HOME

Frank en Marianne
Augustus 2009

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Zaterdag 1 augustus, Baos

Enge insecten

Na het inderdaad uitstekende ontbijt, zoals Sven en Doroo hadden voorspeld, komen ze zich laten uitzwaaien. Het regende eerder vanmorgen maar nu breekt de zon door. We beloven contact te houden en zullen elkaar wel weer een keer in Colombia ontmoeten. Zij gaan op 12 oktober met de boot van Cartagena naar Panama en wij moeten eind oktober in Caracas zijn, dus dat gaat vast lukken.

Sven En Doroo Uitzwaaien

Tegen elf uur lopen we omhoog de berg op, naar een uitkijkpunt bij een kruis. We schatten dat we zo'n 200 meter omhoog moeten klauteren, over een steil pad. Zoals altijd is omlaag lastiger dan omhoog. Terug in het dorp eten we wat en gaan naar het bungyjumpen kijken op de brug over de canyon, aan de andere kant van het dorp. Het lijkt wel of de brug speciaal voor het jumpen gebouwd is, want verkeer gaat er nauwelijks over. We lopen nog even naar beneden over de oude hangbrug en klauteren weer terug omhoog naar de nieuwe brug.

Banos Vanaf De Berg

Vlakbij de brug is een klein museumpje met vlinders en grote enge insecten zoals tarantulas en een of andere Hercules-kever, een insect van zo'n 10 cm groot, met een soort hoorn op zijn kop. Wel allemaal dood gelukkig. Frank herkent er de schorpioen die op zijn sokken zat in de tas in Macara.

Herculesinsecten

Zondag 2 augustus, Baos

Mierzoet

Nu weet ik weer waarom ik liever fiets dan me laat vervoeren. De bus naar Ambato slingert over hobbels en door dorpjes en dat is niet goed voor mijn maag. Op de fiets heb ik nergens last van. Binnen vier uur zijn we heen en terug en hebben alle spullen weer hier. En morgen mogen we gewoon weer fietsen. Het weer is net als gisteren prima, half bewolkt en hier nog niet al te warm. Morgen als we verder dalen zal het wel veel warmer worden.

Baos op zondag is een gekkenhuis. Er zijn veel dagjes- en weekendgasten uit grote steden in Ecuador. We hebben het al snel gezien, we hoeven niet in de thermas. Die zien er helemaal niet aantrekkelijk uit met al die krioelende mensen. In de stad zelf zijn rijen met dezelfde winkeltjes die allemaal hetzelfde verkopen. Suikerrietsap in de ene rij, dulces in een andere rij. En alles mierzoet. Die dulces maken ze op een speciale manier.

Dulces Maken In Banos

Overal in de deuropeningen van die winkeltjes staat een man die het ingekookte suikerriet, dat de vorm van een soort deeg heeft, om een haak slinert die aan de deurpost zit en het dan uittrekt om het geheel elastisch te maken. Hard werk lijkt me, ze wisselen elkaar ook wel af. Als het spul genoeg geslingerd is, en de juiste elasticiteit heeft, worden er staven, dunne vellen of blokken van gemaakt, soms met allerlei kleurstoffen erdoorheen. Het lijkt ons niets, al die zoetigheid, maar kennelijk kopen de Ecuadorianen het wel, anders zouden er niet zoveel winkeltjes van kunnen bestaan.

Groeten,

Frank en Marianne

-----------------------------

Maandag 3 augustus, Puyo

Ruta de cascades

Na het ontbijt krijgt Frank nog even de waypoints (de GPS-coordinaten) van het fietspad over de oude spoorlijn van Jim. Ik sta buiten bij de fietsen te praten met Marcia. Ze wonen hier al vijf jaar en het bevalt ze goed. Ja dat zal wel, dachten we gisteravond. Ze leven in het hotel, krijgen alles aangereikt van het personeel en hoeven niet veel meer te doen dan wat boodschappen en rekeningen uitschrijven. Maar het is wel een prima hotel, goed eten en aangenaam verblijven.

De hele nacht regende het, nu is het droog maar de wolken hangen erg laag, dus of dat zo blijft ... Het eerste stuk na het dorp worden we vergezeld door een aantal Japanners op squads, van die motoren op vier wielen die een rotlawaai maken. We volgen de ruta de cascades, de ene waterval na de andere passeren we. Soms word je er ook nat van, zo spetteren ze. Maar al gauw is dat niet het enige waar we nat van worden. Het regent. Zo hard dat we de regenjacks maar weer uitpakken en aantrekken. Ondanks het weer is het een spectaculaire route, ver beneden ons dendert de rivier door de canyon. Het is erg groen, veel verschillende planten, struiken en bomen. Er zijn een aantal tunnels maar op een na is er een bypass voor fietsers, onverhard maar toch te prefereren boven de onverlichte tunnels die je samen met bussen, vrachtauto s en personenauto s zou moeten delen.


Cascade De La Virgen

In Rio Verde is een overdekte sportveld waar we even schuilen voor de regen en koffie drinken. Droog wordt het voorlopig niet meer, dus we gaan maar verder, nat zijn we toch. Op de grens van de provincies Tungurahua en Pastaza, zo heet de rivier beneden ons ook, eten we een boterham onder een dakje van een paar mensen die hier werken. Er staan laarzen en er hangen wat kleren, maar er is niemand te zien.


Schuilen Onder Afdak Boven Sportveld

We dalen bijna de hele dag, op een paar klimmetjes na. Vooral het laatste stuk gaat alleen nog maar omlaag tot we in Puyo (op ongeveer 900 meter hoogte) zijn. Daar vinden we een aangenaam hosteria, waar we graag alle natte spullen uittrekken en onder de douche gaan staan om alle modder af te spoelen.

 

Dinsdag 4 augustus, Tena

Geel en zwart

Hostal Turingia, waar we verbljven in Puyo, is in Duitse handen. De dochter van de oorspronkelijke Duitse pioniers runt de zaak nu. Niet dat we haar zien, dat niet, maar het ontbijt doet vanwege de Wurst Duits aan. Het betekent trouwens Thuringen, Turingia.

Boom Met Oranje Bloemen

Er wordt aan de toegang van de stad tot de doorgaande weg gewerkt en dus moeten we via een modderweggetje die doorgaande weg bereiken. Er is geen enkel bord dat aangeeft hoe dat moet, dus als er niet een vriendelijke familie voor ons uit gereden zou hebben in hun pickup hadden we het nooit gevonden.

We fietsen vandaag door de jungle. Het is erg groen en vochtig, dat hangt samen denken we. Was het in de Atacama zo dat de woestijn de weg smaller maakte door aan de randen van de weg te knabbelen, hier kruipt het oerwoud de weg op en maakt de weg smaller.

Planten In Het Oerwoud

Het eerste stuk is het droog, na de koffie en voor de lunch regent het en fietsen we van afdak naar boom en van boom naar afdak. In een bushokje, dat er blijkens het affiche is dankzij de burgemeester, eten we een boterham. Daarna wordt het droog. We gaan vandaag netto 400 meter omlaag, maar klimmen al met al toch zo'n 900 meter. We zien af en toe zwarte vogels met een gele staart, maar krijgen ze niet op de foto. Net voor Franks voorwiel schiet er een meterlange zwarte slang met een gele streep over de rug de struiken in. Ik zie nog net het einde van de staart wegschieten.

Vlinder In Het Oerwoud

In Tena, dat we tegen vier uur bereiken, vinden we een hostal en drinken er eerst maar eens een pilsje. Dorstig weer is het hier. We boeken de kamer voor twee dagen. Morgen gaan we met een gids het oerwoud in.


Woensdag 5 augustus, Tena

La selva

Om kwart voor negen staan we bij het bureautje van Fausto. Er komen nog twee Italianen, weten we, en ja hoor het zijn de twee die we gisteren al zagen in het restaurant en vanmorgen in ons hotel bij het ontbijt. Verder gaat er nog een Ecuadoriaans-Amerikaanse familie mee met twee zonen. Met een auto worden we naar het oerwoud bij de Rio Napo gebracht, waar we laarzen uitgereikt krijgen. Vanwege de slangen.

Frank Met Laarzen

Eerst lopen we over een betonnen (!) pad tot bij de Pumamundo Lodge. Fausto vertelt nog niks hier. Bij de Lodge laat de familie hun spullen achter. We begrepen al niet zo goed wat ze met een rolkoffer in het oerwoud moesten, maar zij blijven hier twee nachten. Als ze hun spullen gestald hebben, begint het pas echt.

Het is warm en erg vochtig in het oerwoud. We horen allerlei geluiden van cicades en vogels, maar zien voornamelijk mieren, termieten en andere insecten. En veel planten. Alles groeit hier dat het een lieve lust is. Af en toe moet Fausto met zijn machete het pad openmaken. Op een gegeven moment is het zo glad dat Fausto eerst maar eens wandelstokken gaat afhakken met zijn machete. Frank, die er met baard uitziet als de Marlboro-man krijgt er geen. Die redt het zo wel, denkt Fausto kennelijk. De stokken snijdt hij van snelgroeiende bomen, dat mag kennelijk.

Gaande de wandeling krijgen we allerlei uitleg. Waarom sommige planten rode bladeren hebben om de insecten te foppen die denken namelijk dat alleen groene eetbaar zijn. Waarom bladeren in een punt uitlopen om te zorgen dat de regen ver van de stam de grond bereikt en pas met voedingstoffen bij de stam aankomt. Waaom bladeren in een helixvorm aan de stengel zitten om zoveel mogelijk licht op de bladeren te laten vallen.

Er is secundaire selva hier was 15 jaar geleden een wei en is alles wat er nu staat vanzelf gaan groeien en primaire selva met veel hogere bomen en veel minder licht. Af en toe heeft een bepaalde palm een soort venster in het bladerdak gemaakt en komt er wat meer licht tot op de grond. De grond is over het algemeen erg nat en glibberig. Er groeit van alles wat wij thuis in de tuin of in bloempotten binnen hebben staan. Af en toe raapt Fausto een vrucht op en zegt dat de apen die eten, maar geen aap te zien. Bij gebrek daaraan gaat Fuasto zelf maar aan een liaan slingeren.

Fausto Slingerend Aan Een Liaan

Aan het einde van de ochtend komen we bij een eeuwenoude dertig meter hoge boom aan, waar een trap tegenaan gebouwd is. De man van de familie en het meisje van de lodge die mee is, gaan omhoog. De rest hoeft niet en rust uit. De vochtige hitte is erg afmattend. We lopen terug naar de lodge waar we lunch krijgen, kip met rijst, zoals gebruikelijk. Maar het smaakt prima, of komt dat doordat we echt honger hebben. Na de lunch lopen wij en de Italianen terug naar de weg. We zouden met de bus terug gaan naar Tena, maar worden opgepikt door een pick-up. Die heten niet voor niets zo. onderweg pikt hij nog meer mensen op die in de bak verdwijnen. Tot mijn verbazing moet in Tena iedereen betalen. Om vijf uur zijn we moe en bezweet terug in het hotel. Morgen mogen we weer gewoon omhoog fietsen. Leuk dat oerwoud, maar een dag is voldoende.

Groeten,

Frank en Marianne

------------------------------

Donderdag 6 augustus, Archidona

Lluvia y luna

De hele nacht door regent het, op een gegeven moment zelfs in mijn bed, dat ik daarna maar tegen de kast aanschuif om er geen last van te hebben. Om zeven uur als de wekker afloopt regent het nog steeds en hard ook. De rivier is twee keer zo vol als gisteren. De lucht is grijs en het ziet er niet naar uit dat het binnenkort minder zal worden. We gaan dus eerst maar eens op ons gemak ontbijten.

