wisselen we wat gegevens uit over de weg. Hij is vast erg vroeg vertrokken want hij heeft er al 35km opzitten. Die moeten wij nog rijden, maar het gaat bijna allemaal bergaf en het laatste stuk is weer verhard. Je vraagt je af waarom ze dat doen, een stukje van zo n weg verharden en de rest niet.

Tegen drie uur zijn we in Barreal, een heel uitgestrekt dorp met veel bomen, waar we een kamer nemen in Hostel Barreal. Je ziet dorpen hier al zo n vijftien kilometer voor je er bent liggen. Als er een redelijke verzameling bomen te zien is, duidt dat op een dorp. Zijn het er weinig dan is het een estancia, of als het er maar een paar zijn, zoals gisteren een plek waar water is. Dat water van gisteren was volgens de man in de auto die ons aansprak te drinken, want de antiguas dronken het. Hij niet. Wij ook niet, we hadden meer dan genoeg bij ons. Als we hier aankomen hebben we nog 4 liter over, maar een douche is wel weer lekker na al dat stof.

Groeten, Frank en Marianne

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

02-03-2009 21:59

Calingasta 28 feb

Een diffunta correa is een plaats waar herdacht wordt dat ooit een moeder die onderweg overleed haar kind bleef voeden. het kind overleefde het. Op zulke plaatsen vind je een soort grot of klein kapelletje, vaak voorzien van een plaatje van Maria en, en dit valt ons dit jaar pas op, heel veel bloedrode vlaggen. Voorbijgangers leggen er flessen water bij. voor voorbijkomende reizigers die in problemen raken. Het aantal kan enorm toenemen, soms liggen er wel honderden petflessen gevuld met water. Op zo n plek overnachtten we zeven jaar geleden voor het Parque Nacional El Leoncito, waarbij vermeld dat we het water uit de flessen niet dronken, maar wel gebruikten om ons een beetje te wassen en af te wassen.

Vanuit Barreal is het maar 40 km naar Calingasta, maar omdat er daarna een hele poos niets komt, laten we het bij deze 40 km die we met een recordsnelheid van gemiddeld 21,5 km/h afleggen. We gaan dan ook bergaf over een verharde weg. Halverwege stoppen we even bij ruines van een mijn, met hoogovens, zegt Frank. De bergen zijn hier indrukwekkend van kleur, zwart en dan weer allerlei pasteltinten. We zijn nu weer veel dichterbij de bergen dan de afgelopen twee dagen het geval was.

Gisterenavond heeft het geregend en flink ook. Dat was voor het eerst sinds we Victoria verlieten, meer dan een maand geleden. Ook vanmiddag is het bewolkt en dondert het een beetje op afstand. Volgens de weersverwachting zou het morgen en overmorgen droog en heet zijn. Laten we hopen dat dat zo is, want we zullen twee dagen moeten kamperen voor we in Las Flores zijn.

We zoeken bij de oficina de turismo uit wat we kunnen verwachten onderweg. Niet veel dus, wel is er water te krijgen af en toe, bij een politiepost bijvoorbeeld, en er is redelijk wat verkeer op de weg. Deze weg is verhard, zeven jaar geleden namen we vanuit het noorden de onverharde variant en kampeerden we halverwege bij een politiepost.

 

Afdaling naar politiepost