Heel even is het droog als we de kleren die we gisteren in de selva aan hadden gewassen terughalen van de lavanderia. Dan besluiten we om toch de boel maar in te pakken. Als het toch niks wordt met het weer, kunnen we altijd in Archidona, 11 kilometer verder stoppen. Net na tien uur fietsen we Tena uit, met zo weinig mogelijk kleren aan, dan wordt er ook zo weinig mogelijk nat. Het is hier gelukkig wel redelijk warm, 24 graden, dus koud krijgen we het niet.

Ecuadoriaanse Paraplus

Archidona zijn we door eer we er erg in hebben. Bij een gesloten tankstation staan we een poosje onder het afdak te overleggen wat we zullen doen. Een politieauto stopt en we vragen of de agenten weten waar Ochids Paradise is, een hotel dat volgens het South American Handbook twee kilometer ten noorden van Archidona moet liggen. Daar hebben ze nog nooit van gehoord maar een eindje verder zijn wel de cabanas van Isla del Mono. Via de walkie-talkie roepen ze hulp in en dan blijkt dit hetzelfde hotel te zijn, dat kennelijk twee namen heeft. Inmiddels is er een man bij komen staan. Het regent zo hard omdat het volle maan is, zegt hij, en het houdt niet meer op vandaag, weet hij ook nog. Hij vertelt over de weg die pas dit jaar helemaal verhard is. Dat brengt een boel toeristen hiernaartoe maar is te weinig accomodatie. Hij gaat een hospedaje beginnen, zijn vrouw kookt vegetarisch, alleen met producten van de streek, dat willen sommige toeristen graag. Hij is er wel blij mee, met die weg. Wij ook want als dit stuk weg in de regen onverhard zou zijn geweest, hadden we meer problemen gehad dan nu. We besluiten te stoppen bij het apeneiland.

Isla del Monos alias Orchids Paradise is een combinatie van cabanas met restaurant en een soort aangelegd oerwoud. Kooien met vogels, een bak met drie boa constrictors, een vijver met een kleine krokodil en wat schildpadden, we zien er meer beesten dan gisteren in het oerwoud. Mooi maar de cabanas zijn een beetje vergane glorie en wat aan de dure kant. Maar ja, het regent nog steeds hard, dus we blijven er maar. Als het na een uur of twee droog wordt lopen we over de glibberpadjes wat rond. Frank valt met de net gewassen kleren aan heel elegant en langzaam van een glibberig bruggetje in de modder.

Er zijn inderdaag aapjes in de bomen. Een ervan komt omlaag, loopt ons straal negerend voorbij naar het zwembad en gaat op een rots naast een jongen in zwembroek staan en legt zijn hand op diens schouder. Alsof hij poseert voor de foto. 'No le toque', roept een van de medewerkers van het hotel, 'el morde'. ('Raak hem niet aan, dan bijt hij.') Wonderlijke beesten. Er zijn er meer, ook kleinere, capucijneraapjes die we eerder in Costa Rica zagen, en een ander soort, op het dak van het hotel, in de bomen.

Aap Bij Zwembad

Zagen we ze gisteren in het oerwoud niet, nu wel, al zijn dit enigszins geciviliseerde apen natuurlijk. Als we terugkomen van een fietstochtje naar het dorp, het werd droog later in de middag, ligt een van de grotere soorten aap op de stoep langs de rand van de weg, languit de autos en bussen die langskomen te observeren. We verdenken hem ervan dat het dezelfde is die een hand op de schouder van de jongen bij het zwembad legde, zo brutaal kijkt hij ons aan.


Andes Tapir

Later, als we terugkomen van het dorp, zien we bij de ingang nog een Andes-tapir, het grootste inheemse zoogdier in Ecuador. Een interessant beest dat zijn stukje van het landgoed deelt met een wild zwijntje.


Vrijdag 7 augustus, nabij Cosanga

Vogelaars

Weer regent het de hele nacht en weer niet zo zuinig. Het klettert op het golfplaten dak van de cabana dat het een lieve lust is. We hebben dan ook geen haast met opstaan, het regent immers nog steeds. Als we tegen half negen naar het restaurant lopen, schrik ik me een aap van een hele dikke aap die onder een afdakje zit te schuilen, doodstil, maar als je vlak bij bent kijkt hij je ineens heel doordringend aan. Binnen in het restaurant zijn ook apen, althans hoog in de balken. Die houden kennelijk ook niet van regen en vluchten naar binnen.

Cabana Hosteria Isla Del Monos

Na het ontbijt is het droog en dat blijft het ook beloven de baas en bazin van het hotel. Dus gaan we maar, we zien wel waar we uitkomen vandaag. Baeza is een uur met de auto en de bazin schat dat we er met de fiets anderhalf uur over doen. Het is verbazingwekkend hoe weinig gevoel mensen hier voor afstanden hebben. Het aantal kilometers weet ze niet, wel hoe lang het duurt. Maar anderhalf uur met de fiets klopt natuurlijk nooit.

Het is inderdaad bijna droog, af en toe miezert het nog wat maar niet zodanig dat we de jas aan doen. We gaan vandaag voornamelijk omhoog, het wordt dus kouder. Na de koffie zien we ineens drie fietsers de berg afkomen. Het blijken drie Nederlanders te zijn. We staan een poosje met ze te praten. Ze verbleven afgelopen nacht in de Cabanas San Isidro, een prive vogelreservaat. Met geweldig goed eten. Ze waren de eerste fietsers die er ooit kwamen. De cabanas liggen drie kilometer over een onverhard lastig pad van de doorgaande weg vandaan. Ze raden het ons aan, maar misschien is het wat aan de dure kant als je een jaar onderweg bent, denkt de dame uit het gezelschap. We zien wel hoever we komen. het is twaalf uur geweest en we hebben nog geen twintig kilometer gehad.

Net na de lunch komt er alweer een fietser van de berg afzetten, een Zwitser die al vijf jaar onderweg is. Hij gaat in Tena een boot bouwen die met de fiets aangedreven kan worden en wil dan de Napo afzakken tot de Amazone en als het allemaal goed gaat de Amazone tot Manaus of zelfs tot de Atlantische Oceaan. We staan ook een hele poos met hem te praten. Hij denkt dat we Baeza wel halen, nog 20 km omhoog dan 7 omlaag en 20 vlak. Maar het is al bijna half drie dus ik heb er een hard hoofd in. We fietsen verder omhoog, in etappes van 100 meter stijgen. Gelukkig is de weg goed, pas dit jaar verhard. Ook het weer houdt zich prima, het wordt steeds zonniger.

Zwitser Die Boot Gaat Bouwen In Tena

Op de col, op bijna 2300 meter hoogte, is zowaar een parkeerplaatsje met een Mariabeeld of iets dergelijks. We stoppen er even om de jassen aan te doen en dalen dan in een ruk naar Cosanga, waar niets aan alojamienta blijkt te zijn. Gisteren was de man die we bij het tankstation spraken er heel stellig over dat er wel wat zou zijn. Ook boven op de col zei een man dat er een hotel was, maar bij navraag in het dorp: nada. We willen eigenlijk met een pick-up meeliften naar Baeza, want fietsend halen we dat niet meer voor het donker. Het is half zes, dus we hebben nog minder dan een uur voor 18 km, en wat ze hier vlak noemen, dat kennen we. Maar natuurlijk komt er nu geen pick-up voorbij die ons eventueel zou kunnen oppikken. We gaan maar fietsen dan. Een kilometer verder is de afslag naar de Cabanas San Isidro en die nemen we maar. Drie kilometer ripio zijn misschien net iets sneller te doen dan 18 km verharde weg, op en neer. En inderdaad dat lukt net. Op slag van donkerte bereiken we de cabanas, die je blijkens het SAH van te voren moet reserveren. Maar gelukkig is er plaats. We krijgen een schitterende cabana, goed warm water. En de prijs valt mee, in ieder geval rekenen ze ons niet de prijs die in het SAH staat, Daar valt het geheel namelijk in de hoogste prijsklasse. Uit de keuken wordt er nog snel gevraagd aan de man die ons binnenlaat: Comen todo? (eten ze alles?) Ik antwoord maar meteen, si comemos todo! En graag. Later krijgen we een prima maaltijd, al is die afgestemd op vogelaars en niet op hongerige fietsers.

 

Zaterdag 8 augustus, Baeza

Zon en regen

We slapen goed na de inspanningen van gisteren en als we opstaan begint zowaar een beetje de zon te schijnen. Na het ontbijt gaan we over de ripio terug naar de verharde weg, onderweg proberend om de Inca-jay, een zwarte vogel met knalgele staart en borst, die je hier veel ziet, op de foto te krijgen. Maar dat lukt niet.

We blijven aanvankelijk omlaag gaan, maar net voor Baeza is er nog een hobbeltje waar we overheen moeten. In het dorp worden we meteen aangesproken door twee enqueteurs van de turismo en beantwoorden we allebei een lijst met vragen. Op zoek naar het hotel van onze keuze, rijden we te ver door, omlaag ook nog, dus moeten we terug. Ach, zo komen we nog aan een enigszins acceptabele dagafstand, wel 25 kilometer. Dat hotel is vol, maar ernaast is nog plek. Omdat ze de kamers nog aan het schoonmaken zijn, eten we eerst maar een forel, de specialiteit van de streek hier. Prima eten in het restaurant van het hotel, ook al af te meten aan de hoeveelheid bussen die er stopt voor de lunch. Na de lunch regent het en hard ook. We zijn blij dat we binnen zitten en niet doorgefietst zijn naar Papallacta op 3500 meter. Maar hoe het morgen zal zijn?


Zondag 9 augustus, Pifo

De puf is op

Na twee keer warm eten gisteren slaap ik niet zo geweldig. We zitten weliswaar nog niet zo hoog maar ik kan dat kennelijk niet meer verwerken. Als we opstaan voel ik me niet lekker. Het regent, natuurlijk, dus doen we na het ontbijt regenjas, -broek en -schoenen aan. dat als garantie dat het gaat ophouden. Dat klopt, voor we drie kilometer verder zijn en alweer een stukje geklommen hebben, is alles alweer uit.

We fietsen door een vallei naar boven. het is hier erg groen en de ene waterval na de andere klatert hier van de berg af. Het weer is wat miezerig af en toe, niet echt uitnodigend om te stoppen. Ik heb geen puf vandaag, kom niet vooruit. Frank staat almaar op me te wachten. We drinken ergens in een bushokje een kopje thee in de hoop dat het daarna beter gaat, maar veel scheelt het niet. In een klein dorpje, nadat we vanuit Baeza 600 meter geklommen hebben, geef ik het op. Het gaat niet vandaag. De tweede bus die langs komt stopt en de twee chauffeurs stoppen mijn fiets met tassen en al erin, die Frank past er daarna alleen nog zonder tassen bij. We gaan mee tot Pifo besluiten we. Als we naar Papallacta gaan, moeten we morgen nog eens bijna 1000 meter klimmen en met mijn conditie lukt dat vast niet. De chauffeurs, ook niet gek natuurlijk, vragen 10 dollar en geven ons geen kaartje. Dat is snel verdiend, daar willen ze wel vieze handen voor krijgen. De bus zat toch al bijna vol, er is nog een plek en Frank gaat maar op de grond zitten.


Boven op 4064 meter, op de parano, zoals hier het boven heet (in Peru heet dat puna, in Bolivia, Chili en Argentinie altiplano), waait het hard, heel hard. Er is ook redelijk wat verkeer op de weg, die verrassend breed is voor een weg die over zo een hoge pas gaat. Zoals de Zwitserse fietser voorspelde is het na de pas zomer. De zon schijnt en er zijn wel wat, maar niet veel wolken. De afdaling gaat snel en voor we het in de gaten hebben staan we naast de weg in Pifo. Er zal hier toch wel een hotel zijn, hopen we. We fietsen door het dorp, vinden er een dat we afkeuren en gaan dan langs de weg naar het hosteria dat we vanuit de bus zagen. Dat is weliswaar omhoog, maar met enige moeite lukt dat. daar aangekomen, ben ik tot niets meer is staat. Zelfs douchen lukt pas na een uur bijkomen. Daarna ga ik op en later in bed liggen en kom er die dag niet meer uit. Frank vindt gelukkig wel nog een winkeltje dat bier en broodjes verkoopt. Op zondag is hier, net als in Chili veel dicht. de meeste restaurants zijn s avonds in ieder geval dicht.


Maandag 10 augustus, Cumbaya

Ciclovia

Vandaag is het 200 jaar geleden dat de onafhankelijkheid van Ecuador, als een van de eerste landen in Zuid-Amerika ondertekend werd. In Quito is, om negen uur op maandagochtend, een bijeenkomst gaande waar alle presidenten van Latijns Amerika anwezig zijn. Daar wordt een nieuwe overeenkomst ondertekend, iets van de UNASUR. Michelle Bachelet, de presidente van Chili,een pronte madam, is voorzitter van de UNASUR en houdt een toespraak. Het aardige is dat het niet zo stijve bijeenkomst is als bijvoorbeeld die van de EU of de G8. Er wordt heen en weergelopen door de zaal, Rafael Correa, de president van Ecuador en de gastheer vandaag, zit naast Michelle, niet op te letten en drinkt af en toe wat uit zijn glaasje water. Er komt iemand te laat aan, ook in beeld, allemaal rechtstreeks. Het is Zelaya, de afgezette president van Honduras, die vervolgens door alle andere presidenten hartelijk omhelst wordt. En met Chavez en Morales erbij is het op een of andere manier altijd wat minder serieus. Bovendien zijn ze hier niet zo stijf gekleed als in Europa en de VS. Morales ziet er altijd prachtig uit, Chavez met zijn flaporen heeft dan wel een pak aan, maar meestal van een wat bijzondere snit en met een knalrode das. Ook Correa heeft een inheems kostuum aan. Enfin, Michelle werkt in een razend tempo allerlei onderwerpen af, van de wereldcrisis tot de crisis in Honduras en als ze daarmee klaar is, hebben wij het ontbijt op.

Quito Vanaf Ciclovia


Vandaag rijden we over een ciclovia, een echt fietspad over een oude spoorlijn. We hoorden ervan van Jim in Banos en met behulp van zijn GPS-route vinden we die snel. Het doet een beetje denken aan de Kettle Valley Railway in het westen van Canada. We gaan door tunnels, over bruggen en maken een grote slinger om een dal te vermijden. Er zijn veel andere fietsers, zeker voor een maandagmorgen. Er zijn een aantal portals, poorten over de weg waar sappen verkocht worden en wc's zijn. Het is een goed georganiseerd geheel al is het wegdek soms wat lastig. De spoorrails ligt er nog, soms op onverwachte plekken, en er zijn veel stenen. Erg hobbelig dus, maar dat geeft niet we hebben de tijd. We gaan vandaag niet meer Quito in, hebben we bedacht. Daar is het vast erg druk met al die presidenten en je kunt beter fris zo een grote stad binnenrijden. Als we de laatste meter fietspad gehad hebben, heeft Frank een lekke band. De derde pas op deze hele reis, dus we mogen niet mopperen. Het enige hotel in Cumbaya, wonderlijk dat er maar een is want het stikt er van de restaurants en cafes, heeft een kamer voor een nacht. net op tijd zijn we er dus.

Tunnels In Ciclovia

Groeten,

Frak en Marianne

-------------------------

Dinsdag 11 augustus, Quito

Toeval bestaat niet

Om negen uur fietsen we Cumbaya uit, op weg naar Quito. Er zijn twee wegen die van hieruit naar Quito leiden, we kiezen er een van. Misschien is het wel de lastigste, want makkelijk is het niet. We gaan omhoog, maar dat doen we wel meer, dus dat is het probleem niet. Het probleem is de weg en het verkeer erop. Toen we La Paz binnenkwamen, ook over een vierbaansweg, was er tenminste nog een vluchtstrook. Hier niet. En er is meer verkeer. Leuk is het allerminst. Af en toe stoppen we om op adem te komen of om te vragen hoe we verder moeten. Er is namelijk een tunnel aangekondigd en daar ga ik dus echt niet doorheen. Voor geen geld. Toch moeten we volgens iedereeen rechtdoor, de weg volgen die naar de tunnel leidt. Hopelijk komt er een afslag. Maar nee, niet dus. We stoppen bij de peaje. Er staan twee veiligheidsfiguren die ons vertellen dat we er niet doorheen mogen. Dus moeten we terug, maar ook dat is geen lolletje over deze weg. Dus proberen we een pick-up aan te houden die ons wil meenemen door de tunnel. Dat lukt na een poosje, een goudkleurige, vrij nieuwe pick-up stopt. En wie schetst onze verbazing als daar de man uit stapt die in Puyo voor ons uitreed om ons de weg naar de doorgaande weg te wijzen? Toeval bestaat niet. Hij is weer met zijn gezin op stap, nu naar Quito om een zwembad te kopen, vertelt hij, maar hij vindt grote steden maar niets. Hij komt van een klein dorp bij Puyo. Ik vind het ook niets, maar ben blij dat hij ons een afdaling en een nieuwe klim bespaart. De fietsen in de bak, Frank erbij, en ik in de auto en tien minuten later staan we op de 6 de diciembre, de weg waaraan het hotel van onze keuze ligt, althans vlakbij aan een zijweg. Daar fietsen we bijna zonder strubbelingen naar toe. Bijna, want ik val nog van de fiets. Mijn tas bleef hangen aan een paaltje en toen brak de punt van mijn zadel af zodat ik geen maneuvre kon uitvoeren om mijn evenwicht te bewaren. Enfn, nu moeten we in Quito ook nog op zoek naar een nieuw zadel. Wat een gedoe. Het hotel heeft gelukkig plaats, voor drie dagen om te beginnen, en het ziet er wel gezellig uit. Er is ook internet, zij het wat traag, dus of we aan het versturen van foto s toekomen is de vraag.


Woensdag 12 augustus, Quito

Vliegen en varen

Bij het ontbijt lees ik in de krant dat in het oosten van Ecuador, in het oerwoud, een moeder met twee kinderen door blote inboorlingen gedood is met lansen. Ze namen het zes maanden oude babytje mee. De deskundigen denken dat het indianen van een in afzondering levende stam zijn. Wonderlijk en afschuwelijk dat dat anno 2009 nog voorkomt. De deskundigen zeggen er ook bij dat de indianen het misschien wel doen uit boosheid over het feit dat hun grondgebied, het zijn nomaden, steeds kleiner wordt. Ook in het oosten van Peru waren er veel opstanden over landeigendomkwesties.

De wat warrige Amerikaan van het reisbureautje in ons hotel heeft wel een tripje voor ons naar de Galapagos, maar op een of andere manier overtuigt hij ons niet. Dat zal door zijn warrig gepraat komen. We vertellen hem dat we ook nog even gaan informeren bij een Nederlands bureautje hier, waarvan we het adres kregen van Leo en Anette, de Nederlandse fietsers die we in Chiclayo tegenkwamen. (Leo heeft zijn enkelbanden gescheurd, hoorden we via email, en ze zitten een week vast in Huanuco. Ciska die we in Trujillo tegenkwamen heeft haar knie geforceerd en mag een maand niet fietsen, zij zitten in Huaraz vast. Wij mogen dus niet mopperen over pech.)

Calle Ronda Quito

Anneke, een van de medewerksters van dat Nederlandse bureau, is een heel aardig enthousiast mens en helemaal niet warrig, in tegendeel. Ze zegt dat een vierdaagse trip niet zoveel zin heeft, vertelt verder dat de zuidelijk route met de boot het leukste is, en heeft een last minute-(na ja last minute als je pas over een dikke week vertrekt)aanbieding die er betaalbaar (alles is relatief) uitziet. We willen dan een paar dagen eerder vliegen en die dagen op Santa Cruz, het eiland waar het vliegtuig landt blijven en misschien op Isabella zelf wat bezichtigen. Later in de middag horen we van haar dat we dinsdag kunnen vliegen. Dan hebben we anderhalve dag op Santa Cruz extra, voor Isabella is dat te kort. Van donderdag tot maandag varen we en maandag de 24e vliegen we dan weer terug naar Quito. Gefietst kan er weer worden vanaf de 25e en dat zal ook wel moeten want dan hebben we nog twee maanden om Caracas te bereiken. Maar we zijn dan goed uitgerust, dus dat moet lukken. We regelen met de hotelmevrouw dat we de tussengelegen nachten en de nacht dat we terugkomen ook hier kunnen verblijven.

Dat alles geregeld hebbend, gaan we naar de artesanaliamarkt waar we nog wat dingen kopen die we samen met de na Lima inmiddels alweer verzamelde spullen naar Geldrop zullen sturen. Het hotel ligt wat dat soort dingen betreft erg gunstig, het is allemaal goed te belopen. We zitten ook heel gunstig ten opzichte van allerlei restaurants. En hoewel iedereen blijft waarschuwen over diefstal, vinden we het hier toch redelijk rustig. Maar we blijven alert, beloven we iedereen die ons waarschuwt.

Als we langs een local, zo heet een kraampje hier op die feria, lopen en Frank een geborduurd tafelkleed bekijkt, komt er een meisje van een jaar of tien op ons af. Wil je dat zien, vraagt ze. Ze geeft vervolgens haar moeder opdracht het kleed van de hanger te halen, ze kan er zelf niet bij. Ze vouwt het uit en vertelt er zeer deskundig van alles bij. Het is katoen, je kunt het goed wassen en alles is met hand geborduurd. Ze zijn er voor vier, zes, acht, tien en twaalf personen en er zijn bijbehorende servetten. Ze kijkt streng naar haar moeder die dociel onder de tafel duikt en de servetten opdiept. Het is heel mooi, maar we willen het niet echt kopen. Ze vertelt wat het kost en dat vinden we te duur. Weer krijgt de moeder een opdracht: zoek die van vier, en de moeder duikt weer onder de tafel. Ze zegt niets. Het kind vraagt vervolgens wat we dan wel willen betalen, maar we willen het niet kopen. Ze blijft als een volleerde marktkoopman aandringen en verkooppraatjes houden. Verbazingwekkend hoe snel jonge kinderen dat hier leren en nog verbazingwekkender is de houding van de moeder, die alleen maar opdrachten uitvoert.

 

Donderdag 13 augustus, Quito

Goud

We gaan vandaag een paar keer met de bus, een hele belevenis hier. Eerst gaan we even op en neer naar het noorden van de stad om bij een fietsenzaak een nieuw zadel voor mij te kopen. Ze hebben er twee, dus veel keuze is er niet. Ik kies het hardste. Als we dat op mijn fiets gezet hebben, verdwijnen de fietsen de bodega van het hotel in om er over een tijdje pas weer uit te komen. Dan gaan we met de trolleybus naar het oude centrum.

Bussen zitten hier standaard propvol. Het zijn dezelfe taferelen die je wel eens ziet bij de metro in Tokyo. Deuren die bij een platform -de bussen rijden hier op een speciale baan en hebben platforms waar ze stoppen- opengaan, mensen die zich eruit wurmen, anderen die erin willen en op een hoop geperst worden door de dichtgaande deuren. Je staat ook niet lekker in zo n bus, je moet je overal aan vasthouden, maar met al die mensen die langs en onder je door willen heb je soms even geen houvast. En omdat het bussen zijn, geen trams of metros die voorrang hebben, remmen ze ook heel plotseling. Niks voor mij, dit gedoe. Als we terugkomen van het Centro Historico doen we luxe en nemen een taxi. Dat kost drie zo veel als de bus, maar we betalen vier keer zo veel. De chauffeur heeft geen geld terug en zegt dat het zo wel goed is.

In het historische centrum zijn veel koloniale gebouwen, mooi opgeknapt. De Calle Ronda is een mooi voorbeeld, oude huizen die allemaal een verhaal met zich meebrengen. De moordenaar van een de vorige presidenten woonde er in het Casa Honda (het diepe huis). Het was een aimabele man staat op een bord er vlakbij. We gaan niet veel van de kerken binnen, je moet overal voor betalen, maar de Compania slaan we niet over. Het is de meest barokke kerk van heel Ecuador, en alles is met bladgoud bedekt. We vinden het wat teveel van het goede. Het mag niet, maar Frank maakt er toch een foto. Zonder flits, dat wel.

GoudIn La Compania

Vrijdag 14 augustus, Quito

Briefjes van twintig

Vanuit een internetcafe lukt het eindelijk wel om fotos te versturen. We moeten nog een hele bulk naar Nederland sturen voor we nieuwe gaan maken op de Galapagos. Daarna gaan we naar ons reisbureau, de tickets voor de vliegreis en de voucher voor de boot ophalen. Dat kost ook even tijd. Je kunt er niet met creditcard betalen dus dachten we nu eens handig gebruik te maken van onze traveller cheques, maar helaas euro's lusten ze niet. De bank ook niet trouwens, blijkt na eerst een half uur in de rij gestaan te hebben. Met ons beider dagmaximum aan pinnen (gelukkig werkt mijn pasje nog steeds, al zegt de ING van niet) halen we het net. Of ze bij het bureau blij zijn met een stapel briefjes van 20 weten we ook niet echt, maar goed, geld is geld.

We eten daarna wat op de plaza Foch, een plein met allemaal terassen. Vanavond gaan we zelf koken hebben we bedacht. Dat kan in ons hotel en dan kunnen we het eens echt allemaal zelf uitzoeken. Geen kip met rijst dus. We gaan naar een grote supermarkt en kopen er van alles aan verse spullen.

 

Zaterdag 15 augustus, Quito

Het verschil

Na het ontbijt brengen we eerst onze spullen naar een andere kamer. We moeten verkassen, helaas, want de andere kamer is een zolderkamer, kleiner en vast warmer overdag. Daarna gaan we de bus naar het midden van de aarde, Mitad del Mundo.

Reizen met de bus is interessant vanwege alles dat zich onderweg afspeelt. Er komen vrijwel altijd kinderen met kauwgom of snoepjes binnen. Ze zeggen in een razend tempo een soort versje op, waar de Heer meerdere malen in voorkomt, maar veel meer verstaan we er niet van. Ze geven je de snoepjes of de kauwgom en komen die later weer ophalen of je mag ze houden als je ze betaalt. Hier in Quito stappen ook veel blinde mensen in. Misschien zijn ze ook wel niet blind en doen ze alsof. Ze halen een sound machine uit hun rugzak en gaan daar heel hard bij zingen en komen daarna geld ophalen. Dat gebeurt niet een keer, maar bijna elke busreis die we hier maken.

Het monument van Mitad del Mundo is wel aardig, maar niet heel bijzonder. Het is wel een van de foto's waarmee Ecuador gekarakteriseerd wordt en staat bijvoorbeeld op onze kaart. Je moet er dus wel geweest zijn. In het monument is een museum waarin van alles uitgelegd wordt over de vele inheemse bevolkingsgroepen die Ecuador kent. Een paar ervan kennen we al wat beter, zoals de Saraguro. Wat ons opvalt is verder dat alle negers, die voornamelijk in de lager gelegen gebieden bij de kust leven, afstammen van 23 slaven die hier in de 16e eeuw schipbreuk leden en toen konden ontsnappen. Verder is rondom het monument de Ciudad Mitad del Mundo, een enorme verzameling artesanaliawinkeltjes en restaurants. Valkenburg is er niets bij.

Echt leuk is het pas buiten de Ciudad, in het museum Inti Nan (inti is zon, nan is weg, de weg van de zon dus). Daar zijn wat van de experimenten die je alleen kunt doen op de evenaar.

Water rechtdoor een putje laten stromen bijvoorbeeld. Op de evenaar is er geen Corioliskracht, vandaar. Twee meter naar rechts, stroomt het water met de klok mee door het putje, twee meter naar links tegen de klok in. Ik had niet gedacht dat je dat op zo n korte afstand zou merken.

Een ei op een spijker laten balanceren is ook zo'n oefening die op de evenaar beter te doen is dan ernaast. Het lukt ons niet helaas, anders hadden we een diploma gekregen.

Krachtpatser Op De Evenaar

Er is nog een proef die we allebei niet helemaal kunnen verklaren. Twee sterke mannen moeten duim en wijsvinger met kracht bij elkaar houden. De gids krijgt ze 1 meter van de evenaar niet uit elkaar, op de evenaar wel. Hetzelfde geldt voor met kracht omhoog gehouden armen met een hoek van 90 graden tussen boven en onderarm. Ook die krijgt de gids, een veel ieliger mannetje dan de twee krachtpatsers, op de evenaar wel, zelfs tegelijk, omlaag, ernaast niet.

Evenwicht Op De Evenaar

Zijn verklaring is wat vaag, iets met krachtlijnen die op de evenaar bij elkaar komen. Volgens mij snapt niemand er iets van. Tenslotte is er nog het lopen over de evenaar, met de ogen dicht. Je evenwicht is er duidelijk anders dan normaal, dus ook dat lukt ons niet echt.

Voet Zuid Een Voet Noord

Verder zijn er in het museum wat zaken te zien van de indianenstammen die ze de zon vereerden, zoals de Inca's en de Mapuches. Er is ook zo'n zelfde totempaal als die we in Canete zagen. Een van de Indianenstammen in het oerwoud deed wel iets vreselijks: ze hakten het hoofd af van hun vijand, haalden botten en hersenen eruit en lieten hoofd en haar slinken tot het een heel klein hoofdje geworden wat dat ze als trofee om hun nek droegen. Dit is tien keer interessanter dan die hele Ciudad, dat is ons veel te veel kermis. En we hebben nu ook een stempel in ons paspoort dat we in het midden van de wereld geweest zijn.

Gekrompen Hoofd Vijand

Groeten,

Frank en Marianne

-----------------------

Er kan nog tot 1 september gegokt kan worden op de totale afstand die we op de teller hebben staan als we in Caracas op het vliegtuig stappen.

We hebben nog niet zo heel veel inzendingen en verwachten er dus nog wat.

------------------------

Zondag 16 augustus, Quito

Internetcafe en supermarkt

Op zondag is het heel rustig op straat in Quito. het schijnt dat er ook een aantal doorgaande wegen afgesloten zijn zodat iedereen die dat wil, dwars door Quito kan fietsen. We zien het echter niet. We komen vandaag niet veel verder dan ons internetcafe -met hogere bandbreedte dan ons hotel- en versturen eindeloos veel fotos naar Nederland. Daarna even naar de supermarkt, die tot 4 uur open is op zondag. We eten vanavond weer zelfgekookt eten in ons hotel, dat is voor de variatie en ook weer leuk, zelf koken.


Maandag 17 augustus, Quito

Boterdoos

De toestand op het postkantoor is hier nog erger dan in Peru. De inhoud van de doos wordt nauwgezet gecontroleerd. Twee kleine schilderijtjes worden eruit gehaald. De madam heeft natuurlijk in haar instructies staan dat kunst niet mag en daar rekent ze de twee door iemand in Banos op straat aan ons verkochte schilderijtjes kennelijk ook toe. Het houten bakje dat op dezelfde manier beschilderd is mag weer wel. We halen er zelf nog wat uit om onder de 2,5 kg uit te komen. Het is hier nogal duur, dat versturen. Hoe ontwikkelder het land, hoe duurder alles is. Dan zou het in Nedeland erg ontwikkeld moeten zijn, maar als we al die moord en doodslag lezen op het internetnieuws ga je daar toch aan twijfelen. De doos wordt niet zo mooi ingepakt als in Peru, de boterdoos is nog steeds als zodanig herkenbaar.

De rest van de dag is gevuld met regelen: lavanderia, was brengen en halen; spullen reorganiseren, het grootste gedeelte bij de fietsen in de bodega opslaan (wij kregen zomaar de sleutel en mochten het zelf doen, we waren hier al zo lang dat de mevrouw die hier dag en nacht zeven dagen per week de scepter zwaait ons wel vertrouwde); de laatste foto's naar Martin sturen zodat we morgen lege geheugenkaartjes hebben om te vullen met nieuwe foto's van de Darwin-vinken en andere beesten op de Galapagos; taxi regelen voor morgenochtend; geld halen en hotel betalen.

 

Intermezzo:

Ik vond via de website van Michael en Ciska een filmpje dat hun zoon maakte van de tocht door de Canyon del Pato vanuit Trujillo naar Huaraz. Wij fietsten die etappe in de andere richting twee weken voor hen. Het filmpje is te vinden op

http://www.youtube.com/watch?v=-LPDJvd41Yg

Het geeft jullie een idee van de weg en het landschap onderweg.


Dinsdag 18 augustus, Puerto Ayora, Santa Cruz, Galapagos

Vinken en meer

Om half drie nemen we onze intrek in hotel Sir Francis Drake. Francis was een piraat, althans volgens de Spanjaarden, de Engelse Koningin ridderde hem juist vanwege de Spaanse schatten die hij meebracht van zijn tochten. Hij was de eerste Engelsman die de hele wereld rondvoer. Hier op de Galapagos heeft alles West-Europese prijzen ontdekken we al snel, dus nemen we een hotel uit een van de laagste categorieen.

In het Darwin Centre waar we later naar toe lopen, maken we kennis met Lonesome George, althans met zijn achterkant, want het belieft hem niet zich om te draaien. George is de laatste zadelschildpad van het eiland Pinta. Het verhaal gaat dat Darwin hem nog gekend heeft, maar of dat waar is, betwijfel ik. Men weet niet precies hoe oud hij is, maar minstens 110 jaar begrijpen we. Er zijn twee vrouwtjes bij George, ook zadelschildpadden, maar van een andere soort. Ze komen genetisch gezien het dichtst in de buurt van George, maar alle pogingen om ze aan het paren te krijgen, zijn tot nu toe mislukt. Er zijn wel eieren gelegd, maar die bleken niet bevrucht. Behalve George en de twee vrouwtjes zijn er ook een heleboel koepelschildpadden, ook van die joekels van beesten. Door hun kraal kun je gewoon lopen, -bij George kon je niet in de buurt komen, anders had ik hem wel van voren genomen-, alleen het voederplatform mag je niet betreden. Je moet er wel omheen, de beesten blijven gewoon liggen.

Lonesome George

Alle beesten blijven hier gewoon zitten of liggen. Ze trekken zich niets van mensen aan. Dat komt omdat de eerste mensen pas in 1532 voet aan land zetten op de eilanden, Tomas de Berlanga, een Spaanse bisschop, was de eerste. De eilanden zijn vulkanisch van oorsprong en alle leven dat er is, is aangespoeld, aangewaaid of door de mens aangevoerd. Het leven heeft zich vervolgens, afhankelijk van het eiland, het klimaat en de begroeiing erop apart van de oorsprong ontwikkeld. Omdat er zolang geen mensen zijn geweest, hebben de beesten geen intuitieve afkeer van mensen ontwikkeld en blijven ze nu gewoon zitten, liggen of slapen als je langs loopt. De door de mens aangevoerde beesten -ratten, geiten, paarden, honden, varkens, koeien etc.- vormen een bedreiging en worden onder controle gehouden of uitgeroeid.

Twee Soorten Hagedissen

Er zijn hier een heleboel verschillende vinken. Ze blijken wel dezelfde voorouders te hebben dan de vinken op het vasteland, maar hebben zich, afhankelijk van wat ze eten, verschillend ontwikkeld. Vooral aan de snavel is dat te zien. Er zijn er die harde zaden eten. die hebben een korte dikke snavel. Er zijn er die blaadjes eten, die hebben een minder dikke snavel. Er zijn er die insecten eten, die hebben een lange dunne snavel en er zijn er die met een stokje in cactusssen kunnen peuren om er voedsel uit te halen. Aan de hand van die waarnemingen heeft Darwin, na zijn bezoek in 1835 aan de Galapagos, zijn evolutietheorie ontwikeld.

Twee Soorten Vinken

In het Darwin Centre zien we ook de zeldzame landleguanen. Er is een kraal, in drieen gedeeld, met in het midden een vrouwtje, en aan de twee uiteinden twee mannetjes. Door vensters kunnen ze elkaar zien. Het experiment ging erom welk van de mannetjes de voorkeur van het vrouwtje kreeg. Tot ieders verbazing was dat niet het grotere mannetje links, maar de kleinere maar kleurrijkere rechts. Kennelijk vertellen de kleuren iets over de kracht van zo een mannetje, want dat is meestal het criterium waarop vrouwtjes mannetjes kiezen om de kracht van hun nageslacht veilig te stellen.

Zeldzame Land leguaan In Darwin Centre


Woensdag 19 augustus, Puerto Ayora

Blue-footed booby

Na het ontbijt lopen we naar Playa Tortuga, waar volgens onze inlichtingen zeeleguanen en Blauwvoet-Jan-van-Genten te zien zouden zijn. Het is een mooie wandeling over een aangelegd pad waar we onderweg heel veel hagedissen, al dan niet met rode kelen, en vinken zien. Op het strand komen we na een hele poos inderdaad de zeeleguanen tegen, veel meer dan gisteren toen we er vier zagen op een pier. Hele families met heel veel kleintjes. Wat opvalt is dat vogels en hagedissen gewoon op en over de leguanen heen lopen.

Familie Zeeleguanen


Hagedis Klimt Op Staart Zeeleguaan

Als Frank krabben aan het fotograferen is, ontdek ik een stukje verder een blue-footed-booby, de blauwvoet Jan-van-Gent dus. Speciaal voor Hans V. sluip ik er naar toe en maak er foto s van, maar dat sluipen hoeft helemaal niet. Hij blijft gewoon zitten, al is hij na een tijdje moe van het staan en zakt door zijn hurken. Dan zie je helaas de blauwe voeten niet meer.

Blauwvoet-Jan-van-Gent

Er is een strandje waar je kunt zwemmen en daar is het wat druk, niet echt heel erg. Het zijn voornamelijk Ecuadorianen die daar aan het zwemmen zijn. Wij lopen weer terug voor de echte drukte begint en gaan lunchen in een cafe met wifi. Morgen gaan we aan boord van de boot, de Angelique, en zijn dus een poosje echt van de rest van de wereld afgesloten.

Groeten,

Frank en Marianne

------------------------------

 

Vervolg woensdag 19 augustus, Puerto Ayora

Klap van de pelikaan

Bij de plek waar de vissers de pasgevangen vis aan land brengen en schoonmaken is het een drukte van belang. Niet alleen staan er veel toeristen met camera's in de aanslag, ook zijn er talloze pelikanen, zeeleeuwen en een enkele blauwvoet die vechten om de resten van de schoongemaakte vis. Vooral de pelikanen maken onderling veel ruzie. Veel van hen hebben kapotte snavels. Dat zagen we eerder in Taltal ook al, maar hier zijn ze veel dichter bij. Ze zitten gewoon op de tafel waar de vis wordt schoongemaakt. Als ze bijvoorbeeld een staart van een 25kg-wegende tonijn opeten, die toch al gauw een doorsnede heeft van 20 cm, zie je die langzaam in hun nek naar beneden schuiven.

De zeeleeuwen kunnen er ook wat van, af en toe brult er een heel hard om de andere en de pelikanen af te schrikken. De enige die zich rustig houdt is de meest gefotografeerde blauwvoet op de Galapagos, die iedereen zo aandoenlijk vindt dat ze hem proberen apart wat te voeren.

Een van de pelikanen is zo gefocusseerd op de visafval dt hij tegen Franks hoofd aanvliegt en hopla daar valt het rechterglas uit zijn bril. Niet op de grond gelukkig, maar op het schermpje van het fototoestel en gelukkig is geen van tweeen kapot. Dan denk je, ach we hebben een zakmes dus dat glas krijgen we er wel weerin geschroefd, maar die zakmessen zijn in Quito achtergebleven natuurlijk. Gelukkig is er een opticien in het dorp, die later in de middag ook open is. Daar schroeft een mevrouw de bril deskundig weer in elkaar. Gelukkig maar, want zonder bril zijn we erg gehandicapped. De reservebrillen, die we wel bij ons hebben, zijn natuurlijk ook in Quito.

 

Donderdag 20 augustus, Van Puerto Ayora naar Floreana

Wachten

Vanmorgen gaan we terug naar het Charles Darwin Centre en zien dat de schildpadden, ook George, veel actiever zijn dan twee dagen geleden 's middags. We zien de voorkant van George nu ook. Hij strekt zijn lange nek uit en kijkt ons aan. We zitten er een half uurtje naar te kijken. Ook de landleguanen zijn veel actiever. Het vrouwtje gaat van het ene venster naar het andere en de mannetjes zitten aan de andere kant van het gaas en doen geinteresseerd. Het is net alsof ze te grote en wat versleten pyama's aan hebben, die leguanen. Dat komt omdat ze net als alle reptielen hun huid wisselen. Slangen doen dat in een keer, leguanen doen het in stukjes en dan krijg je dat patchwork-idee.

Om 12 uur staan we met onze tassen bij de haven waar de gids van de Angelique ons zou oppikken. Een half uur te vroeg, maar beter vroeg dan laat. De zon schijnt vandaag dus we zitten onder een afdakje aan het begin van de pier. een duidelijker afspreekplaats is er niet. Allebei hebben we keurig een sticker op, zodat de gids ons kan herkennen. maar er gebeurt niets. Om half een niet, om een uur niet en om half twee niet. Frank loopt rond en vraagt aan allerlei mensen of ze weten wie de gids van de Angelique is. Ik ga nog even naar een internetcafe kijken of we misschien andere instructies gekregen hebben. Dat blijkt niet het geval. Frank heeft inmiddels via een reisbureautje aan de haven naar Quito gebeld. Daar melden ze dat de gids hier ergens rond moet lopen.

Uiteindelijk om kwart voor drie komt er een mevrouw met een jongen op mij af, ik zit de hele tijd braaf bij de tassen onder het afdakje, en vraagt of we naar de Angelique gaan. Ja, dat lijkt me duidelijk met zo n sticker op. Enfin, we worden in allerijl naar de boot gebracht en daar blijkt dat de gids helemaal niet van onze komst weet, we staan ook helemaal niet op zijn lijst. Mooie boel is dat. We krijgen een boterham en een glaasje sap en worden weer teruggebracht naar de pier.

We gaan eerst naar de hooglanden, naar een boerderij waar de reuzenschildpadden in hun natuurlijke omgeving voorkomen. De boer bedacht, toen die schilpadden, althans de mannetjes almaar op zijn land kwamen dat dat een lucratiever bron van inkomsten vormde dan boeren. Drie dollar per toerist vraagt hij en het enige dat hij hoeft te doen is bomen omhakken zodat er gras kan groeien voor de schidpadden om te eten.

We lopen over het terrein en Alvaro, de gids, legt van alles uit over de Galapagos, wie er permanent mag wonen en waarom. Je moet er geboren zijn of met iemand van de Galapagos trouwen en er vijf jaar blijven wonen, zoals hij. Oorspronkelijk komt hij uit het oerwoud, al is zijn vader wel op de Galapagos geboren. Er zijn ook mensen die een tijdelijke verblijfsvergunning krijgen voor een jaar, als ze kunnen aantonen dat alleen zij en niet iemand van het eiland hun werk kunnen doen.

We lopen tussen de schildpadden door naar een lavatunnel. Een lavastroom die deels al gestold was, waaronder de vloeibare lave bleef stromen. De boer heeft hem verlicht met elektrisch licht en je kunt er een heel eind in. Pas op voor de vleermuizen, zegt Alvaro.

Terug in Puerto Ayora gaan we wet suits en snorkelspullen huren en dan naar de boot voor de briefing voor morgen en het avondeten. Het geschommel op de boot valt niet mee in de haven. Echt misselijk word ik er niet van, maar helemaal lekker voel ik me er ook niet bij. Het gezelschap aan boord is gemengd, twee Zwitsers, twee keer twee Fransen, een Spaanse die met een Marokkaan getrouwd is, een Oostenrijkse en een Duitse. Die laatste zien we die avond niet meer. Ze was zelfs bijna van plan weer van boord te gaan, zo slecht verging het haar, maar ze doet het uiteindelijk niet.

Na het eten zitten we wat te praten en gaan om half tien naar bed. Het is wennen aan het lawaai op de boot, de generator blijft draaien. Later wordt het anker binnengetakeld en de motor gestart en varen we naar Floreana. Dat zal vijf uur zal gaan duren.


Vrijdag 21 augustus, Floreana

Wet landing

Het is nogal wat lawaai 's nachts en de boot gaat toch redelijk op en neer. Erg goed slapen we dan ook niet, maar evengoed zijn we om zeven uur present bij het ontbijt. Niet slecht, kaas en vlees, musli, fruit, sap en brood.

Na het ontbjt gaan we naar het eiland, snorkelspullen meenemen en de postcards. Het is een zogenaamde wet landing, dat wil zeggen dat we bijna op het strand in de zee stappen en de schoenen in de hand mee moeten nemen. Op het eiland is een postbus waar vroeger passerende schepen hun post voor thuis in deden in de hoop dat een volgend schip de brieven meenam en bezorgde. Bij voorkeur voordat je zelf thuis was natuurlijk. Die postbus, of een opvolger, staat er nog en toeristen stoppen er kaarten in in de hoop dat andere toeristen ze meenemen. We stoppen er een paar in en halen er twee uit die we in Veghel gaan bezorgen. Het is niet de bedoeling dat je ze in Nederland gewoon op de bus doet met een postzegel. We zullen zien of die van ons aankomen en wanneer.

We gaan weer naar een lavatunnel, maar deze is interessanter dan die van gisteren. Er is geen elektrisch licht en het klauteren is wat lastiger. Hij komt uit in de oceaan maar zover komen we niet. Waar het water is stoppen we. Terug op het strand gaat er gesnorkeld worden. In no time is iedereen vertrokken en sta ik nog te hannesen. Bril ophouden is geen succes dan komt er water in de duikbril. Bril af is ook geen succes, dan zie ik niet veel. Bovendien vind ik het erg lastig om alleen door mijn mond te ademen. Daar komt nog bij dat ik niet zo'n geweldige zwemmer ben, zeg maar gerust een lousy zwemmer, en ik vind er ook niet veel aan. Maar op een gegeven moment heb ik het een beetje door en zie vissen en een hele grote zeeschildpad. Maar zover om de rotsen heen als de anderen, die trouwens helemaal uit zicht verdwenen zijn, kom ik niet. Met moeite weet ik terug te komen op het strand ongeveer waar onze spullen liggen. Nee, geef mij maar water in bevroren toestand, daar kan ik beter uit de voeten.

Na de lunch vaart de boot een klein stukje, naar Cormorant Point. Daar wordt s middags weer gesnorkeld en nu vanaf de kleine bootjes die ons vanochtend naar het strand brachten. Zonder mij dus. dat zie ik helemaal niet zitten, uit een boot springen met zo'n ding op. Ik blijf op de boot en maak foto s van de rondvliegende fregatvogels. De mannetjes hebben knalrode kelen om de vrouwtjes te imponeren. Een enkele pelikaan landt op de boot en laat zich gemakkelijker fotograferen. Pelikanen zitten tenminste mooi stil voor de foto.

Na het snorkelen gaan we met de boot naar een strandmeer waar flamingo's zijn. Onderweg zien we zeeleeuwen zonnen op de rotsen en blauwvoeten. Ook die blijven echt poseren voor de foto. Heel erg dicht komen we niet bij de flamingo's. Volgens mij waren we er in Bolivia dichterbij, maar daar was het ook gemakkelijker want misschien waren ze toen nog wel vastgevroren in het ijs. Er loopt ook een hele grote groep Amerikanen rond, die komen van de National Geographic een grote boot. De gidsen vragen sommigen waar onze gids is. Kennelijk moeten we als groep beter bij elkaar blijven. Alles is hier heel strikt georganiseerd, het moet ook wel wil je zo'n fragiel ecosysteem in stand houden, denk ik.


Zeeleeuw Op Espaneola

De bemanning heeft zijn beste pakje aangetrokken voor de welkomstcocktail, die vanavond is in plaats van gisteren omdat toen niet iedereen al aan boord was. De jongere jongens zijn wat verlegen. Onze ober, die de cocktail serveert, heeft een mooi pak aan met een vestje en een strikje om. Ze doen erg hun best. Alleen de chef blijft in de keuken, en die doet het meest zijn best. Het eten is echt goed, gevarieerd en erg veel groenten, en dat zie je hier niet vaak. Vreemd eigenlijk want er groeit heel veel en het ziet er allemaal goed uit.

Flamingo Op Espaneola

Zaterdag 22 augustus, Espanola

Alarm

De hele nacht varen we en de zee is veel wilder dan gisteren. Ik ben wat misselijk en neem uit voorzorg maar een pilletje. Uiteindelijk slaap ik, ondanks de woelige zee, beter dan gisteren.

Brullend loopt een mannetje over het strand. Misschien is dat de beach master wel. dat is de grootste mannetjeszeeleeuw. Er liggen misschien wel een paar honderd zeeleeuwen op het strand van de Gardner Baai. In groepjes bijeen op het zand. Sommige zitten helemaal onder het zand en zijn wit, andere komen net uit het water en zijn zwart en de droge zijn bruinachtig. Er zijn nogal wat vrouwtjes met pubs. Ze krijgen er een per jaar, maar zogen ze tot ze twee jaar zijn. Soms zie je dus een vrouwtje met twee verschillende pubs. Zeeleeuwen leven in groepen met een of een paar mannetjes die onderling nogal eens ruzie maken, brullen en naar elkaar bijten. Als er een verdreven wordt noemt Alvaro dat een loser. De mannetjes beschermen hun groep en daarom moeten we voor ze uitkijken, zegt Alvaro. Vrouwtjes en pubs zijn ongevaarlijk.

Een andere bewoner van het strand is de spotvogel, de hood mockingbird. Het vogeltje loopt voornamelijk te patrouilleren rondom zijn territorium. Maar heel zelden zien we ze vliegen. Ook die komen gewoon op een afstand van pakweg een meter langslopen. Als we een poosje op de rotsen zitten zijn er ook nog zeeleguanen, anders van kleur dan die we op Santa Cruz zagen. Deze hebben rode vlekken, die op Santa Cruz hebben een groene streep op hun rug. Dat komt doordat ze ander voedsel eten, respectievelijk rode en groene algen. Het zijn vegetariers, leguanen, zeevegetariers dus. Nergens op de wereld zijn er zeeleguanen, alleen hier. Ze zijn ontstaan uit de landleguanen toen er op het land minder eten was dan in zee. Algen zijn er ruim voldoende.

Als we terug op de boot zijn klinkt er ineens een autoalarm. Nu horen we dat met enige regelmaat sinds we in Ecuador zijn en er slaat nooit iemand acht op. Niemand zet ze uit ook. Maar nu worden we gesommeerd om de reddingsvesten te halen in onze hutten, die om te doen en naar de pangas (de rubberboten) te gaan. Met de hele bemanning aan boord varen we snel weg van de Angelique die langzaam uit beeld verdwijnt. Wij hebben de chef aan boord, die een plastic zak bij zich heeft. Gelukkig, denken we, we hebben tenminste iets te eten. De chef hebben we tot nu toe alleen gezien door het luikje naar de keuken, dus eigenlijk alleen zijn hoofd, en het blijkt een enorme man te zijn. De boot gaat er bijna scheef van hangen. Uit de zak komt geen eten, maar allerlei hulpmiddelen, vuurpijlen, radar, radio's etc. Gelukkig is het allemaal maar een oefening en zodra we alle uitleg aangehoord hebben, varen we weer terug naar de Angelique. De rest gaat snorkelen, Frank en ook de oudere Fransen blijven hier. Frank heeft zijn knie gestoten gisteren, en de Franse mevrouw is de hele tijd zeeziek. Hij is meer een bergman, zegt hij. De kapitein komt mij vertellen dat het morgen nog rustiger water zal zijn waar we gaan snorkelen, dus misschien probeer ik het dan nog eens.

Na de lunch varen we naar de andere kant van Espanola, naar Punta Suarez. Daar gaan we na een dry landing achter een aantal andere groepen van andere boten aan wandelen over een trail, klauteren is het meer. Ik ben blij dat ik mijn schoenen aan heb en geen sandalen. Op het strand liggen weer groepen zeeleeuwen. Verder zijn er weer zeeleguanen, blauwvoet Jan van Genten, albatrossen, zwaluwstaartmeeuwen, lavalizards.

Het vrouwtje van de blauwvoet is groter dan het mannetje en zij heeft bruine ogen, hij lichte. Ze nestelen hier. Er zijn ook drie soorten vinkjes, kleine en grote grondvinken en de wat grotere cactusvinken. De albatrossen zijn het interessantst hier. Er zijn veel jongen die vaak in hun eentje op de grond zitten ergens, soms zijn de ouders erbij. Een albatrospaar is voor de eeuwigheid bij elkaar. het vrouwtje legt elk jaar een ei. Van december tot maart zijn ze op zee, de rest van het jaar zijn ze hier. Als ze op zee zijn voor de kust van Peru schieten visers ze vaak dood om ze op te eten. De regering van Ecuador is in overleg met die van Peru om daar een eind aan te maken, maar de arme Peruaanse vissers zeggen, ze zijn in onze territoriale wateren dus we mogen ze schieten. Aan de rand van het gebied waar we al die nesten zien is een klif. Daar lopen de albatrossen naar toe, wachten op gunstige wind en stijgen dan op. Het is een vreemd gezicht om de vogels naar de rand van de klif te zien lopen. Op de klif zien we ook een andere soort Jan van Genten, de Nasca booby. Wat groter dan de blauwvoet, met zwarte voeten en voornamelijk wit gevederd. De roodvoet krijgen we helaas niet te zien, die is alleen op Genovesa en daar komen we niet. De roodvoet is trouwens de enige die in de bomen nestelt, de andere twee leggen de eieren op de grond.

Terug op de boot dineert de kapitein vanavond aan onze tafel. Het is grappige man, die overal veel lol in heeft. Oorspronkelijk komt hij uit de Oriente, ook al, net als Alvaro. Hij vertelt dat de boot, de Angelique, een houten zeilboot, in Holland gebouwd is, maar hij weet niet op welke werf. Als je onze boot vergelijkt met al die jachten die we vandaag tegenkwamen, vinden wij dat wij goed af zijn. De boot is veel echter, ook al zeilen we niet meer. Vannacht varen we naar Sante Fe.


Zondag 23 augustus, Seymour Island

Gepensioneerde zeeleeuwen

Na het ontbijt gaan we met de kleine bootjes naar Santa Fe, wet landing deze keer. Daar lopen we weer keurig over het pad dat alle toeristen die hier komen lopen. Gelukkig is het niet zo druk als gisteren toen we met een aantal boten tegelijk op Espanola waren. We zien we weer de nodige zeeleeuwen, waaronder eentje die zijn moeder kwijt is en blatend als een schaap over het strand loopt van de ene groep naar de andere. Maar we zijn hier voor de endemische landleguanen van Santa Fe, die vind je nergens anders. Erg veel zien we er niet, het is koud, de zon schijnt niet en het miezert af en toe wat. Leguanen zijn reptielen en zijn voor hun lichaamstemperatuur afhankelijk van de zon. De leguanen die we zien liggen zo plat mogelijk op stenen om zoveel mogelijk warmte van de stenen op te nemen. We zien nog wel een slang, een constrictorsoort, zegt Alvaro.

Lavahagedis Eet Parasieten Op Zeeleeuwmoeder

Terug aan boord gaat iedereen zich gereed maken om te gaan snorkelen. Ik ga toch maar niet. Een uur minstens in dat water met zo'n masker voor ... nee toch maar niet, ook al omdat ik voor de variatie weer eens een beetje last heb van ... . Twee warme maaltijden per dag kan ik kennelijk niet verwerken. Ze zien van alles, vertellen ze als ze terug zijn, scholen vissen, babyzeehonden etc.

Landleguanen SantaFe

's Middags varen we naar een ander eiland, naar South Plazas. Dat is een eiland dat wat meer begroeid lijkt. dat komt omdat op de andere eilanden voornamelijk een soort struik groeit die slechts drie maanden van het jaar bladeren heeft. Nu niet dus. hier op Seymour groeit een endemische plant, vesulium geheten. Die is nu weliswaar ook niet groen, maar verandert heel slim zijn bladgroen in bladrood en hoeft dus in het droge seizoen geen energie te verspillen aan fotosynthese. Verder zijn hier ook weer landleguanen en heel bijzonder twee hybride leguanen. Er heeft een mannetjeszeeleguaan gepaard met een vrouwtjeslandleguaan, ze zijn hier niet zo kritisch kennelijk, en daar zijn twee onvruchtbare nakomelingen uit voortgekomen. We zien er een.


Hybride Leguaan

Op een klif zien we de Nasca boobies. (Ze heten boobies, van het Spanse bobos dat de engesen niet uit konden spreken, vanwege het feit dat ze zo stom waren zich te laten pakken; bobos betekent dom in het Spaans.) Net als de blauwvoet leggen ze twee eieren, broeden die onder hun voeten uit en als ze alle twee uitkomen, gooien ze het kleine jong uit het nest. Ze kunnen er maar een voeden. De blauwvoet doet dat ook maar gooit niet de kleinste uit het nest, ze voeren hem gewoon niet. Vreemde vogels die Jan van Genten. Een andere vogel die er nestelt is een roodgebrilde meeuw. Een hele mooie vogel die we maar met moeite vliegend op de foto krijgen. Als ze op hun nest zitten is het makkelijk, dan kun je er gewoon dichtbij komen, net als bij alle beesten hier.


Meeuwenpaartje

Ook op dit eiland is een plek waar mannetjeszeeleeuwen komen uitrusten van de strijd met hun rivalen. En ze komen er als ze te oud zijn om nog beach master te zijn. gepensioneerde zeeleeuwen,noemt Alvaro ze. Er ligt een heel grote te zonnen op de rotsen.

Zeeleeuw RIP

's Avonds drinken we de afscheidscocktail. Morgen gaan acht van de twaalf mensen van boord en komen er nieuwe gasten.


Maandag 24 augustus, Quito

Piraten

Vandaag moeten we vroeg op. Om 6h15 al moeten we wet landen op North Seymour. Gelukkig schijnt de zon al, dus koud is het niet. Hele kolonies blauwvoeten zien we. Jongen hebben witte voeten, die worden pas blauw als ze volwassen zijn. En eindelijk zien we de fregatvogels van dichtbij. Ze cirkelen al dagen met hun zwaluwstaarten rond de masten van het schip. Die staarten gebruiken ze om te sturen. Hier zitten we met hun jongen in de struiken. De mannetjes hebben een vuurrode zak onder hun bek die ze vol opblazen om de vrouwtjes aan te trekken. Dat rode vlekje van de niet opgeblazen zak zagen we ook in de lucht al, maar dan krijg je het niet goed in beeld. Hier wel gelukkig.

Mannetjes fregatvogel

Fregatvogels heten zo omdat ze vroeger om de fregratten van de piraten cirkelden en ook omdat ze door andere vogels gevangen vis proberen te stelen. Ze hebben namelijk geen vet op de veren zoals boobies en meeuwen dat wel hebben, en kunnen dus niet zelf het water in duiken. Verder eten ze jonge leguanen, jonge boobies en zelfs jonge fregatvogels. Niet hun eigen jongen, zegt Alvaro.

Terug aan boord ontbijten we en vaart de boot naar de haven bij het vliegveld. Ruim op tijd zijn we daar. Het vliegtuig vertrekt een uur later, maar gaat wel rechtstreeks naar Quito, zonder tussenstop in Guyaquil. Om half vier zijn we in onze posada waar we de derde kamer gaan uitproberen. We halen de spullen en de fietsen uit de kelder, laten nog wat kleren wassen, kopen brood en kaas voor morgen onderweg. We zijn er helemaal klaar voor om weer te gaan fietsen.

Groeten,
Marianne en Frank

----------------------------------------

Bij de vorige email zaten alleen foto's van mijn toestel. Die van Frank had ik nog niet geladen, maar die willen we jullie toch ook niet onthouden. Bij dezen dus.

Dat geeft me mooi de gelegenheid om te melden dat we nog drie dagen lang inzendingen voor de prijsvraag verwachten. Van sommige deskundigen, vanwie we toch wel een inzending verwachten, hoorden we nog niets. Dus grijp je kans en maak het goed.


Groeten,
Marianne en Frank

Nieuw Soort Reuzenschilpad Met Zonnebril

Postoffice Floreana

Mannetje(achter) en Vrouwtje BFB

Zeeleguaan Op Espanola

Albatros Op South Plazas

Moeder Pelikaan Voedt Jong

Fregatvogel paartje

-----------------------------------------------

Dinsdag 25 augustus, Quito

Juwelen

We blijven nog een dagje in Quito. Ik zei wel dat we er helemaal klaar voor waren, maar weer sliep ik nauwelijks, gisternacht ook al niet, vanwege de kramp in mijn buik. De madam van het hotel raadt me aan om warm water met oregano te gaan drinken, de hele dag. Volgens haar komt het van de mariscos op de Galapagos. Het kan best waar zijn. We brengen de dag dus door in het hotel en bij Coffee&Toffee, onze favoriete internetplek. Net als we daar weg willen gaan wil Martin ons spreken. Dat klinkt ernstig, en dat blijkt het later ook te zijn. We gaan eerst naar het hotel want de muziek bij C&T staat veel te hard.

Er blijken ongenode gasten in ons huis in Geldrop geweest te zijn, die alles overhoop gehaald hebben. Gelukkig hebben we nergens betaalpassen of creditcards liggen en heb ik al mijn juwelen bij me. Martin heeft overal foto's gemaakt van de chaos en daarop zien we later dat er toch een en ander onbreekt. Franks computer, drie laptops en de cd-speler (15 jaar oud, wie wil zo'n ding nou hebben?). Verder zullen er nog wel wat kleinere dingen weg zijn, zoals een telefoon, een koptelefoon, de router en wie weet wat nog meer. Gelukkig zijn ze niet in mijn hok (buiten in de tuin geweest). Frank is zijn hele geheugen kwijt, al zijn emails, al zijn adressen, passwords, gedownloade programmas en alle foto s. Die laatste staan met een beetje geluk nog wel op mijn computer. We vragen Martin om die maar in veiligheid te brengen, je weet nooit of ze nog eens terugkomen. Na dit nare bericht gaan we weer niet zo lekker slapen.Frank bedenkt later dat hij een nieuw leven moet beginnen als we weer thuis zijn. Geen geheugen is per definitie een nieuw

begin.


Woensdag 26 augustus, Hacienda Guachala, 10 km voor Cayambe

Chemici uit Newcastle

Dankzij mijn nieuwe zadel zitten we in een prachtig gerestaureerde hacienda uit 1580. Dat zit zo. We zijn op tijd weg vanmorgen, ruim voor negen uur na nog wat geld gepind te hebben. De eerste 15 km rijden we door Quito, dat valt qua route uitzoeken mee, we hoeven maar twee grote wegen te volgen om op de goeie uitvalsweg te komen. Het gaat wel gestaag omhoog tot boven de 2900 meter. Dan dalen we een eindje en rijden we Calderon in om daar een boodschap te doen. Na Calderon is de weg niet meer vierbaans, maar tweebaans, maar gelukkig ook niet meer zo druk. We dalen een flink eind, tot bij een brug op 2000 meter hoogte. Daarna gaan we omhoog en blijven we voorlopig omhoog gaan. Mijn linkerknie begint op te spelen. Vreemd, want als ik last van mijn knieen krijg is dat meestal rechts, een oude oorlogswond, o nee, skiwond. We zien een hosteria langs de weg, als het niet meer gaat kunnen we hier terug naar afdalen.

We gaan nog door dus en op een gegeven moment, bij de afslag naar Pifo hebben we er teveel moeite in gestopt om weer terug af te dalen. De man die met een pratende papegaai bij de ijzerwinkel zit, zegt dat er muy cercito een hosteria is. We geloven hem en fietsen door.

Pratende Papegaai

Maar ik heb zoveel last van mijn knie die helemaal stijf wordt, dat ik het niet meer zie zitten. Een honderdtal meters hoger zien we dat we nog verder omhoog moeten. We stoppen bij een rode pick-up en vragen later aan de man of we een stukje mee kunnen rijden, bijvoorbeeld tot aan de top. Ja, dat kan, hij moet eerst even een houtje doormidden zagen. Later komt hij terug met een vrouw en die blijkt wat commercieler ingesteld: we kunnen mee en ze willen ons zelfs wel tot de hosteria brengen, dat is nog 10 of 12 kilometer schatten ze, maar dan moeten we wel betalen. Vijftien dollar! Dat is buiten proporties. Frank probeert nog 10 dollar, maar nee. Nou dat doen we niet. Maar tot de top, waar ze wonen, moeten we ook 3 dollar betalen. Dat doen we wel. De mannen waren natuurlijk nooit op het idee gekomen geld te vragen.

Enfin, wij met de fietsen in de bak en rijden maar. Vier kilometer verder worden we er weer uit gezet. Nu nog 7 of 8 kilometer denken we. Bij een winkel een stukje verderop vraagt Frank het nog een keer. Ja hoor, eerst krijg je de peaje en dan vlak erna de hosteria. Het is nog vier kilometer en we hoeven niet meer omhoog. Maar zoals gewoonlijk klopt er niets van het afstandsgevoel van de Zuid-Amerikanen. We fietsen nog minstens 10 kilometer tot de peaje, dan nog twee tot een bord dat meldt dat de hosteria 2 km verder op een zijweg ligt. En het is helemaal niet alleen omlaag, we gaan wel degelijk omhoog. Gelukkig ben ik er inmiddels achter dat de pijn in mijn knie door het nieuwe zadel komt en als ik iets verder naar achteren ga zitten, is de pijn aanmerkelijk minder. Het is natuurlijk een mannenzadel, vrouwen fietsen hier nauwelijks, en dat is langer dan mijn oude zadel. het staat niet goed op de fiets.

We komen uiteindelijk pas om kwart voor zes aan bij de hosteria, maar die maakt alle ontberingen in een klap goed. Het is een schitterende oude boerderij uit 1580. We hebben een geweldig grote kamer, heel eenvoudig, een beetje boers ingericht, maar dat bevalt ons wel. de douche is prima en dat is het belangrijkste. Het eten later ook.

Er is een hele groep Engelsen die tegelijk met ons eten. De leider van die groep komt zich verontschuldigen dat zij zo de overhand hebben, maar we vinden het helemaal niet erg. Keurig trouwens dat hij dat even komt doen. Later heeft die groep de eigenaar van de hacienda uitgenodigd om de geschiedenis ervan te vertellen. Dat doet hij zeer uitgebreid in goed Engels en wij zijn muisstil en luisteren mee. Helemaal niet erg om door zo n groep beschaafde Engelsen overschaduwd te worden.

Hacienda Guachala

De hacienda is in de loop van de eeuwen nogal eens van eigenaar gewisseld. Twee presidenten van Ecuador, waaronder de eerste, hebben hem in bezit gehad. Die eerste president is trouwens degene die de eucalipti in Ecuador geintroduceerd heeft. Opvallend is dat er nogal wat vrouwen de hacienda in bezit hadden, waaronder de overgrootmoeder van de huidige eigenaar. Hij is de jongste zoon van zijn vader en studeerde elektrotechniek maar na zijn masters werd hij gesommeerd om de hacienda te komen besturen. Zijn broers en zussen hadden inmiddels het deel van het land dat zij erfden verkocht. Diego Bonifaz, zo heet hij, heeft er naar gestreefd verder zoveel mogelijk intact te houden. In 1993 heeft hij de boel gerestaureerd en er een hosteria van gemaakt. Heel mooi en smaakvol allemaal.

Er hangen een aantal oude kaarten in het restaurant waarop de berekeningen van de Franse expeditie staan, die hier in de achttiende eeuw kwam uitrekenen waar de evenaar precies lag. De kaarten zijn vanaf Cuenca, toch een heel eind uit de buurt hier, bedekt met driehoeken. De evenaar loopt op 240 meter na over de hacienda. Morgen passeren we hem echt, de evenaar.

Monument Franse Expeditie

De Engelsen gaan vroeg naar bed op twee na. Ian en Loran, biochemici uit Newcastle blijkt als we hen vragen bij ons aan tafel te komen zitten en ons te willen helpen met het opmaken van de wijn. We praten een hele poos met ze. Loran heeft een post-doc gedaan in Utrecht bij Diergeneeskunde ongeveer in de tijd dat wij er ook woonden.


Donderdag 27 augustus, Otavalo

De echte evenaar

Voor het ontbijt lopen we wat rond op de hacienda. Gisteren was het daar te donker voor, we kwamen pas tegen zessen hier aan. Er zijn maar liefst twee kerken en binnen vinden we nog een zaaltje met een altaar en muurschilderingen dat op een kapelletje lijkt. Er is ook een prachtige bibliotheek. Het ontbijt is ook al prima. Ian, een soort leider van de Engelse groep zegt tijdens het ontbijt tegen de rest: 'I dont know if some of you have spoken with Frans and AnneMarie here', en hij wijst op ons, 'but they are cycling from Fireland to Caracas'. Alsof wij een soort toeristische bezienwaardigheid zijn. Maar toch, al met al hebben we geen spijt dat we hier terecht gekomen zijn.

Hacienda Guachala

We zijn nog geen drie kilometer onderweg als we de evenaar passeren. Dit vinden we veel echter dan ons uitstapje vanuit Quito naar Ciudad Mitad del Mundo, daar waren we zonder fietsen. Maar het blijkt ook veel echter te zijn, deze plek is gecertificeerd als zijnde 0.0 graden, Ciudad Miad del Mundo niet. Dat laatste wisten we al, maar ook Inti Nan blijkt fake te zijn. Bij dit monument, waar we op dit uur de enige bezoekers zijn, staan een paar mensen die uitleg geven bij het geheel. Het is een met kiezelstenen ingelegd rond plein. Alle lijnen die nodig zijn bij de bepaling van de evenaar zijn er te zien. Het meisje dat ons uitleg geeft, spreekt heel duidelijk Spaans en legt ook alles heel duidelijk uit. Ze geeft ons een papiertje waarop staat wat er in Inti Nan allemaal fout was. Een ei op een spijker zetten kan natuurlijk overal op de wereld, het hangt alleen wat meer uit het lood op andere plekken dan de evenaar. Het water dat wegstroomt, linksom of rechtsom om op een 1 meter van de zogenaamde evenaar, kan ook niet. Je moet echt wel wat verder dan 1 meter er vandaan zitten om verschil te zien. En het verschil in overwinnen van de krachtpatsers is alleen maar psychologisch. We hoeven niet langer onze hoofden te breken over de verklaringen van dingen die we niet snapten, het is gewoon fake.

De Echte Evenaar

Het bijzondere aan de evenaar in Ecuador is dat die over bergen gaat, dat is nergens anders op de wereld het geval. Op andere plekken is er alleen oerwoud en daar konden oude beschavingen de plek niet bepalen, waar de zon op 21 september en 21 maart om twaalf uur recht boven staat. Het is, voor ons althans, nog een beetje de vraag hoe die beschavingen wisten dat er op die data iets speciaals aan de hand was. We kopen er wat informatie waarmee we het project steunen. Een cd en een dvd, maar helaas kunnen onze kleine computers die niet lezen. dat moet wachten tot thuis, als er dan nog tenminste een compuer over is als we daar aankomen.


Het Is Echt De Evenaar

Wonderlijk is dat ook deze plek Mital del Mundo heet. Al met al komt dit verhaal toch heel wat geloofwaardiger over dan het Inti-nan-verhaal, dat toch voornamelijk op sensatie en verwondering uit is.

We fietsen verder, even nog een colletje over van 3113 meter. Boven waait het hard en eten we, truien aan, een boterham. Daarna hoeven we alleen nog maar omlaag tot Otavalo, waar we om half vier aankomen.

Otavalo is een marktplaats, een toeristisch gebeuren, waar indianen uit de Andeslanden, ook uit Bolivia en Peru, op een grote artesanaliamarkt hun spullen verkopen. Als wij eroverheen lopen zijn de meeste kraampjes hun waar aan het opruimen. Ze zijn duidelijk ingesteld op dagjemensen uit Quito. Toch is Otavalo een redelijk grote plaats met heel veel hotels.

 

Vrijdag 28 augustus, Ibarra

Alweer een top

Als we in Otavalo langs de Plaza de Ponchos rijden, zo heet het Parque Central hier, zijn de meeste kraampjes met artesanalia al vol in bedrijf, klaar voor de bussen die uit Quito komen. We lopen er maar niet meer overheen, over de markt. We hebben sinds we in Quito een doos verstuurden, alweer een en ander in de tassen gepropt en meer kan er niet bij.

Onderweg naar Ibarra zien we aan de overkant van de weg drie bepakte fietsen staan. Natuurlijk stoppen we daar even. Het blijken een Nederlander, of beter gezegd een Fries, een Australische en een Duitser te zijn. De eerste twee zijn getrouwd en al drie jaar onderweg via Europa, Azie, Noord- en nu Zuid-Amerika naar Afrika en Australie. De laatste sloot een paar dagen geleden bij ze aan. We staan een poosje met ze te praten en krijgen wat nuttige aanwijzingen voor Colombia. Ook zij zeggen dat de mensen er erg aardig zijn.

Fietsers Onderweg Van Otavalo Naar Ibarra

Na goed anderhalf uur fietsen zijn we in Ibarra een grote stad, druk is het er. Toch willen we hier blijven, als we doorfietsen moeten we wel erg ver voor we weer iets tegenkomen. In Bariloche is alweer een top van de UNASUR aan de gang zien we op de tv, net twee weken na de vorige. Het belangrijkste onderwerp zijn de Amerikaanse bases in Colombia. Correa (E) is er erg tegen en hij en Uribe (C) zijn het meest fel in het debat. Ook bij zo'n bijeenkomst gaat het er veel losser aan toe dan bij ons. Mensen trekken hun jasje uit, er zit zelfs iemand in een trui mee te vergaderen. En die madam Kirchner, de presidente van Argentinie en de vrouw van de vorige president, kijkt al net zo verveeld als een paar weken geleden in Quito.

Groeten,

Frank en Marianne

-------------------------------------------------------------------

Zaterdag 29 augustus, Ambuqui (valle de Chota)

Turks stoombad

Het ontbijt in het hotel is al net zo goed als het eten gisteren, prima dus. We rijden de stad Ibarra uit, omlaag, en dat is wat we vandaag voornamelijk doen, omlaag fietsen. Van 2250 meter naar 1600 meter. We hebben besloten om het wat rustig aan te doen en gaan vandaag weer niet ver. De klim bewaren we tot morgen.

In de vallei van de Chota wordt weer veel suikerriet verbouwd. Dat betekent dat er ook op en langs de weg stengels liggen, net als in Peru. Ook rijden er weer vrachtwagens rond waarin de rietsuikerstengels min of meer los gestort zijn. Bij de afslag naar Salinas drinken we koffie en een eindje verder zien we alweer twee bepakte fietsers aan de overkant van de weg. Zo zie je er weken, soms maanden geen, en dan kom je ze altijd twee dagen achter elkaar tegen.

Het blijken twee Australirs te zijn die van Prudhoe Bay, het startpunt in Alaska voor alle fietsers, naar Ushuaia fietsen. (Oorspronkelijk was dat ook ons plan, maar dan in omgekeerde richting). We staan een poosje met ze te praten. Leuke jongens zijn het, enthousiast. Ze hebben de fietsen, hele degelijke zonder veel opsmuk, in Alaska gekocht. Eind januari volgend jaar hopen ze in Ushuaia te zijn. Ze hadden al van ons gehoord van Sven en Doroo. Alle fietsers op dit continent zijn net een grote familie, je kent elkaar of je weet van elkaar dat je hier rondrijdt. Leuk is dat toch. Omdat wij, net als Sven en Doroo van zuid naar noord rijden, bijna iedereen rijdt van noord naar zuid, zijn wij net iets bekender dan de rest.

We worden nog bekender even verderop. Er haalt ons een pick-up in die heel langzaam gaat rijden. Uit het raampje hangt een cameraman met een camera. Hij stelt Frank een paar vragen, net terwijl we een beetje bergop gaan. Later rijdt hij nog een stukje wat langzamer en kom ik ook aan de beurt. Ze stellen de gebruikelijke vragen, waar we gestart zijn, waar we naar toe gaan, hoe lang we onderweg zijn, wat we van Ecuador vinden, en, leuk en nieuw deze keer, wat het motief van deze reis is. We geven zo goed mogelijk antwoord onder het fietsen. Het is Television Ecuador (www.tvecuador.com), maar we hebben geen idee wanneer het uitgezonden zal worden. Gaan we bijna Ecuador uit, worden we nog beroemd ook.

Weer een eindje verder is Ambuqui waar we stoppen. Het is een toeristisch stukje van de vallei hier, er zijn veel hotels. We kiezen het hotel dat zover mogelijk noord op de weg ligt. Morgen moeten we flink klimmen en alles wat we vandaag vast doen is meegenomen. Dat betekent dat we in een all-in resort eindigen. Zo'n oord waar je een armbandje om krijgt en waarbij bijna alles, alleen deze keer de drank niet, inbegrepen is. Ach, voor een keer is het niet zo erg en hoewel de muziek wat te veel kadoeng, kadoeng is, valt het verder wel mee. Mooie kamer, goeie douche. We zwemmen wat, zitten in de jacuzzi en bezoeken het Turks stoombad. Het eten later op de dag is ook niet slecht.


Zondag 30 augustus, San Gabriel

Fiesta de ciclistas

We zijn vroeg op, zeker voor de zondag. We zijn als eersten in het restaurant voor het ontbijt. Daarna pakken we de spullen op de fiets en rijden om half negen het terrein af. Eerst een stukje omhoog, dan weer iets omlaag, en vervolgens alleen nog maar omhoog. Op een gegeven moment worden we ingehaald, eerst door een paar Ecuadoriaanse wielrenners, maar later zelfs door een bepakte fietser.

Het blijkt Tom uit Vancouver te zijn. We staan een poosje met hem te praten. Zijn vriendin komt er nog aan. Hij rijdt altijd door tot de top en wacht daar op haar. Ze zijn gestart in Puerto Natales, half februari. Als we een stukje verder koffie drinken langs de weg komt Sara Jane er ook aan. Ook met haar praten we een poosje. Ze wil geen koffie, want Tom moet altijd al zo lang op haar wachten.


Frank En Tom Uit Canada

Nog geen honderd meter klimmen na de koffie zien we ze alweer aan de andere kant van de weg staan praten met weer een andere fietser, die van de berg af komt zetten. Het is Trevor uit de VS, met bob (fietsaanhanger voor bagage) onderweg. Hij heeft net een grote doos power bars gekocht en we krijgen er allemaal een. Een fiesta de ciclistas noemt Tom het.

Fiesta De Ciclistas

We wisselen emailadressen en web sites uit. Goed dat we gisteren het adres van onze website verkort hebben tot tinyurl.com/Frank-Marianne, dat wisselt wat makkelijker uit. (Ook het kaartje met de route maken we makkelijker bereikbaar, namelijk via tinyurl.com/route-Frank-Marianne).

Weer een eindje verder komen we Tom en Sara Jane weer tegen nadat zij het restaurant waar ze lunchten, verlaten. Zij gaan tot Tulcan, wij bewaren dat tot morgen. We komen steeds hoger en het wordt steeds kouder en bewolkter. Uiteindelijk tegen half vijf zijn we in San Gabriel op bijna 2900 meter hoogte, waar we naar Hostal Gabrielita rijden, the best option in town, volgens het South American Handbook. De kamer is prima, de douche goed en de fietsen staan op de binnenplaats. We eten later op de avond bij een Chinees, dat is net als in Nederland goed en goedkoop, maar ook een van de weinige zaken die hier in Ecuador op zondag open zijn.


Maandag 31 augustus, Tulcan

Rommelig

Ook vandaag zijn we weer voor negen uur op pad. Eerst rijden we nog even een stukje terug naar een monument met een heleboel draadstalen fietsers. Het is in 2005 opgericht om alle fietsers van Montufan, zo heet de streek hier, te bedanken voor de glorie die ze de streek brachten. Het is duidelijk dat we in de buurt van een wielrennen-minnend land, Colombia, komen.

Fietsersmonument Montufan

Ook vandaag gaan we nog voornamelijk omhoog. Niet zover als gisteren, maar toch. Het landschap is wat groener dan gisteren toen we uit de droge vallei van de Chota omhoog reden. Als we bijna boven zijn, dat is vandaag op 3318 meter hoogte, regent het en het is koud. Met jas aan rijden we naar beneden, naar Tulcan, de grensplaats met Colombia. Chilly Tulcan, zegt het South American Handbook. We willen hier blijven en zoeken een hotel. Het is een rommelige plaats, veel straten zijn opgebroken. Uiteindelijk vinden we een hotel met internet en brengen de rest van de middag door met het versturen van foto's en het regelen van een ander klusje, waarover later meer. Morgen steken we de grens over.